Woensdag 06/07/2022

Door het oog

ASTRONOMIE

van de naald

Tom Gehrels weet wel wat hij zou doen als de aarde getroffen wordt door een planetoïde. 'Ik zou buiten gaan zitten kijken', vertelde hij een paar jaar geleden tijdens een kort bezoek aan Nederland. Gehrels, die nog sterrenkunde studeerde bij de befaamde Leidse hoogleraar Jan Oort, werkt al tientallen jaren in de Verenigde Staten en is leider van het Spacewatch-project, een van de weinige sterrenkundige waarnemingsprogramma's die gericht jacht maken op kosmische projectielen. 'Als je er toch niets meer aan kunt doen, kun je maar het beste van het schouwspel genieten', aldus Gehrels.

Dat het een adembenemend schouwspel is, staat wel vast. Wanneer onze planeet getroffen wordt door een aanstormend rotsblok met een middellijn van zo'n anderhalve kilometer, blijven de gevolgen niet beperkt tot de plaats van de inslag. De gigantische hoeveelheid bewegingsenergie van de planetoïde wordt in een klap omgezet in explosie-energie, en het lijkt alsof er twee miljoen atoombommen tegelijk afgaan. In de korst van de aarde wordt een krater met een middellijn van 30 kilometer geslagen en miljarden tonnen stof worden de dampkring in geworpen, waar ze voor een weken- of maandenlange verduistering van de hemel zorgen. De hele planeet wordt in duisternis en koude gedompeld, waardoor voedselketens worden verbroken en oogsten mislukken. Hongersnoden en epidemieën zijn het gevolg. Honderden miljoenen mensen vinden de dood, en van de twintigste-eeuwse beschaving blijft weinig over.

Vorige week leek het er even op dat dit doomsday-scenario over dertig jaar werkelijkheid zou worden. Gehrels' collega van het eerste uur, Jim Scotti, had op 6 december vorig jaar planetoïde 1997 XF11 gevonden, en midden vorige week werden baanberekeningen van dat anderhalf kilometer grote rotsblok gepubliceerd door Brian Marsden van de Internationale Astronomische Unie. Marsden kwam met een onthutsende boodschap. Op 26 oktober 2028, aan het begin van de avond, vliegt 1997 XF11 op zeer kleine afstand langs de aarde: ongeveer 40.000 kilometer boven het aardoppervlak, niet veel hoger dan waar de meeste communicatiesatellieten zich bevinden. Maar, aldus Marsden, een botsing met de aarde kan niet voor honderd procent worden uitgesloten - daarvoor is de baan van het hemellichaam niet nauwkeurig genoeg bekend.

Even leek de wereld in de greep van een naderend einde te zijn, maar een etmaal na Marsdens onheilstijding kwamen sterrenkundigen van Nasa's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena met een geruststellender bericht. Op foto's uit 1990 was de planetoïde ook gevonden, en door die waarnemingen in de berekeningen te betrekken, kon met zekerheid worden vastgesteld dat er geen inslag zal plaatsvinden. Volgens Don Yeomans en Paul Chodas zal 1997 XF11 over ruim dertig jaar op een veilige afstand van een miljoen kilometer blijven.

Zijn we door het oog van de naald gekropen? Is het gevaar nu echt geweken? Ja en nee. Ja, omdat een planetoïde die op een miljoen kilometer afstand passeert, geen enkele schade kan aanrichten. Van 1997 XF11 hebben we voorlopig dus niets te vrezen. Nee, omdat er nog tal van andere projectielen in het zonnestelsel rondzwerven, waarvan het bestaan niet vermoed wordt. Vandaag of morgen kan het echt raak zijn, volkomen onaangekondigd.

