Donderdag 19/05/2022

De tuin zit vol gevaren

Ik ken mensen die als de dood zijn voor giftige planten in hun tuin, uit vrees dat hun kinderen of kleinkinderen er wel eens zouden kunnen van eten.

Ook bij openbare aanplantingen worden vaak giftige planten geweerd. Meestal is deze bezorgdheid overdreven. Maar er loeren andere gevaren in de tuin.

Dat taxusgroen een paard of een koe kan vellen, hebt u ongetwijfeld al gehoord of gelezen. Maar de vele verhalen van mensen die het zelf al hebben meegemaakt, doen me soms denken aan de snoeken van twee meter lang die elke visser wel eens aan de haak heeft geslagen. Een taxus is weliswaar erg giftig en indien u aan de rand van een weide woont of zelf dieren houdt, dan is het voorzichtiger om geen taxushaag te planten of die op veilige afstand van de weide te zetten. En zeker geen snoeiafval in de weide te kieperen. Ik kan me echter moeilijk inbeelden dat mensen zomaar op taxustwijgjes beginnen te kauwen. Zelfs kleine kinderen, zo is toch mijn ervaring, vinden die stekelige takjes weinig aantrekkelijk. Iets anders zijn natuurlijk de felrode bessen - eigenlijk zijn het schijnvruchten, zaadrokken - die aan het einde van de zomer verschijnen en die wél verleidelijk kunnen zijn voor een kleine kinderhand. Die zaadrokken zijn een lekkernij voor bepaalde vogels en zijn ook eetbaar voor de mens. Maar de zaadjes die erin zitten zijn uiterst giftig. Enkele zaadjes kunnen reeds dodelijk zijn !

Betekent dit dat we taxus maar beter uit onze tuin kunnen weren? Ik vrees dat onze tuinen (én huiskamers) er dan wel erg pover zouden uitzien. Ongeveer de helft van onze courante tuin- en kamerplanten zijn giftig tot zeer giftig. Wie heeft er bijvoorbeeld ooit al bij stilgestaan dat het prachtige meiklokje (Convallaria majalis) zo giftig is dat zelfs het water waarin het heeft gestaan, vergiftigingsverschijnselen kan veroorzaken ? Ze mogen dan wel heerlijk geuren, maar in een gesloten kamer kan die geur hoofdpijn en braakneigingen opwekken. En wie zou bij het zien van riddersporen (Delphinium of Consolida) eraan denken dat die dodelijk kunnen zijn voor koeien, net zoals trouwens ook boterbloemen (Ranunculus acris)? Moeten we dan meteen ook maar alle boterbloemachtigen - zoals kerstrozen, anemonen, clematis, pioenrozen, enz. - uitrukken en verbranden? En wat zullen we in de plaats zetten? De bezorgde vaders en moeders die in plaats van hun taxus een haagje van laurierkers, liguster, thuja, berberis of hulst hebben geplant, beseffen waarschijnlijk niet dat die ook giftig zijn. Om van buxus nog te zwijgen. Een tiental besjes van de hulst volstaan voor min of meer erge maag- en darmklachten, enkele besjes van de liguster kunnen een pijnlijke diarree en stuipen veroorzaken, thuja kan tot ernstige lever- en nieraandoeningen leiden en de bladeren en de zaden van laurierkers kunnen spierkrampen en hartritmestoornissen veroorzaken. 500 g buxusblaadjes is dodelijk voor varkens, bij de mens zou 10g al volstaan. Ook de zo populaire klimop (Hedera) is een uiterst giftige plant : 2 of 3 bessen volstaan om een gastro-enteritis te veroorzaken. In ernstige gevallen kan een ademhalingsdepressie zelfs leiden tot de verstikkingsdood !

