Zaterdag 02/07/2022

GetuigenissenVerkeersagressie

Dossier verkeersagressie: ‘Mijn aanvaller was een jongen van 16 en had niet eens een rijbewijs’

null Beeld HLN
Beeld HLN

De Belgische automobilist is agressiever en gefrustreerder dan zijn Europese collega’s: meer dan de helft van de Belgen heeft het voorbije jaar met agressie in het verkeer te maken gehad. Het blijft niet altijd bij een middelvinger of een scheldpartij: sinds de start van de pandemie ontaarden conflicten steeds vaker in fysiek geweld.

Sam Ooghe en Talitha Dehaene

In augustus 2021 reed rijinstructeur Jozef Mertens (57) samen met zijn vrouw van Kortenaken naar de Belgische kust.

Mertens: “We hadden een lang weekend gepland en we waren op weg naar ons tweede verblijf in Nieuwpoort. Het was kalm op de weg en ik reed met cruisecontrol met 117 kilometer per uur op de E40. Ter hoogte van Beernem haalde een auto op het middenvak met 90 kilometer per uur een vrachtwagen in. De linkerrijstrook was vrij, dus ik dacht dat ik die auto probleemloos kon inhalen. Vanuit het niets zag ik plots een donkere voorruit in mijn achteruitkijkspiegel. Een donkergrijze Mercedes reed zó dichtbij dat ik enkel die ruit kon zien. Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Wat is dat voor een gek?’

“Zodra ik de middenvakrijder was gepasseerd, voegde ik rechts in, maar de Mercedes bleef naast mij rijden. De automobilist maakte wilde gebaren met een ijzeren staaf, alsof hij mij de hersens wilde inslaan. Plots gooide hij zijn stuur naar rechts. Gelukkig had ik het mijne stevig vast en kon ik vliegensvlug reageren, anders had hij ons geramd. Ik week bruusk naar rechts uit, maar daardoor moesten de auto en de vrachtwagen achter mij op de rem gaan staan als ze een botsing wilden vermijden. De Mercedes dwong me de pechstrook op te rijden, en daar kon ik hem nogmaals ontwijken.

“Dat was helaas nog maar het begin. Ik reed weer de weg op, maar in een mum van tijd zat die man weer achter me. Tussen Beernem en Loppem heeft hij me acht keer van de weg proberen te rijden. Ik heb mijn vrouw gezegd dat ze alles moest filmen met haar gsm, want we hadden bewijsmateriaal nodig. Het was duidelijk dat het om een gefrustreerde gek ging. Ze heeft toen ook de politie gebeld.”

Dat is in het filmpje te horen: ze smeekt om zo snel mogelijk een patrouille te sturen, terwijl ze nu en dan gilt bij een nieuw manoeuvre van die man.

Mertens: “Hij verliet in Brugge de snelweg, maar reed er weer via de oprit op om vlak bij mij te raken. In Loppem dwong hij me opnieuw op de pechstrook. Hij stopte, stapte uit en begon met zijn ijzeren staaf te zwaaien. Ik ben toen achteruitgestoven, net op het moment dat hij de staaf naar onze auto gooide.

“Pas toen merkte hij dat mijn vrouw hem aan het filmen was. Hij is vervolgens in zijn auto gesprongen en weggereden. Ze had de politie nog steeds aan de lijn en zo wisten we dat ze hem in Jabbeke wilden onderscheppen. Maar toen hij hen daar zag staan, is hij ontsnapt via de afrit. De politie heeft meteen een patrouille naar zijn huis gestuurd, maar hij was met de noorderzon verdwenen. Pas een week later heeft hij zichzelf aangegeven.”

Wat bezielde hem?

Mertens: “Geen idee. Wij waren simpelweg op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Toen we in het politiebureau in Jabbeke aan het bekomen waren, kwam een koppel uit het Antwerpse lijkbleek binnen. Ze waren kort daarvoor in Aalter in de flank geramd door dezelfde auto. Na dat ongeval heeft de man vluchtmisdrijf gepleegd. Ter hoogte van Beernem reed ik blijkbaar in de weg en is hij beginnen te flippen.

