Dinsdag 27/09/2022

Djangan lupa Maluku ('Vergeet de Molukken niet')

'Op het veld kan ik de gebeurtenissen een beetje van me afzetten. Anders word ik gek''Tahamata betekent 'tot de dood'. Bij ons allemaal, en bij alle generaties die na ons komen, zal het ideaal om ooit naar de Zuid-Molukken terug te keren blijven leven'Tahamata staat nog altijd vierkant achter de acties van zijn Molukse volksgenoten, die halverwege de jaren zeventig Nederland opschrikten met twee bloedige treinkapingen en een gijzeling in een school

Bart WillemsTahamata, tussen oost-timor en Molukken

Oost-Timor is niet de enige plek in de Indonesische archipel waar wordt gemoord, geplunderd en gebrand. Vijfhonderd kilometer verder, op de Zuid-Molukken, loopt het ook weer danig uit de hand. Een halve eeuw geleden al werd de bewoners onafhankelijkheid beloofd. Oud-voetballer en neo-Belg Simon Tahamata is de bekendste ambassadeur van het Molukse ideaal, maar hij gelooft niet dat het er nog van komt. Bitter: 'Na Oost-Timor zullen ze niets meer weggeven. Wij kunnen nergens naartoe. Bij niemand aankloppen.'

Het regent pijpenstelen aan de Rozemaai in Ekeren. Woensdagmiddag, en de nazomer is verdwenen achter dichte grijze wolken. De Jeugdacademie van fusieclub Germinal Beerschot Antwerpen krioelt van de jonge voetballertjes en hun ouders. Op het grote trainingsveld draven jongens van 18, 19 jaar achter een bal aan. Tussen hen door beweegt zich een soepele veertiger. In de stromende regen staat ex-voetbalkunstenaar Simon Tahamata tussen de jonge beloftevolle voetballers. Hij doet fanatiek mee, draaft onvermoeibaar van de ene naar de andere kant van het veld, scheldt, roept, gebaart en tiert. Zolang hij maar over dat veld rent, kan hij vergeten wat er op Oost-Timor en in zijn eigen vaderland gebeurt. Voor de Molukker in Belgische ballingschap is Oost-Timor de spiegel van de gruwelijkheden op de Zuid-Molukken. Maar: "Zelfs voor Oost-Timor komt alle hulp te laat."

Indonesië kent meer Oost-Timors. Eilanden of delen ervan die al eeuwen een verlangen naar onafhankelijkheid koesteren en waar sinds het gedwongen aftreden van de Indonesische president Soeharto het geweld schrikbarend is toegenomen. Eeuwenoude haat wordt aangewakkerd door de lossere greep van Jakarta op de archipel, die 200 miljoen mensen telt. Oude tegenstellingen tussen moslims en christenen laaien op.

Op Irian Jaya en Aceh (Atjeh) vallen bijna dagelijks doden bij geweld tussen pro-Indonesische moslims en de plaatselijke, naar onafhankelijkheid strevende christelijke bevolking. Ook de Zuid-Molukken, eeuwenlang de kruidnagelschuur van de wereld, en de plaats waar de evolutietheorie van Darwin werd bewezen, ontsnapte niet aan een gewelddadige uitbarsting.

In 1949 kwam er een einde aan drieëneenhalve eeuw koloniaal Nederlands bestuur, zoals in heel 'Nederlands Indië'. Vijftig jaar later, op 19 januari 1999, openden honderden moslims met hun parang (kapmes) de jacht op de Molukse christenen en brandden vier dorpen plat in Latta op het Ambonese schiereiland Leitor.

Van de moordpartijen, brandstichtingen en plunderingen dringt maar weinig door tot de buitenwereld. Tahamata ziet het geweld, dat al negen maanden als een veenbrand woekert, met lede ogen aan. Hij is al jaren de bekendste ambassadeur van de ongeveer 35.000 leden tellende Molukse gemeenschap in Nederland en laat ook nu zijn stem horen. Dat doet hij al jaren, met eigenlijk maar één motto: Djangan lupa Maluku: Vergeet de Molukken niet. Ook toen hij in 1987 verhuisde naar Tongeren- hij ging voetballen bij Standard Luik - bleef hij dat doen. Later, na zijn overgang naar Beerschot, nam hij ook de Belgische nationaliteit aan. "Ik ben Molukker, daarna Belg en dan pas Nederlander." Dezer dagen moet hij machteloos toezien hoe zijn volksgenoten worden afgemaakt.

