Maandag 04/07/2022

InterviewDitte Van de Velde

‘De verjaardag van mijn tumor vierden we met feesthoedjes’

Ditte Van de Velde. Beeld Wouter Van Vooren
Ditte Van de Velde.Beeld Wouter Van Vooren

‘Voor je ziek wordt, denk je dat je nog jong en dynamisch bent, tot je ineens gewassen wordt door een verpleger, op onzalig vroege uren.’ Ditte Van de Velde, gewezen hoofdredacteur van onder meer Libelle en Flair, beschrijft in het boek Kam je haren, groet de ochtend (ook wanneer ik er niet meer ben) wat kanker met je lijf en leven doet.

Mark Coenen

“Ik heb helemaal geen groene vingers, dit is echt de eigen wil van die planten”, zegt Ditte Van de Velde als ik haar complimenteer met haar prachtige stadstuin. Daar hoort een nog mooier huis bij, in de buurt van het indrukwekkende, bijna gerestaureerde Museum van Schone Kunsten in Antwerpen. Je merkt dat hier mensen wonen die van Portugal houden: de living hangt vol foto’s van het land.

Van de Velde werkt al dertig jaar in de media en landde na een carrière die haar langs onder meer Humo, Bonanza, Libelle, Flair en Dag Allemaal leidde in televisieland, waar ze nu de carrière van foodblogger en VTM- en RTL-kok Loïc Van Impe mee in goeden banen leidt.

Maar ik ben niet aan haar keukentafel komen zitten om het over Loïc Van Impe te hebben, maar over haar boek.

Kam je haren, groet de ochtend (ook als ik er niet meer ben): zo heet het. Het vertelt het verhaal van een vrouw die plots te horen krijgt dat ze een groot, kwaadaardig gezwel heeft op een nier. Het is een combinatie van een verslag van de ziekte en tegelijk een ode aan haar twee dochters, gelardeerd met grappig geformuleerde levenswijsheid en veel relativerend zelfinzicht.

“Mijn brein is een raar ding”, zegt ze. “Ik moet heel hard mijn best doen om aan de slechte dingen te denken, ik heb daar vaak geen herinneringen aan. Ik krijg alleen maar goeie herinneringen binnen. Ook bij mijn scheiding was dat zo, zo erg zelfs dat ik op een bepaald moment dacht: maar waarom ben ik eigenlijk gescheiden? (lacht) Mijn dokter zei dat dat mijn karakter is: andere mensen krijgen de negatieve dingen eerst binnen, bij mij is dat omgekeerd. Ik moest echt op zoek naar het slechte.”

Bad van goedgezindheid

“Ik ben ooit in mijn leven in een bad van goedgezindheid gevallen”, schrijft ze in haar boek. Vorig jaar moest ze echter niet op zoek naar het slechte, dat vond haar.

Toch is het zeker geen donker boek, het is bij wijlen heel grappig maar ook heel eerlijk: tussen de mopjes door lees je de twijfels en de vertwijfeling, het eenzame gevoel dat een zieke mens uiteindelijk niet kan delen met anderen.

Naast haar kinderen speelt de huiskat een rol in het boek. Die draait ook tijdens het interview parmantig om haar heen, als hij tenminste niet vraagt om naar buiten te mogen of zich lui uitstrekt op de salontafel.

Van de Velde: “Maak kennis met Schelen Barry. Hij woonde twee huizen verder en besliste uiteindelijk zelf om hier te komen wonen. Plots zat hij voor mijn achterdeur. We hadden net beslist dat we niets in huis zouden nemen dat op termijn zijn eigen kak niet kon opkuisen, maar hij hield vol. Hij is wel heel asociaal, we hebben ooit geprobeerd om er een tweede kat bij te zetten maar dat was een ramp.”

Van de Velde: ‘Het is eigenlijk een cadeau als je weet dat je gaat sterven, ­omdat je dan toch nog een beetje controle hebt over wat je daarmee doet.’  Beeld Wouter Van Vooren
Van de Velde: ‘Het is eigenlijk een cadeau als je weet dat je gaat sterven, ­omdat je dan toch nog een beetje controle hebt over wat je daarmee doet.’Beeld Wouter Van Vooren

Je schrijft wel dat hij vlak voor je de diagnose kreeg op je schoot kwam liggen, alsof hij iets voorvoelde.

“Dat was heel raar. Het is een kat die dat in de twaalf jaar dat hij hier is, nog nooit gedaan had. Ik kon niet gaan liggen of hij kwam erbij liggen. En daarna kwam hij zelfs op mijn bed slapen, alsof hij over mij wou waken. Die dieren hebben blijkbaar toch een soort van antenne voor onheil.”

Proficiat met je boek, dat ondanks het zware onderwerp heel lichtvoetig is. Ik heb het graag gelezen.