“De eerste weken na dat incident hebben we amper geslapen, en nu nog heb ik slapeloze nachten. Ik heb het al minstens duizend keer opnieuw beleefd in mijn hoofd. Wat hadden we verkeerd gedaan? Een week later moesten we naar een feestje, maar dat had ook onze begrafenis kunnen zijn. Zoiets vreet aan een mens. Daarom heeft onze huisarts ons kalmeermiddelen voorgeschreven.

“Ik heb ook een maand lang niet kunnen werken, omdat ik uitgeput was en de weg niet op durfde. Als instructeur moet ik altijd bij de pinken zijn, maar ik vertrouwde mezelf niet meer.”

Is de dader al voor de rechter verschenen?

Mertens: “Daar heb ik geen idee van. Ik heb me nochtans burgerlijke partij gesteld. We hebben van een VTM-journalist moeten horen dat hij was vrijgelaten, hij heeft amper een maand vastgezeten. De rechtbank heeft ons dat pas twee dagen na zijn vrijlating laten weten.

“Het frustreert me erg dat er zo weinig aandacht is voor verkeersagressie. De vonnissen zijn ronduit lachwekkend: meestal krijgen de daders een week rijverbod en 100 euro boete. We hebben emotionele en financiële schade geleden, maar er is geen recht geschied.

“We hebben ook geen verontschuldigingen gekregen van de man, behalve op tv, via zijn advocaat. Volgens die raadsman was hij een brave huisvader met twee kindjes. Maar als je zijn strafdossier leest, blijkt hij gewoon een crimineel te zijn. Een gek. Vrienden van hem hebben ons zelfs bedreigd op sociale media: ze zouden ons zoeken en afmaken.”

U bent rijinstructeur: neemt de verkeersagressie in het algemeen toe?

Mertens: “Absoluut. Elke dag zie ik situaties op de weg waarvan ik me afvraag: waaróm toch? Iemand de pas afsnijden, vlak vóór een vrachtwagen nog proberen op de afrit te raken... Veel automobilisten beseffen niet dat ze mensenlevens in gevaar brengen. Beroepshalve ben ik voortdurend begaan met veiligheid en hoffelijk rijgedrag. Ik heb geen enkel begrip voor zulke agressie. En wat mijn vrouw en ik hebben meegemaakt, wens ik niemand toe. Zelfs die dader niet.”

Jozef Mertens. Beeld Wim Van Cappellen
Jozef Mertens.Beeld Wim Van Cappellen

DR. JEKYLL & Mr. HYDE

Meer dan de helft van de Belgen zegt het voorbije jaar het slachtoffer van agressie in het verkeer geweest te zijn, blijkt uit een enquête van verkeersinstituut VIAS. Verkeersagressie is een probleem in heel Europa, maar de Belgische automobilisten zijn volgens de internationale Vinci Barometer het ergst.

Stef Willems (VIAS): “In die enquête wordt het rijgedrag van automobilisten uit twaalf landen vergeleken. Bijna één op de vijf Belgen gaat akkoord met de stelling ‘Achter het stuur ben ik niet meer dezelfde persoon’. We scoren daarmee het slechtst in Europa. We zijn over het algemeen ook agressiever en meer gestrest achter het stuur.”

7 procent van de Belgische automobilisten is naar eigen zeggen de voorbije twaalf maanden het slachtoffer van fysieke agressie geweest. Vijf jaar geleden was dat 2 procent. Waarom neemt het geweld toe?

Willems: “De cijfers van zo goed als alle geweldsdelicten zijn sinds de coronapandemie gestegen, niet alleen op straat, maar ook in de voetbalstadions of binnen het gezin. We kunnen niet bewijzen dat dat het gevolg is van corona, maar tussen 2017 en nu is dat de enige ingrijpende gebeurtenis die zo’n invloed gehad kan hebben. De coronacrisis heeft overal in de samenleving tot meer frustratie, woede en agressie geleid, en het verkeer is geen uitzondering.”

