Zondag 25/09/2022

'Dit was meer dan een territoriumconflict'

Waren de rellen in Anderlecht vrijdag een veeleer 'banaal' robbertje vechten tussen twee opgehitste groepen? Of speelt er meer in de samenleving van de hoofdstad? De Morgen zocht naar de eerste voorzichtige antwoorden. 'Er is hoe langer hoe meer een tweedeling tussen de sociale groepen in de stad, zeker in Anderlecht. De fysieke afstand lijkt klein, de sociale des te groter.' Door Nathalie Carpentier

'Vlak voor de rellen zag ik drie jonge maghrebijnse moeders met kleine kindjes", vertelt André Drouart, Anderlechtenaar en lokaal politicus (Ecolo). "Ze wandelden niet, ze líépen. Eentje probeerde de boel te kalmeren en zei dat ze toch ver van de plek van het treffen waren, dat ze zich niet ongerust moesten maken. 'Neenee, de blanke hooligans gaan heel Anderlecht aanpakken', klonk het antwoord bang, waarop ze zich snel verder haastten."

Het tekent de sfeer. De talloze, veelal valse geruchten over incidenten tussen beide groepen voeden de angst, schudt de voormalige schepen van Preventie van Anderlecht het hoofd. "Als je zes jaar je Latijn hebt gestoken in preventieprojecten en gewerkt hebt aan het sociale weefsel, dan is het intriest om plotseling zoiets te zien gebeuren."

Het verklaart waarom het donderdagavond, een week na de rellen, iets voor zeven ongewoon druk is aan de ingang van het gemeentehuis. Ook wie anders zelden de gemeenteraad bijwoont, glipt nog snel mee binnen. Het eerste punt op de agenda vandaag: de veiligheidssituatie in de gemeente en de houding van het college tegenover de 'etnische conflicten'.

"Er is geen tijd voor kortzichtigheid", steekt CD&V-gemeenteraadslid Walter Vandenbossche van wal. "We merken een evolutie van de situatie. De eerdere incidenten in Kuregem lijken uit te dijen naar de rest van Anderlecht. Het blinde geweld waarmee onze gemeente is geconfronteerd heeft zware gevolgen voor onze bevolking. Mensen zijn bang, ze passen hun gedrag aan."

"Maar u hebt nog geen uitspraken gedaan over de betrokken hooligans", wijst hij het college op een ander punt van kritiek. "Wie zijn dat? Zij zijn toch ook belangrijke medeverantwoordelijken. En wat is er precies gebeurd na de bekermatch Anderlecht-Gent? De jongeren en kinderen moeten het signaal krijgen dat dit geweld niet kan en niet mag, maar we moeten ook oppassen dat er geen eenzijdig verhaal wordt opgehangen dat wijst naar de allochtone gemeenschap."

"Het gaat hier om een echt etnisch conflict", neemt Drouart van oppositiepartij Ecolo het woord over. "Twee groepen zijn tegen elkaar opgezet: jonge allochtonen en blanke hooligans. Het is geen toeval dat dit treffen plaatsvond rond Sint-Guido. Er is een toenemende criminalisering van de buurt. Het is een plek waar jongeren en mensen uit verschillende buurten elkaar kruisen. Het is niet vreemd dat net daar een etnisch conflict is ontstaan."

Drouart voedt die analyse met zijn eigen ervaringen in het Franstalige onderwijs, had hij ons enkele uren ervoor verduidelijkt. Hij is behalve politicus en ex-schepen van Preventie ook leerkracht aardrijkskunde in twee secundaire scholen in Anderlecht. l'Institut Notre-Dame in Kuregem is een concentratieschool, de andere, l'Institut des Soeurs de Notre-Dame vlak bij Sint-Guido, rekruteert meer onder de 'gemiddelde Brusselse klasse'.

"Het is net of ik twee totaal verschillende beroepen uitoefen", schetst hij de situatie. "Ik word er geconfronteerd met twee publieken die elkaar niet spreken. Ze kennen elkaar niet, wat bijdraagt tot wederzijdse angst en potentieel tot onderling geweld. We moeten meer investeren in initiatieven die bijdragen tot een nieuwe sociale cohesie in onze gemeente."

Het is de 'vraag van één miljoen': waarom kwam het nu plotseling tot zulke zware rellen in Anderlecht? "Het antwoord op die vraag beheersen we niet, maar ik zie wél verscheidene factoren die meespelen", reageert socioloog Andrea Rea van de Université Libre de Bruxelles. Rea buigt zich al jaren over thema's als racisme, migratie, gelijke kansen en onderwijs. Hij benadrukt al langer dat "de (groot)stad wel een belangrijke fysieke nabijheid biedt, maar de sociale afstand tussen de verschillende inwoners er hoe langer hoe meer groeit".

De socioloog heeft zijn eigen visie op de rellen van vorig weekend. "Ook al kwamen de meeste aangehouden jongeren van andere gemeenten, ik zie toch enkele oorzaken in Anderlecht zelf. Zo is er een duidelijke scheiding tussen jongeren uit Kuregem en de belgo-belges uit Hoog-Anderlecht rond het stadion."

