Woensdag 28/09/2022

De VS in alle staten

In The Anchor Book of New American Short Stories geeft Ben Marcus - zelf een verhalenschrijver die onder meer in Harper's, McSweeney's en The Paris Review publiceerde - aan de hand van 29 verhalen een overzicht van het wel en wee van het genre aan de overkant van de oceaan.

Ben Marcus (ed.)

The Anchor Book of New American Short Stories

Anchor Books, New York, 480 p., 13 dollar.

Een van de grote misverstanden over literatuur is dat mensen niet graag korte verhalen zouden lezen. Dat doen ze wel. Ze vinden ze alleen niet. Stap een boekhandel binnen en kijk wat er op de tafels ligt: romans, romans en nog eens romans. Verhalenbundels worden verbannen naar de kasten waar alleen de diehard literatuurfreaks met een scheef hoofd voorbij drentelen. Vaststaat dat het verhaal op zich volstrekt onterecht ondergewaardeerd is. Sommige van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw - denken we maar aan Hemingway, Fitzgerald of Salinger - hebben een carrière gebouwd op dit genre en ook vandaag brengt het nog pareltjes van een indrukwekkend kaliber voort. Neem het openingsverhaal van het boek: 'Sea Oak' van George Saunders. Het wordt verteld door een jongeman die in een striptent werkt en daar bijna tot de finale gaat - hij houdt altijd nog een tanga aan en de stijve is nep - voor een publiek van oudere vrouwen. Hij woont bij zijn tante Bernie, die er trots op is dat ze het nergens gebracht heeft in het leven, en zijn zus Min en nicht Jade, die als ongehuwde moeders van de bijstand leven en het liefst van al rokend voor de tv liggen en genieten van programma's als How My Child Died Violently of The Worst That Could Happen, waarin computergesimuleerde tragedies getoond worden, zoals die van een jongen die opgeschept wordt door een trein, door de lucht vliegt, in een dierentuin belandt en door wolven wordt opgevreten. Zalig is dat, zeker sinds de lokale Italiaan overgenomen werd door een paar Vietnamezen en de pizza's daardoor nog echter zijn gaan smaken. Aan dit hemelse leven komt echter een eind wanneer er ingebroken wordt en tante Bernie van schrik iets aan haar hart krijgt. Voor een fatsoenlijke doodskist zullen de achterblijvers zeven jaar moeten afbetalen, rekenen ze uit, maar voor minder doen ze het niet. Ze hadden tenslotte maar één tante Bernie.

Wat tot op dat moment een flitsend geschreven sarcastische kijk leek op het harde bestaan van de hedendaagse Amerikaanse onderklasse, krijgt opeens een heel andere wending wanneer tantes graf leeggeroofd blijkt te zijn. Op het kerkhof ligt een reusachtige hoop aarde met daarin de ronde afdruk van father Brians dikke kont, ontstaan toen die de put inkeek en ontdekte dat die op Bernies blauwe schoenen na leeg was, en van consternatie steil achterover viel. Hoe is het mogelijk, vraagt Min zich af, want wie zou tante Bernie nu willen meenemen? Maar het ergste moet nog komen: eenmaal terug thuis blijkt tante Bernie - zij het een beetje bleekjes en een verschrikkelijke lucht afgevend - in de fauteuil te zitten. Nu is het uit, zo oreert ze, het is tijd dat de familie uit haar eigen stront kruipt en daarom stelt ze, onder het verliezen van de ene na de andere ledemaat, een plan op dat inhoudt dat er gewerkt gaat worden en dat de verteller zijn preutsheid mag vergeten, want voor the real thing zijn die oudere vrouwen bereid een stuk meer te betalen, of zoals Bernie het zegt: "You, mister, are going to start showing your cock." Er zijn al slechtere sociaal-economisch kritische verhalen geschreven denken we dan.

