Maandag 26/09/2022

Doetjes met wanten

Dewinter had een vehikel nodig dat directer onder zijn controle stond en efficiënter was dan de alliantie van nsv, NJSV, Jongeren Aktief en VNJEen politiek beleid dat uitgaat van ongelijkheid tussen mensen, daar herkennen ze zich in. Maar naar buitenuit wordt daarvan geen hoofdpunt gemaakt

de vlaams blok jongeren zijn niet de enige vlaams blok jongeren

In zowat alle politieke partijen hebben de jongeren de reputatie aardig compromisloos uit de hoek te kunnen komen, als dat moet. Een mens zou dus zeggen: dat belooft voor een partij als het Vlaams Blok. Toch is dat niet zo. En dat komt omdat de Vlaams Blok Jongeren niet het monopolie hebben op wat ze pretenderen te zijn: leerschool of speerpunt, laat staan het geweten van de partij.

'Een van de militante speerpunten van de partij': zo spreekt het Vlaams Blok op zijn website - excuseer, webstek - over de eigen jongerenorganisatie. Daar houdt het niet bij op. De Vlaams Blok Jongeren zijn verder nog een "wervingsbasis" en "een deur" naar de partijwerking bij het Vlaams Blok zelf, de jongeren horen "de politieke en militante vorming van de jonge nationalisten" te verzorgen, hen "te mobiliseren en warm te maken". Doelpubliek zijn die Vlaamse en rechtse jongeren die "de struisvogelpolitiek van de traditionele partijen kotsbeu zijn".

Toch is de Vlaams Blok Jongeren een relatief jonge organisatie. Ze staken pas in 1987 van wal, onder impuls van de alomtegenwoordige Philip Dewinter, die dat jaar trouwens in het parlement zou komen. "Om aan een rekruteringsprobleem te verhelpen", schrijft Marc Spruyt in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Dat klopt, maar er waren natuurlijk nog andere factoren.

Hoewel de (officiële) Vlaams Blok Jongeren nog niet waren opgericht, waren er in de praktijk behoorlijk wat tot het Vlaams Blok aangesproken jongeren. En, wat meer was, ze waren bovendien al georganiseerd in hechte en goed gestructureerde politieke verenigingen, de beruchte Nationalistische Studenten Vereniging (NSV) voorop, veelal kortgeknipte jongens met een grijze Donald Duck-achtige pet op, die tot de politieke folklore horen van de universitaire campussen. Het NSV had een scholierenafdeling, Nationalistisch Jongstudentenverbond (NJSV), en in de Brugse daarvan had Philip Dewinter nog gemiliteerd, samen met zijn stadsgenoot Frank Vanhecke.

Jarenlang was het NSV de officieuze politieke jongerenorganisatie van het Vlaams Blok. Officieel was dat NSV onafhankelijk, en in de praktijk liep er wel eens een verdwaalde VU'er rond, of een partijloze. Maar bij het rechts-radicale NSV ging de politieke sympathie als vanzelf naar de politiek partij die het Vlaams-nationalisme zo radicaal en zo rechts mogelijk uitdroeg: het Vlaams Blok.

Maar dat mocht niet gezegd worden: nog veel meer dan nu kleefde tussen pakweg 1987 en 1995 (dus tot de eerste legislatuur na Zwarte Zondag) een smet aan het Vlaams Blok: voor het NSV was het niet interessant zich te openlijk aan het Blok te linken. En omgekeerd was het voor het Vlaams Blok ook veel nuttiger dan het NSV, althans in naam, onafhankelijk bleef. Om het in het gehate welzijnswerkersjargon te zeggen: die club was 'laagdrempeliger'.

Die fictie dat NSV en Vlaams Blok niets met elkaar te maken hadden, werd tot de uiterste consequentie volgehouden. En toen Philip Dewinter in een interview met een weekblad toch een slip of the tongue maakte en het NSV omschreef als de feitelijke studentenclub van het Vlaams Blok, stond de week erop prompt een lezersbrief in datzelfde weekblad. De brief waarmee het NSV zich van het Vlaams Blok distantieerde was van de hand van de toenmalige Leuvense preses: Bart Laeremans.

Toen het Vlaams Blok bij de beruchte verkiezingen van 24 november 1991 (Zwarte Zondag) een fameuze sprong vooruit maakte, bleek duidelijk hoezeer het NSV de feitelijke kaderschool was van het Vlaams Blok. Niet alleen Philip Dewinter had een NSV- (vooral NJSV-)verleden, maar ook de nieuwbakken parlementsleden Karim Van Overmeire, Marijke Dillen, Filip De Man en Joris Van Hauthem kwamen uit het NSV. Bij latere verkiezingen kwamen daar nog andere ex-NSV'ers als Jürgen Ceder, Erik Arckens, Frank Vanhecke, Bert Schoofs, Hagen Goyvaerts, Pieter Huybrechts, Dominiek Lootens-Stael, Koen Dillen en bovengenoemde Bart Laeremans bij.

