Maandag 15/08/2022

Duistere zaakjes in het Jaar van de Draak

Hét Chinaverhaal van 2012 is zonder twijfel dat van Bo Xilai, de gewezen oppergod van Chongqing die nu op zijn proces wacht. Zijn val opende de zwarte doos van de Chinese toppolitiek en legde een universum van corruptie, brutaliteit, hypocrisie en kwetsbaarheid bloot. Catherine Vuylsteke

Officieel mag 2012 het jaar zijn dat Xi Jinping en Li Keqiang aantraden als nieuwe leiderstandem die China zal opstuwen in de vaart der volkeren, de echte geschiedenis werd in dit Drakenjaar geschreven door een veel duisterder heerschap.

Toegegeven, Bo Xilai en Xi Jinping hebben veel met elkaar gemeen. Hun afkomst bijvoorbeeld. Als Rode Prinsen, zoals de kinderen van revolutionairen van het eerste uur worden genoemd, beleven ze een jeugd als een achtbaan. Wordt pa minister, dan verhuist de kroost naar de nieuwe Verboden Stad, Zhongnanhai. Werkt hij zich onder een wispelturige baas als Mao in nesten, dan delen ze in de brokken.

De jonge Bo treft het op dat vlak veel slechter dan Xi: van zijn 18de tot zijn 23ste zit hij in 789, een soort van concentratiekamp voor nakomelingen van gevallen leiders. Lotgenoten beweren dat hij er herhaaldelijk wordt gemarteld en volgens een enkeling is het daar dat zijn brutaliteit haar wortels heeft.

Wanneer Mao in 1976 het loodje legt, komen de vaders terug als nationale leiders. Ze zullen hun macht vooral aanwenden om hun kinderen in de partijhiërarchie omhoog te stuwen. De jonge Xi begint in de stad Xiamen aan zijn opmars, de jonge Bo in Dalian. Xi klimt vervolgens op naar het gouverneurschap van de provincie Fujian, Bo krijgt Liaoning toebedeeld. Daarna keren ze allebei terug naar Peking, met als ultieme doel het zitje dat Xi sinds kort bezet houdt. "Het komt door hun vaders", zo schrijft John Garnaut in The rise and fall of the house of Bo, "dat Xi en niet Bo het tot partijleider en straks president schopt".

Eén beslissende keer, in 1987, staan de oude revolutionairen lijnrecht tegenover elkaar. Eind jaren zeventig zijn ze allebei door hervormingsgezind partijleider Hu Yaobang gerehabiliteerd. Maar als de oude garde van machtshebbers rond Deng zich zorgen maakt over de snelle liberalisering van de maatschappij, geven ze Hu daarvan de schuld. Vader Bo pleegt verraad en leidt persoonlijk de conservatieve aanval, terwijl vader Xi het als enige aandurft om de wankelende Hu publiekelijk te verdedigen.

Hu moet uiteindelijk toch aftreden, maar ook dan blijven veel intellectuelen hem trouw. In die mate zelfs dat zijn dood in 1989 leidt tot de studentenprotesten, die eindigen in het bloedbad van Tiananmen. Tussen de netwerken van Xi en van Bo komt het evenwel niet meer goed. En als de klachten over Bo's wetteloosheid en repressie in Chongqing vanaf 2009 almaar luider klinken, wenden zijn tegenstanders zich tot de machtscirkel rond de Xi's.

De druk om in te grijpen groeit. Maar de druppel die de emmer doet overlopen, is het verraad van superflik Wang Lijun, in maart van dit jaar. Bo's rijk stort in. Zijn vrouw zit sinds september een uitgestelde doodstraf uit, hem wacht straks wellicht hetzelfde lot.

Rockster

Hoe is het zover kunnen komen? Lange tijd omschrijven journalisten Bo Xilai immers als de rockster van de Chinese politiek. Geen man is flamboyanter, ondernemender, charismatischer en meer op persoonlijke roem belust dan hij. Het lijk alsof alles wat hij aanraakt prompt in goud verandert.

Kijk naar het noordoostelijke Dalian, een zes miljoen inwoners tellende versie van Charleroi. Na Bo's aantreden in 1993 ondergaat de stad een gedaanteverwisseling die geen mens voor mogelijk houdt. De nieuwe burgemeester houdt grote schoonmaak en laat voor honderden miljoenen dollars verfraaiingswerken uitvoeren. De plaatselijke krant krijgt kantoren waar The New York Timesjaloers op zou zijn. Er verrijst een peperduur museum van moderne kunst, dat zijn futuristische visie op de stad verbeeldt en Bo injecteert Dalian met zijn persoonlijke passie voor Zwitserland. Voortaan is de koe het stedelijke symbool.

