Zaterdag 01/10/2022

‘Dossin heeft ook therapeutische waarde’

Gisteren legde Vlaams minister-president Kris Peeters de eerste steen van ‘Kazerne Dossin’, het langverwachte maar moeizaam tot stand gekomen museum, memoriaal en documentatiecentrum over de Tweede Wereldoorlog. Het project is even ambitieus als de ambities: Vlaanderen heeft in Ieper al zijn Flanders Field’s museum over de Eerste Wereldoorlog, in Mechelen komt straks de pendant over WO II.

Door Walter Pauli

En intussen hoopt curator Herman Van Goethem dat Vlaanderen in ‘Kazerne Dossin’ zichzelf een spiegel voorhoudt.

‘Kazerne Dossin’ is er nu, maar was geen evident project. Ook al hoopt men op een verhoging van het jaarlijkse aantal bezoekers van dertigduizend (naar het huidige, kleine, Joodse Museum voor Deportatie en Verzet) tot honderdduizend, het is niet het toeristische element, maar vooral het politieke en historische kader dat voor kopbrekens zorgde. Herman Van Goethem: “Elk land heeft eigen musea, en ook Vlaanderen schrijft zich uit in de constructie van en de zoektocht naar een eigen verleden. ‘Flanders Fields’ heeft het over de Eerste Wereldoorlog, Kazerne Dossin in Mechelen over de Tweede Wereldoorlog, toegepast op de Shoah. We hopen maar dat de Vlaming van vandaag en morgen een beter inzicht krijgt op de houding van hun grootouders destijds. Waarom hebben ze zich verzet? Waarom collaboreerden ze? Of, in overgrote meerderheid: waarom bleven ze aan de kant staan?”

Over die finaliteit is al veel te doen geweest. Er waren scherpe meningsverschillen met een wetenschappelijk comité, omdat men te zeer fixeerde op de eigen beleving van de Tweede Wereldoorlog, van de Jodendeportaties alhier. Van Goethem: “Ik heb die scherpe polemieken ook gelezen, maar gelukkig was ik er niet bij betrokken. Ik ben daarna gevraagd. En ik vond de grondidee zeer goed: een Vlaams museum over de holocaust, maar ook over discriminaties, over groepsgedrag. Ik zie genocides als de meest radicale, meest abjecte, meest aberrante vorm van nationalisme. Al zal vandaag niet iedereen in Vlaanderen dat graag horen. En tegelijk zijn genocides een zaak van groepsprocessen: het begint bij een klasje dat één leerling begint te pesten, omdat hij of zij anders is.

Late bewustwording

“De geschiedenis van de Dossinkazerne is héél revelerend. De kazerne ging na de Tweede Wereldoorlog terug naar de Belgische staat. Na jaren van gebruik en verwaarlozing wordt het gebouw verpatst aan bouwpromotoren, die er luxeappartementen in bouwen, de binnenkoer werd een parking. Zo gaat België om met zijn verleden. Tot de jaren zestig, zeventig is dat niet anders in andere Europese landen.”

België en Vlaanderen zijn inderdaad pas laat met zichzelf in het reine gekomen. Pas in 1974 verschijnt het eerste wetenschappelijke artikel over de Jodenvervolging in België - een stukje van een licentiaatsthesis van de joodse student Israel Shirman, die op dat moment al naar Israël is verhuisd. Herman Van Goethem: “Eigenlijk begint de bewustwording pas met de beroemde en beruchte tv-uitzendingen van Maurice De Wilde. Toen pas werd Vlaanderen met zijn eigen verleden geconfronteerd. Tot dan had men het vaak over Vlaamse ‘idealisten’. Idealisme is natuurlijk geen bruikbaar concept. Om het cru te stellen: was Hitler zelf misschien geen idealist, in de zin van ‘iemand die gelooft in zijn idealen’? Wellicht wel. Pas vanaf de jaren tachtig kon nog moeilijk ontkend worden dat de Vlaamse collaboratie met het nationaal-socialisme impliceerde dat men minstens een deel van de nazi-ideologie mee downloadde. En dus ook verplicht werd tot mee te doen met de jodenjacht.

“Voor Antwerpen werd die schaamtevolle episode in detail uitgeschreven door Lieven Saerens - we zijn dan al in 2000. Saerens polemiseerde door de tegenstelling Antwerpen (deelname van politie en gemeentelijke overheid aan de jodenjacht) en Brussel (weigering om dat te doen) in de schijnwerper te plaatsen. Ik ben daar genuanceerder over. De Brusselse burgemeester had inderdaad het lef om aan de Duitse bezetter te gaan zeggen dat hij géén Jodensterren zou uitdelen, dat de politie niet zou deelnemen aan de razzia’s. Maar hij fluisterde er ‘en stoemelings’ wel bij: ‘Laat de Jodenraden die sterren maar zelf uitdelen.’ Dat is natuurlijk ongehoord: die man verdiende op zijn minst een tuchtsanctie. Er speelden in Brussel vooral pro-Belgische overwegingen mee, zoals de clandestiene La Libre Belgique schreef: “Même si vous êtes anti-sémites, aidez-les juifs, parce-que c’est contrecarrer les Allemands.”

