Maandag 15/08/2022

De tegenschrijver

Nieuwe biografie van Simon Vestdijk

Van de Nederlander Simon Vestdijk is er sinds zijn dood in 1971 maar een klein deeltje van zijn oeuvre meer te vinden. Nu is er een nieuwe biografie van de schrijver, ruim duizend pagina's dik, van de hand van Wim Hazeu, die eerder biografieën schreef van Achterberg, Slauerhoff en M.C. Escher. De biograaf promoveert er deze week op aan de universiteit van Groningen.

Wim Hazeu

Vestdijk

De Bezige Bij, Amsterdam, 1.008 p., 39,90 euro.

Drost was mager van nature, uit idealisme, en door de hongerwinter." De roman is nog geen vijf regels oud als die zin zich aan de lezer voordoet. Met elf woorden wordt de magerheid van Drost aan een biologische, een ideologische en een opportunistische omstandigheid toegeschreven, en gecombineerd heffen de oorzaken elkaar op en/of vullen elkaar aan. Elf woorden die je doen duizelen.

Er zijn lezers die hels worden van zo'n zin. Zij willen niet dat ze door een schrijver met een kluitje in het riet worden gestuurd, want zo voelen ze het. Ze willen duidelijkheid, een verhaal waarin de dingen niet op losse schroeven worden gezet, maar juist in een helder licht. Zulke lezers hebben aan Simon Vestdijk een kwaaie. De geciteerde zin komt uit zijn roman Bevrijdingsfeest.

Het boek speelt zich af in de eerste maanden na de Tweede Wereldoorlog, als Nederland nog verdoofd is door vijf jaar bezetting en de toestand nog vrij veel weg heeft van anarchie. Zo'n tussentoestand is gefundenes Fressen voor Vestdijk. Hij hield als auteur van dat soort situaties, van halfheden, van het niet-meer en het nog-niet, van het schemerduister, waar de dingen niet scherp uitgelijnd kunnen worden omdat ze dat niet zijn - in de genoemde roman komt een verzetsman voor die ook als de Duitsers allang weg zijn nog even doorgaat met liquideren. De dingen op losse schroeven zetten, dat was Vestdijk ten voeten uit. Hij geloofde niet in een eenduidige waarheid en was aan de lopende band bezig tegenbeelden te creëren.

In het midden van de jaren dertig als Nederland de diplomatieke vriendelijkheid tegenover een buurland vooral wil ophouden en zichzelf in slaap sust dat het allemaal zo erg niet is, schrijft Vestdijk een roman, Else Böhler, Duits dienstmeisje, waarin de Nederlandse hoofdpersoon door een hopeloze verliefdheid verzeild raakt op een nazibijeenkomst in Duitsland, die een niet mis te verstaan beeld geeft van wat er in dat land gaande is.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog, als Nederland bezig is de mythe op te bouwen dat het zich massaal en heldhaftig verzet heeft tegen de Duitsers, schrijft Vestdijk een roman, Pastorale 1943, waarin een groepje verzetsmensen vooral uitblinkt in angst, zwakheid en een grote mate van amateurisme, om niet te zeggen klunzigheid - ze worden niet geheroïseerd, maar juist van hun vermeende heldhaftigheid ontdaan. De held wordt mens.

In De kelner en de levenden voert Vestdijk in een tijd dat homoseksualiteit volstrekt uit den boze is, een homoseksueel op, die op buitengewoon clevere en innemende wijze met zijn homoseksualiteit omgaat. Een paar jaar later, in de jaren vijftig, schrijft hij een roman over een lesbische liefde, Alpenroman.

Voyeurisme is in geen enkele tijd een geliefd verschijnsel, en dus is het voor Vestdijk interessant. In een van zijn beste romans, De ziener, is de hoofdpersoon een voyeur die zijn kwade eigenschap bestrijdt door op slinkse wijze een relatie tussen een jongen en een vrouw tot stand te brengen.

En om op een heel ander niveau een beeld te geven van de tegenschrijver die Vestdijk was: samen met de literatuurwetenschapper Sam Dresden schrijft hij een boekje over het genre van de detective, Marionettenspel met de dood. Eerst komt Dresden telkens aan het woord, die in een doorwrocht essay een stelling poneert over een aspect van de detective, en vervolgens reageert Vestdijk op Dresdens theorie, wat er meestal op neerkomt dat hij de stelling op geheel eigen wijze afbreekt - ironisch en scherpzinnig redenerend, en vooral ook: houtsnijdend.

