Dinsdag 28/06/2022

De voorstad groeit

In de politiek is niets eeuwig, niets blijvend. In de Wetstraat is de tand des tijds vervangen door een bijtend zuur, dat snel en ongenadig het hardste pantser aanvreet. Zelfs de tot nu zo succesvolle N-VA-voorzitter Bart De Wever weet er sinds vorige week van. Wie hem in het Lange Wapperdebat bezig hoorde in het Vlaams Parlement, luisterde nog altijd naar een intelligente en welbespraakte politicus. Maar voor het eerst sinds lang konden de talloze rake opmerkingen de blinde vlek in zijn toespraak niet meer camoufleren: de N-VA-voorzitter had eigenlijk niets te zeggen.In de voorbije maanden had De Wever zich nochtans kunnen opwerken tot een geloofwaardige kandidaat voor het Antwerpse burgemeesterschap. Dat is een prestatie, want zowel CD&V als Open Vld hebben zo’n figuur niét in de rangen. Niet zo gek veel Antwerpenaren zullen Ludo Van Campenhout of Marc Van Peel zien als de natuurlijke leider van een stedelijke coalitie. Bij Patrick Janssens ligt dat anders. Bij Filip Dewinter helaas ook. En nu bij Bart De Wever. Toch was het Patrick Janssens die zich in het Vlaams Parlement als spelverdeler opstelde, en als het ware namens Antwerpen het land toesprak. Dus ook namens De Wever. De dikke tegen de dunne. Zoals in elke Laurel & Hardyfilm wint altijd de dunne.