Van de inmiddels doorweekte groene wei stapt Tahamata ogenschijnlijk moeiteloos over naar de internationale actualiteit. Hij volgt de gebeurtenissen op dat andere eiland op de voet. De beslissing van de VN-Veiligheidsraad om een vredesmacht naar Oost-Timor te sturen, wordt op schouderophalen onthaald. "In het weekeinde gaan ze er naar toe? Het is nu woensdag. Hoeveel doden vallen er iedere dag? Als ze nog twee dagen wachten is er geen bevolking meer. Al die hulp nu komt veel te laat." Voor Tahamata is Oost-Timor de spiegel van de gebeurtenissen in zijn eigen vaderland, de enkele honderden kilometers noordelijker gelegen Zuid-Molukken. Hij vreest daar hetzelfde scenario als in Oost-Timor. "Het is nu alles Oost-Timor wat de klok slaat, en dat is normaal. Maar als je ziet hoe langzaam alles op gang komt....pfff. Op de Molukken worden mensenrechten geschonden. Het eiland zit potdicht, niemand kan ernaar toe op dit moment."

Wanhoop klinkt door in de stem van de balkunstenaar. Hij weet het soms ook niet meer. Sinds 19 januari van dit jaar wordt er gemoord in zijn vaderland. Er zouden al meer dan vijfhonderd doden zijn gevallen, vooral protestantse Molukkers die het doelwit zijn van moslim-milities die - net als in Oost-Timor - op zijn minst gedoogd worden door het Indonesische leger. De Molukse actievoerders in Nederland maakten zelfs melding van een door het Indonesisch leger geplande aanval op de Molukken. Onder de naam Code 9 zou met die actie begonnen worden aan de uitroeiing annex verdrijving van alle Zuid-Molukkers. "Hoe noemen ze dat... genocide." Dan, fel: "Op de Molukken is het nog veel erger dan op Oost-Timor. Die mensen kunnen nergens naar toe. Niemand bemoeit zich ermee. Wij kunnen nergens naar toe. Op Oost-Timor kunnen ze nog naar West-Timor, op de Molukken is er geen ontsnapping mogelijk." 'We kunnen nergens naar toe'. Als er een lijfspreuk voor de Molukkers in ballingschap geldt dan is het wel deze. Nergens op de uitgestrekte archipel was de Nederlandse invloed zo groot als op de Molukken. Na de kolonisatie in 1604, toen Nederland de eilanden overnam van de katholieke Portugezen, werden de Molukkers in hoog tempo gekerstend, bekeerd tot het protestantisme, en ingeschakeld bij het handhaven van het Nederlands bewind. De Nederlandse knoet was het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, kortweg KNIL.

Na de Tweede Wereldoorlog en de Japanse overheersing leek de Nederlandse rol in Indië al snel uitgespeeld. In 1949 werd de souvereiniteit officieel overgedragen aan de nog door de Nederlanders opgeleide ingenieur Soekarno. De Molukken zouden een verregaande vorm van autonomie krijgen, zo werd afgesproken. Maar in de maanden daarna werd in Jakarta de roep om een sterke eenheidsstaat steeds sterker. Op 25 april 1950 namen de Molukkers het zekere voor het onzekere en proclameerden ze in Ambon de Republik Maluku Selatan (RMS). De Molukkers maakten zich na bijna 350 jaar koloniaal bewind op voor de vrijheid.

Hoe anders zou het lopen. Nog geen twee weken later gebeurde wat de Molukkers hadden gevreesd: op 8 mei 1950 riep Soekarno met de beroemde 'proklamasie' de eenheidsstaat Indonesië uit. Verzet hiertegen werd overal, ook op de Zuid-Molukken, met grof geweld neergeslagen. Vierduizend KNIL'ers die na de strijd op de Molukken naar Java waren uitgeweken, werden op de boot naar Nederland gezet, nadat hen de terugkeer naar Ceram, een van de Molukse eilanden waar het verzet tegen de Indonesiërs nog doorwoekerde, door Soekarno was geweigerd.