“Jij hebt zonder het te weten ook een rol gespeeld in het ontstaan ervan: vorig jaar postte je onder een van mijn berichten op Facebook waarin ik het had over wat ik meemaakte: ‘Blijven schrijven’. Met een uitroepteken. Dat heb ik dan maar gedaan.” (lacht)

Soms post een mens weleens verstandige dingen op sociale netwerken. Je vertaalt je sores in prachtige metaforen en spreuken, al liggen die soms dicht bij Phil Bosmans. Maar dat is niet erg, ik ben fan van de man. Je noemt de kanker ‘de hinderlijke hindernis’ en hij zag er blijkbaar uit als een feestmuts.

“Ik zat bij de uroloog na de MRI-scan en die draaide zijn scherm naar mij en toen dacht ik: precies een feesthoedje. (lacht) Terwijl er niets te vieren viel. Een jaar later vierden we de verjaardag van mijn kanker met feesthoedjes. Natuurlijk. Het zijn allemaal pogingen om vorm te geven aan mijn gevoelens bij die ziekte en om mezelf tegelijk te relativeren.”

Je gaat meteen heel diep. Vanaf pagina één weet de lezer: dit verhaal kan heel slecht aflopen.

“Toen ze het gezwel ontdekten, eigenlijk per ongeluk, zei de spoedarts: ‘Ik kan alleen maar zeggen dat het heel groot en kwaadaardig is, meer niet.’ Toen dacht ik, half in paniek: hoezo, ‘meer niet?’

“Zij zorgde er gelukkig wel voor dat ik snel naar de uroloog kon, maar daar zat toch nog een week tussen. In die week heb ik mijn boekhouder gebeld om te checken wat er met mijn bedrijf ging gebeuren en mij afgevraagd hoe mijn kinderen verder moesten.

“Ik was er op dat moment helemaal van overtuigd dat mijn leven dat jaar zou stoppen en raar maar waar, ik vond daar ook een soort van rust in. Het is eigenlijk een cadeau als je weet dat je gaat sterven, omdat je dan toch nog een beetje controle hebt over wat je daarmee doet. Als ik hier buitenstap en onder een vrachtwagen terechtkom, zou het plots voorbij zijn. Weg controle.”

Het is wat Arno aan het doen is en wat voor hem onze Stijn De Paepe deed: ze regisseren hun eigen requiems, nog voor ze dood zijn.

“Dat kan alleen als je echt weet dat het een onherroepelijk aflopende zaak is.”

Het boek is ook een ode aan jouw twee dochters, terwijl je met het krijgen van kinderen niet erg bezig was, schrijf je in je boek. Maar je bent wel echt een voorbeeld van een moderne mère poule, een moederkloek.

“En toch stonden kinderen niet in mijn businessplan, zal ik maar zeggen. (lacht) Ik had in het begin geen groot moedergevoel, maar mijn kinderen hebben mij zoveel gegeven en hebben mij gemaakt tot de Ditte die ik nu ben.”

“Als er vroeger op de redactie iemand trots haar verse baby kwam laten zien, bleef ik gewoon achter mijn bureau zitten. Toen Billie geboren werd hebben wij een jaar naar elkaar zitten kijken, ons afvragend wat we nu met elkaar moesten. Ik weet nog dat ik tegen een vriendin zei toen Billie drie maand was: ‘Wie weet is het best dat iemand haar komt halen, dat is misschien beter voor het kind.’ (lacht) Mijn man was veel meer moeder dan ik.

“Ik denk ook dat het daarom is dat Billie zo’n vrolijk kind is: die is ieders vriend, nooit slechtgezind. Soms denk ik dat dat komt omdat ze vanaf kleins af aan aan mij heeft moeten bewijzen: ‘Kijk, mama, ik ben wel de moeite, ik ga het u niet moeilijk maken!’

“Toen ik een tweede keer zwanger werd, zei mijn moeder dat de kans dat ik nog zo’n brave baby zou krijgen die meteen doorsliep onbestaande was. En toen bleek dat Robin, onze tweede dochter, eigenlijk nog makkelijker was. We hadden heel snel door dat Robin eigenlijk een papegaai was: als ze niet wilde slapen legden we gewoon een laken over haar hoofdje. Die sliep daardoor zowat overal. (lacht)

“De onvoorspelbaarheid van zo’n kind maakt dat je je sneller aanpast. Kinderen leren je ook jezelf te relativeren. Ik had dat vermogen waarschijnlijk al wel in mij, maar zij hebben dat wakker gemaakt. Ik was zelf een heel verlegen kind, verborg mij achter de rok van mijn moeder. Mijn vader is heel jong gestorven, op zijn 52ste, ik was toen 23. In drie maanden ging hij van van een levenslustige reus naar… niets. Ook toen en daar heb ik beseft: als ge uw ticketje krijgt, kan het snel gedaan zijn. Ook dat heeft mij helpen relativeren.

“De kinderen zijn zo ook opgevoed: samen leven is samen delen, rommel is oké, niet te veel regels, voor het naar school gaan was er altijd nog tijd om een tekening te maken.”

