Maandag 26/09/2022

'De tijd was gekomen om de doden uit te nodigen op de koffie'

Een verhaal van liefde en duisternis noemde de Israëlische schrijver Amos Oz, geboren Klausner, zijn jongste, autobiografische roman. De liefde voor zijn ouders en het intellectualistische, rechtse milieu waarin hij opgroeide, heeft vele jaren moeten wachten. Ze werd overschaduwd door het donkerste wat een kind kan overkomen: de zelfmoord van zijn moeder. Oz schreef een magistraal boek, vol tederheid en humor. 'Ik wilde niet klagen, maar het verhaal laten zingen en dansen ondanks de tragiek. Daarom is het boek niet deprimerend, het is niet eens melancholisch.'

Door Betty Mellaerts

Amos Oz

Een verhaal van liefde en duisternis

Oorspronkelijke titel: A Tale of Love and Darkness

Vertaald door Hilde Pach

De Bezige Bij, Amsterdam, 646 p., 29,90 euro.

Was er een bijzondere aanleiding om uw autobiografie te schrijven?

"Neen, het was het gevolg van een traag proces. De tijd was gekomen om de doden thuis uit te nodigen, hen een kop koffie aan te bieden en met hen te praten, wat we bij leven nooit hebben gedaan. Daarna moesten ze de deur weer uit, ik wil geen geesten in huis. Als ze later nog eens willen langskomen, moeten ze me dus eerst bellen! Twintig of zelfs nog maar tien jaar geleden zou het me niet gelukt zijn om dit boek te schrijven. Toen was ik nog kwaad, bitter en haatdragend tegenover hen."

Spraken uw ouders veel over hun verleden?

"Mijn moeder vertelde me donkere en barbaarse verhalen, maar over haar eigen verdriet sprak ze nooit. Ook amper over haar jeugd in Europa. Mijn vader was een dwangmatige prater. Zijn conversaties konden gaan van de toekomst van het communisme tot de betekenis van de Middeleeuwen. Volgens mij gaf hij nog lezingen in zijn slaap. Maar ook hij sprak nooit over zijn gevoelens. Die hingen als iets verbodens en puriteins boven het gezin en het hele milieu waarin ik opgroeide."

Waarom spraken ze niet over die gevoelens?

"Omdat ze gekrenkt waren. Zij waren joden die Europa uit waren geschopt terwijl ze net zoveel van Europa hielden. Een minnaar die je in het gezicht spuwt terwijl hij je dumpt, dat onderwerp rakel je liever niet op."

Uw tante Sonja, de jongste zus van uw moeder, wil uiteindelijk wel met u praten. Ze is dan al ruim 86. Waarom ging ze ten slotte toch op uw vraag in?

"Omdat er intussen voldoende tijd overheen was gegaan. Ze wist dat ze dicht bij het einde van haar leven was gekomen en dat niemand behalve ik nog naar haar zou willen luisteren. Elke zaterdagochtend ging ik naar haar kleine appartement dat ze al jaren niet meer verliet. Naar Russische gewoonte zette ze eerst een glas thee en dan begon ze te vertellen. Af en toe nam ik een paar notities, meer niet. Toen het boek klaar was, bracht ik haar een exemplaar. Ik panikeerde, want ik had haar verhalen niet letterlijk opgeschreven. Drie weken later bezocht ik haar opnieuw en vroeg: 'Tante Sonja, heb ik u niet tekort gedaan of gekwetst?' Ze glimlachte koket en antwoordde: 'Integendeel, ik zat model voor een groot schilder.' Waarmee ze bedoelde dat ze begreep dat ik niet zomaar een foto van haar had genomen."

Toen u een kind was, dacht ze dat u meer een Klausner zou worden dan een Mussman, uw moeder. Na dat gesprek met u is ze daar niet meer zo zeker van. Wat is het volgens u geworden?