Achilleshielen

En als Bart De Wever verliest, bloedt de N-VA. Het glorieuze verhaal van zijn partij is weliswaar politieke patserij, maar dan gepresteerd door een atleet met niet één, maar twee achilleshielen.Hiel één: hybris, het goddelijke monster in elke succesvolle politicus. Overmoed die onherroepelijk leidt tot een Grieks drama. Was het overmoed of gewoon een grote bek, die De Wever al op 9 september in een interview in Knack deed zeggen: “Ik ben nu al tamelijk gerust op het oordeel dat de kiezer in 2011 zal vellen.” De schoolgaande jeugd weet nochtans, zij het meestal na scha en schande: wie in september al denkt dat het wel in orde komt, gedraagt zich vlug te vadsig. De Wever deed de voorbije weken soms of hij het Antwerpse debat al gewonnen had. Mogelijk werd hij wat verblind door aanhoudend applaus van vrienden en vleiers bij pers en publiek. Dat dipje zat er eigenlijk aan te komen, want zelfs voor een getalenteerde rechtsvoor als De Wever is het eenzaam in de voorhoede, zonder noemenswaardige steun uit eigen rangen. In het Oosterweeldebat moest parlementsvoorzitter Jan Peumans vanop zijn troon zijn manieren en dus vooral zijn mond houden. Kris Van Dijck gaf enige steun, maar de rest van de N-VA’ers stelt niets voor. Luistert u naar Lies Jans? Vera Celis? Sophie De Wit? Matthias Diependaele? Tine Eerlingen? Danielle Godderis-T’Jonck? Liesbeth Homans? De genaamde Liesbeth Homans heeft als slogan: ‘Laten we elkaar geen Liesbeth noemen’. Hoe dan wel? Kerlinneke? Het probleem van al deze verkozenen is dat ze weliswaar parlementsleden zijn, maar geen volksvertegenwoordigers. In hun persoon vertegenwoordigen ze geen enkele politieke boodschap. Als ze betekenis en eventueel enige relevantie hebben, dan alleen als afgeleide van Bart De Wever. Waarmee we feilloos overgaan naar:Hiel twee: de eenmanspartij. Als Bart De Wever straks met zijn auto tegen een boom knalt, is dat een ramp voor N-VA. Als Caroline Gennez straks met haar auto tegen die boom knalt, is dat een ramp voor de boom. Wat we alle betrokkenen - De Wever, Gennez, de boom - niet toewensen, maar toch. De Wever is een paar maten te groot voor zijn partij, zijn partijgenoten vooral. Toegegeven, hier en daar loopt wel een talent rond, of op zijn minst een apart figuur. Jan Jambon heeft uitstekende contacten in de Vlaamse Volksbeweging. Louis Ide en Danny Pieters zijn geduchte specialisten in sociale zekerheid (en vooral de splitsing ervan). Bart Maddens heeft van zichzelf een doctrine gemaakt, al lijkt hij daarvan nu zelf het slachtoffer. Iron Lady Frieda Brepoels is intussen zowat de Margaret Thatcher van het Vlaams-nationalisme.Maar verder? Telkens als de nummer twee spreekt, de weledelgestrenge Geert Bourgeois, is dat wellicht een hart onder de riem van het overtuigde N-VA-lid, maar een horreur voor minstens de helft van de potentiële N-VA-kiezers. Die laat zich door Bart De Wever niet alleen de les lezen, maar vermaakt zich ook met zijn droge oneliners, zijn tegendraadse visie.Misschien dat Jan Peumans wat compenseert. De Limburger maakt zich alvast op om vanuit de voorzittersstoel van het Vlaams Parlement, dus als eerste lid van de meerderheid, blijvend oppositie te voeren. Dat deed hij trouwens al (en met verve) met zijn aankondiging dat hij te veel verdiende. Dat een gewiekst type als Peumans zijn intentie wereldkundig maakt op het ogenblik dat het hele land zich vergaapt aan de afscheidspremie van PS’er José Happart, is een vorm van zoete Vlaams-nationale weerwraak van een Zuid-Limburgs politicus van vlakbij het zo duur bevochten ‘Voeren-Vlaams’. Peumans’ bravourestuk werd evenwel snel doorkruist door de belachelijke flater van Philip Muyters, de minister van Begroting en Financiën die ineens niet kon tellen. Het zou weleens meer kunnen zijn dan plankenkoorts van een debutant. Mogelijk is Muyters de eerste miscast van Bart De Wever. Het is een val waar nog wel partijvoorzitters in trapten, als ze belangrijke werkgevers (Muyters komt van Voka) hoog op hun lijsten zetten. Dat was en is zelden of nooit een succes, op spreekwoordelijke uitzonderingen als Kris Peeters na. Van Fernand Huts tot Mieke Offeciers, van wijlen John Cordier tot Peter Leyman: de meeste werkgevers die in de politiek stapten, waren er best van weg gebleven. Het intrigeert dan ook waarom zowel de twee Vlaams-nationale partijen zo nodig wilden rekruteren in de tweede rang van het Antwerpse bedrijfsleven. VB plukte er voorzitter Bruno Valkeniers weg, N-VA minister Philippe Muyters. Goed, de heren zien er keurig uit en spreken een Antwerps dat het standaard-AN benadert. Muyters smeert zijn haar naar achter, de Keyserleivariant van Italiaanse grandezza. Maar voorlopig lijkt hij vooral in alles de mindere van Kris Peeters. Minder vlot, minder slim, straks mogelijk ook minder Vlaams, en zelfs (zie Oosterweel) minder Antwerps. Muyters-de-Mindere: zo ziet CD&V dat graag.

