Woensdag 17/08/2022

De visionair blikt terug

Het enige wat door de jaren heen omtrent Bob Dylan boven elke twijfel verheven leek, was dat hij een mediaschuw genie was, iemand die het buiten de context van zijn songs bepaald ongraag over zichzelf had en bijgevolg zelden interviews toestond. Het eerste deel van zijn autobiografie zou wat verheldering moeten brengen. door Christophe Vekeman

Bob Dylan

Kronieken

Oorspronkelijke titel: Chronicles

Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 304 p., 19,90 euro.

Elfriede Jelinek is voor mijn part een uitstekende keuze, maar ook Bob Dylan verdient het de Nobelprijs Literatuur te krijgen: hij en niemand anders heeft het halverwege de jaren zestig voor elkaar gebracht de 'lichte' muziek op zodanige wijze boven zichzelf te laten uitstijgen dat songs, en zeker songteksten, een volwaardig, geheel nieuw literair genre vormden. Op lp's als Highway 61 Revisited en Blonde on Blonde staat in elk nummer de taal centraal, en dansen Dylans mateloze woorden als het ware op een van muziek vervaardigde piëdestal. Al zal Dylan zelf de eerste zijn om het te ontkennen, zijn muziek léék althans in functie te staan van zijn teksten. Hoe dan ook, een couplet als "Well, the sword swallower, he comes up to you/ And then he kneels/ He crosses himself/ And then he clicks his high heels/ And without further notice/ He asks you how it feels/ And he says, 'Here is your throat back/ Thanks for the loan'" heeft het allicht nog in zich om zelfs mensen die nog nooit (iets) van Dylan gehoord zouden hebben ervan te overtuigen hoe buitengewoon mooi en veelzeggend woorden wel niet kunnen zijn, mits in de juiste volgorde gerangschikt natuurlijk. Heeft Bob Dylan dan ook een even grote impact gehad op de hedendaagse poëzie als op de folk-, pop- en rockmuziek? Nee. Helaas niet. Maar wie weet, misschien ligt het deels daaraan wel dat geen zinnig mens het nog de moeite waard vindt om geschreven gedichten te lezen... Dylan publiceerde twee boeken. Het eerste, Tarantula, verscheen in 1970 en was een uitzinnig romanexperiment in vergelijking waarmee bijvoorbeeld Nova Expres van William S. Burroughs een gedegen, klassieke pageturner lijkt. Ondanks de sfeer van overmatig speedgebruik en bijbehorende slapeloosheid die het boekje uitademde, lagen maar weinig mensen er naar het schijnt wakker van. Wat niet gezegd kan worden van Chronicles, dat net als de Nederlandse vertaling ervan vandaag in de winkel ligt. Kronieken immers, al begint het boek als was het een van de pot gerukte hardboiled roman ("Lou Levy (...) nam me mee in een taxi naar de Pythian Temple (...) en daarna naar het restaurant van Jack Dempsey op de hoek van 58th Street en Broadway, waar we gingen zitten in een hoekje op een met rood leer beklede bank bij het raam. Lou stelde me voor aan Jack Dempsey, de grote bokser. Jack zwaaide zijn gebalde vuist in mijn gezicht") is het eerste deel van de autobiografie van Bob Dylan, de man die door de jaren heen een enigma is gebleven.

