Vrijdag 07/10/2022

Een afvalrace van vrouwen

We wisten het al, maar nu zijn er harde cijfers om het te bewijzen. Het aantal vrouwelijke wetenschappers met een hoge positie is bedroevend laag. Naarmate het niveau stijgt, vallen meer vrouwen af. Hetzelfde geldt voor het aantal vrouwen in beleidsfuncties die het gezicht van de wetenschap bepalen. Twaalf vrouwelijke topwetenschappers uit diverse Europese landen presenteerden afgelopen dinsdag hun rapport aan Europees commissaris voor Wetenschapsbeleid Philippe Busquin. Behalve een indrukwekkende hoeveelheid cijfermateriaal bevat het een reeks concrete voorstellen om de ongelijkheid weg te werken.

Vijf procent van de Vlaamse en 6,5 procent van de Waalse gewone hoogleraren zijn vrouwen. Een vrouwelijke gewoon hoogleraar wetenschap is nog zeldzamer. In Europa varieert het percentage vrouwelijke professoren tussen 4 (Oostenrijk) en 18 (Finland). Het aandeel vrouwen aan de top van onderzoeksinstellingen is gewoonlijk vergelijkbaar of lager. De beste ruwe schatting van de proportie vrouwen in topposities in de industrie van de EU ligt rond 3 procent. Slechts 11 van de 457 uitgereikte Nobelprijzen wetenschap gingen naar vrouwen. Dit is slechts een greep uit de cijfers die het netwerk van vrouwen en wetenschap afgelopen dinsdag presenteerde aan de Europese Commissie. Algemene conclusie: het is bedroevend slecht gesteld met de vertegenwoordiging van vrouwen in wetenschap op hoog niveau.

En in België is het "even erg als overal", zegt Dominique Weis, verbonden aan de Université Libre de Bruxelles en het Belgische lid van het netwerk. Volgens sommigen zijn de cijfers logisch. Vrouwen kiezen nog niet zo lang in groten getale voor een wetenschappelijke carrière. Het is een kwestie van afwachten tot vrouwen ook zullen doordringen tot hogere wetenschapsfuncties, meer niet.

Fout, zegt het rapport van de Europese Commissie. Het sekseverschil bestaat ook in de jonge leeftijdsgroepen. Zelfs bij een gelijk startpunt maken mannen meer kans op promotie dan vrouwen. Dat blijkt onder meer uit een studie bij meer dan duizend Italiaanse wetenschappers die in 1988 een aanstelling als 'senior researcher' kregen. Na tien jaar was 26 procent van de mannen en slechts 13 procent van de vrouwen doorgedrongen tot het hoogste niveau, dat van onderzoeksleider.

Dat vandaag zoveel meer meisjes dan vroeger kiezen voor een wetenschappelijke opleiding, is onvoldoende om de balans in evenwicht te trekken. Dat ligt aan wat het Europese rapport 'de lekke pijpleiding' noemt. Bij elke stap op de academische ladder vallen vrouwen af.

In België en veel andere Europese staten studeren ongeveer evenveel vrouwen als mannen aan de universiteit, maar beginnen minder vrouwen dan mannen aan een doctoraal. Daarvan begint een kleiner percentage aan een postdoctoraal, een nog kleinere groep klimt verder op en weer een minderheid daarvan wordt hoogleraar. Volgens Dominique Weis verdwijnen bij elke stap minstens 3 tot 10 procent vrouwen. Het grootste verlies gebeurt na het behalen van een postdoctoraal.

"Wij eisen geen fifty-fiftysituatie. Waarschijnlijk zullen er nooit evenveel vrouwelijke fysicaprofessoren zijn als mannelijke. Er beginnen immers gewoon weinig meisjes aan fysicastudies. Wij willen wél dat vrouwen op elk niveau even sterk vertegenwoordigd zijn. Veel studenten moet zich vertalen in veel aanstellingen, ook aan de top van de ladder." Dat zegt de voorzitter van het netwerk dat het rapport afleverde, professor Mary Osborne, aan Aula. Als gerenommeerd celbioloog, bijzonder hoogleraar en voorzitter van de sectie cellulaire biologie van de Academia Europaea is ze een van de witte raven die het toch gehaald hebben. "Ik heb geluk gehad", zegt ze zelf.

Waarom bereiken vrouwen zo zelden de hoogste sport van de wetenschappelijke ladder? Ook daarop bestaat een stereotiep antwoord. Vrouwen maken andere keuzen dan mannen. Ze willen kinderen krijgen en ervoor zorgen, bijvoorbeeld. Weer fout, zegt het rapport. Studies tonen aan dat vrouwelijke wetenschappers met kinderen meer publicaties halen dan hun vrouwelijke collega's die kinderloos zijn.