Glazen plafond

Natuurlijk geldt dat fenomeen niet alleen voor N-VA of voor Bart De Wever. Een politieke partij die in deze gemediatiseerde wereld boven zichzelf uitstijgt, doet dit omdat één persoon de tijdgeest vat en dat verhaal bovendien geloofwaardig en lekker in de media brengt. In de VS zouden de Democraten ook veel grijzer zijn zonder Barack Obama. In Frankrijk staat centrum-rechts nooit zo hoog zonder Sarkozy. De sp.a kreeg na zijn vertrek in 2005 twee jaar de tijd om Steve Stevaert door te spoelen en te doen vergeten. Het werd in 2007 nog altijd een afstraffing van formaat. En straks gebeurt met de Britse socialisten hetzelfde, in de eerste stembusslag waar niet Tony Blair maar wel ‘second best’ Gordon Brown de premier is. In verkiezingen is zo’n ‘second best’ altijd de eerste verliezer. Stel maar dat Geert Bourgeois, de vorige sterke man van N-VA, Bart De Wever zou moeten doen vergeten. Elk interview, elk tv-optreden, elk debat met Bourgeois zou alleen maar het gemis aan De Wever onderstrepen. Elke poging om goed te doen, zou het erger en slechter maken. Bourgeois is zuur en boos op Clouseau als die iets positiefs over België zingen. De Wever is voor de Simpsons, die alle antiwaarden belichamen waar een conservatief, volgens de gangbare clichés, pukkels van krijgt. Bourgeois komt moeilijk weg met zijn in theorie zo logische houding. De Wever wordt door zijn vermeende balorigheid herkenbaar en populair.Want uitzonderlijk is de prestatie van de N-VA natuurlijk wel. Met 13,06 van de stemmen schoot N-VA bij de laatste verkiezing tot vlakbij VB, sp.a en Open Vld, en namen ze afstand van LDD en Groen! Die laatste bleven kleine partijtjes, zich het hoofd stotend tegen het glazen plafond van tien procent. Voor de N-VA was dat geen beletsel. Om het nog straffer te maken: uit het grote postelectorale universitaire onderzoek bleek dat het communautaire en de zorg om een staatshervorming “helemaal achterin op het lijstje”, dixit VUB-politicoloog Kris Deschouwer, kwam met zorgen voor de Vlaamse kiezer. En toch was N-VA de grote winnaar van de verkiezingen. Dat is dus redelijk historisch: de erfgenaam van de Volksunie, de partij die uit het communautaire haar echte bestaansrecht haalt, wint ineens verkiezingen waarbij haar eigen thema geen hond interesseert. Volgens de academici speelde ‘staatshervorming’ maar voor acht procent van de kiezers mee. Met dertien procent van de stemmen haalde de partij dus bijna het dubbele binnen van het maximaal mogelijk aantal stemmen waarop men in theorie een trekkingsrecht heeft. Het is een redelijk precieze wiskundige berekening van de Bart-Bonus, de De Wever-wave over Vlaanderen. Met deze bedenking: in 2003 was ‘sociale zekerheid’ ook niet hét thema, en toch won de sp.a. Op thema’s als verkeer, milieu, modern links, zelfs de gezellige politiek. In 1999 versloeg Verhofstadt premier Dehaene niet omdat hij liberaler was, maar op de notie ‘goed bestuur’, voorwaar een huzarenstuk. Moraal: met een verkiezing rond je corebusiness, maximaliseert een partij de vaste kiezers die openstaan voor haar corebusiness. Als bij andere verkiezingen, als de kaarten echt goed liggen, kan men aan een veel breder publiek appelleren. Gebeurde dat in juni 2009 met N-VA ?

‘Wat een blaas’