"Ik kan nu zowel de een als de ander zijn. Ik draag dat kleine jongetje met me mee, maar ik ben niet langer slaaf van dat kind. Om dit boek te schrijven - en misschien geldt dat wel voor elk boek - moet je heel dichtbij je onderwerp staan en er tegelijk ook afstand van kunnen nemen. Ik ben te werk gegaan als een wetenschapper die een druppel van zijn eigen bloed onder de microscoop analyseert. Het blijft zijn eigen weefsel maar de microscoop creëert een afstand."

U groeide op tussen filosofische gesprekken en boeken, uw geheugen werd als kind goed getraind.

"Ik groeide vooral op als een kleine spion. Ik had geen broers en zussen en ook weinig vrienden van mijn eigen leeftijd. Als de volwassenen het de druk hadden om op mij te letten, bespioneerde ik hen. Ik probeerde hun geheimen te ontcijferen omdat ik voelde dat die er waren door hun gecensureerde manier van doen. In een volgend leven kan ik mijn kost beslist verdienen als geheim agent."

Wanneer heeft u beseft dat u intellectueel gezien in een geprivilegieerd milieu bent geboren?

"Ik was geprivilegieerd, maar er werd mij ook veel onthouden. Andere kinderen hebben de wei, de rivier, het bos of de tuin. Voor mij was de bibliotheek van mijn ouders mijn thuisland, deels ook omdat we vele middagen en avonden opgesloten zaten in het appartement aangezien het buiten onveilig was. Er stonden duizenden boeken in zestien talen op een immens kleine oppervlakte. Ik kon die boeken niet eens lezen, maar ik was dol op de gotische letters, de lederen omslagen en de heerlijk geuren die eruit opstegen. Ik ontwikkelde een heel fysieke verhouding met boeken. Gelukkig bestaat er geen wet tegen ongewenste intimiteiten met boeken, anders zat ik al lang in de gevangenis! Dat was een privilege, zeker. Maar tegelijk was ik een kleine aap die zijn kunstjes uitvoerde als er volwassenen in de buurt waren. Ik moest hen verbazen en amuseren met mijn kennis. Toen ik uiteindelijk tegen mijn familie in opstand kwam en het huis verliet om in de kibboets te gaan leven, was dat ook omdat ik besefte dat ik een buitenaards wezen was dat snel van leven moest veranderen of het ging eraan."

Ging dat kunstjes opvoeren dan zo tegen uw natuur in of hield u er ook wel van?

"Ik had geen alternatief, behalve dan misschien de fantasie waarin ik een brandweerman was. Met een schitterend uniform en blinkende helm imponeerde ik meisjes terwijl ik ze redde uit brandende huizen. Nu besef ik natuurlijk dat ik die droom ook maar uit boeken haalde en niet uit het echte leven."

U was twaalf en een half toen uw moeder zelfmoord pleegde. Het werd een nieuw familiegeheim waarover nooit meer werd gesproken. Voor een kind moet dat een zware last zijn geweest?

"Het was alsof je met een geraamte in huis leefde. Mijn vader en ik spraken nooit over haar dood. Mijn moeder werd een non-iemand, uitgezuiverd uit onze levens als een blad dat uit een stalinistische encyclopedie werd gescheurd. Wij voelden ons allebei schuldig en verlegen, besef ik nu. Twee mannen die in de steek waren gelaten door dezelfde vrouw, het was te pijnlijk om over te praten. Het kostte me vele, vele jaren om mijn moeder niet meer te haten omdat ze zichzelf het leven had benomen, mijn vader omdat hij die prachtige vrouw kwijt was geraakt, mezelf omdat ik een onbeminnelijk kind was, want als ik lief was geweest dan had mijn moeder mij niet verlaten. Ik moest eerst vervuld geraken van een mengeling van empathie, ironie, mededogen en een eindeloze nieuwsgierigheid naar de details van hun alledaagse leven eer ik aan dit boek kon beginnen.

