Donderdag 11/08/2022

De tanden van

'Het gesprek met Microsoft leek op een bezoek van Don Corleone. Ik verwachtte de volgende dag een bloedige computer in mijn bed te vinden'

Henri de By / Foto Peter Marlow (Magnum)Bill Gates en zijn wurgcontracten voor de rechter

de vensterman

Hij oogt als de wereldvreemde bolleboos van het computerklasje maar de verhalen die dezer dagen in een rechtszaal van Washington worden verteld, tonen een andere Bill Gates: een rauwe straatvechter die geen kans onbenut laat om de consumenten zijn Windows-besturingssysteem door de strot te rammen en zijn concurrenten uit de markt te drukken. 'In mijn drieëndertig jaar in de zakenwereld heb ik nog nooit iemand ontmoet die zo keihard stelt dat hij ons de nek zal omdraaien als we onze concurrentie niet stoppen.'

Bill Gates was tot voor kort een held. Als topman en gezicht van de computergigant Microsoft werd hij niet alleen alom gezien als een van de slimste ondernemers maar tevens als de belichaming van de toekomst. Een visionair die de niet meer weg te denken rol van de computer in het dagelijks leven niet alleen had voorzien, maar min of meer eigenhandig teweeg had gebracht.

Zelfs degenen die zo hun twijfels hadden bij de geëxalteerde toon die de berichtgeving over Gates vaak aankleefde, konden er niet omheen dat Microsoft in de drieëntwintig jaar van zijn bestaan was uitgegroeid tot een van de grootste aan de Amerikaanse beurs genoteerde ondernemingen. In 1975 telde het bedrijf nog maar drie werknemers en een omzet van 16.000 dollar. Vandaag de dag heeft Microsoft een totale waarde van ruim 260 miljard dollar, of 9.050 miljard frank. In het afgelopen kwartaal steeg de omzet met maar liefst 58 procent en noteerde Microsoft een netto winst van 1,52 miljard dollar (53 miljard frank).

Volgens de Forbes 400, de jaarlijks door het gelijknamige zakenblad gepubliceerde lijst van de rijkste Amerikanen, staat Gates met een persoonlijke waarde van 58 miljard dollar (2020 miljard frank) op eenzame hoogte. Zijn fortuin is ruim tweemaal zo groot als dat van de op de tweede plaats genoteerde Warren Buffet. Zelfs de legendarische John D. Rockefeller verbleekt bij Gates' rijkdom, want de oliebaron was volgens een zojuist verschenen biografie uitgedrukt in hedendaagse dollars slechts 25,6 miljard (890 miljard frank) waard.

In de Verenigde Staten, waar niets zo luidt spreekt als financieel succes, noteerden de media elk woord van de kleine, brildragende computertycoon dan ook als betrof het een orakel. Een enkeling wees erop dat het door Microsoft ontworpen Windows-besturingssysteem, het programma waarop computers lopen, grotendeels was afgekeken van het ooit als concurrent geldende Apple. Maar in tegenstelling tot Apple, dat zijn systeem alleen in combinatie met zijn eigen computers verkocht, zag Gates al vroeg in dat het grote geld niet zozeer te verdienen was met de machines (in computerjargon de hardware), maar met de verkoop van de programmatuur die daarop te gebruiken viel, oftewel de software.

Door in de jaren zeventig de toenmalige marktleider IBM ervan te overtuigen zijn computers uit te rusten met de door hem ontworpen programmatuur verzekerde Gates zich ervan dat Windows uitgroeide tot de marktstandaard. Vandaag de dag is Windows het besturingssysteem dat op negentig procent van de persoonlijke computers in gebruik is. Maar het is precies die overheersing op de computermarkt die Microsoft, en daarmee ook zijn topman, voor de rechtbank hebben doen belanden.

Volgens de door tweeëntwintig staten en het Amerikaanse ministerie van Justitie tegen Microsoft aangespannen rechtszaak heeft de computergigant zich schuldig gemaakt aan monopolievorming. Microsoft zou zijn positie als marktleider misbruiken om concurrenten de nek om te draaien. De computergigant zou bedrijven die voor hun eigen bestaan afhankelijk zijn van toegang tot de negentig procent van de computers die gebruik maken van het Windows-besturingssysteem, bedreigen en chanteren middels wurgcontracten.