Wie zal een auteur met zo'n omvangrijk en onmogelijk veelzijdig oeuvre beschrijven? Wie krijgt er vat op zo'n briljante, heterogene geest?

Vestdijk (1898-1971) begon pas te publiceren toen hij al ver in de dertig was. In de kleine veertig jaar van zijn publicitaire leven schreef hij ruim vijftig romans, zo'n twintig gedichtenbundels, een zestal verhalenbundels, een twintig essaybundels, een tiental boeken over muziek (hij was een groot muziekkenner, vooral van Mahler), een imposante studie over godsdienst en een over angst, hij vertaalde ruim tien romans en schreef honderden kritieken in dag- en weekbladen. Als hem op zijn enorme productie werd gewezen, placht hij te zeggen dat het zo vermoeiend niet was: "Je kunt er toch bij blijven zitten?"

En dan te bedenken dat hij zeer regelmatig gekweld werd door depressies die maandenlang aanhielden en waarin hij volstrekt niet in staat was wat dan ook te doen.

Welke biograaf krijgt vat op zo'n schrijver? Wat voor formidabele geest moet een biograaf zelf hebben om op de formidabele geest van deze schrijver greep te krijgen?

Het is tot nu toe eenmaal serieus geprobeerd. In 1987 publiceerde Hans Visser zijn Simon Vestdijk. Een schrijversleven. Het was niet zozeer een biografie als wel een eerste poging om de enorme hoeveelheid materiaal enigszins te ordenen. Aan een coherente en verhelderende behandeling van het werk van Vestdijk kwam Visser bij lange na niet toe. Zijn biografie is in de meest letterlijke zin een grafie van Vestdijks bios. Maar de lezer van Vestdijk, of de geïnteresseerde aan Vestdijk beginnende lezer mag en moet meer verwachten.

En nu is er dan de nieuwe biografie van Wim Hazeu. Bij alles wat er verder over te zeggen valt, moet allereerst geconstateerd worden dat ze een wonder van verzamelkunst is. Ik mag even niet denken aan de werkkamer van Hazeu op het moment dat hij alle materiaal verzameld had en aan het eigenlijke schrijven begon. Over alle facetten van Vestdijks leven, van zijn vroegste jeugd tot en met zijn ergste depressies, over alle publicaties, heeft Hazeu uitputtende informatie.

Ik heb me bij het lezen van deze biografie eigenlijk geen moment verveeld, wat voor een duizend pagina's dik boek een behoorlijke prestatie is. Een deel van die verdienste moet ik overigens wel aan Vestdijk toeschrijven. Hazeu citeert uitvoerig uit Vestdijks werk, uit diens brieven, uit aantekeningen - en zo schiet de stilistische brille van Vestdijk als bliksemflitsen over elke pagina. Daarbij valt weer eens zijn ongelooflijke vermogen tot humor op. Vestdijk gaat door voor een broeierige en sombere auteur, en in zijn wereld- en mensbeeld was hij dat ook wel - maar daaruit afleiden dat hij stilistisch in staat was tot doodserieuze dodderigheid te vervallen, is een ernstige misvatting.

Hazeu heeft in de nabijheid van zoveel stilistisch vuurwerk de beste weg gekozen: hij dringt zich als stilist bijna nergens op de voorgrond, schrijft zakelijk en to the point.

Bij de beschrijving van Vestdijks levensfeiten (zijn jeugd in Harlingen, zijn studietijd in Amsterdam, zijn schrijversleven in Doorn bij Utrecht) weet Hazeu goed duidelijk te maken dat Vestdijk allesbehalve 'de kluizenaar van Doorn' was, de auteur die geheel afzijdig van de wereld aan zijn oeuvre bouwde. Zijn boeken weerspiegelen wel degelijk wat er zich om hem heen in cultuur en maatschappij afspeelde. En hij volgde terdege wat er zich aan jonge schrijvers aandiende: hij heeft Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, Hugo Claus, Jan Cremer en Jan Wolkers aanbevolen en zo nodig verdedigd in een tijd waarin ze als beginnende auteurs onder vuur lagen.