Planetoïden (soms ook wel asteroïden genoemd, naar het Engelse woord asteroids) zijn kleine hemellichamen die uit gesteenten en metalen bestaan. Er zijn er vele duizenden bekend. De grootste meten een paar honderd kilometer in middellijn, maar de meeste zijn niet groter dan enkele kilometers. De meeste planetoïden bewegen in een veilige zone tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. Er zijn er echter ook die zich in de binnendelen van het zonnestelsel ophouden en regelmatig in de buurt van de aarde kunnen komen. Zulke 'aardscheerders' zouden in de toekomst wel eens met onze planeet kunnen botsen. Lang niet alle aardscheerders zijn bekend en gecatalogiseerd. De meeste zijn gewoon veel te klein: objecten met afmetingen van enkele tientallen meters kun je op grote afstanden niet zien. Maar zelfs van de grote, met middellijnen van meer dan een kilometer, zijn er maar een stuk of honderd bekend - waarschijnlijk slechts 10 procent van het totale aantal. Het Spacewatch-project van Tom Gehrels is te kleinschalig en niet gevoelig genoeg om de andere negenhonderd op korte termijn te vinden. Gehrels' collega David Morrison van Nasa's Ames Research Center in Californië maakt zich daar al jarenlang zorgen om. "Het aantal jongens en meisjes dat in de avondploeg van de eerste de beste McDonald's werkt, is groter dan het aantal astronomen op aarde dat gericht jacht maakt op potentiële killer-planetoïden", aldus Morrison. Op verzoek van het Amerikaanse Congres stelde hij in 1992 een plan op voor de 'Spaceguard Survey', een soort kosmische patrouille, bestaande uit zes middelgrote telescopen die in twintig jaar tijd alle gevaarlijke aardscheerders moeten opsporen. Totale kosten: 250 miljoen dollar. Maar Spaceguard is nog steeds een plan op papier; er is tot op heden geen geld voor vrijgemaakt.

Misschien dat de opwinding rond 1997 XF11 daar verandering in zal brengen. Iedereen is weer eens met de neus op de feiten gedrukt: de aarde is een dankbaar doelwit voor kosmische rotsblokken, en ze ligt eigenlijk voortdurend in de vuurlinie. Vroeg of laat is het raak, en als we het projectiel tijdig zien aankomen, kunnen er nog tegenmaatregelen genomen worden. Met raketmotoren of krachtige kernexplosies kan een aanstormende planetoïde een klein beetje uit koers gebracht worden, waardoor het gevaar voor een botsing is geweken. Er moet dan wel sprake zijn van een waarschuwingstijd van minstens tien of vijftien jaar, meent Gehrels. "Als we een object vinden dat over vijf jaar zal inslaan, kunnen we alleen maar afscheid van elkaar nemen en betreuren dat we niet eerder met zoeken zijn begonnen", merkte hij laconiek op in een artikel in het Amerikaanse maandblad Scientific American.

Anno 1998 is de zorgwekkende realiteit dat er van alles rondvliegt in de binnendelen van het zonnestelsel, zonder dat sterrenkundigen op aarde daar ook maar enige notie van hebben. De ontdekking van 1997 XF11 gebeurde puur toevallig; de broertjes en zusjes van de beruchte planetoïde zwerven nog onopgemerkt rond. Het is absoluut niet uitgesloten dat onze planeet over drie jaar, drie maanden of drie weken geraakt wordt door een kosmisch stuk puin.

In feite gebeurt dat zelfs dagelijks. De aarde wordt per etmaal ongeveer honderd ton zwaarder door neerdalend ruimtestof en kleine meteorieten. Die richten echter geen grote schade aan: af en toe wordt een huis of een auto geraakt door een steen uit de ruimte, en in 1911 werd in Egypte een hond dodelijk getroffen door een meteoriet, maar veel stelt het niet voor. Grotere projectielen, met afmetingen van enkele tientallen meters, veroorzaken al een veel grotere ravage, maar de gevolgen blijven dan toch altijd beperkt tot de directe omgeving van de inslag. Zo werd negentig jaar geleden een gebied van 2.000 vierkante kilometer met de grond gelijkgemaakt door de explosie van een kleine planetoïde op een hoogte van ongeveer 15 kilometer. Gelukkig vond die inslag in een onbewoonde streek plaats, in het stroomgebied van de Tunguska-rivier in Noord-Siberië.

Tunguska-achtige inslagen komen gemiddeld eens in de 250 jaar voor, maar ze zullen nooit zoveel slachtoffers eisen als andere grote natuurrampen, zoals overstromingen en aardbevingen. Volgens Morrison heeft het dan ook weinig zin om jacht te maken op zulke kleine planetoïden (nog geheel los van de vraag of dat technisch mogelijk zou zijn): de enorme kosten wegen eenvoudigweg niet op tegen de baten. Iets soortgelijks geldt zelfs voor planetoïden met afmetingen van een paar honderd meter. Wanneer zo'n rotsblok zou inslaan in Parijs, zou heel Noordwest-Europa tot rampgebied worden uitgeroepen en zouden er tientallen miljoenen doden te betreuren zijn. Zoiets komt echter niet vaker dan eens in de honderdduizend jaar voor, en over een periode van honderdduizend jaar eisen 'aardse' natuurrampen nog steeds veel meer slachtoffers.

Het gevaar is niet helemaal geweken. Er zwerven nog tal van andere projectielen in het zonnestelsel rond, waarvan het bestaan niet vermoed wordt. Vandaag of morgen kan het echt raak zijn, en volkomen onaangekondigd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234