Woensdag 28/09/2022

De tolerantie van het zuiden

Rudi Rotthier reist in opdracht van De Morgen door Italië, een land dat zich vanuit een chaotische situatie krampachtig een nieuwe politieke weg zoekt.

Bari - "Laten we dit gebied snel teruggeven aan Afrika." Dat zeggen Noord-Italianen wel eens, smalend, verwijzend naar de eeuwige economische malaise in het zuiden. Cecilia, een studente literatuurwetenschap die van Rome op weg is naar huis, naar Bari, is het daar niet mee eens: "Kijk om ons heen. Wijngaarden, fruitbomen, tarwevelden, groentetuinen. Het beste voedsel van Italië. Zon, zee, aangename mensen. Het leven is te goed om hard te werken. Het zou bijna zonde zijn om je tijd te verdoen aan geldverdienen." Het is ook, zegt ze, zonde om je tijd te verdoen aan literatuurwetenschap, Foucault, Baudrillard; tien jaar is ze er al mee bezig, en wellicht studeert ze ook dit jaar niet af. Eigenlijk had ze liever, zoals haar ouders, in gehandicapteninstellingen van de vorig jaar zalig verklaarde Pater Pio gewerkt. "Ken je die niet?" vraagt ze ongelovig, en ze vertelt ronduit, zonder een zweem van scepticisme, over zijn mirakelen.

Ze laat ook morele afkeuring blijken voor het noorden. "Weet je, enkele jaren geleden was er het geval van de zoon die zijn ouders doodknuppelde omdat hij niet op de erfenis wou wachten. Puglia heeft ook misdaad, natuurlijk, zware, georganiseerde misdaad, prostitutie, carjacking, afpersing; maar dat soort brutale, uit winstbejag voortspruitende oudermoord, is hier volgens mij niet denkbaar."

Zo'n 20, 30 kilometer voor Bari verandert het landschap. De landbouw en de min of meer oude, nette stadjes maken plaats voor moderne industriële ruïnes, kathedralen in de woestijn noemt men ze hier, dure staatsprojecten die de regio uit de onderontwikkeling moesten halen, en die nu, met ingeslagen ruiten, en afbladderende plaaster aan de wanden, hun inefficiëntie bewijzen. Voor zover er een lokale privé-industrie bestond, verhuist die zo snel ze kan naar landen met lagere lonen, suggereert Cecilia: "In die zin worden wij dubbel getroffen. De buitenlanders komen naar Italië om een beter leven te zoeken, en onze schaarse industrie gaat naar de landen van herkomst van de buitenlanders, omdat de lonen daar lager liggen." Maar racisme ontdekt ze niet bij haar medebewoners. "Daarvoor is gastvrijheid hier een te hoge deugd; misschien ook dat de migratie te recent is om al racisme op te wekken. Tien jaar geleden waren hier geen buitenlanders."

Terwijl de trein met een schok in Bari stopt, roept Cecilia me nog snel een waarschuwing toe: "Pas op voor gauwdieven, en voor Vespa-rijders die tassen grijpen of in achterzakken tasten. Blijf weg van drukke straten, loop aan de muurkant en houd je bagage zo vast dat men er van op straat niet bij kan."

Ik loop, nogal op mijn qui-vive, het station uit, en vraag na een tijdje toch maar de weg, aan een voorovergebogen, grijzende man met een vreemde ronde rode plek in zijn nekhaar. Wat is dat voor een plek? Hij vormt zijn rechterhand tot een pistool. "Pfwui", zegt hij; hij mist ook boventanden, en het geluid bootst maar gedeeltelijk de kogel na die in zijn nek is blijven steken. "Pfwui, pfwui." Hij heeft nu zijn beide handen tot pistolen omgevormd. Een schietpartij, begrijp ik. De man lacht een spijtige lach en schudt het hoofd, voor hij me met prima a destra's en a sinsitra's wegwijs maakt. Ik kom ongeschonden ter bestemming.