Maar het gaat mis met deze biografie zodra Hazeu aandacht had moeten wijden aan het werk van Vestdijk. Als er in dit dikke boek iets bekaaid is afgekomen, dan is het de kern van wat Vestdijk voor ons is: zijn literaire werk. Hazeu behandelt alle romans van de schrijver, soms een verhaal of een gedicht, vaak verwaardigt hij zich om het verhaal kort weer te geven, altijd citeert hij Vestdijk om aan te geven wat de auteur met het boek in kwestie voorhad. Maar een verhelderende visie op het werk van Vestdijk, een plaatsbepaling van elk afzonderlijk boek in het oeuvre als geheel, de grote samenhang kortom, ontbreekt. In een bijzin wil Hazeu nog weleens vermelden dat "ook in dit boek" weer die en die motieven aan de orde komen, maar wat ze verder te betekenen hebben, hoe ze in het ene boek ten opzichte van het andere zijn uitgewerkt, veranderd, bijgesteld - je zoekt er vergeefs naar.

Ik vraag geen droog wetenschappelijk betoog over thema's en motieven, bi Gode nee - ik vraag een lucide, uiterst leesbare, verhelderende uiteenzetting over het literaire werk van de auteur.

Telkens weer vertelt Hazeu hoe een boek van Vestdijk door de kritiek, door vrienden, door vijanden werd ontvangen. Nou ja, 'vertellen' - hij heeft een onstuitbare voorkeur voor het citaat, het liefst haalt hij aan. Maar je begint je op den duur te ergeren aan al die citaten die hij overal vandaan sleept: ik heb zelden een biografie gelezen waarin het aanhalingsteken zo grote triomfen viert. Af en toe had ik de indruk dat ik meer bezig was aan een Groot Citatenomnibus dan aan een biografie.

Het lijkt wel alsof Hazeu zich niet gewaagd heeft aan enige visie op de boeken van de meester en zich verschuilt in een bolwerk dat is opgetrokken uit aanhalingen. Van vriend en vijand komen we te weten wat ze van de boeken van Vestdijk vinden - maar wat Hazeu er zelf van vindt, horen we vreemd genoeg nauwelijks. En zíjn visie, zíjn analyse, zíjn specifieke oog, zíjn frisse en deskundige blik had het werk in een helder licht moeten zetten, had de eenheid moeten scheppen die van deze biografie meer had gemaakt dan de levensbeschrijving die het nu is. Hazeu is geen vogel die alziend boven het landschap hangt, maar een slang die zich door het hoge gras kronkelt op weg naar zijn volgende toevallige prooi.

Deze biografie is dus een uiterst kundig samengesteld compilatiewerk, waarin we wel veel te weten komen over de persoon Vestdijk, maar erg weinig over de schrijver. Dat mag gezien de complexiteit en de kolossale veelzijdigheid van de auteur in kwestie begrijpelijk zijn - maar zelfs geen poging ondernemen (desnoods een totaal mislukte) literair greep op hem te krijgen, blijft toch wel erg onbevredigend.

Dat is des te bedroevender omdat Vestdijk na zijn dood een betrekkelijk roemloos bestaan leidt. Van zijn vele boeken is slechts een klein gedeelte, nog geen tien, in de boekhandel leverbaar. Meesterwerken als De nadagen van Pilatus, Pastorale 1943, Het glinsterend pantser, De ziener, Zo de ouden zongen... - ze zijn op het ogenblik nergens te koop.

Wat hebben we gewonnen met deze biografie van Wim Hazeu in vergelijking met die van Hans Visser? Meer materiaal. Een veel betere levensbeschrijving. Een veel sterker met bronnen onderbouwd verhaal. Maar nog steeds geen biografie waarin een coherent beeld van een schrijver oprijst.

Vestdijk is ook nu weer aan zijn biograaf ontsnapt. Alsof hij het zelf heeft geënsceneerd. En trouwens, als deze biografie zeldzaam geslaagd was geweest, had Vestdijk uit zijn graf moeten opstaan om zijn eigen tegenbiografie te schrijven, geheel in lijn met wat tot de kern van zijn schrijverschap behoorde - waarover in Hazeus biografie ook bar weinig te lezen valt.

Wil Hansen

De stilistische brille van Vestdijk schiet als bliksemflitsen over elke pagina. Daarbij valt weer eens zijn ongelooflijke vermogen tot humor op

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234