Ditte Van de Velde: ‘ Ik was bij momenten bang dat ik mijn creativiteit had afgegeven. Ik dacht letterlijk: misschien zat die wel in die nier die nu weg is.’ Beeld Wouter Van Vooren
Ditte Van de Velde: ‘ Ik was bij momenten bang dat ik mijn creativiteit had afgegeven. Ik dacht letterlijk: misschien zat die wel in die nier die nu weg is.’Beeld Wouter Van Vooren

Ziek zijn maakt ook nederig. Dat beschrijf je mooi.

“Dat is zo. Voor je ziek wordt, denk je dat je nog jong en dynamisch bent, tot je ineens gewassen wordt door een verpleger, op onzalig vroege uren. Je beseft plots dat je het met dat ene lichaam moet doen , zelfs als je vindt dat je geen strakke buik en een dik gat hebt en dat je haar veel te dun is. Dat is confronterend, maar goed: een les in nederigheid is nooit slecht.”

Een ziekte neemt veel weg, maar je krijgt ook terug. Het enige wat je echt kwijt bent, is ego en in jouw geval een nier van ongeveer 500 gram.

“Ik ben recent naar de laatste controle gegaan en verwachtte daar eerlijk gezegd een kort applausje. Maar de dokter zei dat hij mij nog de volgende negen jaar als kankerpatiënt zag. Dat vond ik wel heel raar en zorgelijk, zeker omdat hij net daarvoor had gezegd dat alles weg was en de operatie 100 procent geslaagd was. Voor mij is het het een of het ander. Dat is iets wat je moet willen begrijpen.

“Jammer genoeg is het zo - tenminste, dat is mijn ervaring met de mensen in mijn omgeving - dat weinig mensen die ooit kanker hebben gehad, zullen sterven aan een andere oorzaak. De kanker komt dikwijls terug, misschien alleen niet op dezelfde plek. Je weet dat dat op je overlijdensakte zal staan, tenzij je overreden wordt natuurlijk. (lacht) Gelukkig denk ik daar niet elke dag aan.

“Wat ik ook niet heb, is dat ik na mijn kanker iets fundamenteel anders ben gaan doen. Meer gaan wandelen, meer in roze gewaden rondlopen (lacht): dat heb ik allemaal niet. Ik vraag me af of ik dat nog ga krijgen. Ik was ook heel content met mijn leven daarvoor, ik had niet het gevoel dat ik iets moest inhalen. Ik was nadien wel helemaal uit mijn ritme, omdat ik de adrenalineshot van elke dag te gaan werken niet meer kreeg. Pas dan voelde ik hoe moe je eigenlijk bent na zo’n operatie.”

Je suggereert anders wel dat er echt iets veranderd is: de oude Ditte is er niet meer, schrijf je.

“Ik denk dat het aan het wegebben is, maar toch. Ik maakte voor mijn ziekte twintig, dertig foto’s per dag, tekende veel en maakte vakantieboekjes met tekeningen en knipsels. Dat lukte mij allemaal niet meer na de operatie. Ook lezen ging niet meer. Ik was bij momenten bang dat ik mijn creativiteit had afgegeven. En ik dacht letterlijk: misschien zat die wel in die nier die nu weg is. Ik probeerde creatief te zijn en het lukte niet meer.”

De nier is het reservoir van het verdriet, schrijf je ook.

“Het is ook de vraag of het dat alleen was. De dag voor mijn diagnose had ik net de eerste aanbetaling gedaan om mijn huis terug te kopen. Fuck, dacht ik, nu heb ik net een huis gekocht en dat is eigenlijk voor niks.

“Misschien lag het verlies aan creativiteit ook niet aan die nier, maar wilde ik het graag daarop steken. Ik zocht uitvluchten, besefte ik. Ik propte alle miserie in dat feesthoedje. (lacht) Terwijl bij andere mensen een pakketje miserie de creativiteit aanwakkert, werd die bij mij stilgelegd. Daar werd ik wel angstig van.

“Maar dankzij Facebook en die herinneringen die je daarop vindt, weet ik dat ik vijf jaar geleden wel nog creatief was. Daar ben ik dan weer trots op. Ik put er moed uit. Dat is ook al iets.” (lacht)

Je twijfelt je in je boek opvallend sterk aan jezelf: ‘Gaan de mensen mijn boek nu echt goed vinden?’

“Zelfs toen het de deur uit was, had ik zoiets van: ik kan het nog altijd intrekken, ik heb nog geen contract getekend. En daarna dacht ik: misschien is het niet zo erg dat het boek niet goed is, dan gaan de mensen mij ook niet echt missen als ik er niet meer ben. Dat gebruikte ik als een excuus: zo belangrijk is het allemaal niet. Zo belangrijk ben ik niet.”

Er zit veel diepte aan de oppervlakte. Het moeten toch niet alleen filosofische traktaten zijn, toch?

“Ik hoop dat de lezers iets aan het boek gaan hebben: een kleine wijsheid ontdekken als je leest, is altijd een heel leuk gevoel. En ik hoop dat veel mensen dat gaan doen.”

Ditte Van de Velde, Kam je haren, groet de ochtend (ook wanneer ik er niet meer ben),Lannoo, 136 p., 22,99 euro.

null Beeld RV
Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234