Dinsdag 05/07/2022

De vrede voor Atjeh is fragiel

In het Zwitserse Genève hebben de Indonesische regering en rebellenleider Hasan di Trio gisteren een vredesakkoord ondertekend dat een einde moet maken aan 26 jaar oorlog in de Indonesische provincie Atjeh. Het gebied krijgt verregaande autonomie, die controle over het gros van de aardgasinkomsten en een rechtstreekse gouverneursverkiezing inhoudt. Er komt bovendien internationale hulp voor heropbouw, maar belangrijke obstakels blijven.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

De 4,1 miljoen inwoners van Atjeh, in de noordpunt van Sumatra, vinden alvast dat de ceremonie in Zwitserland geen dag te vroeg komt. De bevolking zat de voorbije jaren immers gesandwicht tussen een brutaal optredend leger en politie en een al weinig menslievender guerrilla Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM). Meer dan 12.000 mensen lieten het leven, en de jongste jaren vielen de doden vooral aan burgerkant.

Voor elke guerrillero of soldaat die sneuvelde, zo schrijft de International Crisis Group, in het rapport Aceh: a slim chance for peace, vielen er vier burgerdoden. Een van de bloedigste momenten kwam vorig jaar in de zomer, toen in een paar maanden meer dan vierhonderd burgers werden vermoord in Centraal-Atjeh.

De GAM, die gisteren in Genève de vrede tekende, zegt voor alle burgers te spreken, maar het enthousiasme voor deze verzetsbeweging, die zo'n tweeduizend gewapende strijders telt en een veelvoud aan sympathisanten, is de jongste jaren behoorlijk geluwd. Een kwestie van niet ingeloste verwachtingen is dat, en ook van brutaliteit. Toen Soeharto in 1998 de plaat moest poetsen, kende de GAM, die al sinds 1976 strijdt, een fikse heropleving. Onafhankelijkheid werd beloofd en welvaart. Atjeh is immers vruchtbaar en beschikt over aardgas en olie, en dus over fondsen voor de uitbouw van een welvaartsstaat. Die onafhankelijkheidsdroom mag dan oud zijn - Atjeh vocht in de vorige eeuwen ook geruime tijd tegen Nederlandse kolonisatoren -, veel internationale steun was er niet voor.

Tegelijk degenereerde de GAM: niet alleen werden Javaanse inwijkelingen, al te kritische intellectuelen en mensen met pro-Jakarta-sympathieën vermoord, tegelijk gingen guerrillero's 'voor zichzelf werken' en werden ze ordinaire boeven en afpersers. Bovendien betaalt het volk het gelag: als de rebellen na een aanval op een militair doelwit onvindbaar bleken, namen het Indonesische leger en de politie wraak op burgers.

En dan is er ook nog de economische kostprijs: oorlogen zijn slecht voor boeren, die hun velden niet langer kunnen bereiken, voorbij checkpoints moeten en in voortdurende angst leven. In het wapengekletter worden scholen en openbare voorzieningen verwoest.

De mensenrechtenschendingen waaraan leger en politie zich te buiten gingen, sorteerden enorme internationale kritiek, wat het krap bij kas zittende Jakarta noopte tot minstens enige windowdressing. Soldaten krijgen instructies om beleefd te zijn en helpen hier en daar bij de heropbouw van basisinfrastructuur. Opmerkelijker nog is dat de militairen, de paramilitairen en de politieagenten al geruime tijd een plastic kaartje dragen. Met daarop: de omstandigheden waarin ze geweld mogen gebruiken en wat de represailles zijn voor niet naleving van die regels. Alleen, de realiteit logenstraft de richtlijnen. Neem de drie ngo-werkers die in december 2000 vermoord werden en wier geüniformeerde beulen bekend zijn. Ze werden overgeplaatst, niet gestraft.

Jakarta mikte het voorbije jaar op twee paarden: er werd met bemiddeling van het Zwitserse Henry Dunant Center for Humanitarian Dialogue onderhandeld met de GAM en tegenover de bevolking werd een charmeoffensief gelanceerd, maar tegelijk kwam er in april vorig jaar een nieuw militair offensief. Die dualiteit had te maken met de menigsverschillen tussen burgelijke en militaire overheden - het leger gelooft dat de strijd in Atjeh kan gewonnen worden, als het maar carte blanche krijgt - en was bij wijlen tragikomisch: zo werd de plaatselijke GAM-commandant door de gouverneur van Atjeh voor vredesgesprekken uitgenodigd, en drie dagen later door het leger vermoord.

We praten alleen nog in het buitenland, besliste GAM toen, en onder buitenlandse bemiddeling. En zo begonnen in februari gesprekken in Genève die gisteren werden afgerond.

Jakarta kwam in juli vorig jaar daarenboven met een voorstel voor speciale autonomie voor Atjeh. Dat bestond erin dat 70 procent van de aardgasinkomsten naar de lokale overheid zou gaan, zij het met de verplichting dat 30 procent daarvan aan onderwijs zou worden uitgegeven. Ook de voorwaarden en tijdstippen van betaling worden door Jakarta bepaald. Tegelijk houdt die speciale autonomie een rechtstreeks verkozen parlement en gouverneur in en mag Atjeh sharia-rechtbanken opzetten, al blijft een hoger beroep bij een reguliere rechtbank in Jakarta mogelijk.

Het laatste knelpunt, dat nu schijnbaar uit de weg is geruimd, betrof de terugtrekking van het leger en de GAM-ontwapening. Die moet worden gerealiseerd met buitenlandse monitors: 150 Thai's en Filippino's. Te weinig mensen voor een te grote taak, zo menen velen. En bovendien zijn er de 'plaatselijke krachten': militairen die roet in het eten willen gooien, en GAM-guerrillero's die uit oorlog meer munt slaan dan uit vrede.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234