Nog dit. Als het NSV een leerschool was, dan ook in het verdragen van en zichzelf wapenen tegen het beruchte cordon sanitaire dat ook het Vlaams Blok ondergaat. In zowat alle universiteiten is het NSV belaagd; wie dat volhoudt, een paar jaar lang, zichzelf moeten wapenen en verdedigen, is goed gestaald om ook het Blok-isolement te kunnen verdragen.

En er waren nog andere rechts-radicale jongerenclubs actief. Er is de Vlaams Nationalistische Jeugd (VNJ), de Vlaamse, rechts-radicale jeugdbeweging, en meer schimmige clubs als Jongeren Aktief.

Maar Philip Dewinter wilde vooruit. Het Vlaams Blok was stilaan in de fase van zijn ontwikkeling gekomen dat het ook eigen, 'echte' jongerenafdeling kon gebruiken; Dewinter zelf zou er trouwens de eerste voorzitter van worden. Voor de uitbouw van zijn Vlaams Blok had Dewinter trouwens ook wel een vehikel nodig dat directer onder zijn controle stond, dat wendbaarder en vooral efficiënter kon werken dan de toch wat versplinterde alliantie van NSV, Jongeren Aktief en de VNJ, het uit de wat te enge studentensfeer halen ook. Maar ze bleven wel bestaan, er zijn en blijven vele en hartelijke contacten tussen N(J)SV'ers, VNJ'ers en Vlaams Blok Jongeren, en die Jongeren zelf zetten, als het hen uitkomt, graag een ander petje op.

Vanaf het ogenblik dat de Vlaams Blok Jongeren op het toneel verschijnen, maken ze furore. Hun eerste grote, spraakmakende actie is het 'Zwartboek Progressieve Leraars', waarin Dewinter leerlingen aanmoedigt om de namen van zogenaamd niet-objectieve leerkrachten te klikken. Vlaanderen verslikt zich in verontwaardiging, maar dat maakt de grijns van Dewinter er niet minder breed om: zelden kreeg een actie van zijn partij zoveel publieke weerklank als de aankondiging van dat Zwarboek.

Die eerste jaren van hun bestaan telden de Vlaams Blok Jongeren meteen heel erg mee, maar dat kwam natuurlijk omdat de nummer één van de Jongeren al snel de feitelijke politieke leider van de partij werd: Philip Dewinter. En Dewinter modelleerde de jongeren naar zijn eigen temperament: fel, rauw, kort op de bal, niet schuw voor een opstootje meer of minder. Toen Blok-kenner Marc Spruyt zijn eerste boek schreef, Grove borstels, grasduinde hij dan ook gul uit de teksten van de Jongeren: bij hen las je pas de ongezouten variant van het Vlaams Blok-programma.

Maar die gloriedagen keerden niet terug. Na Dewinter kwam diens Antwerpse kennis Pieter Huybrechts (ook ex-NSV) aan het hoofd van de Vlaams Blok Jongeren, toen waren de banden met de partijtop nog nauw. Maar omdat het bij Jongeren niet handig is om een 'voorzitter voor het leven' te benoemen, kwam er snel opvolging: na Karim Van Overmeire (ex-NSV) en Philip Claeys kreeg vervolgens de ambitieuze Jürgen Branckaert het voorzitterschap van de Vlaams Blok Jongeren. Maar kijk: voor het eerst kwam er een openlijke kink in de kabel. Branckaert werd in 1999 jongerenvoorzitter, maar gaf er al in 2001 de brui aan; hij werd toen maar preses van het NSV. Hij kon niet doen wat andere jongerenvoorzitters doen: het kritische geweten van de partij zijn, ook tegen de partijleiding in.

Maar bij het Vlaams Blok kan dat niet. In een partij waarin de absolute samenhorigheid naar buiten voor alles de eerste regel is en blijft, is het bepaald niet gemakkelijk, zo niet onmogelijk voor een jongerenvoorzitter om zijn rol te (mogen) spelen. En dus maakte men mee dat Branckaert ontstemd zijn functie neerlegde. Het partij-apparaat duldde geen kritiek op zichzelf, zelfs niet van de jongerenvoorzitter. In theorie is dat gewoon het doortrekken van de oude aanbeveling van Karel Dillen, in de praktijk is het voor de huidige partijleiding ook handig meegenomen dat de Jongeren hun mond houden.

De opvolging van Branckaert werd een giller, zeker voor wie de soms nog wat romantische achtergrond (De blauwvoet van Rodenbach! De heldendood van de gebroeders Van Raemdonck aan de IJzer!) kent: de nieuwe voorzitter werd Frederic Erens, een van huis uit francofone Brusselaar die in het zog van ex-commissaris Johan De Mol bij het Vlaams Blok was beland. Extreem-rechtse credits heeft Erens te over, hij was in zijn jonge jaren berucht om zijn extremistische, quasi fascistoïde gedachtegoed, zijn Vlaams palmares was nul komma nul. Zijn gezag moet ook niet overdreven worden: wegens zo goed als geen achterban (wegens absoluut niet thuis in de Vlaamse beweging), is hij voorzitter van de Jongeren bij gratie van de Ouderen; sterke man Dewinter is inmiddels de 40 voorbij.