Eerste vraag: is het een goed boek? Wel, Kronieken is een meesterwerk. Aan de typemachine heeft duidelijk the freewheelin' Bob Dylan gezeten, die vol geestdrift van de hak op de tak springt en chronologie ondergeschikt maakt aan het wild meanderende pad waarover zijn brein en geheugen hem terug in de tijd voeren. Maar hoe fluks hij ook van hot naar her springt, hij komt toch altijd opnieuw op zijn pootjes terecht, en algauw wordt het je duidelijk dat hij perfect weet wat hij doet. Indrukwekkender echter nog dan de bewust chaotische en tegelijkertijd toch strakke, zeg maar Dylaneske structuur van het boek, is de stijl die hij hanteert en die soms aan Hemingway doet denken. "Alles wat je zegt, zeg je op een armzalige manier", staat er ergens. Een waarheid als een koe, maar als Kronieken een weide zou zijn, veel zou er voor het arme dier niet in te grazen vallen. Een willekeurig voorbeeld van Dylans niet-emotionele, maar van zo grote gevoeligheid getuigende beschrijvingskunst, over de magie van New Orleans: "De nacht kan je verzwelgen, maar het is niks persoonlijks. Elke straathoek houdt de belofte in van iets gedurfds, iets ideaals en dan gaat er gewoon van alles gebeuren. Er schuilt iets obsceen vrolijks achter iedere deur, of iemand die met het hoofd in zijn handen zit te huilen. Er hangt een loom ritme in de dromerige lucht en de atmosfeer trilt van vervlogen duels, romances uit een vorig leven, kameraden die kameraden verzoeken ze ergens mee te helpen. Je kan het niet zien, maar je weet dat het er is. (...) Er zijn veel plaatsen waar ik van hou, maar van New Orleans hou ik meer."

Het zal kortom slechts weinigen verbazen, maar goed, Kronieken bewijst het meer dan driehonderd pagina's lang en zal mogelijke sceptici moeiteloos het hoofd doen buigen in deemoed: Dylans proza is haast even krachtig, beeldrijk en grappig als de vele honderden songteksten die hij tot dusverre heeft geschreven.

Andere vraag: is het boek ook een aanrader? Sowieso natuurlijk wel voor alle mensen voor wie ieder woord en elke kreun van de meester niets meer of minder betekenen dan een heus godsgeschenk. Heel zeker ook nog voor degenen die in de ogen van bovengenoemden onwetende leken zijn en bij ontstentenis van minstens veertig bootlegs in hun platenkast het predikaat 'fan' eigenlijk niet verdienen, doch los daarvan Dylans werk en levensloop toch tamelijk goed kennen en er oprecht in geïnteresseerd zijn. Maar wat de anderen betreft, laat ik het zo uitdrukken: Kronieken lijkt in niets op The Dirt, het schandaalboek over Motley Crüe. Er staan geen straffe verhalen in, er komen geen groupies in voor, en echt verbijsterende onthullingen hebben er ook al geen plaats in gekregen. Wiens fascinatie dus niet specifiek naar Dylan uitgaat, maar naar 'het leven van een rockartiest', zal zijn honger naar sensationeel spektakel na verloop van tijd dermate luid horen knagen dat zijn concentratievermogen het zal begeven en hij het boek noodgedwongen opzij zal leggen. Daarbij komt dat Dylan uitermate karig is met randinformatie zoals data en titels van zijn eigen songs en lp's, zodat het wellicht niet voor iedereen even evident zal zijn om tout court gemakkelijk te vólgen. "Ik bracht een album uit (een dubbel-lp). Alles wat ik bedenken kon, smeet ik tegen de muur en wat bleef plakken, bracht ik uit." Dat wij ons op dit moment in 1970 bevinden, wordt nergens met zoveel woorden gezegd, noch dat het hier gaat over Selfportrait. Ander voorbeeld: dat de (niet bij naam genoemde) echtgenote van Dylan in hoofdstuk drie niet dezelfde (niet bij naam genoemde) vrouw is die zich in hoofdstuk vier, zeventien jaar later, aan Bobs zijde ophoudt, valt ronduit nergens uit af te leiden, zodat lezers die niet op de hoogte zijn van de echtscheiding tussen Dylan en Sara Lownds in 1977, overgeleverd zijn aan hun eigen vermoedens en giswerk. Ik bedoel, Kronieken is zeker een aanrader, voor jong en oud en al wie je wilt, maar vooral toch voor degenen die ooit al eens een biografie over Dylan hebben gelezen, - Down the Highway van Howard Sounes, bijvoorbeeld, thans voor een prikje in De Slegte.