"Wat me aan het schrijven zette, was een raadsel: hoe kon het huwelijk van twee goedmenende, lieve, zachtaardige, attente, ontwikkelde mensen die alles investeerden in hun enige 'wonderkind' eindigen in zo'n tragedie? Maar al schrijvende verloor ik mijn interesse in die vraag, je zult dan ook geen aanwijzingen vinden over wie de schuldige was. Wat me gaandeweg meer fascineerde, was de manier waarop ik erover zou schrijven. Bekennen dat je een vreselijke kindertijd hebt gehad, is geen big deal. Dat doe je overigens beter bij een psychiater, niet in een boek. Ik wilde dus niet klagen of huilen, maar het verhaal laten zingen en dansen ondanks de tragiek binnen het gezin en de angstwekkende historische gebeurtenissen op de achtergrond. Daarom is het boek niet deprimerend, het is niet eens melancholisch. Dat heeft te maken met mijn taal en met het plezier waarmee ik schrijf. Het bijna erotische genot van verhullen en langzaam ontbloten. Schrijven over een meisje in een jurk en pas op de volgende pagina dat het mijn vader was, als kind. Maar het kostte me vele jaren om dat punt te bereiken."

U hoorde veel talen rondom u en toch werd u uitsluitend in het Hebreeuws opgevoed, dat tegelijk met u als het ware ook een hele evolutie onderging.

"Modern Hebreeuws is een vulkaanuitbarsting van woorden, vloeiend lava, en het wordt inderdaad nog voortdurend gemodelleerd. Het is een heel muzikale taal precies omdat ze flexibel is, maar ook de funderingen in zich draagt van het bijbelse Hebreeuws. Dat is heel prikkelend voor een schrijver, het verleidt me tot ongelooflijk gewaagde vrijheden. Mijn leven met het Hebreeuws is een onophoudelijke odyssee."

Zorgde de taal ook voor een afstand tussen u en uw ouders?

"Natuurlijk. Ze hadden zoveel geheimen voor me dat ze onderling Russisch of Pools spraken zodat ik er niets van zou begrijpen. En vijfennegentig procent van de tijd wilden ze niet dat ik begreep wat ze zeiden. Niet omdat ze een seksueel spelletje voor de nacht planden, maar omdat ze ofwel spraken over de verschrikkingen die in de jaren veertig in Europa plaats hadden gevonden of over hun angst over wat de joden in Israël nog te wachten stond. Dat hoorde een kind niet te weten. Maar ze leerden me ook uitsluitend Hebreeuws voor mijn veiligheid. Ze waren bang dat ik op een dag verleid zou worden om naar Europa te vertrekken en daar zou ik zeker tegen de dood aanlopen. Daarom waren de eerste woorden die ik ooit in het Engels leerde: 'British go home.' We riepen het toen we stenen gooiden naar de Britse patrouilles tijdens de allereerste intifada in Jeruzalem tegen de Britse overheersers. Over ironie van de geschiedenis gesproken."

Iets meer dan twee jaar nadat uw moeder stierf, verliet u uw vader om in een kibboets te gaan leven. U dacht dat het u goed zou doen.

"Mijn fantasie over de brandweerman liep over in die van tractorchauffeur. Ik was ervan overtuigd dat ik mijn vader woest zou krijgen door precies het tegenovergestelde te doen van wat hij van mij verwachtte. Nu besef ik dat hij naast zoveel andere dingen ook wilde dat ik een nieuwe jood zou worden. Een man met een eenvoudig leven, die gebruind door de zon, bewapend, op een tractor door de velden rijdt. In mijn rebellie vervulde ik dus nog altijd een van zijn dromen. Maar het was inderdaad een goede beslissing. De kibboets was de beste universiteit die ik me kon voorstellen. Ik kreeg er de kans om meer te leren over hoe de mens in elkaar zit en ik ontdekte dat de kibboetsniks vaak niet zo veel verschilden van de intellectuelen in Jeruzalem. Ze molken de koeien, ploegden het land en verdedigden hun dorp, maar ze debatteerden - weliswaar over andere onderwerpen - net zo eindeloos als de mannen die ik had achtergelaten. De kibboets redde mijn leven. Ik ontdekte op een pijnlijke manier wie ik was. Onder meer dat ik voorbestemd was om te schrijven, hoewel ik plechtig had gezworen het nooit te zullen doen. Maar ik kon niet anders."

