Zondag 02/10/2022

Design

Dromen van oude Belgen

Jacqueline Dehond en Koenraad Uyttendaele Beeld Eline Ros
Jacqueline Dehond en Koenraad UyttendaeleBeeld Eline Ros

Wil je een Belgisch designmeubel, dan kun je op 9 juni je geluk beproeven op de kunst- en designveiling van Cornette de Saint Cyr in Brussel. Maar wie droomt van een driekleur in huis, zeker uit de populaire fifties en sixties, kan ook nog elders terecht.

CHRIS MEPLON / FOTO'S ELINE ROS

Kenners noemen Belgisch design uit de naoorlogse periode 'nog altijd betaalbaar'. Maar ze vergelijken het dan wel met het werk van Franse coryfeeën zoals Jean Prouvé of Charlotte Perriand. Als je weet dat je van Prouvé geen salontafel onder de 25.000 euro vindt, kun je de huidige prijzen voor een Willy Van Der Meeren inderdaad nog schappelijk noemen. Bij een Jules Wabbes wordt dat lastiger. Een chique massief houten bibliotheekkast van deze autodidact-ontwerper uit 1960 werd in de catalogus van de vorige veiling op 40.000 à 50.000 euro geschat. Een scherpe, realistische prijs, verzekeren de experts. "Wabbes is de lieveling van een publiek dat duurzaam meubilair van topkwaliteit wil", zegt Valentine Roelants du Vivier, verantwoordelijk voor design bij veilinghuis Cornette de Saint Cyr. "De mooie houtsoorten, de zorgvuldige assemblage en detaillering maken zijn stukken erg gewild. Vooral de speciale bestellingen scheren hoge toppen."

"De overzichtstentoonstelling over Wabbes in Bozar twee jaar geleden heeft de waardering nog doen toenemen", vult veilinghuisdirecteur Wilfrid Vacher aan. Wabbes werd in de jaren 90 al door enkele antiekhandelaren herontdekt en blijft een uitschieter. Op een vorige veiling van Cornette werd een spectaculair bewijs geleverd van zijn succes. Een lange tafel op drie poten van ruw brons werd afgehamerd op 112.500 euro, zowat vier keer de geschatte waarde en meteen goed voor een wereldrecord.

Maar ook een aantal industriële designmeubelen van Van Der Meeren, gemaakt van veel bescheidener materialen zoals zwarte stalen buis en multiplex, haalden er vlot het dubbele tot drievoudige van hun geschatte waarde.

Is Belgisch fifties- en sixtiesdesign aan een inhaalbeweging bezig? In het dozijn designbijbels van de 20ste eeuw op mijn boekenplank is het vergeefs speuren naar namen zoals Willy Van Der Meeren, Alfred Hendrickx, Lucien Engels, Jos De Mey of zelfs Jules Wabbes. Ze kregen nooit een plaats naast Eames, Arne Jacobsen of Giò Ponti in de internationale eregalerij van moderne designklassiekers. Toch zegt dat nog niet alles over hun ontwerptalent.

Vintage-expert Frederic Rozier verklaart het gebrek aan erkenning zo: "De productie van de Belgen was meestal te klein en te lokaal. Die schaarste speelt in hun nadeel. Om een betekenisvolle rol te spelen op de internationale markt, moet er voldoende aanbod zijn om de vraag te voeden. Op een veiling kan pas sprake zijn van echt hoge prijzen als er ook vraag komt uit Japan, New York, Los Angeles. Het is door die wereldwijde vraag dat een Jean Prouvé tegenover een Van Der Meeren wel zo gewild is."

Voorlopig moeten we dus nog niet vrezen dat oliesjeiks, Russische magnaten of steenrijke Koreanen met onze designschatten aan de haal gaan. Maar wie telt er dan wel van die exorbitante bedragen neer? Vacher is bereid om een tipje van de sluier te lichten: "Die recordprijs voor Wabbes illustreert het mooi. Aan de lijn hadden we een Amerikaanse galeriste, een pas naar Brussel verhuisd Frans-Brits koppel en ook nog een Franse en een Belgische decorateur. Maar de echte opbodstrijd brak los in de zaal onder Belgische particulieren. De tafel is in België gebleven."

Rozier meent dat daar toch wel beweging in komt. "Er is een Belgisch publiek met voldoende middelen om op te bieden tegen het buitenland, maar dat kan veranderen. De interesse vanuit de VS, Rusland, het Midden-Oosten en Azië is aan het stijgen, vooral het laatste jaar."

