Zondag 03/07/2022

De werkvloer als slagveld

In De uitzondering belicht de Deen Christian Jungersen vanuit vier perspectieven uitstootgedrag op een kantoor. Dat is mooie materie voor een roman en ook het thrillergegeven blijft nog overeind, maar de psychologische duiding is wel erg oppervlakkig en de stijl hapert aan alle kanten.

Christian Jungersen

De uitzondering

Uitgeverij De Geus. 640 p., 22,50 euro.

Stel je voor. Je kampt als manager met een gewetensprobleem. Een van je werknemers laat voorzichtig vallen dat de anderen hem tegenwerken en treiteren. Maar de anderen walsen over het verhaal heen en menen dat hij toch overal bij betrokken wordt, dus wat zeurt hij nou?! Je hoeft er niet eens je best voor te doen om in volwassenen op kantoor kleine kinderen op het schoolplein te zien: de sterksten bepalen wat er gebeurt en de zwakkeren moeten meehollen of raken in een sociaal isolement. In Denemarken deelde een manager romans uit aan zijn medewerkers om een discussie over sociale intimidatie op het werk uit te lokken. Het was het nieuwe boek van de Deen Christian Jungersen, De uitzondering, dat in Scandinavië geweldig aanslaat en tijden de top tienen aanvoerde. En inderdaad, er ontstónd hevige discussie. Wanneer is iets sociale intimidatie? Lokt iemand het zelf uit? Is een grapje wel een grapje, of is het een manier om macht te verzamelen? In hoeverre sust degene die iemand pest zijn geweten omdat er onvoldoende weerstand komt en de gepeste er dus wel tegen zal kunnen? Prachtige vraagstukken voor een roman.

De uitzondering is een psychologische thriller die vanuit vier perspectieven uitstootgedrag op een kantoor belicht. Na lezing is er weliswaar één initiator aan te wijzen, maar duidelijk is ook hoe anderen inhaken. Hoe iemand bijvoorbeeld verblind is geraakt door schuldgevoelens en er zo steeds een schepje bovenop doet. En hoe degene die tegengewerkt wordt het zelf eigenlijk alleen maar erger maakt. Vier mensen, vier schuldigen en vele drama's.

Anne-Lise, bibliothecaresse van het Deens Centrum voor Informatie over Volkerenmoord, is een veertiger met twee kinderen en een man die bij de bank werkt. De familie is niet onbemiddeld, heeft vrienden en een joekel van een huis in de beste wijk van Kopenhagen. Anne-Lise is in alles geslaagd, maar op kantoor is ze het haasje. In het centrum, waar vijf mensen werken, zit ze in de bibliotheek, afgezonderd van de rest. Daardoor mist ze de aansluiting die ze zo vurig wenst. Ze raakt meer en meer gefocust op contact met de drie anderen (de directeur is meestal uithuizig) en wordt daar meer en meer in afgestraft. Eerst negeren de drie anderen haar alleen nog maar. Dan - omdat ze haar probleem kenbaar maakt en de directeur veranderingen doorvoert die ook gevolgen hebben voor de anderen - wordt ze echt gedwarsboomd. Steeds kinderachtiger. Stapels boeken worden omvergegooid, mails worden gewist, lege flessen drank worden in haar kast gezet en er wordt bij klanten van het centrum over haar geroddeld. Dat richt haar zo te gronde dat ze ook thuis niet meer de zekere persoon is die ze was.

Jungersen heeft met Anne-Lise overduidelijk de grote kracht willen tonen die dit soort sociale werkterreur op ons hele sociale en psychologische stelsel uitoefent. Maar Jungersen wilde meer zeggen. Psychologische oorlogsvoering kent immers meerdere partijen, ieder argument kent zijn tegenargument, niets is eenduidig. De achtergrond van secretaresse Camilla, ook een veertiger met ook twee kinderen, biedt op het eerste gezicht genoeg aanknopingspunten om werkelijk contact met Anne-Lise te maken, maar ze durft niet. Camilla krijgt van de elf hoofdstukken maar één hoofdstuk toebedeeld, en dan ook nog een kort. De informatie dat Camilla op school is gepest moet via het perspectief van Anne-Lise komen. Jungersen benadrukt herhaaldelijk dat Camilla daarom een meeloper is, bang opnieuw slachtoffer te worden. Zij is het dan ook die het gevaar het centrum binnenhaalt door naïef een relatie te beginnen met een vriend van een Servische oorlogsmisdadiger. Zoals ze heeft ontdekt, gaat ze gebukt onder een addictive personality. Ze laat zich slaan. Drama twee.

Iben is de eigenlijke hoofdpersoon van het boek. Zij krijgt vier hoofdstukken en de meeste pagina's. Jungersen vertelde in een interview hoe hij na een jaar een roman van 250 pagina's had geschreven, die hij in de daaropvolgende vier jaar in brokstukken hakte en opnieuw verdeelde over de bijna 700 pagina's die het boek nu telt. Het zou me niet verbazen wanneer die eerste versie het verhaal van Iben was.

