Maandag 27/06/2022

De zege van een wedstrijdbeest

De winnaar van de Koningin Elizabethwedstrijd 1999 heet Vitaly Samoshko, is 25 en komt uit de Oekraïne. Hij speelde zaterdag als laatste finalist en kwam niet echt onverwacht als triomfator uit de bus. Toch golden de uitgesproken voorkeuren van zowel het grote publiek als vele 'kenners' vooral andere kandidaten.

Vrijdag speelde Norie Takahashi een onterecht onopgemerkte proef. Het plichtwerk, dat ze nochtans degelijk ten beste gaf, miste fundament. Het moest het hebben van effecten in het lage register van de piano en Takahashi had, anders dan de kloeke rest van de deelnemers, niet de kracht te imponeren. Haar Beethovensonate (opus 10/1) was dan weer prachtig. De Japanse durfde grote extremen aan, zowel dynamisch als in het tempo, zonder dat daardoor het geheel verbrokkelde. Ikzelf vond alleen al deze Beethoven, zeker achteraf bekeken, een betere plaats waard. In Prokofievs Derde Pianoconcerto was het voor het frêle meisje opnieuw lastig optornen tegen het orkest. Toch loste ze dit op met haar kleine, maar heldere en penetrante touch.

Alvast kleurrijker was Vladimir Sverdlov, de intrigerendste finalist, die er achteraf voor zorgde ook de meest besprokene te zijn. Zijn plichtwerk was een kleine ramp. Hij was er duidelijk niet in geslaagd het werk te bevatten en er op een doeltreffende manier wat mee aan te vangen. Bij de sonate van zijn keuze, Schuberts D.784, voelde hij zich beter. Zijn voordracht was smaakvoller dan die van Ghindin, die dezelfde sonate speelde. Eigenaardig voor een finalist waren dan weer de chronische, pianistieke fouten. Misschien was het door zijn duidelijke nervositeit, maar Sverdlovs legato was om zeep, zijn akkoorden bijna consequent ongelijk. Hij loste echter veel op door zijn muzikantschap: hij is de enige echte 'artiest', in de romantisch-gevoelige zin, die we te horen kregen. In het Tweede Pianoconcerto van Chopin, waarin hij het eerst stroef lopende orkest dwong mee te musiceren, bleef hij veel risico's nemen, ondanks vele fouten. Hij bewees hier hoe dan ook zijn grote talent, maar het is begrijpelijk dat zijn prestatie voor een wedstrijd niet gaaf genoeg werd bevonden.

Gottlieb Wallisch was een solide, maar vervelende kandidaat. Hij begon nochtans heel goed, met een afgemeten plichtwerk, vrij groot van klank en ritmisch onberispelijk. De Haydnsonate speelde hij bevallig, nagenoeg feilloos, met volmaakt legato en frasering. Na de eerste tien maten was echter al duidelijk hoe de rest zou klinken. Betrouwbaarheid is mooi, maar op zich niet zo interessant. Haydns muziek mocht dan overeind blijven bij dit brave vakmanschap, Rachmaninovs Tweede Pianoconcerto deed dat duidelijk niet. Wallisch leek ons alleen de noten te geven - weliswaar al een hele prestatie in dit concerto - en het resultaat was dodelijke verveling. Jammer.

En dan was er Vitaly Samoshko, met eerst een heel strijdbare uitvoering van Tears of Ludovico. Heel juist, zoals Wallisch voor hem, maar meer geëngageerd, harder, rauwer. Hij is duidelijk wat men een wedstrijdbeest noemt: weinig zenuwen, dus weinig verlies van zijn technische en muzikale vaardigheden door de competitiesfeer, en een uitgekiend programma, dat het volledige sonore gamma van de piano aan bod laat komen. Hij koos de sonate D.537 van Schubert: een schitterend werk, waarin kracht en elegantie, panache en zangerigheid elkaar vinden. Velen van wie de mening me lief is, spreken me tegen, maar ik vond Samoshko's versie werkelijk prachtig. Juist, mooi en pianistiek in orde: meer mag je op een wedstrijd maar zelden verwachten. Ten slotte was er het titanenstuk bij uitstek, Rachmaninovs Derde Pianoconcerto. Een werk waarvan de impact op het publiek, en blijkbaar op de jury, bekend is. Zeker wanneer het zo integer, klaar en duidelijk wordt gespeeld.

Rond kwart voor één viel het verdict van de jury. Voorzitter Arie Van Lysebeth maakte de zes laureaten bekend in de volgende volgorde: 1. Vitaly Samoshko, 2. Alexander Ghindin, 3. Ning An, 4. Shai Wosner, 5. Roberto Cominati, 6. Vladimir Sverdlov.

Deze laatste was duidelijk niet opgetogen met zijn nochtans mooie zesde plaats. De kleine Rus kwam het podium opgestapt, negeerde publiek en juryleden en ging zitten mokken. Ook felicitaties van medefinalisten moest hij niet. Een beetje jammer voor iemand met zijn talent, dat hij meteen de goede sfeer van de in het verschiet liggende concerten in het gevaar brengt.

Esther Budiardjo, Jakob Katznelson, Roland Krüger, Hidéki Nagano, Norie Takahashi en Gottlieb Wallisch mogen zich voortaan 'finalist' van de Elizabethwedstrijd 1999 noemen.

De discussies over de keuze van de jury konden een aanvang nemen. Minstens de - goeddeels vrouwelijke - helft van het publiek had graag Cominati als winnaar gezien. Ikzelf had een boon voor Shai Wosner, die donderdag een schitterende Mozart speelde. De tweede plaats van klavierkiller Ghindin en de lage score van Takahashi waren verbazend. Enzovoort, enzovoort. 'Het is maar een spel' kwam natuurlijk over niemands lippen. Maar zo is het wel.

Rudy Tambuyser

Vladimir Sverdlov was ontevreden, negeerde jury en publiek en ging zitten mokken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234