Zondag 02/10/2022

De tergende onhaalbaarheid van het migrantenbeleid

De molens van de Wetstraat malen soms traag. Zo werkt democratie nu eenmaal. Toch wijst die traagheid niet altijd op degelijkheid. Getuige het integratiebeleid. In alle stilte probeerde de Wetstraat deze week, met verkiezingen in zicht, een uitslaande brand te blussen. 'Resultaat: tien Abou Jahjahs en een groter Vlaams Blok.'

Dat er iets schort aan het integratiebeleid, is onderhand wel duidelijk. Vooral 11 september heeft de energie vrijgemaakt om openlijk te praten over dingen waar men lange tijd over zweeg. De ene deed dat al gespierder dan de andere. VLD-senator Jeannine Leduc haalde zich veel woede op de hals toen ze de samenlevingsproblemen bijna eenzijdig in de schoenen van de allochtonen schoof. Ruim een jaar later zei SP.A-parlementslid Robert Voorhamme het niet zoveel anders. Ook hij wees met de vinger naar sommige aspecten van de 'migrantencultuur' (zoals de uithuwelijkingen) die integratie in de weg zouden staan. Tussendoor was er ook nog Johan Vande Lanotte (SP.A) die een cri de coeur slaakte over de ontoelaatbare discriminaties op de werkvloer, en prompt quota voorstelde. En uit de allochtone gemeenschap zelf kwamen ook onzachte tot keiharde signalen. Het hardst was Abou Jahjah, die vertwijfeling zaaide onder autochtonen en allochtonen.

De signalen zijn verre van eenduidig en hetzelfde geldt voor de inzichten over hoe het anders zou kunnen. Alleen al over quota voor de arbeidsmarkt bestaat er binnen de SP.A zelf een grondig meningsverschil. Binnen de allochtone gemeenschap bestaan er al evenveel meningsverschillen over de eigen verantwoordelijkheid. Het nadeel van zulke verscheiden en ongecoördineerde signalen is dat de discussie al snel verzandt in pro's en contra's over 'details', en dat de samenhang verloren gaat.

Precies dat wilden deze week vooral Spirit en SP.A, of dan toch Robert Voorhamme, aankaarten: het is de hoogste tijd om het totale integratiebeleid eens kritisch te bevragen. En waarom niet in een parlementaire onderzoekscommissie, waar een kat een kat kan worden genoemd, waar misverstanden kunnen worden uitgeklaard en de last van hele of half mislukte goede bedoelingen eens kan worden uitgezweet.

Er volgde geen applaus. Minister van Gelijke Kansen Mieke Vogels (Agalev) zei eerst een beetje verongelijkt dat het integratiebeleid sowieso al dag aan dag wordt geëvalueerd en bijgestuurd. Woensdag kondigde ze dan toch aan dat ze de regering zal voorstellen om het bestaande beleid te evalueren. Maar het ging nog niet om een regeerverklaring. De kans dat coalitiepartner VLD haar nu vrijdag iets meer zal gunnen dan een vage intentieverklaring is uiterst gering. Vogels kondigde haar voornemen overigens zeer terloops aan in het Vlaams Parlement in een antwoord op een parlementaire vraag, nota bene van het Vlaams Blok. Maar dat wou ze liever niet gezegd hebben.

Ook voorstanders van een parlementaire commissie wilden deze week niet hardop gezegd hebben waarom ze uiteindelijk toch niet zo gehaast zijn om hun voorstel op de agenda te krijgen. "We willen vermijden dat zo'n commissie er komt in volle verkiezingscampagne", vertelde een van die voorstanders. "We willen niet dat het Blok dit initiatief misbruikt. Onze vrees is dat ze scherpslijpers à la Abou Jahjah zouden oproepen voor zo'n commissie. Die zouden dan hun nummertje kunnen opvoeren, terwijl het Blok stilletjes zit te genieten van de desastreuze beeldvorming over de multiculturele samenleving."

De vrees is begrijpelijk, maar het toont tegelijkertijd perfect aan waar het met dat integratiebeleid al zolang scheef loopt. Iedere keer, sinds 1979 - een symbolische datum, omdat toen het migrantenstemrecht voor het eerst (en het laatst) opdook in een regeerakkoord - is er wel veel goede wil, maar altijd zijn er verkiezingen in zicht. En sinds 1988 kleurt zwart alleen maar zwarter. Robert Voorhamme kreeg in zijn eigen partij deze week onbedoeld een illustratie van wat hij juist wilde aanklagen. Een van de oorzaken van het falende integratiebeleid is, zo zei hij, dat de democratische partijen "uit angst voor het Vlaams Blok te lang hebben gewacht met antidiscriminerende maatregelen".