Vacher wijt de opleving van Belgisch design aan verschillende factoren. Zo is er het immense succes van Belgische kunstenaars-ontwerpers zoals Ado Chale, Willy Daro en Etienne Allemeersch. Hun interieurobjecten pronken in de interieurs van Lenny Kravitz en Brad Pitt en trekken zo de aandacht van het leespubliek van de internationale Vogue & co. "Hun werk haalt sensationeel hoge prijzen en dat valt op. Het is op zich geen design, maar het maakt België interessanter. Voeg daarbij onze fantastische geschiedenis met Victor Horta en Henry Van de Velde en je krijgt een gunstig effect, ook voor designers zoals Van Der Meeren."

undefined

Willy Van Der Meeren Beeld RV
Willy Van Der MeerenBeeld RV
Jules Wabbes Beeld RV
Jules WabbesBeeld RV
Jos De Mey Beeld RV
Jos De MeyBeeld RV

Leve de re-edities

Frederic Rozier is de man achter LostNFound. Samen met Filip Maes brengt hij oude ontwerpen van Willy Van Der Meeren, Renaat Braem en Lucien Engels weer in productie. Voor diehard vintageliefhebbers zijn dergelijke re-edities heiligschennis, maar Rozier kan heel wat argumenten pro opsommen.

Het meest voor de hand liggende is dat de ontwerpers van moderne sociale meubelen zelf de bedoeling hadden om goed design toegankelijk te maken voor een breed publiek. Een origineel Boomerang-setje kost nu al snel 3.000 à 4.000 euro. Voor een groot deel van het publiek, jonge mensen bijvoorbeeld, wordt de re-editie dan het enige haalbare alternatief. "De fanatici vergeten ook dat een deel van het publiek echt wel iets voelt voor mooi en sterk ontwerp, maar het liever willen kopen in een optimale staat, niet tweedehands", legt Rozier uit.

"Sinds we gestart zijn met de heruitgave, is er heel wat buzz. De prijzen voor Van Der Meeren zijn op de veiling na onze lancering gestegen. Het bewijst dat we met die heruitgave het bewustzijn aanwakkeren. De re-edities van Vitra hebben toch ook enorm veel gedaan voor de bekendheid van Eames of Prouvé?"

Nog een belangrijke troef van de re-edities volgens Rozier is dat ze een positieve rol kunnen spelen in de strijd tegen minderwaardige, frauduleuze namaak. Op allerlei websites duiken slechte kopies op, goedkoop in elkaar gestoken, louter gebaseerd op een foto. De re-edities van LostNFound hebben veel meer kwaliteit omdat ze gemaakt worden op basis van zorgvuldige studie en met het grootst mogelijke respect voor de originelen. Ze worden ook duidelijk gemerkt om te vermijden dat iemand ze achteraf als originelen zou willen doorverkopen. Er zitten zelfs geheime productiedetails in om ze altijd te kunnen herkennen.

Rozier: "Door ons grondig te verdiepen in Van Der Meeren, weten we nu ook dat hij veel méér ontworpen heeft dan tot nu toe werd aangenomen. Vanuit academische hoek worden variaties op de bekendste ontwerpen soms te streng afgekeurd. Terwijl de ontwerper zelf wél achter die variaties stond. Wij denken dat zijn reputatie juist versterkt kan worden door een breder gamma te erkennen in plaats van te hameren op een heel klein aantal waarover absolute zekerheid bestaat. We denken dat er nog veel stukken kunnen opduiken, we hopen althans dat er niet te veel zijn weggegooid. Als er te weinig stukken zijn, wordt de zoektocht veel te moeilijk en frustrerend. Zo dreigt iemand in de vergetelheid te raken."

Michael Marcy, de meest gerenommeerde kenner van Belgisch midcentury design, heeft het niet zo begrepen op re-edities. Hij vindt zelfs dat het nog meevalt met de jacht op goede Belgische stukken. "Je kunt nog altijd Boomerang-tafeltjes vinden op de rommelmarkt. Maar houd er wel rekening mee dat de handelaars daar om 3 uur 's nachts al rondlopen. Als er iets interessants staat, zijn ze ermee weg".

Hij spreekt uit ervaring. Als een van de grondleggers van de Kloosterstraat in Antwerpen zit hij al meer dan 30 jaar in het vak. "In het begin hadden de meubelen van Alfred Hendrickx en Willy Van Der Meeren succes omdat ze uit de fifties waren. Niemand wist wie die ontwerpers waren, maar ook handelaren uit Parijs kwamen ze kopen omdat ze mooi waren. Ja, er was 35 jaar geleden al eens een fiftiesrage. Daarna kwam er een tijd dat je dat niet meer kwijtraakte, nu is het weer helemaal terug."

undefined

Mooie dingen boven dure vintage

De Boomerang-tafeltjes zijn volgens hem inderdaad erg gewild, maar toch vooral bij verzamelaars en handelaars. "Particulieren zien meestal het verschil niet tussen de set van Van Der Meeren en banale fiftiestafeltjes met een plastic randje", zegt hij.