Eén op de vijftien Belgische automobilisten geeft toe het afgelopen jaar uit de wagen gestapt te zijn om verhaal te halen.

Willems: “Daar schrok ik wel van: vijf jaar geleden was dat amper 2,5 procent. De gouden regel is: stap nooit uit je auto, want je weet nooit hoe dat overkomt. Zelfs als je het doet om je te excuseren, geef je de indruk dat de situatie escaleert.”

Waarom worden mensen zo agressief achter het stuur?

Willems: “Daar is psychologisch onderzoek naar gedaan. Automobilisten hebben het gevoel dat mobiliteit een individuele aangelegenheid is. Je rijdt van punt A naar punt B, en alles wat de normale reistijd verlengt, elk obstakel voor een vlotte en veilige verplaatsing, kan stress veroorzaken. Wie dagelijks op dezelfde plaats in de file staat, zal niet zo snel gefrustreerd raken. Maar de kans op agressie en frustratie neemt wel toe bij wie moet uitwijken of langer moet aanschuiven door een manoeuvre van een andere weggebruiker.”

We worden zelfs een andere persoon, zoals die stelling uit de enquête illustreert.

Willems: “Velen zijn zoals het hoofdpersonage in R.L. Stevensons roman Dr. Jekyll and Mr. Hyde. Zelfs de kalmste mens kan agressief worden achter het stuur. Dat heeft te maken met de context: de auto is een soort anonieme cocon. Mensen doen daar veel dingen in die ze in het openbaar nooit doen: ze peuteren in hun neus, zingen luidkeels mee met de radio en mannen scheren zich zelfs in de achteruitkijkspiegel. Ze kennen de mensen in de cocons voor en achter hen niet, en door die anonimiteit gaan we ons agressiever gedragen.”

Wetenschappers hebben ontdekt dat automobilisten in een cabrio zich veel minder agressief gedragen.

Willems: “Dat is ook logisch. De agressie heeft te maken met een gebrek aan rechtstreeks sociaal contact. Als een verstrooide klant met zijn winkelkarretje tegen dat van jou botst, begin je niet te schelden. Maar in de auto zou je wel kunnen ontploffen achter het stuur.”

Als ik boos word, is dat bijna altijd omdat een andere weggebruiker een gevaarlijk manoeuvre uitvoert.

Willems: “Het begint inderdaad vaak met een foutje van iemand anders. We gaan er te vaak van uit dat die dat bewust heeft gedaan. Maar mensen maken nu eenmaal fouten of zijn verstrooid. Als je ergens naartoe rijdt waar je nog nooit bent geweest, is de kans groot dat je trager zult rijden en je gps raadpleegt. Dan kan het gebeuren dat een automobilist achter je begint te toeteren, omdat hij niet begrijpt waarom je trager rijdt. Maar niemand wil bewust andere weggebruikers irriteren. Toch gaan we daar vaak van uit.

“We overschatten ook onze eigen capaciteiten. Om het even welke automobilist zal zijn rijvaardigheid bovengemiddeld inschatten. Mensen minimaliseren de risico’s van hun eigen rijgedrag en geven andere, anonieme weggebruikers de schuld.

“Een goede tip: als je gefrustreerd raakt achter het stuur, doe dan alsof de automobilist voor je iemand is bij wie je in een goed blaadje wilt staan. Je baas of je schoonmoeder, bijvoorbeeld. Zou je dan nog je middelvinger tonen? Zou je uitstappen om verhaal te halen? Natuurlijk niet. Maar of je die andere weggebruiker nu kent of niet, zou eigenlijk niets mogen uitmaken.”

Uit onderzoek blijkt dat files en drukte ook agressie kunnen uitlokken. Wie dacht dat het verkeer minder druk zou zijn na de coronacrisis, heeft het verkeerd.

Willems: “Veel mensen hebben de al dan niet elektrische fiets ontdekt, maar een groot deel heeft tegelijk het openbaar vervoer afgezworen. Als we allemaal naar het werk rijden met de auto, schieten we onszelf in de voet.”