Bari heeft iets Afrikaans, de zorgeloze chaos op de markten, de monomane winkeltjes waarin enkel eieren worden verkocht, of enkel de ingewanden en de huid van eetbare kadavers. Krantenwinkels die telefoonkaarten afficheren waarmee je goedkoop bestemmingen als Moldavië, Azerbeidjan, Kuala Lumpur en Asmara bereikt (maar of de kaart ook werkt om goedkoop naar België te telefoneren, kan de verkoper op zijn lijst niet terugvinden). Een oude binnenstad waarin schouderbrede straatjes kronkelen en doodlopen of in nog smallere straatjes veranderen.

Bedelaars lopen door die straten, of zitten gewoon; een vrouw vraagt me tot drie keer toe of het zondag is (neen). Een in lompen geklede man - zijn broek bestaat uit samengebonden plastic zakken - steekt een bedelhand uit, terwijl hij in de andere hand een mobieltje heeft waarmee hij een luid gesprek voert. Die telefoon schaadt zeker zijn omzet, zou ik hem suggereren.

Er leeft vooral nog een idee dat mensen tijd hebben. Jongeren en ouderen nietsen in de parkjes, zelfs tijdens werk- of schooluren.

Dat de mensen tijd hebben, is niet zonder meer positief. Dertig procent van de actieve bevolking is werkloos, zegt Monica McBritton, een specialiste in arbeidswetgeving, die ondanks haar naam vooral Argentijnse voorouders heeft en die de bezielende kracht is achter een evangelisch hulpcentrum voor migranten.

Want die zijn er hier ook, natuurlijk. Op de stranden rond de havensteden Bari en Brindisi spoelen jaarlijks vele tienduizenden havelozen aan - Albanezen, Marokkanen, Koerden, Nigerianen - mensen afkomstig uit alle bestemmingen die geafficheerd worden op de telefoonkaarten.

Waarom blijft het zuiden economisch altijd achter?

Daar kan McBritton uren over praten. Er zijn historische redenen, het zuiden was gekoloniseerd, of leefde onder feodale koningen, terwijl in het noorden de steden zich ontwikkelden. Bij de onafhankelijkheid van Italië, in de 19de eeuw, werd dan beslist dat het zuiden de graanschuur zou worden, terwijl het noorden voor de industrie zou zorgen; het noorden lag dichter bij de afzetgebieden in de rest van Europa. Tot vandaag trekken de zuiderlingen die werk willen, naar het noorden, waardoor het zuiden buitenmatig kinderen en bejaarden telt. "In die zin", zegt McBritton, "subsidieert het zuiden het noorden, zij subsidiëren ons met geld, maar wij subsidiëren hen met geschoolde arbeid." En er is natuurlijk de maffia, in lokale varianten, maar die was bijna uitgestorven onder Mussolini, tot de Amerikanen, die lokale vertrouwenspersonen nodig hadden toen ze het land bevrijdden, haar nieuw leven inbliezen.

Er is ook nooit een doordachte poging ondernomen om het zuiden te ontwikkelen, vindt McBritton. "De christen-democraten regeerden in het zuiden, en ook in Rome. Ze behielden hun macht door wat wij cliëntelisme noemen: in ruil voor onze stem kregen wij cadeaus, overheidsjobs vaak, jobs met geen andere functie dan een kiezer te binden. Men had hier nooit de indruk dat talent doorslaggevend kon zijn; relaties waren dat." Daarnaast bouwde men de industriële kathedralen, die nooit efficiënt werkten, maar waarin altijd veel geld werd gepompt, dat dan richting maffia kon worden afgeschuimd.

En sedert de christen-democratie in het begin van de jaren '90 in scandalitis verdween, stemt Puglia voor het verbond tussen de neoliberale Forza Italia van mediamagnaat Silvio Berlusconi, en de post-neofascistische Alleanza Nationale.

Zelfs de tegenstanders van de coalitie, zoals McBritton, geven toe dat ze in Puglia de vreemdelingenstroom niet voor electorale doeleinden uitspeelt, in tegenstelling tot nationaal.

Integendeel, in de lokalen van Caritas vind ik vrijwilligers van de Alleanza Nationale die samen met ex-communisten helpen bij de voedselbedeling aan nieuwe aangespoelden. "Wij zijn niet tegen migratie", zegt een jong lid van de Alleanza, "we zijn tegen de regelloze manier waarop ze gebeurt. En vrees niet voor de Alleanza. De paus woont in Italië; die zal toch geen extremische politiek tolereren."