Iben heeft haar baan van documentaliste bij het centrum aan haar beste vriendin Malene te danken. Malene zorgde er ook voor dat Iben voor het centrum naar Kenia kon. Een snoepreisje, in beginsel, dat Malene zelf wel had gewild. Iben ging zo op in haar reis dat er geen tijd meer overbleef voor haar vriendin, die in een relatiecrisis verkeerde en haar dus nodig had. Ziedaar de opeenhoping van schuld. En dan is er nog iets met een vriend van Malene over wie Iben droomt en met wie zij aan het einde van het verhaal, een jaar na het begin, getrouwd zal zijn.

Maar ook Iben heeft haar dramatische ervaring. Ze werd in Kenia gegijzeld en ontsnapte ternauwernood aan de dood. Reden waarom ze nog aan achtervolgingswaan lijdt en haar werk bij het centrum haar soms zwaar valt.

Een aantal van Ibens artikelen zijn in een ander lettertype in het boek opgenomen. Het is een slimme zet van de auteur om zo intrigerende journalistieke feiten door het verhaal te vlechten. De persoonlijke drama's komen ermee in een breder perspectief te staan. Iben schrijft over de psychologie van het kwaad, waarvoor ze veel onderzoeken uit de kast trekt (onder andere dat van Stanley Milgram uit 1963, waaruit blijkt dat mensen in staat zijn anderen dodelijke stroomstoten toe te brengen als ze daartoe opdracht krijgen). Ze zoomt in op de meer dan vijftien miljoen Duitsers die na de Tweede Wereldoorlog van hun geboortegrond werden verdreven. Met het feit dat na 1945 gedurende vijf jaar meer dan twee miljoen Duitse burgers werden vermoord of uitgehongerd, wist de pers geen raad. Het is onder het tapijt geschoven, maar veel oud-verzetstrijders zwengelden dit geweld aan. Waarvan acte.

Belangrijker voor Jungersens verhaal is het stuk waarin Iben de excessen van een (fictieve) Servische oorlogsmisdadiger belicht. Een ogenschijnlijk gewone jongen die eerst gitaar speelde in een rockband veranderde door de oorlog in een monster dat roekeloos verkrachtte, langdurig martelde en achteloos moordde. Zelfs journalisten waren in zijn handen niet veilig. Geen wonder dat hij in het boek op het verlanglijstje van het Oorlogstribunaal staat.

Al deze verhalen hebben natuurlijk een boodschap. Ze spiegelen het gedrag dat Iben en haar vriendin Malene zelf tentoonspreiden, alleen duurt het nog flinke tijd voordat dit tot Iben doordringt. Dat heeft alles te maken met haar hevige vriendschap met Malene. Zij is de dominantste van het stel. Op het werk althans. In het dagelijkse leven is Malene heel breekbaar. Ze is een dertiger die haar vriend verliest, eerst doordat ze hem de deur wijst vanwege overspel, dan omdat hij dood is. Ze lijdt aan reuma en ziet zichzelf in de toekomst eenzaam in een rolstoel wegkwijnen. Dat verklaart natuurlijk waarom ze op haar werk wil excelleren, in het middelpunt wil staan. Het is overduidelijk compensatiegedrag, waarmee ze geleidelijk aan anderen wegduwt.

Malene is dan ook degene die het vuur aansteekt. Hoewel Jungersen in interviews benadrukt dat dit helemaal niet zeker is, is het voor de lezer zo klaar als een klontje. Boeiend is nu juist hoe anderen daarop reageren, hoe ze stoeien met wie ze zijn en willen zijn. Helaas verklaart Jungersen aan het einde toch nog Malenes bijtende sadisme. Ze heeft een dissociative identity disorder, schrijft ze in haar dagboek, dat - zo suggereert een agent later - heel goed door Iben geschreven zou kunnen zijn. Flauw van Jungersen om het weer op losse schroeven te zetten, het blijft een te makkelijke conclusie. Alsof we zoiets nodig hebben om de verfijnde psychologische terreur te verklaren. In de roman staat juist meerdere malen te lezen - en dat intrigeert enorm - dat wreedheid van de mens vaak helemaal niet te duiden is. Er bestaan vaak geen logische verklaringen voor, hoezeer we die ook wensen te vinden. Het kan gewoon plots gebeuren dat iemand in een sadist verandert.