Hebt u nog een laatste gouden tip?

Willems: “Glimlach wat vaker. Vriendelijkheid werkt ontwapenend. Niet alleen in een escalerende situatie, maar ook in het algemeen. Als je oversteekt op het zebrapad, knik dan eens vriendelijk naar de automobilist. En zit je achter het stuur, knik dan terug. Het klinkt misschien banaal, maar zoiets doet wonderen.”

Pieter Fannes. Beeld Wim Van Cappellen
Pieter Fannes.Beeld Wim Van Cappellen

In elkaar geslagen

Bert uit Brussel genoot in de nazomer van 2019 met zijn vriendin van een pizza op een pleintje in de hoofdstad. Plots scheurden twee wagens voorbij.

Bert: “Ze reden in de verkeerde richting, en bovendien veel te snel. Zonder na te denken riep ik: ‘Hey!’ Eén van de inzittenden spuwde toen vanuit één van de auto’s naar mij. Ik stond op en stapte op hem af, maar plots kwamen er meerdere mannen uit de wagens en voor ik het wist, lag ik op de grond. Ik weet zelfs niet met hoeveel ze waren – drie, vier, vijf?

“Ze sloegen me in elkaar en takelden me toe met terrasstoelen. Ik kreeg trappen toen ik op de grond lag, en daarna sprongen ze terug in hun wagens en reden ze weg. Al bij al heb ik geluk gehad: ik had enkele zware kneuzingen, maar ik heb geen blijvende letsels opgelopen. Ik had wel lang last van posttraumatische stress. Sindsdien ben ik veel voorzichtiger op straat.”

Kwam geen enkele getuige tussenbeide?

Bert: “Nee, en het terras zat nochtans goed vol. Dat heeft me toch teleurgesteld. Er is weinig gemeenschapszin. Dat politici de burgers tegen elkaar uitspelen, helpt ook niet.

“Dat gebrek aan gemeenschapszin merk je nergens beter dan in het verkeer. Weggebruikers maken hun eigen regeltjes en nemen het recht in eigen hand als iemand hen durft te corrigeren.”

De cijfers geven u gelijk. Volgens een enquête interpreteert 84 procent van de Belgische automobilisten de geldende verkeersregels naar eigen goeddunken. Nergens in Europa is dat percentage zo hoog.

Bert: “Ik wilde die mannen gewoon laten weten dat ik hun rijgedrag niet kon appreciëren, en zij maakten me hardhandig duidelijk dat ik me met mijn eigen zaken moest bemoeien. Het probleem is dat die strategie werkt. Op het terras hoorde ik andere aanwezigen zeggen dat ik maar niet had moeten reageren, en dat ze niet van plan waren geweest me te helpen, omdat ze anders zelf slaag gekregen zouden hebben. Sindsdien reageer ik amper nog als ik gevaarlijke toestanden zie in het verkeer. Agressieve automobilisten kunnen dus gewoon hun zin doen. Je voelt het overal op straat. Eigenlijk is dat intimidatie.”

Zijn de daders ooit gestraft?

Bert: “Nee. Alles was nochtans gefilmd door bewakingscamera’s, en de nummerplaten waren duidelijk zichtbaar. Kort na het incident heeft de politie één automobilist en een inzittende opgepakt, maar daarna bleef het jaren stil. Pas toen ik enkele maanden geleden zelf contact opnam met het Brusselse parket, kreeg ik te horen dat de zaak geseponeerd was wegens ‘gebrek aan bewijsmateriaal’. Ik kon mijn oren niet geloven.

“Dit is een ernstig maatschappelijk probleem. Nu komen geweldenaren weg met hun wandaden. Het komt erop neer dat je iemand in elkaar mag slaan en gewoon kunt wegrijden: zelfs als alles is gefilmd, krijg je niet eens een boete. Die gasten weten dat na een tijdje ook, dus doen ze wat ze willen.”