Welke invloed is uiteindelijk de belangrijkste geweest op u als schrijver, uw intellectuele opvoeding of uw leven in de kibboets?

"Alles wat ik heb beleefd heeft me gemaakt tot de romanschrijver die ik ben. In mijn tienerjaren dacht ik dat ik gevangen zat in een vicieuze cirkel. Om de grote schrijver te worden die ik hoopte te zijn, moest ik kunnen leven zoals Ernest Hemingway. Stierengevechten, frontlinies, veel vrouwen, grote steden. Om in die grote steden tot bij de vele vrouwen te geraken, moest ik eerst die grote Israëlische roman schrijven waarmee ik geld kon verdienen om te vertrekken, maar ik vond niet één onderwerp zinvol genoeg voor een boek. In de kibboets ontdekte ik de Amerikaanse schrijver Sherwood Anderson en mijn ogen gingen open: alles kan een metafoor zijn voor een verhaal en het centrum van het universum bevindt zich waar jij schrijft. Als ik ervoor had opengestaan, had Tsjechov hetzelfde kunnen bereiken."

Waarom moest u zo nodig uw naam veranderen van Klausner in Oz toen u naar de kibboets vertrok?

"Dat maakte deel uit van de rebellie. Ik wilde alles worden wat mijn vader niet was. Hij was rechts, ik werd links. Hij was burgerlijk, ik een kibboetsnik. Hij was een intellectueel, ik een eenvoudige landbouwer. Hij was klein en ik besliste dat ik erg groot wilde worden. Dat is me niet zo goed gelukt! Ik veranderde mijn naam om mijn vader te ergeren. Bovendien betekent Oz: kracht, moed, vastberadenheid. Alle kenmerken die ik zo dringend nodig had, maar niet bezat toen ik op mijn vijftiende thuis vertrok."

U schrijft nu dat die naamsverandering uw vader doodde. Wist u destijds dat het hem zo erg zou kwetsen?

"Dat weet ik nu. Maar aan het einde van zijn leven kreeg de relatie tussen mijn vader en mij een zekere tederheid, al was ze nooit echt intiem en zeker niet open. En politiek konden we het niet meer met elkaar oneens zijn. Voor hem was ik een verrader van het joodse volk en hij voor mij een negentiende-eeuwse nationalist. Maar ik besef ook dat hij een goedmenende idealist was die geen greintje wreedheid of bitterheid in zich droeg, ook al faalde hij in alles wat hij zich in het leven had gewenst. Hij was ontgoocheld, onvoldaan, gefrustreerd en toch heel lief."

De eerste vijftien jaar van uw leven gelooft u ook in die rechtse visie van uw vader, maar in de kibboets ontdekt u al snel dat Palestijnen en joden eigenlijk allebei slachtoffers zijn. Hoe belangrijk was dat inzicht voor u?

"Enorm belangrijk, het openbaarde mij de hele condition humaine. Het leven is geen Hollywood-film met goeden en slechteriken. Twee krachtige eisen kunnen met elkaar botsen en toch allebei even overtuigend zijn. Niet dat ik een advocaat werd van de Palestijnen, ik ben hooguit een sympathisant. Maar ik heb ook nooit de behoefte gevoeld om Israël de rug toe te keren. Dat inzicht was ook belangrijk om over de botsing tussen mijn vader en mijn moeder te schrijven. Niet alleen tussen naties, ook binnen families is het soms waar versus waar, bepaalde conflicten zijn niet zwart-wit."

Waarom begrijpen niet meer mensen in Israël dit standpunt?

