Dinsdag 04/10/2022

Dubbeltentoonstelling l Dekadence: Tsjechische kunst rond 1900 HHHH

Welkom in het bordeel van de geest

Het Tsjechische voorzitterschap van de EU heeft een eerste cultureel hoogtepunt opgeleverd. Dekadence / Bohemian lands 1880-1914 is een weidse en intieme dubbeltentoonstelling in Namen en Brussel met driehonderd werken uit het fin de siècle.

door Eric Min

In het laatste kwart van de negentiende eeuw staarde de Europese avant-garde gebiologeerd naar wat er in de ateliers en redactielokalen van Parijs en Brussel gebeurde. In Boedapest werden Haussmanns boulevards nagebouwd en twee jaar na de constructie van de Eiffeltoren had Praag al zijn eigen exemplaar in miniatuur. Groepen Boheemse toeristen trokken in 1900 naar de Parijse Wereldtentoonstelling. De Moravische schilder Alfons Mucha vestigde zich in Frankrijk en noemde zich voortaan Alphonse. Beeldhouwer Rodin werd in Praag als een held ingehaald en hij was niet de enige.

Art nouveau, symbolisme, esoterie, absint: zowat elke trend die in de lichtstad en haar Belgische bijkantoor over de tongen ging, waaide over naar Midden-Europa. Zowel in Namen als in Brussel zijn schitterend verzorgde Praagse boekuitgaven van klassiekers uit het fin de siècle in vitrines verzameld: Rimbaud, Poe en D'Annunzio, maar ook 'onze' Camille Lemonnier of Georges Rodenbach naast Huysmans' A rebours en diens essay over Félicien Rops. De wereld was een voorschoot groot.

De verduisterde neogotische zalen van het Brusselse stadhuis zijn een gedroomde locatie voor het eerste luik van Dekadence. Hier is het ondergrondse aan zet, het morbide, het fantastische, grimas en tristesse. Tientallen schilderijen, tekeningen en sculpturen ademen de sfeer uit van een epoque die zijn demonen cultiveerde. Slimme jonge kunstenaars hielden de vinger aan de pols. Hun namen kregen niet de uitstraling van hun West-Europese collega's, maar ze zijn bijna allen even interessant. Een ruim publiek kan nu kennismaken met lieden als Kupka, Hlavácek, Kocian, Kobliha of Pirner. Omdat de tentoonstelling een Tsjechisch initiatief is, worden geen links gelegd naar de Belgen Spilliaert, Khnopff en Degouve de Nuncques, maar het is hun geest die hier over de wateren waart. Wie vertrouwd is met de motieven in de beeldende kunst rond 1900 begeeft zich op bekend terrein.

De rode draad die wordt afgewikkeld, volgt losjes het bekende ideologische parcours. Veel vaste grond was er niet meer. In de Europese voorsteden zetten grote groepen betogende arbeiders de sociale orde op de helling. De wereld aarzelde tussen wanhoop en utopie. God was dood, Freud vond het onbewuste uit. Artiesten verloren zich in satanisme, spleen, drank, vrouwen en ander destructiefs. Gezwijmel en vertoon waren het resultaat. Ook in Bohemen leverde het decadente geweld een onuitputtelijke oogst aan kunstwerken op.

Brussel presenteert (zelf)portretten, literaire personages met hoge symboolwaarde (Hamlet, Ophelia, de golem, de wandelende jood, de vampier), desolate landschappen en de roes van opium of zelfkwelling. Zowat alle artistieke stromingen leveren de talen waarin deze verhalen worden verteld: het realisme, het prille fauvisme, de karikatuur en wat we vandaag fantasy noemen. In hun ontvleesde schedel kijken de ogen van Karel Hlavácek ons onderzoekend aan. Een groene watergeest van Jaroslav Panuska lijkt Ensor op zijn best. De kus van de dood uit 1912 is een pril kubistisch doek van een man die zijn naam niet had gestolen: Bohumil Kubista. Met het expressionistische kamertoneel van Frantisek Drtikols foto's is de cirkel rond. Aan de einder bulderen de kanonnen van de Grote Oorlog, maar in het atelier speelt de fotograaf een kruisiging na.

Afgrijzen

Noblesse oblige: het Ropsmuseum in Namen neemt in zijn eentje 'de demon van de liefde' voor zijn rekening. Al in de eerste zaal slaat het afgrijzen toe. De dood sluipt naar binnen en laat ons ontdaan achter. Ook hier bezweren de vertrouwde sjablonen onze onrust: de verleiding van de heilige Antonius, Salomé en het afgehakte hoofd van Johannes. Een naakte vrouw hangt aan Drtikols kruis. Het hoekige, gelige groen van Angst (Josef Capek, 1915) kondigt de nieuwe tijd aan. De oude was ten onder gegaan aan pose, pathos en passie.

Tot 10 mei in het Brusselse stadhuis en het Naamse Ropsmuseum.

n Salomé (1913), Frantisek Drtikol.

n Uit de reeks Cleopatra (1910), Frantisek Kobliha

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234