Waarom proberen de lokale politici de tienduizenden migranten niet voor electorale doeleinden uit te spelen?

McBritton moet een tijd over haar antwoord nadenken. De meeste migranten blijven niet in Puglia, ze trekken zo snel ze kunnen naar het rijkere noorden. "In die zin is het logisch dat het noorden er meer problemen mee heeft dan wij." De kerk - nog altijd heel belangrijk in Puglia - heeft altijd de nadruk gelegd op de rechten van de nieuwkomers, of ze nu katholiek zijn of niet. En daarbij, zegt ze, "is de situatie hier zo al gespannen, met de werkloosheid, en de kloof tussen rijk en arm; de politici willen geen olie op het vuur gieten door de aandacht te trekken op het probleem met buitenlanders."

Is er geen gevoel van extra concurrentie om de schaarse arbeidsplaatsen?

"Neen, de enige jobs waarvoor de vreemdelingen, in afwachting van een officiële verblijfsvergunning, in aanmerking komen, zijn onderbetaalde, zwarte jobs in de landbouw: tomaten- en meloenenpluk, tegen 10.000 lire per dag." Dat is 200 frank. "Geen enkele lokale bewoner wil voor zo'n hongerloon zijn huis uitkomen."

"Ik zou de reactie van de bewoners op de vluchtelingen- en migrantenstroom ook niet als positief omschrijven, ze is nogal onverschillig. En wat de politici betreft: die buiten de situatie niet uit, maar ze doen ook niets positiefs; ons vrijwilligerscentrum is bij voorbeeld de enige organisatie die probeert buitenlanders hun rechten en plichten duidelijk te maken; dat gebeurt niet van overheidswege."

En de lokale maffia heeft natuurlijk snel de voordelen van de toevloed ontdekt, die strekt haar terrein uit tot Albanië, en werkt gretig mee aan de handel in vrouwen en kinderen.

Carmencita Serino, die aan de universiteit van Bari sociale psychologie doceert, heeft geprobeerd de reacties op de komst van de migranten/vluchtelingen te onderzoeken, en haar conclusies zijn ook eerder positief.

"Begrijp me niet verkeerd, die hele trafiek is gruwelijk natuurlijk. Het doet me altijd denken aan de vroegere slavenschepen: tientallen mensen op mekaar geperst, een gewetenloze crew die bereid is de menselijke vracht over boord te kieperen als dat haar eigen kans op ontsnapping verbetert. Passagiers die al zoveel voor hun overtocht hebben moeten betalen, dat ze heel kwetsbaar, blut, met schulden, in Italië toekomen, en dikwijls tot criminele activiteiten gedwongen kunnen worden. Dat alles is verre van fraai. De stroom kwam in het begin van de jaren negentig op gang. Toen nog in grote boten. Op een nacht landden er 20.000 Albanezen in Brindisi. Op dat moment waren de reacties bij de bevolking ronduit solidair. Men bracht voedsel en dekens, men was met die mensen begaan." Enkele maanden later volgde een nieuwe geut, en toen was de steun al minder enthousiast. En een volgende keer werden de Albanezen opgesloten in een stadion, en ontstonden er rellen; dat was nog minder comme il faut. Maar tot op vandaag, zegt Serino, kun je niet spreken van racistische opstoten.

"Ik vind het ook moeilijk om dat te verklaren, tenzij in termen van clichés tussen noord en zuid. Het noorden is op efficiëntie gericht; daar komt zo'n zootje ongeregeld helemaal ongelegen. Bij ons is de reactie meer: waw, interessant, weer wat om over te praten. Ik wil de problemen van het noorden niet minimaliseren, de integratie, de woningsituatie, maar" gaat ze zacht door, "armoede is blijkbaar makkelijker te delen dan rijkdom."

Monica McBritton, specialiste arbeidswetgeving: 'Er is nooit een doordachte poging ondernomen om het zuiden te ontwikkelen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234