Stijn Bouweraerts. Beeld Wim Van Cappellen
Stijn Bouweraerts.Beeld Wim Van Cappellen

Gebroken elleboog

Het relaas van Bert klinkt uitzonderlijk, maar Pieter Fannes kent tientallen verhalen over zware verkeersagressie in Brussel. Hij is de bezieler van Heroes for Zero, een organisatie die naar nul verkeersdoden streeft.

Pieter Fannes: “Ik heb wel honderd keer een soortgelijk verhaal gehoord. Iemand maant een automobilist aan tot kalmte, en plots springt die uit zijn auto en gaat hij op de vuist. Mensen moeten in het ziekenhuis opgenomen worden of raken zelfs in een coma. In juni 2019 ben ik zelf bijna aangereden toen ik op straat fietste, schijnbaar voor de grap. Toen ik de automobilist bij het volgende kruispunt aansprak, stapte hij uit en viel hij mij aan. Hij trapte ook mijn fiets kapot. Ik heb een klacht ingediend bij de politie en twee getuigen konden mijn verhaal bevestigen. Naderhand bleek dat die automobilist een jongen van 16 was en niet eens een rijbewijs had. Alles was zo klaar als een klontje, dacht ik, maar ik heb er nooit meer iets van gehoord. Mijn pv is gewoon op de stapel gegooid. Volgens mij is de zaak zelfs nooit behandeld. Die jongen heeft dus straffeloos zijn gang kunnen gaan, en ik moet dat maar slikken.

“Soms horen fietsers gewoon: ‘Deze straat is te smal, jij hoort hier niet thuis’, waarna ze bijna van de sokken gereden worden.”

Veel slachtoffers blijken zwaar teleurgesteld te zijn in de politie en het gerecht.

Fannes: “Ik hoor vaak dat de Brusselse politie zelfs geen klacht wil noteren omdat er te weinig informatie is om de dader te vatten, terwijl het niet aan hen is om daarover te oordelen. Dan stap je geen tweede of derde keer meer naar de politie.

“De opvang kan veel beter. Enkele maanden geleden getuigde een vrouw online dat een automobilist haar en een vriendin had klemgereden in een eenrichtingsstraat. Hij bonkte haar hoofd tegen de wagen, bespuwde haar en trok aan haar haar, hij trok zelfs lokken uit. De vrouwen werden uitgenodigd om een verklaring af te leggen in het politiecommissariaat, maar daar werden ze tot hun ontzetting geconfronteerd met de aanvaller en zijn passagier, die daar hun versie van de feiten kwamen geven.

“Slachtoffers die hun zaken wel behandeld zien, moeten jaren op een proces wachten. Maar de daders zijn vaak erg jong: dan moet je meteen duidelijke taal spreken. In plaats daarvan krijgen hun slachtoffers soms te horen dat ze beter niet hadden gereageerd of niet in die buurt hadden moeten fietsen.

“Er is ook lang geen controle op agressief rijgedrag geweest. In sommige Brusselse gemeenten, zoals in Schaarbeek, waren er tot voor kort zelfs helemaal géén verkeerscontroles na acht uur ’s avonds. Daar komt nu stilaan verandering in, sinds er commissarissen zijn benoemd die zich bewust zijn van het probleem.”

Brussel is een grootstad. Dan zijn frustraties en verkeersagressie nooit ver weg.

Fannes: “Volgens de Veiligheidsmonitor van de politie vinden de Brusselaars verkeersagressie het op één na grootste probleem. Het is zo alomtegenwoordig dat het ze meer stoort dan sluikstorten of inbraken. De drukte en de weginrichting leiden ook voortdurend tot conflicten: je hebt amper aparte fietspaden. Maar fietsers ergeren niet alleen automobilisten: het pad langs het kanaal in Molenbeek wordt druk gebruikt door zowel fietsers als voetgangers. Toen een jonge huisarts in augustus vorig jaar een man wilde passeren, was hij blijkbaar geïrriteerd: hij gaf haar een duw. De huisarts viel en liep een complexe elleboogbreuk op. Het is wraakroepend dat de burgemeester van Molenbeek, Catherine Moureaux (PS), fietsers op sociale media de schuld gaf van al die incidenten in het verkeer. Terwijl politici het probleem in een wip kunnen oplossen: je moet zo’n route herinrichten.”