Na het verorberen van dit stuk fantasierijke, spitse en vooral originele literatuur denk je: wow, en zo komen er nog 28, en zo is het inderdaad, ook al halen ze natuurlijk niet allemaal dit niveau. Ben Marcus wou met zijn bundel geen statement maken of iets beweren over het Amerikaanse korte verhaal. Er zit dan ook geen programma achter het boek en dat blijkt uit de veelzijdigheid van de verhalen: van hyperrealistisch tot bijna onherkenbaar cerebraal, van traditioneel tot experimenteel en van eenvoudig tot bijna onbegrijpelijk complex. Het resultaat is een bijzonder heterogene bundel die wars van iedere goede smaak of ethiek de kwaliteit van het schrijven vooropstelt. Wat bijvoorbeeld te denken van Wells Towers 'Every-thing Ravaged, Everything Burned', dat onder de vikings speelt? Omdat het dorp geplaagd wordt door sprinkhanen, stormen en vliegende draken rukken de snekken op naar het zuiden, want achter al die tegenspoed kunnen alleen die verdomde christenen zitten. Wanneer ze Lindisfarne zien opduiken worden de vikings opgewekt en bedenkt Harald, de verteller van het verhaal: "It was such a lovely place, and I hoped there would still be something left to enjoy after we got off the ship and wrecked everything up." Maar de kans is niet groot natuurlijk. Buiken worden opengesneden, hoofden afgehakt en - een groot succes onder de vikings - heel wat bloedarenden gemaakt, wat betekent dat de longen van het slachtoffer er langs de op de rug gebroken ribben uitgehaald worden, waarna deze opengespreid worden als vleugels en men wacht tot de arend in zijn eigen bloed is gestikt. Het verhaal van Towers is bijzonder wreed en beschrijft meedogenloos hoeveel plezier de vikings aan hun plunderingen en moordpartijen beleven, inclusief de kater achteraf, wanneer ze weer naar huis varen, gezinnen stichten en de rest van hun dagen 's nachts liggen te luisteren of er geen vijanden het strand op sluipen, zodat ze er nog een keertje tegenaan kunnen gaan. Of is het dan toch hun geweten dat spreekt?

Wat naambekendheid betreft heeft Marcus een eigenzinnige keuze gemaakt. Dat mensen als Adam Haslett en Lorrie Moore ontbreken, is raar. Andere bekenden als A.M. Homes, Aleksandar Hemon, Jhumpa Lahiri en David Foster Wallace zijn dan weer wel van de partij, zij het met reeds eerder gepubliceerd werk. Van Lahiri, ongetwijfeld het braafste meiske in dit gezelschap (maar met kapsones), werd bijvoorbeeld 'When Mr. Pirzada Came To Dine' opgenomen, dat ook al in haar Interpreter of Maladies stond, een bijzonder klassiek verhaal over de vriendschap tussen een Amerikaanse Indiër en zijn Pakistaanse gast tegen de achtergrond van de oorlog van 1971 waarbij Oost-Pakistan onder Indische druk Bangladesh werd. Homes' 'Do Not Disturb' over de impasse waarin een succesrijke dokteres en haar vervreemde man geraken wanneer bij de vrouw kanker wordt vastgesteld was eerder te lezen in Things You Should Know: een rauw verhaal met dialogen in de zin van: "Is there any-thing I can do for you?" - "Can you have cancer for me?"

In de bundel valt vooral de tegenstelling tussen de plotgedreven en de stijlgedreven verhalen op, waarbij de eerste de lezer een heel eind tegemoet komen, terwijl de tweede onnodig moeilijk of ronduit vijandig overkomen. Typerend voor dit genre zijn bijvoorbeeld Anne Carsons 'Short Talks', een reeks aforistische opmerkingen over zowat alles wat je maar kunt bedenken en waar met de beste wil van de wereld geen touw aan vast te knopen is, en Joe Wenderoths 'Letters To Wendy's', een serie kattebelletjes waarover net hetzelfde gezegd kan worden. Welbeschouwd zijn dit geen verhalen maar wel illustraties bij een literatuurtheorie. Het zijn vermomde essays die iets willen zeggen over de functie van het verhaal in een hedendaagse context en in feite alleen voor literatuurwetenschappers interessant zijn. Het grote probleem met dit soort teksten is dat ze een essentiële component van het verhaal ontberen: het verhalende. Ook al is het door deze stukken dat het korte verhaal een slechte naam krijgt bij het grote publiek, toch zijn ze in Marcus' op diversiteit gerichte bloemlezing zeker op hun plaats.