De KNIL-mannen en hun gezinnen kregen van Nederland de belofte dat ze naar een vrij en onafhankelijk Zuid-Molukken zouden kunnen terugkeren.

In het geheugen van alle Molukkers zit de uitspraak gegrift die de Nederlandse koningin Wilhelmina vlak na de bevrijding in 1945 deed. "Wilhelmina heb het gezegd: 'Ieder volk heeft recht op zelfbeschikking'", klinkt het in een vervlaamst Amsterdams.

Tahamata: "Tijdens de reis naar Nederland in 1950 werd de KNIL ontbonden. Na aankomst werden alle vierduizend Molukse soldaten ontslagen. Pas toen ze in Nederland waren afgemeerd kregen ze te horen dat ze zonder werk en inkomen zaten. Meteen werd hun iedere hoop op terugkeer ontnomen. Ze hadden geen geld, geen werk, geen opleiding. Niets."

Die klap voedt al vier generaties lang de gevoelens van woede en frustratie van de Zuid-Molukkers. "We werden in barakken gestopt, in oude concentratiekampen. We werden een volk in ballingschap." In die getto's werd het streven om ooit terug te keren sterker en sterker. Het onafhankelijkheidsideaal leefde in de barakken in Nederland sterker dan op de Molukken zelf. Er werd een regering gevormd, en een president van de Republik Maluku Selatan gekozen.

"Het RMS-ideaal wordt van generatie op generatie doorgegeven. De jongens van nu zijn nog fanatieker dan die van 1975."

1975, 2 december. Een datum die met rode letters in de Nederlandse geschiedenisboeken, die decennia lang zwegen over de Molukse kwestie, zou worden bijgeschreven. Op die dag wordt, om 10.10 uur op een, mistige ochtend, de trein van Groningen naar Amsterdam even buiten het Drentse plaatsje Beilen bij Wijster overvallen door zeven jonge Zuid-Molukkers.

Het jarenlange leven in de marge van de Nederlandse samenleving en het ontbreken van iedere weerklank van de Nederlandse regering op hun eisen en verlangens leidde, na verschillende acties die steeds gewelddadiger werden, tot die eerste treinkaping. Dagenlang was Nederland in de greep van de vaalgele trein die daar eenzaam in een Drents weiland stond. Kort na de overval op de trein met meer dan zestig passagiers, worden machinist J. Braam en even later soldaat Leo Bulter doodgeschoten. Twee dagen later wordt het Indonesische consulaat in Amsterdam door zes Zuid-Molukkers bestormd. Zestig mensen worden gegijzeld, er valt één slachtoffer bij de dagenlange bezetting.

"Het waren jongens uit het noorden, de fanatiekste kwamen uit Assen. Ik kom zelf uit Tiel, maar ben in Vught geboren, in het voormalige concentratiekamp." Vanuit Lunetten verhuisde de familie Tahamata naar het Betuwe-stadje Tiel, waar, net als in het Drentse Assen, nog altijd een grote Molukse gemeenschap leeft. In 1971 werd de toen 15-jarige Tahamata naar Ajax gehaald.

Vier jaar later, ten tijde van de kaping, was hij als negentienjarige, uiterst talentvolle voetballer net bij de selectie van de Amsterdamse hoofdmacht ingelijfd. "We leefden enorm mee. Ik steunde de actievoerders, dat was vanzelfsprekend. Deze jongens wilden hun leven geven voor ons ideaal. Ze zorgden ervoor dat we gezien werden."

Ook na de overgave (op 14 december) van de treinkapers, die straffen tot negen jaar kregen, bleef Tahamata hen steunen. "We zochten ze op in de gevangenis, vooral met de feestdagen." En hij vindt nog altijd dat de acties - het woord treinkaping of gijzeling wil hij eigenlijk niet horen - zin hebben gehad. "Plots werden we gehóórd. We hadden een gezicht. Burgemeesters en wethouders kwamen naar ons toe en de oudjes kregen een plek waar ze een biljartje konden doen. Er was aandacht."