Soms lijkt de agressie wel op een conflict tussen culturen.

Fannes: “In Facebook-groepen cultiveren sommige automobilisten hun haat tegen voetgangers en fietsers. Het begon met kritiek op de mobiliteitsplannen van het stadsbestuur, maar het discours is compleet ontspoord. Ze zijn niet alleen tegen fietsers, maar ook tegen homo’s en allochtonen. Dat is echt verontrustend. Enkele maanden geleden werd een jonge vrouw in Brussel het slachtoffer van homofoob geweld. Twee mannen riepen ‘Vuile lesbienne!’ en reden haar met hun auto bewust van de fiets.

“Soms roepen de leden van die Facebookgroepen expliciet op tot geweld: ‘Waarom is er geen bloed op het fietspad?’, ‘Een goede fietser is een dode fietser’, of ‘Als ik iemand aanrijd, zorg ik ervoor dat ik de job ook afmaak’. Toen ik dat aan de kaak stelde, kreeg ik doodsbedreigingen.”

Eén en ander heeft te maken met machogedrag, denkt het Brusselse parlementslid Lotte Stoops (Groen). Ook dat toont onderzoek aan: hoe hoger automobilisten scoren op een schaal van mannelijke attitudes, hoe groter de kans dat ze zich agressief zullen gedragen in het verkeer.

Christian Vanhoorebeke, voormalig parketmagistraat en politierechter op rust: “De beklaagden die ik als rechter voor mij had staan, hadden vaak hetzelfde profiel: telkens ging het om jonge mannen. Dat lijkt eigen aan het fenomeen van verkeersagressie. Ik kan het ook wel begrijpen. Toen ik veel jonger was, durfde ik al eens op het gaspedaal te duwen. Jonge mannen durven zich risicovoller te gedragen, maar dat verbetert gelukkig als ze ouder worden.”

Fannes: “Voor een bepaalde categorie mannen is hun auto een stuk van hun identiteit. De man die in Strépy zes carnavalgangers heeft doodgereden en 36 anderen verwond, spotte eerder op sociale media met de zone 30 en filmde zichzelf met zijn gsm terwijl hij met meer dan 250 kilometer per uur reed op de autosnelweg. Hij had ook een filmpje online geplaatst waarin je kunt zien hoe hij met meer dan 100 kilometer per uur door dorpen scheurt – exact wat hij in Strépy heeft gedaan. Zo’n rijgedrag is nog veel gevaarlijker dan uit de auto stappen om te vechten. Een wagen kan een moordwapen zijn. De dader van Strépy noemde zijn auto trouwens ‘mijn wapen’.

“Autobouwers spelen ook op dat patsergedrag in. Grote, hoekige en imposante voertuigen worden steeds populairder. Dat zijn rijdende statements om mensen schrik aan te jagen: ze zijn heel intimiderend en ogen militaristisch.”

Typisch Vlaams

Niet alleen macho’s met te veel testosteron kunnen door het lint gaan, ondervond Stijn Bouweraerts uit Antwerpen.

Stijn Bouweraerts: “Een paar maanden geleden stond er een auto voor onze oprit. Ik ging daarom aan de kant van de weg staan en zette mijn knipperlichten aan. Mijn vrouw, die naast me zat, belde de politie om de auto te laten wegtakelen en ik stapte uit.

“Er reden meerdere auto’s voorbij zonder problemen, tot een automobilist uit de tegenovergestelde richting plots bruusk remde ter hoogte van onze wagen, waardoor de weg versperd raakte. De man slingerde me verwensingen naar het hoofd, en ik zei: ‘Excuseer, kunt u doorrijden? U hindert de andere auto’s.’ Plots stapte er een vrouw uit, ze vloog op me af en greep me bij de keel.Ik was perplex: het was een frêle verschijning. Als ik haar een klap had verkocht, was ze tegen de vlakte gegaan en had ik een rechtszaak aan mijn broek. Ik had de indruk dat het haar bedoeling was om geweld uit te lokken. Ze trok en duwde aan me en probeerde me door elkaar te schudden. Ik heb haar vervolgens opzij kunnen duwen, en toen een andere automobilist haar tot kalmte aanmaande, is ze ingestapt en met haar partner weggereden.”