"Mogelijk schrikt het stereotiepe beeld van de wetenschapper die dag en nacht werkt vrouwen af, net als sommige mannen. Maar de oorzaak van de ongelijke verdeling ligt vooral bij de wetenschap zelf", zegt de Nederlandse in het netwerk, Mineke Bosch. Aanstellingen en beoordeling gebeuren niet altijd eerlijk. Toen twee vrouwelijke wetenschappers het evaluatieproces van de Zweedse Medical Research Council bestudeerden om op te helderen waarom een man dubbel zoveel kans op een beurs had dan een vrouw, bleek dat er drie onafhankelijke factoren waren die een hoge score op 'wetenschappelijke competentie' bepaalden. Dat waren achtereenvolgens wetenschappelijke productiviteit, geslacht en eventuele banden met de leden van de beoordelingscommissie.

Na publicatie van deze studie verbeterde men het beoordelingssysteem. Vanaf nu krijgen aanvragers hun scores en is de identiteit van de beoordelaars bekend. Een Nederlands onderzoek bevestigde dat sekse een onafhankelijke rol in het beoordelingssysteem speelt, maar een Engelse studie vond geen vooroordeel tegen vrouwen. Volgens de Belgische medewerkster lijkt ook in België de toekenning van beurzen niet sekseafhankelijk.

Gevraagd naar de belangrijkste boodschap van haar rapport, noemt Mary Osborne de mogelijkheid om de situatie te veranderen. "De gegevens op zichzelf zijn deprimerend", zegt ze, maar we kunnen nu eindelijk vergelijken tussen de diverse landen en evoluties beginnen te volgen." Het rapport somt de drie mogelijke maatregelen op om meer vrouwelijke wetenschappers te krijgen. De eerste is gelijke behandeling, iets wat fel is verbeterd tegenover vroeger, maar wat er getuige de analyse van het Zweedse beoordelingssysteem nog niet altijd is. De tweede is positieve actie, zoals bij een gelijke competentie van een man en een vrouw de voorkeur geven aan de vrouw. De derde is mainstreaming, de systematische integratie van gelijke kansen voor vrouwen en mannen in (de hele cultuur van) organisaties.

Mainstreaming houdt rekening met de verschillen tussen mannen en vrouwen én met individuele verschillen. Concreet betekent dat bijvoorbeeld flexibele werkuren en verlengbaarheid van beurzen. Zo wordt wetenschap aantrekkelijk voor een grotere groep vrouwen én mannen. Het rapport noemt gelijke behandeling onvoldoende, omdat het geen rekening houdt met de verschillen die wel degelijk bestaan, zoals dat vrouwen wél en mannen geen kinderen krijgen. Positieve actie vindt het soms belangrijk om iets van de grond te krijgen, maar op lange termijn moet mainstreaming het meeste heil brengen.

Het rapport bevat een scala van concrete maatregelen. Om te beginnen pleit het voor een reeks wettelijke maatregelen, waaronder een nieuwe Europese richtlijn die organisaties verplicht om systematische en betrouwbare gegevens te publiceren die opgesplitst zijn naar sekse. Bij het verzamelen van de gegevens voor dit rapport ondervonden de leden hoe weinig zulke informatie momenteel beschikbaar en harmoniseerbaar is. Nochtans is ze onmisbaar om het effect van maatregelen op te volgen. Het rapport beveelt verder nationale wetten aan die het man-vrouwevenwicht in publieke instellingen verzekeren en die de toekenningsprocedure van beurzen en aanstellingen transparant en controleerbaar maken. Dat laatste moet vriendjespolitiek en seksediscriminatie voorkomen.

Het Europees programma dat onderzoeksbeurzen uitreikt, moet nog sterker op mainstreaming letten. Het moet vrouwen ook steunen op sleutelmomenten in hun carrière, die momenten waar ze er uit stappen. Dat kan door financiële steun voor wetenschappers die onafhankelijke groepen willen opzetten, eenmalige beurzen voor vrouwen die terug willen komen naar het wetenschappelijk onderzoek of voor korte tijd naar het buitenland willen, de financiering van netwerken die de communicatie tussen vrouwelijke wetenschappers onderling en met mannelijke collega's bevorderen of de oprichting van een Europese prijs voor een uitstekende vrouwelijke wetenschapper. Een laatste reeks voorstellen richt zich op de lidstaten en de afzonderlijke instellingen. Zij moeten zelf hun gegevens over man-vrouwverhoudingen evalueren en werknemervriendelijke werkomstandigheden ontwikkelen. Op hun beurt kunnen ze positieve acties financieren.

Het effectiefste van alle voorstellen, zo meldt een van de medewerksters aan het rapport, is om individuen en organisaties die geen aandacht schenken aan het onevenwicht tussen mannen en vrouwen niet te financieren. Organisaties die er wel op letten, verdienen juist een beloning. Het rapport van Mary Osborne en de elf andere vrouwen van het netwerk wordt op 29 en 30 november in Helsinki gepresenteerd aan beleidsmedewerkers (vooral van de ministeries van Onderwijs en Wetenschap) uit de diverse lidstaten van de EU. Het is bedoeling dat er daarna in elk land debatten op gang komen, niet alleen in het parlement, maar ook in universiteiten en onderzoeksinstellingen. In april 2000 komt de commissie weer samen om de resultaten van deze debatten te bespreken.

Vrouwen haken niet af omwille van de kinderen, want vrouwen met kinderen publiceren meer dan hun kinderloze collega's

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234