Ook appels, perziken en abrikozen, pruimen en lijsterbes horen niet thuis in de gifvrije tuin. Een halve kop appelpitten zou dodelijk kunnen zijn voor de mens. Er zijn gevallen beschreven van koeien die overleden na het eten van grote hoeveelheden afgevallen appelen in een boomgaard. Een tiental pitten van de abrikoos en de perzik zou ernstige vergiftigingsverschijnselen kunnen veroorzaken bij mens en dier. Ook het perzikblad is giftig voor dieren en het wordt daarom afgeraden om die bomen aan te planten waar dieren grazen. Zelfs aardappelen en tomaten kunnen gevaarlijk zijn. Zowat alle delen van deze planten (bessen, bloemen, stengels, bladeren en onrijpe vruchten) zijn giftig.

De tuin zit vol gevaren. Zijn het de planten niet, dan loeren er wel andere gevaren om de hoek. Een vergeten snoeischaar, een wespennest of een besmette tekenbeet, een onbeschermde vijver. Het is een waanidee te denken dat men een absoluut risicoloze tuin zou kunnen maken. Zoals het ook een waanidee is om in een absoluut risicoloze maatschappij te willen leven.

Mij lijkt het een betere politiek om kinderen van jongsaf vertrouwd te maken met de risico's van de tuin, zoals men kinderen ook leert dat een hete kookplaat of een auto gevaarlijk is. Voor een aantal planten is dat geen probleem - ik kan me moeilijk inbeelden dat kinderen een aronskelk, een yucca, een hulstblaadje of een taxustak in de mond steken. Maar de bessen van taxus en hulst en de erwtachtige vruchten van goudenregen ogen bijvoorbeeld al veel verleidelijker. Omdat het moeilijk is om kleine kinderen te leren wat wel en niet kan, is de beste gedragslijn hen in het begin consequent te verbieden om ook maar iets in de tuin in de mond te steken, en uiteraard zelf het goede voorbeeld te geven. Vanaf 5, 6 jaar kan men ze dan stilaan leren het onderscheid te maken tussen wat eetbaar en giftig is. Maar zelfs dan zijn ongelukken natuurlijk nooit uit te sluiten.

We mogen de gevaren van giftige planten echter niet overdrijven. Bij het Antigifcentrum te Brussel noteerde men tussen 1979 en 1997 weliswaar een stijging van het aantal vergiftigingen door planten van 2,6% tot 5,4% (2.761 aanvragen) van het totaal aantal gerapporteerde vergiftigingsgevallen. Bij kinderen ligt het risico iets hoger. Kinderen beneden vier jaar lopen bijna evenveel risico op een plantaardige vergiftiging als alle andere leeftijdsgroepen samen. Maar zelfs dan gaat het om relatief kleine aantallen: in 1997 kreeg het Antigifcentrum 8,8% oproepen voor kinderen met betrekking tot planten. 40,5% van de oproepen betrof echter geneesmiddelen en 29,5% huishoudproducten. Moeten we dan maar meteen ook alle geneesmiddelen en wasproducten uit het huis verwijderen?

Onderschat

Worden de gevaren van giftige planten in de tuin meestal overschat, dan zijn er andere plantaardige risico's die vaak worden onderschat of zelfs totaal worden miskend. Zo'n onderschat gevaar zijn fototoxische planten, een moeilijk woord om te zeggen dat ze stoffen bevatten die in combinatie met zonlicht verbrandingen kunnen veroorzaken. Het bekendste voorbeeld is wellicht de reuzenberenklauw die welig tiert langs spoorwegbermen en autostrades, maar die ook door sommige natuurtuiniers wordt gekoesterd. Het is een van de weinige planten die ik nooit zou aanplanten in een tuin waar ook wel eens kinderen vertoeven (een andere plant is de goudenregen, Laburnum anaguroides, waarvan de giftige zaaddozen als twee druppels water lijken op een erwtenpeul). Het aanraken van de plant bij zonnig weer kan al brandwonden veroorzaken, wanneer het sap op de huid komt kunnen zelfs brandwonden tot de eerste graad ontstaan. In tegenstelling tot wat vele natuurtuiniers denken is ook onze inheemse berenklauw (Heracleum sphondylium) een gevaarlijke brandplant die je maar beter niet met blote handen aanraakt.