Een lucide allochtoon vatte de uitkomst van die vicieuze cirkel als volgt samen: "Het resultaat is dat er morgen niet één maar tien Abou Jahjahs zullen opstaan, en dat het Vlaams Blok er niet kleiner van zal worden."

Er zijn door de jaren heen tal van voorbeelden te vinden van die pleinvrees. SP.A-kopstukken zeggen wel eens onomwonden, zij het altijd off the record, dat "praten over die dingen" gelijkstaat aan electorale kamikaze. Sommigen praten doelbewust liever niet over migrantenstemrecht, zeker niet als ze pro zijn, en aanverwante thema's in de meer populaire media. "De tijd is niet rijp", is ook zo'n argument dat al een tijdje meegaat.

Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 wilde het welzijnsmagazine van de Vlaamse Gemeenschap, Weliswaar, een dubbelgesprek publiceren van Piet Janssen, directeur van het Vlaams Minderhedencentrum, en Mohammed Talhaoui. Het was een pittig kritisch gesprek, zeer open en zonder taboes, met alle pro's en contra's van het debat netjes in hun context. Het kabinet-Vogels hield de publicatie tegen, wegens te gevoelig, te veel koren op de zwarte molen.

De onderliggende redenering is altijd dezelfde. Gevreesd wordt dat al te openlijke kritiek op het integratiebeleid, en toegeven dat het misschien wel op een heel andere leest moet worden geschoeid, de centrale stelling van het Vlaams Blok zou bevestigen. Die stelling luidt: het integratiebeleid kan niet werken, de multiculturele samenleving is onmogelijk. Nochtans zijn er genoeg redenen om te geloven dat een nuchtere, genuanceerde aanpak de kracht van die stelling juist onderuit kan halen. Ook het debat over (on)veiligheid werd jarenlang schroomvol ontweken, tot de studie van Marion Van San dan toch uiteindelijk het parlement haalde. In het debat over die studie verdween veel onzin over dat thema als sneeuw voor de zon. En op de bankjes van het Vlaams Blok bleef het stil bij zoveel openlijk geformuleerde en genuanceerde waarheden over het onderwerp. In Antwerpen zijn ze er na vele jaren ook achter gekomen dat correct toegelichte criminaliteitscijfers hetzelfde effect kunnen hebben.

Maar goed, stel nu dat er in 2004, tussen federale en Vlaamse verkiezingen in, een evaluatiecommissie komt die zonder taboes aan de slag kan. Dan moet men er misschien ook eens het document bij pakken dat precies twintig jaar geleden, in 1984, verscheen: Witboek Integratiebeleid inzake migranten in Vlaanderen-België. Dat boek begint met de vaststelling dat het tot dan toe gevoerde beleid "stagneert of zelfs achteruitgaat". Het is de weerslag van een grootschalige, twee jaar durende kritische evaluatie, en het kwam er uit bezorgdheid van de 'sector' voor wat er in het politieke België van 1982 was voorgevallen.

Kort voor de gemeenteraadsverkiezingen begon de Schaarbeekse burgemeester Roger Nols de crisis af te wentelen op de 'gastarbeiders'. Andere Brusselse burgemeesters deden mee aan dat opbod. Na 1982 neemt de "hetze tegen migranten" nog toe. "Het is vooral onder druk van het electoralisme van de Brusselse politici dat de grote politieke partijen hun programmapunten betreffende de aanwezigheid van migranten - vooral het verlenen van stemrecht op gemeentelijk vlak - min of meer in de ijskast hebben gestopt", zegt het Witboek. Na Nols in 1982 kwam het Vlaams Blok in 1988.

Het Witboek noemt die "politieke tegenconjunctuur" een van de drie knelpunten in het integratiebeleid. De twee andere heten: "gebrek aan visie en samenhang in het beleid" en "te beperkte omvang van het beleid".

Tijd brengt niet altijd raad. De datum 1984 stond in die jaren nog voor iets futuristisch. Misschien moet de Wetstraat maar eens terug naar de toekomst.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234