Hebt u een klacht ingediend?

Bouweraerts: “Mijn echtgenote heeft meteen de politie gebeld, maar pas de dag erna hebben we een agent kunnen spreken. We hebben toen een klacht ingediend, maar die is geseponeerd. Dat was geen verrassing voor mij. Volgens mij kun je op straat doen wat je wilt, je zult er nooit voor gestraft worden.”

Uit veel getuigenissen en statistieken blijkt dat niet alleen jonge mannen, maar Belgische automobilisten in het algemeen agressiever zijn dan elders in Europa. Weten we hoe dat komt?

Willems: “Het is heel druk op onze wegen. Er kan bij wijze van spreken elke seconde een fietser, een voetganger of een andere auto voor jou opduiken. We moeten voortdurend alert zijn, en dat maakt ons prikkelbaar. Dat ligt voor een stuk aan onze ruimtelijke ordening. In Nederland kom je na een bebouwde kom weer in een rustiger omgeving, maar door de Vlaamse lintbebouwing rijd je voortdurend in verstedelijkt gebied. Bovendien zijn de inrichting en de markeringen niet uniform. De verkeerssituatie is niet altijd duidelijk: mogen fietsers op de rijweg of niet? Gelukkig wordt die chaos stilaan weggewerkt.

“Maar drukte en chaos of niet: dat neemt niet weg dat je altijd je kalmte moet bewaren. Iedereen kan de moeite doen om drie keer in en uit te ademen en daarna niet te beginnen toeteren of te vechten.”

Gevallen van zware agressie worden voor de correctionele rechtbank behandeld, maar de meeste daders verschijnen voor de politierechter. Hoe brengt hij die mensen tot inkeer?

Vanhoorebeke: “Mijn belangrijkste taak als politierechter was de beklaagden te doen inzien hoe gevaarlijk het is om zich zo roekeloos te gedragen. Ook voor zichzelf. Pas als ik zeker wist dat het hun niet kon schelen wat ik zei, of dat ze maar deden alsof ze luisterden, legde ik zware boetes op.

“Soms zijn er ook roesmiddelen mee gemoeid, en onder invloed van drugs veranderen mensen. Wie te veel heeft gedronken, kan moe en hypervoorzichtig worden achter het stuur. Ze rijden met nog geen 20 kilometer per uur, wat ook gevaarlijk is. Anderen overschatten zichzelf als ze te veel hebben gedronken en worden agressief. Zulke mensen moet je voor hun alcoholgebruik laten begeleiden.

“Ik ben trouwens van mening dat agressie in het verkeer veel gevaarlijker is dan pakweg met 160 kilometer per uur rijden op een verlaten autosnelweg. Wie uit frustratie een file wil passeren via het fietspad, brengt veel meer mensen in gevaar.”

Dat blijkt ook uit elk onderzoek. In de enquête van het verkeersinstituut VIAS staat dat liefst drie op de vijf automobilisten die agressief gedrag hebben vertoond, de voorbije drie jaar betrokken waren bij een ongeval.

Vanhoorebeke: “Eén voorval zal ik nooit vergeten. Toen ik nog voor het parket werkte, kreeg ik het dossier te zien van een jongeman die zich met zijn terreinwagen zeer agressief had gedragen in het verkeer. Levensgevaarlijk, dacht ik, die denkt dat niets of niemand hem wat kan maken in zijn Suzuki. Ik zei luidop tegen een collega: ‘Die man rijdt zich nog eens dood.’

“Enkele weken later was iemand met een terreinwagen tegen de muur gereden in de Sint-Lievenstunnel in Gent. Hij had het niet overleefd. Het was die man met zijn Suzuki.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234