“Bart De Wever, die ik trouwens roekeloos vindt omdat hij zijn functie als politicus en zijn opleiding als historicus blijft vermengen, heeft wel gelijk als hij zegt dat er nog altijd een toonverschil is tussen Vlaanderen en Wallonië. Neem alleen die grote, recente studie over de bestuurlijke collaboratie. In Vlaanderen heet dat ‘Gewillig België’: dat wijst dus op de vrije wil van burgemeesters en schepenen om in te gaan op de wensen van de bezetter, wat zeer beschuldigend is. In Wallonië werd dat: ‘La Belgique docile’. Toegegeven, ik begrijp dat ‘la Belgique volontaire’ overdreven en onjuist zou zijn, maar ‘docile’ is precies het omgekeerde van ‘gewillig’: dociel is ‘volgzaam’, een logisch gevolg van een bevel van hogerhand. Belgen die collaboreren, omdat het zogezegd móét.

“Maar ook Vlamingen hebben te lange tenen. In het Vlaamse collectieve bewustzijn is er nog altijd een trauma van de repressie, waar ettelijke duizenden Vlamingen inderdaad werden bestraft. In een vrije tribune heb ik dat ooit ‘marginaal straatgeweld’ genoemd. Het gebeurde ook in buurlanden als Frankrijk en Nederland, en is logisch voor elke ontregelde samenleving. Maar ik wil dat Vlaamse trauma nog wel snappen. Ik vind het dan wel bijzonder bevreemdend dat Vlaanderen het zo moeilijk heeft om het joodse trauma te delen. Alleen al de Belgische joden hadden 25.000 doden. Hoe traumatiserend moet dát niet zijn? En die mensen vonden bij terugkomst niéts terug. Wij hebben in ons museum dus géén ‘gestolen’ of ‘achtergelaten’ objecten om te tonen. Wij hebben alleen papier, deportatielijsten en zo. Dan wil ik dus wel aannemen dat die Vlaamse en Belgische joden nog altijd particuliere trauma’s hebben, en dat die langer duren dan bij ‘gewone’ Vlamingen. Ja, in die zin heeft dit museum ook een therapeutisch aspect.

Van Goethem wil vooral een ‘grijs’ museum’: een dat niet vertrekt van witte helden en zwarte duivels. Maar hij wil dat niet om de collaboratie te relativeren of halvelings goed te praten, en wat te lachen met het verzet. Hij wil dat vooral om beter te begrijpen: “Waarom waren heel erg knappe en verstandige Duitsers in die jaren zo heel erg slecht? Ik wil geen cynische visie aanpraten: ‘Niemand was goed, niemand was slecht.’ Ik inspireer mij op ‘Tätergeschichte’: wat inspireerde daders? Wat deed commandant Schmidt van het kamp van Breendonk overdag gevangenen mishandelen, en ’s avonds thuis lief en innig zijn met zijn kinderen. Als we dat mechanisme kennen, hebben we al veel begrepen over de menselijke aard.

“Ik onderzoek nu de Antwerpse agenten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Je hebt er een paar héél slechte figuren, je hebt de loodzware hiërarchische context, maar je hebt ook een handvol individuele agenten die zegden: ‘Ik doe daar niet aan mee’. Die kregen dan een paar dagen loonverlies, en dat was het. Besluit: het wás mogelijk om menselijk te blijven. Al waren die dapperen natuurlijk de uitzondering. Maar juist dát vind ik de ‘grijs’: de rijke schakering in motieven en in menselijk handelen.”

Dat is natuurlijk niet exclusief voor de holocaust. Herman Van Goethem realiseert zich dat hij veel werk heeft aan het laatste luik van de tentoonstelling: het uitbreiden van de holocaust tot meer algemene mensenrechten, de actuele strijd errond. Ook dat zal voor problemen zorgen. “Ik weet nu al dat, als we de Turkse genocide op de Armeniërs vermelden, we met sommige allochtone leerlingen een felle discussie zullen krijgen. Maar ik vind dat niet erg. Daarvoor dient een modern museum: niet om de eeuwige waarheid te tonen, maar om tot nadenken aan te zetten. En dus tot debat en meningsverschil te stimuleren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234