Waarmee Bart De Wever een fase afsluit en andere aanboort. Toen N-VA geboren werd uit de koppigste restanten van VU-ID, leek het een amper levensvatbaar kind. Het is een publiek geheim dat de paars-groene partijen de kiesdrempel invoerden om de gesplitste VU-ID’ers naar de andere partijen toe te dwingen. VLD was toen veel opener dan nu (hoefde dus niet, te redundant, ‘Open Vld’ te heten) en zoog ongewoon veel ex-VU-ID’ers aan, Margriet Hermans, Flor Van Noppen en Vincent Van Quickenborne over Sven Gatz tot Patrik Vankrunkelsven. Voor de neus van Agalev haalde de sp.a Anciaux & co. binnen - al bleek die co. al gauw verwaarloosbaar. Johan Sauwens was ongeveer in zijn uppie naar CD&V gestapt. Bleven intussen koppig, haast autistisch apart partijtje spelen: het troepje rond Geert Bourgeois, een stijve hark uit het West-Vlaamse Izegem, die in de losse paarse jaren juist aan zijn provincialistische plechtstatigheid zijn geloofwaardigheid dankte. Hij verzamelde de laatste ‘goede Vlamingen’ rond zich. Lieden van Vlaanderen voor en achter, Vlaanderen ’s nachts en Vlaanderen ’s ochtends. Vlaanderen geel en Vlaanderen zwart. Een kern-Volksunie, met een uitvergroting van al de kwaliteiten van de vroegere VU’ers, en hun gebreken, en vooral hun eigenaardigheden. Karel De Gucht noemde hen “caractériels”. Vlaams-nationalisme als een neurose. Het groepje-Bourgeois koos als partijnaam het onmogelijke ‘Nieuw-Vlaamse Alliantie’. Dat klonk niet, maar het was principieel wel juist. En dan de pers maar op de vingers tikken over de juiste plaats van het streepje: niet NV-A, naar analogie van sp.a. Verdorie neen: N-VA. Bij de verkiezingen kreeg N-VA één kamerlid: Geert Bourgeois.Over Bourgeois’ solitaire zetel werd ofwel wat meewarig gedaan, ofwel bemoedigend, maar dan vanuit de hoogte. Bourgeois was uiteindelijk een harde werker, een man met lef ook. Zo principieel, en daarom ook zo ongevaarlijk. Dus proficiat Geert.Maar die ene zetel van Bourgeois hield de hoop levendig. Dat kan soms voldoende zijn. Van 1978 tot 1987 was VB’er Karel Dillen de enige Vlaams-extremist in het parlement. Maar het is natuurlijk geen garantie om te overleven. Het zal bijvoorbeeld benieuwen of SLP het eenzame senatorschap van Geert Lambert overleeft. Zo was ook de interne rekening bij N-VA, toen ze voor de verkiezing van 2004 met CD&V de afspraak maakte van een Vlaams kartel.Waarmee ook voor het eerst de figuur van Bart De Wever verscheen. Zijn nationale entree gebeurde achter de schermen, toen in de aanloop naar de verkiezingen van 2004 verantwoordelijken van politieke partijen en van de tv-zenders elkaar ontmoetten om de verkiezingsprogramma’s door te praten. Geert Bourgeois heette de nummer één te zijn, zijn onbekende kompaan voerde het hoge woord. Het hoogste. Ook tegenover de twee protagonisten van Polspoel & Desmet, toen nog op VTM, die het ‘genoegen’ hebben de jonge vlerk een hele avond als disgenoot te moeten dulden. De ochtend nadien komt een verbouwereerde Yves Desmet op de politieke redactie van zijn krant: “Dat De Weverke, wie is dat eigenlijk? Jongens, wat een blaas!”

