Maandag 26/09/2022

straatblog

De Turken veroveren het Gravensteen

null Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Journalist Tim F. Van der Mensbrugghe schrijft op regelmatige basis over wat hij hoort, ziet en meemaakt in 'zijn' Gent. Met enige verbazing heeft hij vastgesteld dat de Turkse Gentenaars echt deel zijn gaan uitmaken van de stad, zodanig zelfs dat je er bijna niet meer op let.

OPINIE

Jaren geleden was ik getuige van een geestig tafereel. Een jongeman had de Mercedes van zijn vader in het autovrije centrum geparkeerd, in het straatje naast de Sint-Michielshelling. Twee agenten stonden hem zonder pardon op de bon te zwieren. De jongen bestudeerde bedeesd zijn schoentippen terwijl zijn moeder de flikken toesprak.

"Maar allez, madam, mijne man komt subiet onzen auto oppikken, ge moet gij nu toch geen boete uitschrijven omdat mijne zoon hem hier vijf minuten geparkeerd heeft?", reclameerde de vrouw tegen een agente. "We staan wij toch in niemand zijne weg."

De dame, ik schatte haar ergens in de veertig, sprak heerlijk plat Gent. Dat was opmerkelijk, want ze droeg een bruine wollen mantel tot aan haar enkels en haar haar zat verstopt onder een hoofddoek.

Van 't weekend zag ik een heel ander soort moeder door de Sleepstraat marcheren, op weg naar de Vrijdagmarkt. Modern gekleed, zonder hoofddoek, en half aan het zicht onttrokken door een wolk parfum. Er drentelden vier kindjes rond haar. Allen hadden ze onmiskenbaar Turkse roots - u weet wel, die licht Mongoolse trekken die de Turkse volkeren geërfd hebben van hun voorvaderen die als nomaden over de Aziatische steppen zwermden en die hen tot vandaag onderscheiden van Arabieren en Noord-Afrikanen.

De taal van dit gezinnetje was het Nederlands, met de lokale tongval, maar geen plat Gents. De moederkloek waarschuwde de hummeltjes in het Nederlands voor het verkeer en in het Nederlands babbelden de kinderen tegen elkaar. "Kom, een handje geven", sprak een meisje tegen haar jongere zusje voor ze de straat overstaken.

In de Langemunt kwam ik Tina tegen met haar driejarige dochtertje. Tina is zo Gents als iets en haar man ook, maar hij heet wel Yilmaz en hij is pas sinds de Gentse Lente ex-allochtoon. Hun meisje zou je door haar mooie blauwe ogen nooit van allochtone sympathieën verdenken, maar statistieken maak je niets wijs.

Op Facebook maakte Tina zich enkele maanden geleden nog druk over de berichtgeving over Turkse Gentenaars. "Ergert niemand anders zich hier blauw aan? Deze week klinkt het eerst 'Turk vermoordt vrouw' (terwijl het over een Belg van Turkse origine ging) en twee dagen later 'Juwelier overvallen' (zonder vermelding van zijn Turkse afkomst). Dan kunnen we beter gewoon het woord 'allochtoon' terug invoeren als je het mij vraagt", schreef ze toen verontwaardigd.

Maar nu straalde Tina. Over drie weken voegen zij en Yilmaz een nieuwe Gentenaar met Turkse roots toe aan de statistieken. Hun zoontje zal de Turks-Gentse bloedbanden weer wat inniger aanhalen. (Laten we hen alvast veel geluk wensen!)

Tijdens mijn wandeling door het Gentse centrum viel er werkelijk niet te ontkomen aan de Anatolische aanwezigheid. Twee BMW's parkeerden met zwier op het Veerlepleintje - pertank geen parking. Uit de wagens kwam een massa adolescenten gestroomd: jongemannen in te hippe kostuums, jonkvrouwen in kleedjes zo kleurig dat het pijn deed aan de ogen. Turken met een neus voor kitsch, dat kon niet missen. Het groepje escorteerde een bruid in wit hoepelkleed naar de overkant van de straat, waar het trotse Gravensteen staat. Zij was de enige dame die enigszins gesluierd was - en niet volgens de islamitische traditie.

Het groepje huppelde het Gravensteen binnen, want Gentenaars die dat willen, kunnen zich laten trouwen in de ridderzaal van de eeuwenoude burcht.

Ik weet niet of de trouwlustigen beseft hebben hoeveel dramatische ironie er tijdens hun ja-woord samengekomen is. Het Gravensteen is gebouwd naar het voorbeeld van de versterkte kastelen die de kruisvaarders in het huidige Syrië neerpootten. De kruisvaarders waren toeristen avant-la-lettre, maar dan van het zéér onbeleefde soort. En kijk, nu palmen de Turken onze ridderaal in, niet met hun gevreesde kromzwaarden, maar met blitse kleren uit de boetiekjes van de Sleepstraat.

Omdat ik tijdens mijn omzwervingen in de bossen van Lembeke steevast achtervolgd word door een onveiligheidsgevoel, moest ik in de A.S. Adventure nog een zakmes kopen. (Een heel kleintje maar, mijn onveiligheidsgevoel stelt echt niet veel voor.) Het meisje aan de kassa was - ze zitten tegenwoordig overal - eveneens van Turksen bloede.

"Hebt u een klantenkaartje, meneer? Dank u. O, ik zie dat u ook een lidkaart hebt van de VAB. Als u die even geeft, krijgt u nog 5 procent korting", zei ze in Gents met een licht Turkse tongval.

Terwijl ik met een fel verminderd onveiligheidsgevoel terug naar huis wandelde, bedacht ik dat het stilaan in orde komt met de integratie van de Turkse gemeenschap in Gent. Het stedelijke weefsel heeft hen opgezogen. Het zijn burgers die in de eerste plaats Gentenaar zijn en dan al de rest.

Als nu ook nog eens de Turkse jonge gasten zich zouden leren gedragen op de tram. Met hun luidruchtige exotische klanken altijd. Is het werkelijk te veel gevraagd om andere reizigers op de zenuwen te werken in schoon Vlaams, zoals onze inheemse pubers doen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234