Donderdag 06/10/2022

AchtergrondOorlog in Oekraïne

Deze psychologen helpen Oekraïners die nog in de oorlog zitten. ‘Medicatie helpt niet als er geen hoop is’

De Oekraïense vrouw Raisa reageert emotioneel bij een verwoeste school in het dorp Bilogorivka in de Lugansk-regio op 17 juni. Beeld AFP
De Oekraïense vrouw Raisa reageert emotioneel bij een verwoeste school in het dorp Bilogorivka in de Lugansk-regio op 17 juni.Beeld AFP

Veel Oekraïners kampen als gevolg van de oorlog met psychische problemen, sommigen durven niet eens te slapen. Psychologen schieten te hulp, maar wat kunnen ze doen voor mensen die nog midden in de oorlog zitten?

Frank Rensen

In een nog intact kantoorgebouw in Kiev zitten Oekraïense burgers in een provisorische wachtkamer. Concetta Feo (41), een Italiaanse traumapsycholoog van Artsen zonder Grenzen, probeert zo veel mogelijk van hen te woord te staan. Tijdens de eerste van een aantal telefoongesprekken met de Volkskrant vertelt Feo over Lyudmyla (niet haar echte naam, vanwege het beroepsgeheim van artsen en hulpverleners), een vrouw die haar broer om het leven zag komen tijdens een bombardement. Lyudmyla moest hem gehaast begraven in de tuin van hun ingestorte huis.

Het daaropvolgende en voortdurende verdriet was haar te veel geworden. Lyudmyla had de afgelopen week nauwelijks geslapen – ze durfde haar ogen niet te sluiten uit angst voor de stormvloed aan heftige gedachten die dan komt.

“We moesten haar uitleggen dat ze traumatische ervaringen had opgedaan. Dat haar angst en verdriet normale reacties waren op abnormale gebeurtenissen”, legt Feo uit. Om te voorkomen dat Lyudmyla’s aanhoudende verdriet tot ernstige psychologische stoornissen zou leiden, moest Feo snel een passende oplossing vinden.

Uiteindelijk leidde Feo de zwaarste klachten van Lyudmyla terug naar de geïmproviseerde begrafenis van haar broer. Feo stelde daarom voor dat ze de gebruikelijke rituelen alsnog zou uitvoeren. Zoals een symbolische dienst: Lyudmila is Oekraïens-orthodox, dus volgens de traditie zou ze twee rozen neerleggen, met een glas thee en suiker voor de ziel van de overledene. “Ze kreeg rode ogen, glimlachte en omhelsde ons. Ze was dankbaar, en ik merkte dat we iets hadden geraakt.”

Op deze manier helpt Feo dagelijks tientallen mensen. Het ene moment in een metrostation in Kiev, waar de beklemmende atmosfeer tot paniekaanvallen leidt, dan weer in een afgelegen dorp zes uur verderop, waar men door de dreiging van aanvallen met een constante hyperalertheid kampt. Zo uiteenlopend als de klachten zijn, zo flexibel zijn Feo en haar collega’s.

Traumapsychologie

Achter deze lastige opdracht schuilt decennia aan veldonderzoek, waaronder dat van Kaz de Jong, sinds 1993 traumapsycholoog voor Artsen zonder Grenzen. Zijn ervaringen in onder meer Rwanda, Sierra Leone, Tsjetsjenië en Colombia droegen bij aan de ontwikkeling van de psychologische vleugel van de organisatie. Die ontstond toen dokters regelmatig dezelfde patiënten terugzagen in veldklinieken. Hun klachten, ook de fysieke, bleken vaak een psychologische oorsprong te hebben. “Wat voor nut heeft het geven van medicatie en voedsel, als de mensen hun hoop hebben verloren? Dan nemen ze dat niet meer aan”, zegt De Jong.

Psychologische hulpverlening in vredestijd is onvergelijkbaar met wat Artsen zonder Grenzen in Oekraïne biedt: “In oorlogsgebieden is het doel niet om mensen te genezen, maar om ze op de been te helpen.” Ze zijn volgens De Jong ook niet ziek, ze lijden aan stressklachten: angsten, herbelevingen, slapeloosheid, hopeloosheid, paniekaanvallen. Oplossingen voor die klachten liggen bij de veerkracht van het individu en het vangnet van een gemeenschap. De Jong en Feo helpen hun ‘patiënten’ die oplossingen te vinden.

Eén manier waarop ze dat doen is met psychologische eerste hulp, voor als iemand acuut wordt overweldigd door emoties, bijvoorbeeld tijdens een paniekaanval. Het concept van die EHBO is om basale communicatie te gebruiken om tot iemand door te dringen. “Sommige slachtoffers houden niet op met praten, anderen zijn juist totaal gedissocieerd. De voornaamste doelen zijn om een luisterend oor te bieden, te achterhalen wat iemand is overkomen en wat voor hulp ze nodig hebben en ze eventueel naar professionals te verwijzen.”

Klinkt het alsof velen dat zouden kunnen doen? Dat is ook het idee: Feo en haar collega’s doceren de methode specifiek aan vrijwilligers om van binnenuit een gemeenschap te helpen. Feo: “De vrijwilligers vinden het vooral lastig om met huilende of agressieve mensen om te gaan.”