Het valt niet te ontkennen dat Microsoft twee essentiële gebieden van de computerwereld in handen heeft. Het eerste bestaat uit het scherm dat gebruikers zien als ze hun computer aanzetten, waarop in negen van de tien gevallen Windows geïnstalleerd is. Wat men op dat scherm ziet en kan doen, bepaalt tevens op welke wijze consumenten gebruik kunnen maken van het Internet. Dankzij het Internet kan het computerscherm dienstdoen als telefoontoestel, bibliotheek, kiosk of zelfs winkelcentrum. Wie zoals Microsoft de overgrote meerderheid van de computerschermen beheerst, heeft de toegang tot de technologie van de toekomst in handen, maar in omgekeerde richting tevens de toegang tot de consument en daarmee menige markt. David Boies, die in de rechtszaak tegen Microsoft namens de Amerikaanse overheid als landsadvocaat optreedt, schatte dat de handel via het Internet alleen in Amerika in het jaar 2002 ruim 300 miljard dollar (meer dan 10.000 miljard frank) zal bedragen.

Het tweede gebied dat Microsoft stevig in handen heeft bestaat uit de technische informatie die de basis vormt van het Windows-besturingssysteem. Zonder die informatie kunnen andere bedrijven geen programma's ontwerpen die bruikbaar zijn op de overgrote meerderheid van de computers ter wereld. Zelf kan Microsoft zijn nieuwe uitvindingen, in de vorm van producten als een zogenaamde browser - waarmee men zijn weg op het Internet kan vinden -, inbouwen in het wereldwijd gebruikte Windows. Anderen zijn echter afhankelijk van de informatie over Windows en de toegang tot de computerschermen die Microsoft ze al dan niet verschaft.

Als we de concurrenten van Microsoft en het ministerie van Justitie mogen geloven, heeft het bedrijf die macht misbruikt. Zo zou het geëist hebben dat anderen hun onderzoek stopzetten en producten van de markt namen die de marktpositie van Microsoft bedreigden. Wie weigerde werd de toegang geweigerd tot het op de markt dominante Windows, en daarmee tot negentig procent van de pc's ter wereld. Volgens de Amerikaanse overheid heeft Microsoft daarmee de wet op monopolievorming overtreden. De advocaten van Microsoft stellen echter dat landsadvocaat Boies zelf ook wel weet dat de zaken minder simpel liggen dan hij voorstelt. Het was immers Boies die begin jaren tachtig met succes IBM verdedigde toen die computergigant door de overheid min of meer van hetzelfde werd beschuldigd.

De essentie van de wet op de monopolievorming komt er immers op neer dat bewezen moet worden dat de consument benadeeld wordt, door bijvoorbeeld het opdrijven van prijzen of het beperken van beschikbare producten. Hoewel het voor het imago van Microsoft misschien onplezierig is indien de overheid erin slaagt te bewijzen dat het bedrijf er een keiharde manier van zakendoen op na houdt, is dat nog geen overtreding van de wet. Of zoals John Warden stelt, de advocaat van het prestigieuze kantoor Sullivan & Cromwell, die de verdediging van Microsoft aanvoert: "De antimonopoliewetten zijn niet een code voor beschaafdheid bij het zakendoen."

Het begon allemaal met een van de weinige vergissingen die Bill Gates sinds de oprichting van Microsoft heeft gemaakt. Het mag zacht gezegd opmerkelijk heten dat Gates, die zelfs door zijn vijanden briljant wordt genoemd, pas erg laat de mogelijkheden en populariteit van het Internet erkende. Het begin jaren negentig nog maar net begonnen bedrijfje Netscape had echter groot succes met zijn onder de naam Navigator geproduceerde browser. De grootste bedreiging bestond echter niet uit de hoge verkoopscijfers van de Navigator-browser en het aandeel van een sterk groeiend marktsegment dat Microsoft daardoor misliep. Veel angstaanjagender was dat Netscapes Navigator gebruikmaakte van een door het bedrijf Sun Microsystems ontworpen computertaal met de naam Java, waarmee het mogelijk is alle programma's, van tekstverwerking tot spelletjes, te gebruiken ongeacht welk besturingssysteem iemands computer gebruikt.