Nieuwe vraag: biedt Bob Dylan de lezer van zijn autobiografie een eerlijk en waarheidsgetrouw aandoend beeld van zichzelf? Ontegensprekelijk, al houdt hij dan zelf de lezer voor ogen dat "de enige waarheid die er op aarde bestaat, is dat er geen waarheid op aarde bestaat". Maar zijn gedetailleerde openhartigheid, de evocatie van zijn vele twijfels, maar ook van zijn zelfverzekerd geloof in zijn talent en zijn besef van het belang om dit talent tot een zo hoog mogelijke graad van ontwikkeling te brengen, zijn sec en doeltreffend onder woorden gebrachte herinneringen aan moeilijk te vatten of te ontleden, maar niettemin cruciale scharnierpunten in zijn leven, dragen allemaal bij tot de levensechtheid van het portret dat Dylan van zichzelf neerzet. Dylan komt immers naar voren (en misschien is dit wel het écht onthut-sende van het boek) als een al met al vrij gewoon mens, of in elk geval toch een méns, die er weliswaar op jonge leeftijd achterkwam dat hij over uitzonderlijke gaven beschikte, maar zich voorts nooit de Verlosser waande waarvoor hij tot zijn wanhoop en zelfs zijn bijtende woede op het hoogtepunt van zijn roem door "maoïsten, marxisten, castroïsten, linkse jongelui die instructieboekjes van Che Guevara hadden gelezen en eropuit waren de economie omver te werpen" werd gehouden. Tekenend is dat bijna de helft van Kronieken bestaat uit de nauwgezette weergave van het ontstaan van twee minder bekende albums uit Dylans carrière, New Morning (1970) en Oh Mercy (1989), die evenwel telkens een artistieke wederopstanding inluidden. Een wederopstanding, meer bepaald, uit een zo diep dal dat het bijna de schijn van bodemloosheid had. Over de tijd voor Oh Mercy: "De ramen zaten al jaren dichtgetimmerd, met spinrag overdekt, en ik maar doen of mijn neus bloedde", "Ik voelde me verslagen, een leeg uitgebrand wrak", "Ik had mijn tijd gehad". Ja, Dylan mag dan de Verlosser niet wezen, hij is in elk geval veel vaker verrezen dan onze Heer Jezus Christus... Wat de andere helft van het boek betreft, namelijk het eerste, tweede en vijfde hoofdstuk: die gaan grotendeels over de periode dat de piepjonge Dylan weliswaar al folkzanger is, maar nog geen eigen nummers schrijft. Wie nieuwsgierig is naar alle invloeden die Dylan ondergaan heeft voordat hij zelf zowat de invloedrijkste muzikant-en-meer zou worden van de vorige eeuw, komt bijgevolg ruimschoots aan zijn trekken: Bob leidt je van museum naar boekenkast, van theaterzaal naar bioscoop, van ontmoeting naar ontmoeting, van Woody Guthrie naar Robert Johnson, van verwondering naar extase. Hij neemt je bij de hand en legt uitvoerig uit hoe hij degene is geworden die hij sindsdien in se altijd is gebleven. Trefzeker recon- strueert hij de weg die hij afgelegd heeft; hij lijkt er elke straatsteen nog van te kennen, en over sommige ervan laat hij langdurig zijn licht schijnen.

Maar om op de laatste vraag te antwoorden: zorgt Dylans autobiografie ervoor dat hij niet langer een enigma is, maar integendeel een open boek? Nee, in geen geval. Want hoe stralend het voornoemde licht dan ook zijn mag, zijn eigen genialiteit verklaren kan zelfs Bob Dylan niet.

Aan de typemachine heeft duidelijk the freewheelin' Dylan gezeten, die vol geestdrift van de hak op de tak springtDylans proza is haast even krachtig, beeldrijk en grappig als de vele honderden songteksten die hij tot dusverre heeft geschreven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234