"Dit ging over het territorium, maar dit was ook een confrontatie tussen die 'blanke flamands', zoals jongeren hen noemen, en immigrantenjongeren. Wat nieuw is tegenover vroegere rellen in de jaren negentig is dat dit keer niet alleen maghrebijnse jongeren betrokken waren, maar ook Afrikaanse. Maar wat nu in Anderlecht gebeurd is, is elders in Brussel ook mogelijk."

Hij verwijst voor zijn analyse specifiek naar een nieuwe studie Jeunes en ville, Bruxelles à dos?'. Die start met volgende observatie: "De jeugdhulp in Brussel ziet bij Brusselse adolescenten een gevoel van angst en rancune groeien tegenover die 'andere' Brusselaar. De Brusselaar die ze niet kennen, maar wél vrezen."

Hoe gescheiden de werelden soms zijn, wordt bevestigd door de resultaten. De studie ging na hoe thuiswonende vijftien- tot achttienjarigen zich de stedelijke ruimte geografisch toeëigenen. Ze bekeek het gedrag van jongeren uit drie uiteenlopende Brusselse wijken: het armere Anderlecht, het rijkere Sint-Lambrechts-Woluwe en het 'gemiddelde' Etterbeek.

De verschillen zijn frappant: waar de jonge Anderlechtenaars hun verplaatsingen met het openbaar vervoer beperken tot een klein territorium, tot één metrolijn (de Heizel en Erasmus zeg maar), bewegen jongeren uit Woluwe zich vrij vlot over het hele grondgebied.

Rea noemt de migrantenjongeren van Anderlecht 'gevangenen van hun eigen universum'. "Jonge Anderlechtenaars voelen zich goed in hun eigen wijk. Tegenover de andere wijken blijven ze onverschillig. Ze ontwikkelen een beeld waarbij ze zich geïntimideerd voelen door wat hen omringt. Aan de andere kant spreiden ze in hun eigen wijk een zelfverzekerdheid tentoon en eisen ze er specifieke rechten op."

"Dit probleem speelt niet alleen in Anderlecht, maar daar misschien wel sterker", verduidelijkt Rea. "Dat hangt ook samen met de huur- en woningprijzen. Families komen hun wijk niet buiten vanwege hun financiële situatie, en jongeren blijven in hun eigen wijk voor hun ontspanning."

Volgens de onderzoekers ervaren zulke 'immobiele' jongeren ook echt fysieke stress als ze zich buiten hun vertrouwde omgeving begeven. Rea ziet in het fenomeen een 'etnisering' van de publieke ruimte. "Ze leven alsof ze opgesloten zitten in hun eigen wijk, ze leven enkel met mensen uit hun eigen gemeenschap, zoals in de 'bled' die ze kennen in het land van hun ouders (de bled is een afgelegen plek, een 'gat, NC). Van andere wijken kunnen ze zich geen voorstelling maken, omdat ze er amper komen. Dat voedt angst tegenover die andere."

Voor Rea is het duidelijk. "De uitbarsting van vorige week drukt er ons nog eens op: het is hoog tijd dat de verschillende publieken in Brussel zich meer mengen. De tijd dringt. Zeker op schools niveau gebeurt er op dat vlak nog veel te weinig. Er wordt over gesproken, maar de politieke wil om radicale maatregelen te nemen ontbreekt. Zeker aan Franstalige kant. Zodra ingrepen om de sociale mix te bevorderen begonnen te leiden tot wachtrijen voor de 'betere' scholen, heeft men een stap achteruit gezet."

"Het Franstalige onderwijs in Brussel is volledig gedualiseerd", beaamt Drouart. "Dat geldt ook voor de stad. De cijfers zijn verontrustend: in Brussel leeft ongeveer 28 procent van de bevolking in een erg precaire sociale situatie. In een concentratieschool zoals l'Institut Notre Dame in Kuregem zit 70 tot 80 procent van de leerlingen uit zulke gezinnen geconcentreerd bij elkaar, vaak zijn dat jongeren uit immigrantengezinnen of kinderen van kandidaat-vluchtelingen. Daartegenover heb je scholen met een welgestelder publiek."

De eerste plek waar kinderen sociale omgang met anderen moeten leren, is nochtans doorgaans de school, onderstreept hij. "Het doel van het gewijzigde inschrijvingssysteem in de scholen van Marie Arena (PS) was positief: een betere sociale mix. Maar de effecten waren catastrofaal. De mensen kampeerden dagen lang voor de betere scholen." En ik kan u verzekeren, wijst hij naar de Notre Dame, "voor deze school stond niemand te wachten hoor, zelfs geen halfuurtje".

Probleem is dat ze dan maar meteen het decreet in de vuilbak hebben gekieperd, zucht hij. "Terwijl het beoogde doel wél interessant was. Dat zou een fundamentele prioriteit moeten zijn. Weet u hoeveel maghrebijnse gezinnen uit de buurt hun kinderen zelfs naar het Nederlandstalig onderwijs sturen? Niet alleen omdat de omkadering daar beter is en ze er meer middelen hebben, maar ook omdat de sociaalculturele mix er beter is."