Schietgebedjes

De blaas blies zich in snel tempo verder op. Bij de verkiezingen van 2004 stond Yves Leterme in de schijnwerper, plus ook wel Geert Bourgeois. En De Wever werd verkozen. Bij de grote karteltriomf in 2007 dansten de CD&V’ers op tafel - denk aan de beruchte foto van Vervotte, Leterme en Vandeurzen - maar De Wever deelde in het succes. In 2009 was Bart De Wever de enige echte winnaar.Hoe kan dat, van amper één zetel in 2003 naar een partij van dik dertien procent in 2009? Vlaanderen kende toch geen sociologische verandering? Tijdens de paarse jaren leek het Vlaams-nationalisme dood en begraven. Had het Vlaams-nationalisme zijn raison d’être - Vlaanderen zelfstandig - niet voor negentig procent vervuld?Vlaanderen veranderde wel degelijk. Door de communautaire verrotting die dit decennium plaatsvond, kreeg een partij als N-VA ineens weer perspectief. Een partij die opkomt voor ‘eigenheid’ en ‘gemeenschap’ heeft de wind in de zeilen. Niet omdat B-H-V zo nijpend is, maar omdat zo’n discours vooral aangeblazen wordt door de echte en vermeende problemen en angsten van het multiculturele Vlaanderen. Niet meer de taalgrens in het zuiden, maar de culturele grenzen in elke stad, in zo veel geesten vooral, verstevigen het discours van De Wever. Er zijn nog wel partijen met een vergelijkbare boodschap. Maar het feit dat én N-VA, én LDD én VB ervan kunnen leven, is op zich al een bewijs hoe indrukwekkend de numerieke groei is van het aantal Vlamingen die hun heil zoeken in schietgebedjes à la ‘Heer, verdedig ons tegen het vreemde’, het andere, het niet-Vlaamse, het on-volkse. N-VA vertolkt iets van wat Karel De Gucht ooit een voorwaarde noemde om te kunnen uitgroeien tot ‘de Vlaamse volkspartij’: dat komt toe aan de politieke partij waarvan het discours het nauwst aansluit bij de gevoelens van mainstream Vlaanderen. Bart De Wever zit daar dicht bij. Hij vertelt wat dit Vlaanderen graag hoort. Het Vlaanderen dat enigszins gefascineerd is door Nederlanders als Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en zelfs Geert Wilders. Veel Vlaamse intellectuelen van progressieve snit tanken gretig bij Nederlandse auteurs als Paul Scheffer (bedenkingen bij de multiculturele maatschappij) of Joost Zwagerman (bedenkingen bij het progressieve relativisme). Dat zijn inderdaad intelligente en in elk geval lezenswaardige auteurs. Maar vrijwel alle input van boven de Moerdijk heeft dezelfde basale oriëntatie. Pas op. Te ver. Sta pal. Wees waakzaam. Keer terug. Een veel progressiever Nederlands politicus als Jan Marijnissen is hier wel gekend, maar zijn invloed sijpelt amper door.De historicus in De Wever zal in die ontwikkeling een dialectisch proces herkennen. De N-VA bleef in 2003 onafhankelijk omdat Vlaanderen nood had aan een eng-nationalistische partij: de fase-Bourgeois. Toen dat discours ineens meer mainstream werd, zag de partij zich als het ware vanzelf verbreden. Het is die fase die Bart De Wever belichaamt: nog altijd vertrekt het N-VA-discours in se vanuit ‘de eigen gemeenschap’, maar hij past dat niet meer alleen toe op taal en land, maar vooral op de besognes en bekommernissen van zijn volk, van de Vlaming. In zo’n humusrijke bodem bloeien ineens duizend N-VA-bloemen. De boodschap van De Wever zit niet achter een cordon zoals die van het VB en is minder rauw en ranzig dan die van LDD. Anders dan haar twee concurrenten, houdt N-VA haar vuile was ook binnen. LDD niet. Dedecker rekruteert mensen die zo gefixeerd zijn op schandalen en ‘politici zijn profiteurs’, dat ze elke politieke discussie in eigen rang onmiddellijk in dat jargon hertalen. Bij elke LDD-discussie vliegen de verwijten van vriendjespolitiek, betaalde mandaten en persoonlijke fouten in het rond. Uiteindelijk is het de ultieme logica van de eigen boodschap. Politici die roepen dat de politiek een beerput is, krijgen vroeg of laat de drab over zichzelf. Aan al die kwalen lijkt De Wever voorlopig te ontsnappen. En de op het eerste gezicht schamele sociologische basis van het minipartijtje uit 2003 zou weleens zijn rijkdom kunnen zijn. De N-VA heeft geen maatschappelijk netwerk zoals CD&V. De N-VA claimt niet, zoals een deel van de sp.a, dat het een partij van de steden is. N-VA is dat zeker niet. De troepen van De Wever staan niét sterk in Antwerpen of Gent. Wat kunnen hem de steden schelen als ‘zijn’ Vlaanderen groeit: het land van de ‘tussenklasse’ met haar ‘tussentaal’. Minder landelijk dan het Vlaanderen van Yves Leterme, minder hip en hoi dan het stadse van Freya Van den Bossche.Maar in de verstedelijkte provincie, in de stadsrand, wonen wel de meeste Vlamingen, en daar staat de N-VA sterk. De Wever zelf is afkomstig van Mortsel. De andere leden van het dagelijks bestuur van de N-VA wonen in Riemst, Roeselare, Hasselt, Lier en Diest (plus Brussel, voor de Brusselaar-van-dienst). Geen een in Gent of Antwerpen. Veel Vlaamse Parlementsleden van N-VA komen uit plaatsen als Aartselaar, Heverlee, Wilrijk, Sint-Amandsberg en Dilbeek. Kleinburgers uit de voorstad. De N-VA als de partij voor de eigenwijze mensen met een modaal inkomen, een dwars karakter, en dus met respect voor een politicus met een grote mond en een sterk karakter, en een blik die weleens naar de eigen navel gericht is: Vlaanderen loopt er vol van. Zelfs u en ik ontsnappen niet helemaal aan die beschrijving. Daarom stemt u of ik nog niet N-VA. Het leert wel hoe breed de vermoedelijke actieradius van De Wever is.Al meer dan een halve eeuw terug schreef Louis Paul Boon het namelijk al neer: De voorstad groeit. Ook daarom dikt De Wever aan, en zijn partij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234