In een notendop is dit de psychologische basis van het boek, Jungersen schudde er als gesjeesd student gedragswetenschappen heel wat van zijn kennis in uit. Maar dat maakt nog geen thriller. Om spanning aan te brengen weefde Jungersen er daarom een extra verhaallijn doorheen. Iben en Malene krijgen mails waarin ze met de dood worden bedreigd. Doordat Malenes vriend daar een spyware-programma op zet die agenda en contactpersonen van verschillende afzenders kopieert, zit opeens de Servische oorlogsmisdadiger achter hen aan, wiens mailadres per ongeluk, via een interview dat Iben met een vriendin van hem had gedaan, door het programma was opgespoord. Dat klinkt totaal onaannemelijk en vergezocht. Jungersen weet er toch een spannend verhaal van te maken. Hij heeft genoeg John Le Carré gelezen om te weten hoe je iemand een trap laat beklimmen in het holst van de nacht, die door een raam naar binnen laat glijden en het huis door laat sluipen. Waarna de inbreker betrapt wordt, met alle verwoede ontsnappingspogingen van dien.

Suspense oproepen kan Jungersen dus wel, zijn plot is niet verkeerd en hij heeft ook verdomd mooie materie bij de kop gevat. Maar... de psychologische duiding ligt wel erg aan de oppervlakte en - veel bezwaarlijker - de stijl hapert aan alle kanten. Deels is dat Jungersen niet aan te rekenen. De vertaling van het boek is uitermate onzorgvuldig, het is onbegrijpelijk dat de vertaler hiervoor een beurs ontving. Niet alleen slaat hij regelmatig de bal mis als het om de juiste voorzetsels gaat (haar baan heeft "bestaan in het scannen van de trefwoordregisters", soldaten "streken waar alle weerbare mannen waren verdwenen", Barne ligt "te vloeken over de netwerkkabels", "Zijn jullie daar erg nerveus voor?"), woorden zijn vreemd vertaald (van 'carrièresloppen' of 'intoetsingen' heeft Van Dale nog nooit gehoord), wat wederkerige werkwoorden zijn snapt de vertaler nog niet helemaal ("hij weet zich kort en bondig te formuleren") en de Nederlandse woordvolgorde gaat ook wel eens op de schop ("Hij ontmaskert niet eens Paul"). Dat leidt tot zinnen die syntactisch doorgaans kloppen, maar semantisch gewoonweg rommel opleveren.

Misschien is de vertaler nurks geworden van het stoethaspelige origineel. Want het kan niet anders of Jungersen is zelf verantwoordelijk voor de zinnen die niet lekker bekken ("Willen wij dat zij het gezicht van het centrum naar buiten toe is?", "Neemt de chauffeur eruit?" "Het bloed was in Anne-Lises boekenkast", "verscheidene leiders lagen op de grens van het genieniveau", "dat Rasmus me vroeg te wachten tot nadat hij naar beneden was gegaan") en de woorden die regelrechte stijlbreuken vormen ("Ik wist niet dat jij mijnentwege met wraakfantasieën rondliep", 'markant', 'immers', 'echter' en dat soort woorden komen te pas en onpas voor, terwijl er steeds 'gehakt' wordt op iemand). Bovendien zijn verwijswoorden voortdurend ambigu, wat steeds meer begint te storen. Vaagheid oproepen is immers nog geen spanning creëren.

De auteur heeft in verschillende interviews laten weten dat hij zich liet inspireren door de karige stijl van Raymond Carver, die zo feitelijk mogelijk dialogen optekent om de lezer zoveel mogelijk ruimte te laten voor het invullen van gevoelens. Jungersen slaat de Carverplank finaal mis. Niet alleen is hij allesbehalve karig (het boek zou zeker vijftig pagina's slinken als alle rare en overbodige tussenwerpsels verdwenen), hij begaat bovendien de beginnersfout dat wat zonneklaar is nog eens via een ander perspectief uit te leggen. Jungersen heeft gevoelens uitgesponnen tot een kleverig, truttig en kinderachtig web.

En wat is dat zonde, want wat heeft Jungersen gedroomd materiaal bijeen geschaard om een roman te schrijven die erin hákt. En wat is het bevreemdend, dat zo'n stilistisch slecht boek zo enorm kan aanslaan. Daar is maar één verklaring voor: de massa maalt niet om stijl. De massa maalt om spannende inhoud. En de massa maalt om psychologische duiding op een presenteerblaadje aangereikt. Handig voor op kantoor.

Laat dit een oproep zijn aan een echte schrijver, die deze twee onderwerpen, of een ervan, tot een volwaardige roman weet uit te werken. Want in een ding heeft Jungersen gelijk. In het Nederlands taalgebied hebben we weliswaar de negen delen van Het Bureau van Voskuil, maar over de kantoorcultuur zijn opvallend weinig romans geschreven. En ook een thema als de Servische oorlogsmisdaden is nog niet vaak verliteratuurd. Werk aan de winkel dus, voor degene die het wel kan.

Fleur Speet

Menselijke wreedheid is vaak helemaal niet te duiden. Er bestaan geen logische verklaringen voor, hoezeer we die ook wensen te vindenVreemd dat zo'n stilistisch slecht boek zo kan aanslaan. De massa wil haar psychologische duiding op een presenteerblaadje

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234