Drouart deelt Rea's analyse. "Het is verschrikkelijk hoe de jongeren teruggetrokken leven in hun eigen vertrouwde wijk. Velen van mijn leerlingen uit Kuregem kennen de rest van de stad niet eens." En onbekend betekent inderdaad vaak gevreesd, ervoer hij toen hij zijn leerlingen voorstelde om naar het Brussels parlement te stappen. "Ze keken me geschokt aan. Te voet? Was ik gek geworden? Terwijl het slechts een dik kwartier wandelen was."

De voorbije week heeft Drouart de rellen ook besproken met zijn leerlingen. "Sommige leerlingen zijn een kijkje gaan nemen vrijdag, sommigen zijn opgepakt door de politie. Ik druk erop dat zo'n geweld niet aanvaardbaar is, maar wijs hen ook op het dubbele racisme. Dat het zowel bij de hooligans als op de blog aanwezig is."

"Bij onze leerlingen zorgen de rellen niet voor verhitte gemoederen, het is vrij kalm", zegt Lucas, schoolbemiddelaar in een andere concentratieschool in Anderlecht. "Ze discussiëren er ook niet zoveel over, het zijn vooral de ouders die erg ongerust zijn. Ik weet wel dat enkele leerlingen geschandaliseerd zijn door foute argumenten waar hooligans nu mee schermen. Anderen nemen positieve initiatieven en verspreiden pamfletten die oproepen tot kalmte."

Ook Lucas herkent de soms enge focus van jongeren op hun eigen wijk. "Sommige leerlingen komen inderdaad nooit in Brussel zelf. En als ze wel buiten hun wijk komen, voelen ze zich erg onzeker. Op schoolreis merk je meteen dat sommigen zich echt niet op hun gemak voelen. Ze zijn bang voor de blik van anderen. Omdat we dat voelen, proberen we ook meer gelegenheden om buiten te gaan te creëren, om dat te doorbreken."

Leerkrachten in de school proberen nu na de feiten de actualiteit te decoderen, besluit Lucas. "We proberen ook uit te leggen waarom de politie vooral gereageerd heeft tegenover de jonge maroxellois zoals ze die hier noemen. Ze begrijpen de argumenten, maar ik vrees wel dat zoiets niet nog eens opnieuw zou moeten gebeuren."

De voorbije week klonk het dan ook vrijwel unisono: herhaling vermijden vergt niet alleen een duidelijke bestraffing en een veroordeling van het geweld. Ook en vooral permanent preventiewerk blijft in de wijken levensnoodzakelijk. Dat onderstreepte ook de burgemeester van Anderlecht, Gaëtan Van Goidsenhoven (MR), tijdens een bijeenkomst met zijn collega's van de andere Brusselse gemeenten deze week.

Niets zo verhelderend als een bezoek aan La maison de la prévention van de gemeente, lijkt het dan. Of we eens mochten praten met medewerkers van 'l'Antenne scolaire', hen vragen naar hun ervaringen, hun aanvoelen? "Daarvoor moet ik eerst toelating vragen", klonk het eerst. En dan, anderhalve dag later: "Het spijt ons, wij hebben het verbod gekregen om met de pers te praten. Probeert u eens bij onze verantwoordelijke."

"Orders van de burgemeester", antwoordt preventieambtenaar Olivier Brodzky. "Als u de bedoeling uitlegt aan de persdienst, kan het misschien wel." "Dat is geen spreekverbod. U moet begrijpen dat we willen vermijden dat geruchten werkelijkheid worden", verklaart de woordvoerster van de burgemeester het order. "We roepen op tot kalmte." Dat een betere kijk op het geleverde preventiewerk kan bijdragen en het helemaal niet de bedoeling is geruchten te lanceren, werpen we tegen. "Het antwoord blijft tot volgende week nee. U moet het begrijpen."

Meer duidelijkheid of op zijn minst een antwoord misschien tijdens het veiligheidsdebat op de gemeenteraad? Vragen genoeg daar van de oppositie: wat denkt het college op korte termijn te doen? Gaat ze een paar stopgezette initiatieven voor jongeren, zoals de vroegere kinderraad (waar kinderen van maar liefst 42 van de 44 lagere scholen aan meewerkten) toch nieuw leven inblazen? Zelfde vraag voor de stopgezette adviserende raad voor jonge adolescenten...

Met een knik naar de oppositie en de volle raadszaal neemt burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR) het woord. "Ik onthoud uit uw vragen de oproep tot sereniteit. Ik stel dan ook voor dat we in alle sereniteit doorgaan. We gaan over tot het volgende agendapunt." Discussie gesloten.

Julie Cailliez en Olivier Bailly, Jeunes en ville, Bruxelles à dos, Samarcande, tel. (02)647.47.06

Studie:

De jeugdhulp in Brussel ziet bij Brusselse adolescenten een gevoel van angst en rancune groeien tegenover die 'andere' Brusselaar. De Brusselaar die ze niet kennen, maar wél vrezen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234