Op een markt vind je de goede stukken ook nooit in perfecte staat. Dat is nog een reden waarom veel mensen het niet zien. "De meeste zaken moeten zwaar gerestaureerd worden. Ik doe dat zelf", zegt Marcy.

Zijn gouden tip voor beginnende verzamelaars is: hard studeren. "Je moet je grondig inwerken. Ook een heel goede materialenkennis is belangrijk om oude dingen te kunnen onderscheiden, want er wordt veel fake aangeboden, met verhaaltjes dat het uit oude stocks komt."

Het komt dus aan op veel kennis, een scherpe neus en flair. Hij valt nog regelmatig op een stuk waarvan hij niet weet van wie het is, maar hij ziet dat het goed gemaakt is. Als hij danthuis komt, vindt hij het gegarandeerd terug in een boek. "Wat je zeker niet moet doen, is iets kopen alleen maar omdat je denkt dat het wel duurder zal worden. Ik koop altijd omdat ik iets graag zie."

Je weet niet waar je eerst moet kijken in zijn designgalerie in een voormalig theater in de Sint-Jozefstraat. Het staat er vol museumstukken. Veel van Alfred Hendrickx, van zijn bekende zetels met zigzaggende zwartgelakte frames die iedereen momenteel wil tot de lage dressoirkasten met decors in keramiektegels. Zeldzaam werk van Van Der Meeren, Lucien Engels, Renaat Braem en nog veel meer. Hij is uit de Kloosterstraat weggetrokken omdat er te veel toeristen over de vloer kwamen die de waarde van zijn aanbod totaal niet begrepen.

Vorig jaar opende hij een nieuwe vintagewinkel van 400 vierkante meter in de Mechelsesteenweg in Antwerpen. "Aan jonge mensen kun je moeilijk uitleggen dat een dressoir 4.000 euro kost, ze willen er eentje van 500 euro en ik begrijp dat. Ze willen graag goedkopere vintage kopen, gewoon dingen die ze mooi vinden, zonder naam. Dat vind ik goed. Om aan hun vraag tegemoet te komen, ben ik met deze tweede winkel gestart. "

TROTS OP DE DRIEKLEUR IN HUIS

Vier verhalen over soms zeldzame, soms dure, maar vooral gekoesterde designschatten. Op de zolder, rommelmarkt of gewoon bij een handelaar gevonden.

AUGUSTE BOXY opgegroeid tussen Belgische design

WAT? Driedelige set Boomerang-tafels van Willy Van Der Meeren uit circa 1953. De lichte constructie op stalen poten, de zigzaggende vormen en heldere kleuren zijn typisch voor deze voorvechter van het moderne, sociale meubel. Het publiek associeert deze speelse ontwerpen met de Expo '58-stijl.

Hoe kwam dit in je bezit?

Auguste: "Vijf jaar geleden, ik was 17, kon ik er eentje op de kop tikken op een antiekmarkt. Ik zag het en was meteen verkocht. Mijn vader, Stefan, verzamelt al Belgisch design zolang ik me kan herinneren. Hij bevestigde dat het een authentiek stuk was. Daarna ben ik actiever op zoek gegaan omdat ik ze alle drie wilde bemachtigen. Dat is me gelukt in vijf jaar. Het tweede kocht ik op internet en het derde kwam ik tegen op een markt in Brussel toen ik het al niet meer verwachtte."

Wat maakt het waardevol?

"Dat ik het eerste kocht zonder te weten wat het was, maakt het voor mij nog mooier en bijzonder. Ik hoef niet te weten wat de waarde is. Ik ben niet van plan er ooit afstand van te nemen. Het is voor mij onvervangbaar."

Vanwaar de liefde voor Belgisch design?

"Mijn ouders hadden altijd een enorme passie voor design en architectuur. Ik ben tussen de designstukken opgegroeid."

null Beeld Eline Ros
Beeld Eline Ros


JACQUELINE DEHOND EN KOENRAAD UYTTENDAELE kunstenaarsduo met familiestuk

WAT? Ensemble met buffet en barkast van Pieter De Bruyne uit 1960, ambachtelijke productie. In de fifties ijverde De Bruyne voor moderne, sociale meubels. De samenwerking met meubelfabrikanten verliep echter niet zoals hij wilde en hij keerde zich ontgoocheld af van de industrie. Later zou hij alleen nog unieke, artisanale meubelen maken. Met zijn radicale, avant-gardemeubelsculpturen uit de jaren 70 en 80 wordt hij erkend als een voorloper van het postmodernisme.

Hoe kwam dit in jullie bezit?

Jacqueline: "Het ensemble stond bij de ouders van Koenraad. Sinds vorig jaar staat het bij ons thuis. Zijn ouders kochten het met hun spaarcenten toen ze trouwden. Het was toen ongewoon om moderne meubelen te kiezen. Ze deden dat op aanraden van Koenraads grootvader, een architect."