Simpel gezegd: iemand wiens computer nu op Windows van Microsoft loopt, kan alleen maar programma's gebruiken die daarop aansluiten. Gezien de meeste computers op de wereld Windows gebruiken zijn de producenten van andere programma's dus met handen en voeten aan Microsoft gebonden, waaraan zij bovendien in ruil een percentage van hun omzet moeten afstaan. Door de computertaal Java te gebruiken zijn hun programma's echter niet alleen op Windows-computers bruikbaar maar op alle besturingssystemen, en dus op alle computers ter wereld. Andersom betekent dat ook dat de meerderheid van de computergebruikers, die nu Windows en de exclusief daarbij passende programma's kopen, niet langer exclusief klanten van Microsoft zullen zijn.

Doordat Java alles in de computerwereld op elkaar aansluitbaar maakt, is de kans groot dat het de standaard wordt. Net zoals de VHS-videocassette en de compact disk. Zo Windows daardoor niet op de schroothoop belandt met producten als de grammofoonplaat en de Betamax-video, zal het op z'n minst gedaan zijn met zijn positie en die van Microsoft als marktleider. De afgelopen week werd in de rechtbank al snel duidelijk dat Gates en de zijnen nimmer van plan zijn geweest dat te laten gebeuren.

Het leek op een bezoek van Don Corleone. Ik verwachtte dat ik de volgende dag een bloedige computer in mijn bed zou vinden", zo beschreef Marc Andreesen, medeoprichter van Netscape, verleden week in de rechtbank een bespreking op 21 juni 1995 op zijn eigen hoofdkwartier met vertegenwoordigers van Microsoft. Het succes van de door Netscape geproduceerde Navigator had Microsoft doen besluiten een eigen browser voor het Internet te ontwerpen. De ontmoeting had een vriendschappelijke uitwisseling van technische informatie en een verkenning van mogelijke samenwerking tot doel. Het pakte anders uit.

Volgens door het ministerie van Justitie als getuige opgeroepen directeur van Netscape, Jim Barksdale, stelde Microsoft tijdens de bespreking voor de markt voor browsers - en daarmee de toegang tot de informatie op het Internet - onderling te verdelen. Een praktijk die, mits bewezen, welhaast zeker in strijd is met de antimonopoliewetgeving. Microsoft ontkent dan ook met kracht. Maar, zo verklaarde Barksdale afgelopen week bij de rechtbank, Microsoft liet het niet bij een voorstel: "In mijn drieëndertig jaar in de zakenwereld heb ik nog nooit een bespreking meegemaakt waarbij een concurrent zo keihard stelt dat we onze concurrentie met hen zouden moeten stoppen of dat die concurrent ons anders de nek om zou draaien."

Onder de naam Internet Explorer kwam Microsoft kort daarop inderdaad met een eigen browser op de markt. Maar volgens de beschuldigingen die nu de basis voor het juridische steekspel vormen, lapte Microsoft in de strijd met Netscape alle regels aan zijn laars. Om te beginnen zou Microsoft andere bedrijven onder druk gezet hebben met als doel Netscape uit de markt te drukken. Zo werd American Online (AOL), de maatschappij met de meeste abonnees op het Internet, te verstaan gegeven dat zij haar klanten de browser van Microsoft diende aan te bieden in plaats van Netscapes versie. Weigering zou ertoe leiden dat Microsoft het symbool van AOL zou verwijderen uit zijn Windows-besturingssysteem. Geen loos dreigement, want het betekende dat negentig procent van de computerschermen ter wereld niet langer automatisch klanten richting AOL stuurde.

Aan andere bedrijven die zaken deden met Netscape zou niemand minder dan Bill Gates zelf hebben voorgesteld zijn concurrent toegang tot hun producten te weigeren. Of zoals hij tegen een van hen stelde: "Dit is je kans. Hoeveel wil je hebben om Netscape te naaien?" In tegenstelling tot menige andere beschuldiging hebben de advocaten van Microsoft die uitspraak tot nu toe niet ontkend. Wie niet de kant van Microsoft koos, stond een gelijke behandeling te wachten. Zo verklaarde de vice-voorzitter van Apple Computers, Avadis Tevanian, dat Microsoft had geprobeerd Apples Quicktime-multimediaprogramma te saboteren.