Er komen plantsoenen, waterpartijen en excentrieke verlichting. En het balkon van Bo's op het Volksplein uitkijkende kantoor wordt zelfs voorzien van een console om de kleuren van de centrale fontein te regelen en de muziek ervan te bepalen. Ochtend na ochtend rukt daar een speciaal korps van vrouwelijke politieagenten uit voor het vlaggenritueel. De grote, slanke twintigers lijken stuk voor stuk weggelopen uit een missverkiezing. Ze brengen hordes toeschouwers op de been en worden al gauw een heuse toeristische attractie.

Wanneer Bo in 2001 promoveert tot gouverneur van de hele provincie Liaoning, borduurt hij verder op deze strategie. Hij staat voor een lastige klus. Liaoning herbergt immers de zwaarst vervuilde mijnbouwgebieden van het land en in de tien jaar tot 2003 hebben miljoenen mensen hun werk verloren bij de sluiting van grote staatsbedrijven.

Bo belooft beterschap en neemt extreme maatregelen tegen lieden die het niet goed met de provincie menen. Neem Yang Rong, de op dat moment derde rijkste man van China, die het met BMW gelieerde Brilliance China bestiert. Als Yang in 2002 voor de bouw van een nieuwe fabriek naar Shanghai wil uitwijken, laat Bo hem van fraude beschuldigen. Er wordt een kapitaal van goed 700 miljoen dollar aangeslagen en Yang zelf kan ternauwernood naar de VS vluchten.

Hoop en vrees

Hoge provinciale ambten zijn in China immer een opstapje naar de nationale politiek, en in 2004 schopt de prins van Dalian het tot minister van Handel. Voortaan ontmoet hij dagelijks internationale leiders en zakenlui, die ronduit versteld staan van Bo's doorzettingsvermogen, oratorische talent en zijn kennis van het Engels. Bo hoopt tijdens het 17de Partijcongres eind 2007 het vicepremierschap in de wacht te slepen, maar moet die eer aan aankomend premier Li Keqiang laten. Hij wordt weg gekatapulteerd naar Chongqing, een om zijn ongezonde klimaat bekend staande metropool aan de Yangtze.

Maar ook daar hertimmert Bo zowel het regionale als het nationale landschap. Algauw komt iedereen kijken naar het 'Chongqing Model', van gewezen VS-minister Henry Kissinger, die het over "een aanschouwing van de visie voor de toekomst" heeft, over de vader van president Hu Jintao tot de broer van wijlen Deng Xiaoping.

Bo realiseert een ongeëvenaarde economische groei van 16 procent op jaarbasis. In de eerste drie jaar na zijn aantreden weet hij bij de China Development Bank tien keer zoveel leningen los te peuteren als zijn voorgangers in een heel decennium. Niet zelden gaan die centen evenwel naar omstreden projecten. Zo lanceert Bo in 2010 een herbeplantingsprogramma ten belope van 1,5 miljard dollar, een budget dat tien keer hoger ligt dan het fonds voor de vernieuwing van rurale scholen.

Zijn aan de Culturele Revolutie herinnerende stijl doet wenkbrauwen fronsen. Bo zet een al even bloedige als grootschalige anti-misdaadcampagne op. Radiopubliciteit wordt verboden. Er komt een 'Zing Rood'-campagne met Maoliedjes en 200.000 mensen worden naar het platteland gestuurd om te leren van de Rode Cultuur.

Bo bedient zich van het staatsapparaat als betreft het een legitieme snelweg naar de verwezenlijking van zijn persoonlijke objectieven. Het duurt even voor de buitenwereld het in de gaten krijgt, maar het centrum van de Chinese politiek wordt stilaan naar Chongqing gezogen.

Bo symboliseert en leidt er immers een gigantische uitbreiding van de staatsmacht. De omvang van het veiligheids- en propaganda-apparaat neemt fenomenaal toe, privébedrijven krijgen het een pak lastiger en een programma voor de professionalisering van het juridische apparaat wordt afgevoerd. "Bo boezemt hoop en vrees in, wellicht zelfs in gelijke mate", zo schrijft John Garnaut. "Maar bovenal is zijn model er een dat haaks staat op de lange, moeilijke weg naar open markten, een rechtsstaat en vreedzame diplomatie die China dertig jaar geleden aanvatte."

Afrekeningen

Om de oppermachtige keizer van Chongqing te worden, heeft Bo een gigantisch netwerk uitgebouwd, dat stoelt op diensten en wederdiensten. Maar zo mogelijk nog vitaler is de onderhand tot 15 jaar cel veroordeelde Wang Lijun, de viceburgemeester die Bo dit voorjaar zou verraden met zijn vlucht naar het VS-consulaat in Chengdu.