Dat de Vlaams Blok Jongeren minder uit de verf komen, moet ook niet gepersonaliseerd worden in de figuur van Erens alleen. Toen Dewinter de Vlaams Blok Jongeren leidde, en ook nog daarna, was de hele partij militanter. Vlaams Blokkers joelden op de Grote Markt te Brussel Alida Neslo en Willem Vermandere uit, gingen Paula D'Hondt in haar privé-woning een beetje intimideren, vochten bij herhaling een robbertje uit in het parlement, noem maar op. Maar in de fase waarin het Vlaams Blok zich nu bevindt, moet die partij koste wat het kost van dat brallerige imago af. Dewinter profileert zich inmiddels als de degelijkheid in persoon, klaar om Antwerpen en Vlaanderen mee te besturen, en de jongeren - zéker de jongeren - moeten hem in die ambitie geen bananenschil voor de voeten werpen.

En dus profileren de jongeren zich helemaal niet meer als een 'speerpunt', zoals het Blok nochtans zelf communiceert, maar als een behoorlijk mainstream gerichte club. Een met zware rechtse accenten, dat wel, maar toch. De Vlaams Blok Jongeren roepen vandaag de NMBS op om tot een betaalstaking over te gaan in hun protest tegen allerlei paarse plannen. Met andere woorden: ze maken zich een oud programmapunt eigen van de Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers. Ze dwepen in hun ledenblad met Lords of the Rings-films van Tolkien, al geven ze die film we een heel eigen interpretatie: de strijd van Frodo en Gandalf staat symbool voor de strijd tegen moslims, en die laatsten zijn treffend gepersonaliseerd als orks en kobolden.

Maar waar moet al die agressieve energie, zoveel jaren zo kenmerkend voor de jonge en erg hitsige Vlaams Blokkers, dan heen? Wel, hier bewijst het nog altijd bestaande netwerk zijn nut. Neem Rob Verreycken, zoon van senator Wim Verreycken en een hoogst agressief baasje, die trouwens al meer dan eens met politie en gerecht in aanraking kwam. Telkens als de handjes van Verreycken junior te los zaten, was dat in NSV-verband. Als hij zich als Vlaams Blokker profileert, is dat als 'advocaat', een heer met pak en das.

Of neem Roosmarijn Beckers, het jonge en zeer mediagenieke Vlaams Blok-meisje uit Sint-Truiden dat het vorig jaar zo goed deed bij Bracke en Crabbé. Op internet moet je amper een minuutje surfen om fanmail voor haar te vinden, op sites als die van het wel bijzonder extreem-rechtse Stormfront. Officieel heeft het Vlaams Blok daar helemaal niets mee te maken, zeker niet omdat die club zichzelf aanprijst als "white nationalist community". Die maken wel reclame voor de 'Nationale Jongeren Trefdag', in maart jongstleden, waarop ze fier aankondigen dat ook hun "jeune premier Roosmarijn Beckers" er zal spreken. Voor die Trefdag blijken niet alleen de Vlaams Blok Jongeren te mobiliseren, maar ook NSV, NJSV, Voorpost, Tak, VNJ, de Vlaamse Volksbeweging - plus Stormfront. Blijkbaar allemaal Alte Kameraden, ook al zijn ze niet eens 30. Voor de façade gaat het allemaal om de Vlaams Blok Jongeren, maar de organisatie krijgt de brede ruggensteun van de rest van rechts-radicaal-Vlaanderen, tot het tuig van Stormfront toe ("Trefdag locatie: Location: Antwerpen; Vlaanderen, heem van de SS-Langemark Divisie, waarvan het wapenschild hierboven afgebeeld staat; Dietsland!").

Rechts-radicaal zijn de Blok-jongeren natuurlijk nog altijd. Alleen reserveren ze dat voor hun interne publicaties, of voor hun studiedagen, die doorgaan in Noord-Italië; in Padania, zeggen de Blokkers. Maar ze dwepen wel met boeken als De mietjesmaatschappij, een boek waarin de ongelijkheid tussen de mensen op een piëdestal wordt gezet; de jonge Blokkers klappen dan in de handjes: een politiek beleid dat uitgaat van de ongelijkheid tussen de mensen, daar herkennen ze hun eigen opvattingen wel in. Maar naar buitenuit wordt van het uitdragen van dit soort opvattingen niet bepaald een hoofdpunt in de werking gemaakt. Zo zijn de Vlaams Blok Jongeren geëvolueerd: wat ooit de partij van de bokshandschoen was, heeft nu een officiële jongerenafdeling die zich profileert als een genootschap van doetjes met wollen wanten. En als ze zich nog eens willen laten gaan, doen ze eerst hun Vlaams Blok-dasje uit, halen hun grijze pet uit de kast, of kruipen achter hun pc voor een chatsessie met gelijkgezinden: storm op de virtuele golven, hoezee.

Walter Pauli

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234