"In tijden van conflict is dat heel moeilijk te zien. Tijdens een ruzie kun je je zelden in de plaats stellen van de ander. Maar ik heb me altijd voorgehouden dat dat een morele plicht is. Je hoeft je andere wang niet bepaald aan te bieden en ik vind zelfs niet dat je akkoord moet gaan met de argumenten van de ander, maar je moet je wel kunnen voorstellen hoe het zou zijn als jij in zijn schoenen stond. Daarvoor kunnen romans trouwens een hulpmiddel zijn. Een schrijver stelt zich ook in de plaats van zijn personages en neemt de lezer mee in dat avontuur. Empathie is dan niet alleen een plicht, maar ook een plezier."

Al die jaren kon u uw demonen verstoppen achter de personages in uw boeken. Stelt u zich nu niet kwetsbaar op door de waarheid te schrijven?

"Dit boek is geen biecht, maar literatuur. Ik hou er niet van dat men er in sommige landen de ondertitel memoires aan heeft toegevoegd. Die worden meestal geschreven als de auteur wil aantonen hoe geweldig hij was en hoe verkeerd zijn vijanden het voor hadden. Mijn boek is het werk van een romanschrijver, ook door de compositie. Het is heel zorgvuldig gestructureerd als een spiraal rond dat radioactieve moment, het Tsjernobyl van mijn leven, de zelfmoord van mijn moeder. Ik heb een eerlijk werkstuk afgeleverd, ik voel me dus niet kwetsbaar."

U begreep het conflict in Israël vrij snel, waarom duurde het zo lang eer u uw familie begreep?

"Ik was heel lang woest op mijn moeder, mijn vader, mezelf en er was een gevoel van diepe schaamte. Er was iets verschrikkelijks gebeurd, maar met buitenstaanders zou ik daar niet over spreken. Zelfs niet met mijn vrouw en kinderen. Ik zag het als mijn kruis dat ik in het geheim moest dragen. Ik dacht: dit verhaal kan mijn romans voeden en dat deed het ook. Als u mij zou vragen om in één woord samen te vatten waar mijn hele literaire oeuvre over gaat, dan is het: gezinnen. Krijg ik twee woorden dan zeg ik: ongelukkige gezinnen.

"Uiteindelijk zit ik er hier nu toch over te praten en dat valt me niet zwaar. Maar erover schrijven was niet makkelijk, vooral door grote vormdilemma's. Ik moest kamermuziek laten weerklinken, gespeeld door het trio vader, moeder en kind. Die kwam naast een pagina met koormuziek waarin de geboorte van een natie werd weergegeven, gevolgd door de solo van de cello, mijn moeder. Die orkestratie voor elkaar krijgen was veel moeilijker dan erover praten."

Zult u nu nog plezier beleven aan het schrijven, nu dit u uiteindelijk allemaal is gelukt?

"Zie ik er gedeprimeerd uit of uitgeput? Neen, mijn jongste boek is drie weken geleden in Israël verschenen. Een dun boek weliswaar, een sprookje. Schrijven is moeilijk, uitputtend en frustrerend, maar het is mijn grote liefde. Je vertelt geen verhalen uit ideologische overwegingen, om iemand op te voeden of de ogen te openen en al helemaal niet om je hart te luchten, maar om het genot de ander te laten lachen en huilen. Zelfs wanneer mijn hand te veel beeft om nog een pen vast te houden, zal ik waarschijnlijk nog in een bar in Jeruzalem verhalen vertellen aan iedereen die naar me wil luisteren."

Betty Mellaerts

'Als u mij zou vragen om in één woord samen te vatten waar mijn hele literaire oeuvre over gaat, dan is het: gezinnen. Krijg ik twee woorden, dan zeg ik: ongelukkige gezinnen'

'Je vertelt geen verhalen uit ideologische overwegingen, om iemand op te voeden of de ogen te openen en al helemaal niet om je hart te luchten, maar om het genot de ander te laten lachen en huilen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234