Wang is uit hetzelfde hout gesneden als zijn meester, even ambitieus, berekend en niets ontziend. In 2008 benoemt Bo deze etnisch Mongoolse kleinstedelijke politiechef uit Liaoning plots tot viceleider van de politie. Een jaar later wordt Wang zelfs de baas van het machtige bureau voor Publieke Veiligheid, een functie die daarvoor werd vervuld door ene Wen Qiang.

Met die laatste wordt meedogenloos afgerekend: zijn vrouw krijgt foto's toegestopt van manlief in bed met minderjarige prostituees. Uit wraakzucht toont zij vervolgens waar haar echtgenoot miljoenen dollars aan smeergeld heeft verstopt, nota bene onder het aquarium. Er komt een in de Chinese media breed uitgesmeerd proces en als Wen in juli 2010 wordt geëxecuteerd, stuurt Bo persoonlijk triomfantelijke tekstberichten rond. Hij sms't: 'Wen Qiangs dood, het geluk van het volk, de vrede van Chongqing'.

Wen is lang niet de enige die wordt geviseerd. Bo en Wang vernietigen de hele machtselite van Chongqing en daarbij gebeuren verschillende 'ongevallen'. Eén verdachte overlijdt als hij tijdens een ondervraging met het hoofd tegen de muur slaat, een paar anderen plegen zelfmoord. En vorige week nog pakte de Hongkongse South China Morning Post uit met de lotgevallen van zakenman Li Qiang, die in 2009 een volle 76 dagen lang geketend in een kerker doorbrengt omdat hij zijn 1.000 taxi's en 100 busroutes niet tegen een zacht prijsje aan de overheid wilde verkopen.

Bo en Wang buigen ook de overige segmenten van de stadsbureaucratie om tot persoonlijke machtsinstrumenten. Elk krantenbericht waarin Bo's naam wordt genoemd, heeft zijn persoonlijke goedkeuring nodig en naast zijn kantoor heeft hij een kleine televisiestudio waar hij de lokale journaals visioneert.

Iedereen leert zijn mond te houden. En wie dat nalaat, zoals bosbouwambtenaar Fang Hong, spendeert een jaar in een heropvoedingskamp wegens een cartoon op het internet. En als Li Xiaofeng, het hoofd van het plaatselijke televisiestation, klaagt over de dalende kijkcijfers ten gevolge van de verplichte 'Rode programma's', wordt hij 20 dagen lang gemarteld en schuldig bevonden aan corruptie, met een uitgestelde doodsstraf tot gevolg.

Gezichtsverlies

'De kip doden om de aap bang te maken', zeggen ze in China. Bo doodt evenwel de apen om de kippen de stuipen op het lijf te jagen. Door te focussen op de machtigen, creeërt hij een klimaat van angst en terreur. Ondertussen oreert hij in de ene toespraak na de andere over zijn strijd tegen de 'gesel der corruptie' en de 'macht van de onderwereld'.

Miljarden vloeien naar het politie-imperium van Wang. Er komen super-de-luxe kantines voor de agenten en een museum voor de strijd tegen de onderwereld, waar de superieuren uit Peking mee naartoe worden genomen.

De groeiende burgerrechtenbeweging van activisten, burgers en advocaten beschouwt Bo's Chongqing al gauw als het summum van politiek misbruik. "Alles draait om belangen, niets om overtuigingen", zo schrijft de bekende advocaat Pu Zhiqiang. "De machtselite wendt extreem linkse tactieken aan om onder het vaandel van gerechtigheid of milieu eigendommen aan te slaan, die ze vervolgens op een extreem rechtse manier onder zichzelf verdelen."

Steeds vaker doen leden van de elite hun beklag over Bo en Wang bij de leiders in Peking. Binnenskamers hebben verhitte discussies plaats, maar naar de buitenwereld toe wordt lange tijd in alle talen gezwegen. Tot een Brits zakenman in november 2011 in vreemde omstandigheden overlijdt in Chongqing. "Het feit dat brutale moorden zoals die op Neil Heywood uiteindelijk aan het licht komen, zou op zich nooit voldoende zijn om Bo ten val te brengen", schrijft Garnaut. "Maar het naar de VS overlopen van zijn rechterland, Wang Lijun, bracht zo'n gezichtsverlies dat er wel moest worden opgetreden."

Wangs actie deed denken aan Lin Biao's pogingen in 1973 om naar de Sovjetunie te vluchten. De gelijkenis is Wang overigens niet ontgaan. Waarom eiste hij bij zijn overdracht aan de autoriteiten anders een lijnvlucht naar Peking? Van een privévliegtuig vreesde hij dat het uit de lucht zou worden geschoten, zoals dat van Mao's rechterhand destijds.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234