Op 23 mei 1977 is het weer raak. Twee groepen Zuid-Molukkers slaan toe, opnieuw in Drente. De eerste groep kaapt de trein Assen-Groningen bij het plaatsje De Punt, de tweede gijzelt een lagere school in Bovensmilde en houdt 105 leerlingen en vijf leerkrachten vast. Na eindeloze onderhandelingen met de Zuid-Molukkers in de snikhete trein en in de school wordt op 11 juni een ongekende militaire actie ontplooid. De school wordt zonder veel problemen ontzet. De trein wordt bestormd door tachtig militairen en politiemensen terwijl zes met luid gebrul overvliegende Starfighter-gevechtsvliegtuigen de kapers angst moeten aanjagen. "Eén jongen heeft het overleefd. De andere zes zijn doodgeschoten." Ook een passagier komt om bij de bevrijdingsactie. De gedode kapers werden martelaren van de strijd voor het RMS-ideaal.

De Zuid-Molukkers krijgen plots volop aandacht in Nederland, maar Indonesië geeft geen krimp. De geëiste gesprekken met Indonesische diplomaten in Nederland komen er nooit. Enkel de achtergestelde positie van de Molukkers in Nederland werd door de regering erkend.

Tahamata maakte in die tijd, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, furore. Was de publiekslieveling van de Ajax-aanhang en werd als bekende Nederlander beschouwd als de spreekbuis van de Molukse gemeenschap, die na de geweldddadige acties scherp verdeeld was.

Tahamata ging naar Feyenoord, en trok vervolgens halverwege de jaren tachtig de grens over. Het Molukse probleem verschoof in die tijd naar de achtergrond.

Tahamata speelde bij Standard Luik, Beerschot en Germinal Ekeren. Bij die laatste club beëindigde hij op 39-jarige leeftijd zijn actieve carriere als voetballer. Na drie jaar de jeugd van Standard te hebben getraind, keerde hij terug naar de Antwerpse gemeente. "Ik doe hier wat ik het liefste doe: met de jeugd werken. Ik hoef geen hoofdtrainer te worden. Dan ben je meer met je imago bezig dan met iets anders." Op de gang, laverend tussen voetballertjes van soms nauwelijks tien jaar oud, straalt de arbeidsvreugde van hem af. "Lekker getraind jongen?" vraagt Tahamata keer op keer. Ze kijken op naar hem, ondanks zijn luttele 1.64 meter. Hij vraagt ze naar de training, hun huiswerk, en natuurlijk de wedstrijd van afglopen zaterdag. "De eerste helft was wel goed he?" zegt hij tegen Timo, die na een voorsprong van 1-3 met 8-4 klop heeft gehad. "Die kinderen en de trainingen met de beloftes houden me overeind", zegt Tahamata als hij verhaalt over de wanhopige strijd voor het RMS-ideaal, en het soms moeilijk krijgt.

En vooral: "Op het veld kan ik de gebeurtenissen op de Molukken een beetje van me afzetten. Anders word je gek. Via mensen in Nederland en het Internet volg ik wat er daar gebeurt. Maar ik kan niet bellen of schrijven met mijn familie daar. Iedere keer als er lijsten met slachtoffers op internet staan, is het bang afwachten of er mensen die ik ken zijn omgekomen."

Die kans zit er iedere keer weer in. Ihamahu ('ik wil christen worden'), het dorp op het eiland Saparua waar veel Tahamata's vandaan komen, ligt tussen twee moslimdorpen ingeklemd. "Dili is platgebrand, en Ambon is ook een spookstad geworden. Niemand durft meer naar buiten. De meeste gebouwen zijn in brand gestoken. De milities willen alle christenen uitroeien. De mensen leven in grote angst." Twee keer reisde Tahamata naar het 'beloofde land', in 1978 en 1988. "Ik was er nog nooit geweest, terwijl ik als profvoetballer de hele wereld had rondgereisd. Ik kreeg het er koud van. Het was alsof ik thuiskwam."

De laatste jaren zijn veel, vooral oudere Molukkers teruggekeerd naar hun eiland. Vaak stranden pogingen om zich in hun oude dorp te vestigen op onwil of zelfs agressie van de Indonesische troepen of de moslim-milities. "Ik kan niet terug om naar mijn eigen negorij te gaan. Dat blijft een droom. Mensen met een RMS-verleden, die achter de acties van '75 en '77 stonden, hebben daar geen leven."

