Woensdag 26/01/2022

De voetbalmecenas die de Brusselse skyline ontwierp

Volgens de legende heeft L'Ecluse ooit gezegd dat Anderlecht voltooid verleden tijd was. Hij zou het Astridpark hoogstpersoonlijk volbouwen met appartementen

Jean-Baptiste L'Ecluse

1917-2005

Zou Jean-Baptiste L'Ecluse het gelijkspel van FC Brussels tegen Club Brugge nog bewust hebben meegemaakt? De voormalige bouwtycoon stierf zondag in een rusthuis in Dilbeek, daags na de puike prestatie van de opvolger van de club waarmee hij als voorzitter voetbalroem vergaarde.

Behalve op de voetbalgeschiedenis heeft Jean-Baptiste L'Ecluse ook zijn stempel gedrukt op het Brusselse stadsweefsel. L'Ecluse was in de jaren zeventig veruit de grootste aannemer van de hoofdstad, groter dan notoire betonboeren als Amelinckx, de Blatons of Charlie De Pauw. Hij bouwde mee aan de metro en verfraaide de Brusselse skyline met pegels als de Madoutoren, de Zuidertoren en de Martini-toren. Hoge pieken en diepe dalen, dat is het verhaal van L'Ecluse, die opgroeide in Borchtlombeek.

"Hij is klein begonnen", zegt ex-Anderlecht-manager Michel Verschueren. "Een metselaar met een kruiwagen. Door hard zwoegen wist hij zich op te werken tot een van de grootste aannemers. Hij was een imposante verschijning, meer dan een meter negentig groot. Ik zie hem nog de kleedkamer binnenkomen, met zijn grijze haardos. Een man met karakter voor wie een gegeven woord heilig was."

Mister Michel heeft de bouwmagnaat en voetbalmecenas goed gekend. Het was L'Ecluse die hem in 1969 bij RSC Anderlecht weglokte om voor tweedeklasser Daring Molenbeek te werken. Verschueren, overgekomen als conditietrainer, promoveerde snel tot manager. Die Angelsaksische titel, onuitgegeven in de Belgische voetballerij, getuigde meteen van grote ambities.

"L'Ecluse wou zo snel mogelijk naar eerste klasse", vertelt Verschueren. "Het zat hem niet mee. Telkens weer kwam Daring een zucht te kort voor de promotie. Dus gooide hij het in 1973 over een andere boeg: een fusie met eersteklasser Racing White uit Sint-Lambrechts Woluwe. Een sterke ploeg met grote namen, ze hadden dat jaar zelfs een ticket voor Europees voetbal behaald. Maar de club had boven haar stand geleefd. Een schuldenberg van 40 miljoen frank, niet mis in die tijd. Toen L'Ecluse dat vernam, is hij met Racing gaan praten. Hij heeft de club letterlijk overgenomen, met de schulden erbij. Als onderdeel van de deal bouwde L'Ecluse uit eigen zak een gloednieuwe tribune. Een pareltje: de allereerste Belgische voetbaltribune met verwarmde zitplaatsen."

De fusieclub zou haar start niet missen. Het eerste seizoen werd met een derde plaats afgesloten, een jaar later speelde RWDM kampioen, met negen punten voorsprong op Anderlecht en Antwerp. In 1977 bereikte RWDM de halve finale van de Uefacup, waarin slechts nipt verloren werd van Atletico Bilbao. De ploeg bulkte van het talent: Johan Boskamp, Morten Olsen, Benny Nielsen, Willy Wellens, Nico De Bree, Lon Polleunis, Maurice Martens. Zelfs Pol Van Himst, een monument van aartsrivaal Anderlecht, was naar RWDM overgestapt. "Constant Van den Stock was er niet gerust op", zegt Verschueren. "Paars-wit was wel dé ploeg van de hoofdstad, maar hij voelde de hete adem van RWDM in zijn nek."