Wat maakt het waardevol?

"Het is een erg knap ontwerp, heel mooi uitgevoerd. De pootjes zijn van massief hout, de handgrepen prachtig. Van de waarde hebben we totaal geen idee, we zijn sowieso niet van plan om het ooit te verkopen. We vinden De Bruyne fascinerend, fenomenaal getalenteerd, ook als ontwerper. Hij komt naar ons gevoel echt niet genoeg aan bod."

Vanwaar jullie liefde voor Belgisch design?

"We hebben altijd veel verzameld, gewoon omdat we graag mooie dingen zien. Vroeger was Belgisch design nog een haalbare kaart. Nu het zo duur geworden is, is het niet meer voor ons. We kopen de dingen die toevallig op onze weg komen. Zo hebben we een tafel van Maarten Van Severen kunnen kopen omdat we hem toevallig leerden kennen. We hebben ook erg mooi werk van Jos Devriendt, een goede vriend."

Jacqueline Dehond en Koenraad Uyttendaele Beeld Eline Ros
Jacqueline Dehond en Koenraad UyttendaeleBeeld Eline Ros

FREDERIC HOOFT op het gevoel

WAT? Loungestoel van Lucien Engels voor het vakantiehome oud-minister Emile Vandervelde II in Oostduinkerke, circa 1957. Engels ontwierp zijn meubelen volledig in samenhang met de architectuur. De vormgeving van de robuuste, houten leunzetel is afgestemd op het lichte gebouw waarvoor hij bestemd was.

Hoe kwam dit in je bezit?

Frederic: "Toch een beetje toevallig, zoals de meeste stukken waaraan ik gehecht raakte. Ik kocht hem in 2002 in Antwerpen, op mijn 22ste. De prijs viel goed mee. Ik kocht hem op het gevoel, en dat doe ik nog altijd: ik koop alleen wat ik graag zie."

Wat vind je er bijzonder aan?

"Het is een soort haat-liefdeverhouding. Het is niet het meest esthetische meubel, heeft iets van een folterstoel, maar tegelijk is het fantastisch omdat het zo anders is, volledig van hout, redelijk hoog. Het staat in mijn kantoor en ik zou het niet meer willen missen. Er zijn maar weinig stuks van gemaakt. Op een originele ontwerptekening van Lucien Engels is sprake van dertig. Daarvan zouden er nu nog tien of zes in omloop zijn. Hoe dan ook wil ik er vooral van genieten. Meubelen zijn om te gebruiken, niet om naar te kijken."

Vanwaar de liefde voor Belgisch design?

"De Fransen hebben prachtige meubelen gemaakt, maar de Belgen moeten er zeker niet voor onderdoen. Zeker als je er rekening mee houdt dat de meubels bestemd werden voor een meer praktisch doel, zoals die Lucien Engels voor een home. Toch hebben die meubelen een grote eigenheid."

null Beeld Eline Ros
Beeld Eline Ros

FILIP MAES verwoed verzamelaar Hoe kwam dit in je bezit?

WAT? Koppel linnenkasten met polyvalent onderstel van Willy Van Der Meeren uit circa 1950. Het metalen frame met de luspoten is opgevat als een gestandaardiseerd basiselement waarmee veel combinaties mogelijk zijn: een salontafel, zetel, buffetkast en staande kast. Democratische modulaire aanbouwsystemen bestonden in het buitenland al, maar in het België van de massief eiken meubelensembles waren ze revolutionair.

Filip: "Ik heb gewoon het gevraagde bedrag betaald. Ik wilde die kans niet laten voorbijgaan. Meestal komen die meubelen in buitenlandse interieurs terecht van vermogende mensen die hun inrichting aan een beroemd decorateur overlaten. Zo zijn we al veel topstukken kwijt. Ik probeer zo veel mogelijk te pakken te krijgen, ook wat anders wordt weggegooid."

Waarom net dit stuk uit uw uitgebreide Belgische collectie?

"Het verzamelen begon toen ik meubels zocht voor mijn eigen woning. De eerste meubeltjes die ik vond, waren van Alfred Hendrickx. Volgende stap was dan Van Der Meeren. Een tafel van Jules Wabbes is natuurlijk ook mooi, maar Van Der Meeren spreekt me meer aan omdat hij beperkte middelen gebruikt. Ik ben er echt door gebeten. Ik heb onder meer een speurtocht ondernomen naar Griekenland om daar een opdrachtgever van hem op te zoeken en een meubelmaker die voor hem werkte."

Waarom een voorkeur voor Belgisch?

"Mijn liefde voor Belgisch design is ook de reden waarom ik (als partner in LostNFound, red.) Belgische re-edities wil maken. Al was het maar om te laten zien hoe goed we hier dingen kunnen maken."

null Beeld RV
Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234