Qua sfeer hebben praktisch alle verhalen iets gemeen: ze tekenen een wereld van onbegrip, wanhoop, gekte en vooral veel geweld. Typerend is bijvoorbeeld Stephen Dixons Beckettiaans aandoende 'Down The Road'. Een man en een vrouw lopen over een weg. Tijd en plaats worden niet gespecificeerd. De vrouw is stervende en de man vertelt haar een verhaal, een verhaal om te overleven: dat ze helemaal niet door de regen en de kou kruipen, dat dat allemaal maar een illusie is en ze in werkelijkheid in een luxueus huis zitten en een goed leven hebben. Dixon beschrijft heel pakkend de existentiële uitzichtloosheid van het bestaan, een onderwerp dat trouwens meermaals terugkomt in deze bundel, zoals in Kate Bravermans 'Histories Of The Undead'. Hierin krijgen we een fijngevoelig portret van een jonge wetenschapster die haar werk en breder gezien de wereld niet meer aankan. Ze vraagt verlof en delft in haar eigen psyche, waarna ze tot de conclusie komt dat "she has been colonized by the insubstantial, something leaking, broken and generic, out of the self-destructing culture. It's a kind of collective virus." Uiteindelijk stapt ze gewoon de deur uit, haar man en dochtertje achterlatend en daarmee uiting gevend aan de levensmoeheid van onze cultuur.

Echt hallucinant of zelfs grotesk wordt dit maatschappelijke inzicht uitgewerkt in Brian Evensons 'Two Brothers', een imposant verhaal met een wel heel gore ondertoon. Centraal daarin staat het gezin Norton. Wanneer predikant Daddy Norton, auteur van het onvolprezen The Holy Word of God as Revealed to Daddy Norton, van de trap valt en zijn been breekt, trekt er een kramp door het gezin. Moeder stopt zijn hoofd in een bijbel en hoopt dat hij zo beter wordt. Hun zoons Theron en Aurel zetten het op een zuipen en merken bij het ontwaken uit hun roes dat vader zijn been probeert af te hakken met een mes. Omdat Theron vindt dat de man daarbij te veel in zijn richting kijkt, steekt hij hem de ogen uit - oeps, was dat een stukje hersenen dat meekwam? - en legt het mes in de hand van zijn inmiddels gestorven moeder. De broers blijven alleen achter in het huis en tonen zich binnen de kortste keren van hun natuurlijke kant: ze dragen geen kleren meer, gaan op jacht met een luchtgeweer, waarbij een hond meer doodgeslagen dan -geschoten wordt en Theron langs de weg gesignaleerd wordt met de dode hond in zijn nek terwijl hij zijn onwillige broer aan zijn been meesleurt over de grond. De hond heeft Theron gebeten, de wonde verzweert. Aurel laat hem rustig creperen en reageert niet als zijn broer de maden uit zijn been zit te vreten en zich afvraagt of de ogen in zijn zak van de hond of van zijn vader zijn. En heel de tijd ruist de religieuze waanzin op de achtergrond, alsof Faulkner aan de haal is gegaan met het script van Evil Dead. Evenson beschrijft de ondergang van de twee broers als was hij een wat naïeve toeschouwer die eigenlijk Gone with the Wind had willen zien en in de verkeerde zaal beland is, waarbij hij nooit een beschuldigende vinger uitsteekt. Deze jongens zijn niet verdorven. Ze zijn gewoon zichzelf. Dit is de mens, en je kunt er maar beter mee lachen dan in een hoekje te gaan zitten janken.

Uit Ben Marcus' The Anchor Book of New American Short Stories kunnen we alleen maar besluiten dat het uitstekend gaat met het Amerikaanse korte verhaal en dat het afgezien van een paar academische experimenten zeker niet aan maatschappelijke relevantie heeft ingeboet. Als geheel vormt het boek - het evangelie volgens Marcus hadden we het bijna genoemd - een overweldigende leeservaring.

Marnix Verplancke

Na het verorberen van dit stuk fantasierijke, spitse literatuur denk je: wow, en zo komen er nog 28 verhalen, en zo is het inderdaadQua sfeer hebben praktisch alle verhalen iets gemeen: ze tekenen een wereld van onbegrip, wanhoop, gekte en vooral veel geweld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234