Om aandacht te vragen voor het steeds oplaaiende geweld hielden de Molukkers in Nederland stille marsen. De radicale jongeren deden het luidruchtiger ("Ze zijn nog fanatieker dan die jongens van vroeger"), trokken naar Den Haag en raakten er slaags met de politie. "Zij beseffen dat we te lang aan het lijntje werden gehouden."

Tahamata, opnieuw fel: "En dan worden we ontvangen door premier Kok en de minister van Buitenlandse Zaken en die geven dan een miljoen gulden voor de wederopbouw van Ambon....Terwijl de boel nu, op dit moment, wordt afgebroken. En dan zeggen ze dat het een intern Indonesische kwestie is. Pfff. Kosovo was ook binnenlandse politiek, maar ze gingen wel bombarderen."

"Hetzelfde met Turkije. Het doet echt pijn als Kok na de aardbeving zegt dat we solidair met de Turken moeten zijn omdat ze al zoveel jaren ook in Nederland wonen. Wij werden vijftig jaar geleden naar Nederland getransporteerd met de belofte dat we konden terugkeren naar een vrij en onafhankelijk Zuid-Molukken. We staan nog altijd met lege handen. Ik heb Kok nog niet gehoord over solidariteit met de Molukkers in Nederland omdat hun familie op Ambon wordt afgeslacht."

De Nederlandse politiek ten opzichte van Indonesië is er een van op eieren lopen, waarbij vooral defensie- en handelscontracten nauwgezet in het oog worden gehouden. Koloniaal schuldgevoel en het bekende Hollandse koopmanschap strijden om voorrang. Zo was de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen gekant tegen het afgelopen week door de Europese Unie afgekondigde wapenembargo tegen Indonesië. Niet opportuun, oordeelde de minister. Terwijl het verzet op Ambon en Oost-Timor wordt gebroken met wapens die de Nederlandse regering sinds 1975 aan het Indonesisch leger verkoopt. Of hoe de geschiedenis soms wrede bochten neemt.

"Op de Molukken zitten nu 24.000 Indonesische manschappen en huurlingen", zoals Tahamata de ongeregelde troepen noemt die op andere eilanden zijn gerekruteerd en als een soort vijfde colonne onrust stoken. "Als de moslims christenen aanvallen staan ze te kijken, gebeurt het omgekeerde, dan wordt er op de christenen geschoten."

Zo gebeurde en gebeurt het ook op Oost-Timor, in elk geval nog tot zondag 19 september, als de eerste VN-troepen op het eiland moeten landen. Hij gelooft overigens niet dat na Oost-Timor de regering in Jakarta nog meer eilanden of provincies 'zal laten gaan'. "Zolang het leger zo machtig is, verandert er niets. Wat moeten we doen? Ik denk dat ze op Oost-Timor een voorbeeld hebben willen stellen, zo van: kijk maar wat er gebeurt." En daar is die machteloze blik weer, ogen die al een paar keer de wanhoop van deze 'ambassadeur' van het Molukse ideaal verraadden. "Nederland heeft een morele plicht. zij hebben ons naar hier gehaald. Zij moeten de Zuid-Molukse zaak aankaarten. We zijn wat betreft ook aan Nederland overgeleverd. Maar we moeten blijven knokken."

Tahamata was tijdens zijn carrière al een vechter. Ondanks zijn kleine fysiek speelde hij tot zijn 39ste, toen hij bij Germinal Ekeren geëmotioneerd afscheid nam van het actieve voetbal, op topniveau. "Tahamata betekent 'tot de dood'. Bij ons allemaal, en alle generaties die na ons komen, zal het ideaal om ooit terug te keren blijven leven." Ook aan zijn kinderen (Tahamata heeft twee zoons, van 16 en 14 jaar) geeft hij die bagage mee. "Ze leren ook Maleis. Maar ze spreken het wel met een Limburgs accent", zegt hij, en eindelijk verschijnt die brede lach op zijn gezicht. Buiten regent het nog altijd. Het is tijd voor de avondtraining.

Voor meer Indonesië-nieuws, zie pagina 69 in De Financiële Morgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234