Het verraderlijke van deze planten is dat je - in tegenstelling tot bv. brandnetels - niets voelt als je ze aanraakt en de gevolgen pas zichtbaar worden als de zon schijnt, soms enkele uren later. Ik heb het elk jaar een paar keer zitten, meestal vrij onschuldig, maar toch ook al enkele keren zo erg dat ik voor alle veiligheid een dokter raadpleegde.

In de 'Giftige Plantengids' van Marcel De Cleene (zie hieronder) telde ik, naast de berenklauw, meer dan 20 courante tuinplanten die dergelijke verbrandingen kunnen veroorzaken en die in haast alle tuinen voorkomen. De modieuze vuurwerkplant (Dictamnus albus) is zo'n gevaarlijke brandplant. Vooral de decoratieve zaaddozen zijn erg gevaarlijk. Ik daag u uit om een plantengids te vinden waarin daarvoor wordt gewaarschuwd. Je leest wel dat de bloemen en de vruchten branden als een fakkel als ze worden aangestoken, maar dat ook uw huid er van gloeit als vuurwerk is blijkbaar geen nuttige informatie. Ook wijnruit (Ruta graveolens), engelwortel (Angelica), duizendblad (Achillea millefolium), duizendknoop (Persicaria), zijn allemaal planten die bij aanraking of contact met het sap brandwonden kunnen veroorzaken, maar waarover met geen woord wordt gerept in plantengidsen.

Ook contact met het blad, het zaad of het sap van sommige veel voorkomende onkruiden zoals akkerwinde (Convulvus arvensis) witte klaver en bastaardklaver, herderstasje, Sint-Janskruid (Hypericum perforatum), agrimonie, herik en wikke kun je maar beter vermijden. Wanneer je in de lente fluitenkruid wil plukken om een natuurlijk ogende bloemencompositie te maken, dan draag je best handschoenen.

Zelfs sommige groenten kunnen fototoxische reacties veroorzaken. Dat is ondermeer het geval met selder, pastinaak, wortel en de populaire raketsla. Raketsla kan zelfs huidaandoeningen veroorzaken door er van te eten. Ook vijgen pluk je beter niet met blote armen omdat het blad fototoxisch is.

Een ander onderschat probleem is hooikoorts. Hooikoorts mag dan een algemeen bekend verschijnsel zijn, bij de aanleg van tuinen en zeker van publieke parken en plantsoenen wordt er zelden of nooit rekening mee gehouden. Terwijl de gevolgen dikwijls erger zijn dan vele vergiftigingsgevallen en alleszins veel meer mensen treft. Men kan er ook niet aan ontsnappen: van giftige planten kan men afblijven, de enige remedie tegen hooikoortsplanten is binnenblijven.

Giftige plantengids

Prof. Dr. Marcel De Cleene is wetenschapsvoorlichter van de Universiteit Gent. Enkele jaren geleden publiceerde hij een gids van giftige planten die zopas in een volledig herwerkte versie opnieuw is verschenen. Het grootste deel van het boek - ruim 200 bladzijden - is gewijd aan een gedetailleerde beschrijving van giftige en verdachte planten. Het gaat zowel om kamer- als tuinplanten, maar ook om wilde planten die bij ons voorkomen.

Een plant wordt als giftig beschouwd wanneer het innemen van een betrekkelijk kleine hoeveelheid zaad, wortel, blad, stengel, vrucht of sap inwendig of uitwendig schade kan toebrengen bij mens of dier. Van elke beschreven plant worden de voornaamste kenmerken gegeven zodat identificatie mogelijk is, meestal is er ook een foto, de vindplaats wordt aangegeven, de giftige bestanddelen en de types gifstof worden opgesomd, de mate van giftigheid voor mens en dier wordt aangeduid en er worden een aantal tips voor EHBO gegeven.

Het boek besluit met een aantal overzichtslijsten van planten die huidreacties kunnen veroorzaken, die de smaak van de melk van koeien en andere diersoorten kunnen benvloeden of de melkproductie kunnen afremmen.

M. De Cleene, Giftige plantengids, Uitg. Tirion Uitgevers Baarn-Aalst, 2000, ISBN 90 52 10 308 9, 1.390 fr.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234