Het was echter de volgende stap in het offensief van Microsoft die de firma uiteindelijk voor de rechtbank deed belanden. In wat Netscape afschildert als een illegale poging om het stuk te concurreren, besloot Microsoft zijn browser, die tot dan toe voor 39 dollar te koop was, er gratis bij te leveren aan iedereen die Windows 98 kocht. Het leek op het eerste gezicht een meesterlijke zet: welke consument zou immers nog de moeite nemen om de browser van Netscape te kopen en vervolgens op zijn computer te installeren? De gevolgen bleven dan ook niet uit. Binnen de kortste keren zag Netscape, dat zeventig procent van de browsers leverde, zijn marktaandeel teruglopen tot een krappe veertig procent, waarmee het door de browser van Microsoft dreigde te worden ingehaald. Of zoals Netscape-directeur Barksdale getuigde: "Ze knepen ons de keel dicht."

Het ministerie van Justitie meende dat Microsofts beslissing zijn browser gratis te bundelen met Windows een overtreding van de antimonopoliewetgeving was, gezien het daarmee anderen zou uitsluiten van negen van de tien computers ter wereld. Microsoft beweerde daarentegen dat zijn browser helemaal geen apart product was, maar een integraal onderdeel van zijn verbeterde Windows-besturingssysteem. Net zoals de meeste auto's door de fabriek voorzien worden van airconditioning of een radio. Het had dan ook niet in strijd met de antimonopoliewetgeving gehandeld, want het stond de consument vrij om alsnog Netscapes browser op zijn computer te installeren, net zoals de autobezitter een andere radio of airconditioning kon aanschaffen.

De consument benadeeld had het al helemaal niet, want die was nu immers goedkoper uit. In hoger beroep werd Microsoft in het gelijk gesteld, maar het ministerie van Justitie liet het er niet bij zitten. In de zaak die nu dient voor rechter Thomas Penfield Jackson van het U.S. District Court in Washington D.C., stelt de overheid dat Microsoft niet alleen in zijn strijd tegen Netscape, maar ook in zijn gedrag jegens zowat elk bedrijf van naam in de computerwereld, waaronder Intel, Compaq en Apple, de antimonopoliewetgeving heeft overtreden en zich schuldig heeft gemaakt aan ontoelaatbare zakelijke praktijken.

De vraag daarbij lijkt deels een kwestie van interpretatie van de antimonopoliewetgeving. In de strikte zin zal het moeilijk zijn aan te tonen dat Microsoft de consument benadeeld heeft. Gezien de verkoopscijfers van Microsoft lijkt die zeer tevreden. En ook het succes van menige concurrent, die zich nu graag als slachtoffer laat afschilderen, wekt nauwelijks de indruk dat Microsoft erin geslaagd is de competitie te smoren. Zodoende heeft landsadvocaat Boies ervoor gekozen om zich vooral tot Bill Gates persoonlijk te richten, die hij probeert af te schilderen als een door ongekende geldlust en dromen over werelddominatie gedreven Big Brother van het computertijdperk.

In zijn voor de videocamera afgelegde, urenlange getuigenverklaring doet Gates echter zijn best zich van de domme te houden. Of hij er als algemeen erkend genie in zal slagen rechter Jackson ervan te overtuigen dat hij zich als oprichter en topman van Microsoft nauwelijks bewust was van wat zich in zijn bedrijf afspeelde, valt te betwijfelen. Op zijn beurt schilderde Gates de rechtszaak afgelopen donderdag tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering af als "een poging de belangen van een handjevol concurrenten voorrang te geven over die van het publiek en de economie". Het applaus was nauwelijks een verrassing voor wie weet dat de aanwezigen hun aandelen alleen het afgelopen jaar al met zeventig procent in waarde zagen toenemen.

De technische materie stijgt niet alleen regelmatig het grote publiek maar ook rechter Jackson boven het hoofd uit. Of zoals de laatste een van de Microsoft-advocaten vermaande: "Kunt u het ook voor ons, gewone aardse stervelingen, begrijpelijk houden?" Menigeen meent dan ook dat de zaak via een hoger beroep tot aan het Hooggerechtshof zal worden uitgevochten. Het enige dat de zaak zonder twijfel zal aantonen, is dat de hedendaagse rechtspraak niet is ingesteld op de computerwereld, die zich met de snelheid van het licht ontwikkelt. Of zoals al een van de betrokkenen opmerkte: "Tegen die tijd is de versie Windows 2000 allang op de markt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234