De acute interventie

Wanneer iemand kampt met zware klachten die vrijwilligers niet kunnen verhelpen, grijpen deskundigen in, met wat Feo “acute interventie” noemt. Dat deed ze bijvoorbeeld bij Nadya (ook niet haar echte naam), een vrouw van middelbare leeftijd die vanuit de Donbas naar Kiev was gevlucht. Haar gezin, familie en vrienden waren achtergebleven. Nu voelde ze zich hopeloos en alleen. “Ze kon niet stoppen met huilen”, zegt Feo.

Voor Nadya was de oorlog in 2014 al uitgebroken. Gedurende die eerste fase van het conflict kon ze nog omgaan met de psychologische stress. Dat veranderde toen haar huis werd verwoest bij de grootschalige Russische inval in de Donbas. Nadya besloot naar Kiev te vluchten, maar kon haar echtgenoot en familie niet overtuigen mee te gaan. Ze ging toch, maar door de abrupte eenzaamheid in Kiev stuitte ze op het trauma dat toch in 2015 al was ontstaan.

Feo legde Nadya uit dat het getraumatiseerde brein als een overvolle kast is: die veroorzaakt stress, maar je wilt hem ook niet openmaken en opruimen, vanwege wat er dan allemaal tevoorschijn kan komen. Het is normaal hulp nodig te hebben om emoties en ervaringen een plaats te geven. “Ik help bij het sorteren van de emoties”, zegt Feo.

In het geval van Nadya bestond dat vooral uit het ontrafelen van de lagen van trauma, uit de Donbas én uit Kiev. Dat verwerken van emoties wordt vaak gecombineerd met wat in vaktermen psycho-educatie heet. Hierin vertelt een psycholoog wat een persoon nodig heeft en zelf kan doen om meer controle te krijgen over de emoties.

Na het eerste gesprek voelde Nadya zich al beter, en wilde ze graag terugkomen voor meer sessies. Maar het was onmogelijk voor Feo om die gesprekken te voeren, ze was voortdurend elders nodig. Feo ziet haar cliënten, tot haar spijt, vaak maar één keer. “Ik heb geen idee hoe het nu met haar gaat.”

Effectiviteit?

Een oorlogssituatie leidt niet alleen tot vooral praktijkgerichte hulpverlening, het is ook nagenoeg onmogelijk de effectiviteit van ingrepen te evalueren. Hoe is de effectiviteit van een aanpak te meten, als ‘proefpersonen’ zelden tweemaal gesproken kunnen worden?

Toch doen psychologen in oorlogssituaties niet zomaar wat. Hun methode kent een lange geschiedenis waarop ze voortborduren. Volgens Rolf Kleber, emeritus hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Utrecht en ook betrokken bij Artsen zonder Grenzen, begon het verhaal van de psychotraumatische zorg in de Verenigde Staten in de jaren zeventig, toen de term ‘posttraumatische stressstoornis’ voor het eerst werd gebruikt voor de aanhoudende en heftige stressklachten van veteranen uit de Vietnam-oorlog.

Dichter bij ons groeide de traumazorg pas echt in de jaren negentig, maar was toen volgens Kleber “te veel gefocust op stoornissen en therapie”. Een voorbeeld hiervan is ‘debriefing’, waarmee slachtoffers kort na een traumatiserende situatie hun gedachten en emoties met lotgenoten bespreken. Die methode bleek niet effectief: politiemensen die in 1992 bij de Bijlmer-ramp betrokken waren geweest (toen een vliegtuig neerstortte op een Amsterdamse wijk, red.), en waren ‘gedebriefd’, hadden drie jaar later juist meer last van posttraumatische klachten, ook al waren ze tevreden over deze interventie. De les: op de korte termijn is het uitvoerig delen van emotie te confronterend, waardoor de zorg averechts werkt.

In de volgende decennia verschoof het perspectief van de acute traumazorg steeds meer van therapie naar de praktische verstrekking van structuur, levensmiddelen en informatie, bijvoorbeeld aan de hand van de psycho-educatie die Feo toepast. In 2019 onderzocht Jeannette Lely, onder supervisie van Kleber, gesprekstherapieën die, net als Feo’s acute interventies, mede op psycho-educatie berusten. Ze kwam tot de conclusie dat die effectief de posttraumatische klachten van vluchtelingen van oorlogsgeweld verlichten.

Wetenschappers voeren talrijke soortgelijke onderzoeken uit, maar die gaan bij uitstek over ingrepen in ‘veilige’ omstandigheden van opvangkampen voor vluchtelingen, na afloop van de traumatiserende gebeurtenissen. Het is daarom niet te zeggen of de acute ingrepen van Feo en haar collega’s even effectief zijn. Het is geheel aannemelijk dat die kennis voorlopig uitblijft. Kleber: “Ze zitten in de Donbas nu niet bepaald op een onderzoeker te wachten.”

Ook Feo heeft geen tijd voor uitgebreide evaluaties, die hoe dan ook alleen gebaseerd zouden zijn op haar eigen ervaringen. Hoewel die niet zijn vastgelegd in een wetenschappelijke publicatie, spreken ze boekdelen: “Het heeft me verbaasd dat iedereen hier mij omhelst. Ze zijn zo blij dat ze hun verhaal kwijt kunnen. De opluchting die ik dan in hun ogen zie, is een verschil van dag en nacht met hoe ze bij me aankwamen.”

Inmiddels is Feo weer thuis, in Italië. Tijdens het laatste gesprek vertelt ze dat ze alweer aan het werk is in haar ziekenhuis. Sinds haar terugkeer uit Oekraïne heeft ze één ochtend pauze gehad.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234