Volgens de legende heeft L'Ecluse ooit gezegd dat Anderlecht voltooid verleden tijd was. Hij, Jean-Baptiste L'Ecluse, zou het Astridpark hoogstpersoonlijk volbouwen met appartementen. "Dat was een boutade", nuanceert Verschueren. "Als een mens een glas op heeft, dan doet hij wel eens een sterke uitspraak. Maar pas op: L'Ecluse was ambitieus. In het bedrijfsleven stond hij aan de top. Die positie wilde hij ook in het voetbal veroveren." Groter worden dan Anderlecht, dat was ook de ambitie van Edmond Machtens, PS-burgemeester in Sint-Jans-Molenbeek. "Machtens en L'Ecluse waren twee handen op een buik", zegt Verschueren. "De burgemeester heeft alles gedaan om RWDM te helpen. Toen de club in moeilijke papieren raakte, heeft de gemeente het stadion prompt overgenomen."

Politieke connecties, voetbalmecenaat, zakelijke belangen, het is een beproefd recept. L'Ecluse heeft veel gebouwd voor rekening van de overheid. Toeval of niet, maar vooral in Molenbeek rijfde hij de bouwvergunningen binnen. Nagenoeg alle appartementsblokken aan de eindeloze Mettewielaan werden door zijn firma's opgetrokken. De crisis in de bouwsector eind jaren zeventig maakte een einde aan het sprookje. Terwijl het zakenimperium van de voorzitter afkalfde, raakte ook RWDM in ademnood. De club zag zich jaar na jaar verplicht haar beste spelers te verkopen en zakte weg uit de top van de competitie. Michel Verschueren zag de bui hangen en keerde in 1979 naar Anderlecht terug, als manager.

In oktober 1985 ging het bouwimperium van L'Ecluse failliet, en later ook RWDM. Johan Vermeersch mag zich een kroongetuige van deze episode noemen. De eigenzinnige voorzitter van FC Brussels heeft L'Ecluse niet alleen als speler en later als trainer gekend. Nog tijdens zijn carrière als profvoetballer ontpopte de West-Vlaming zich tot een succesvolle aannemer, naar het voorbeeld van zijn voorzitter. "Ik heb veel van L'Ecluse opgestoken", zegt hij. "Hij liet me alles zien in zijn bedrijf. Op een keer nam hij me mee naar de 27ste verdieping van een werf, ik was een broekje van 19. Kijk manneke, zei hij, om zoiets te bouwen, moet je vooral zorgen dat je niet valt. Want als je hier valt, dan val je erg diep."

Uiteindelijk is L'Ecluse zelf gevallen, erg diep zelfs. "Het zijn de overheidsopdrachten die hem de das omhebben gedaan", beweert Vermeersch. "De overheid is een slordige betaler. Door achterstallige facturen stapelde L'Ecluse de schulden op. Kaskrediet stond toen aan 18 procent, dat tikt snel aan."

Na de faling werd de gewezen voorzitter niet vaak meer gezien in het Edmond Machtensstadion. "L'Ecluse heeft de wet van de geschiedenis ondergaan", vindt Verschueren. "Zolang je succes hebt, is iedereen poeslief. Als de kansen keren, tonen de mensen hun ware gelaat. L'Ecluse werd door veel van zijn zogenaamde vrienden in de steek gelaten."

Jean-Baptiste L'Ecluse stierf berooid en verbitterd over zijn ondergang. In uiterste nood leerde hij zijn echte vrienden kennen. De gewezen miljonair was de 80 al gepasseerd toen hij bij zijn pupil Vermeersch aan een nieuwe carrière begon, als werfinspecteur. "Niet eenvoudig", zegt Vermeersch. "Maar hij was er erg aan toe, en ik kon het niet over mijn hart krijgen hem aan zijn lot over te laten." De voorzitter van FC Brussels ijvert intussen voor eerherstel voor L'Ecluse. "Er moeten in het stadion twee tribunes worden gedoopt. Een krijgt zeker de naam van Raymond Goethals. Ik vind dat ook Jean-Baptiste L'Ecluse er een heeft verdiend."

Erik Raspoet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234