Zaterdag 01/10/2022

'Een Almaci is sterk, maar geen bruut'

Een zomeravond in Willebroek. Meyrem Almaci (39) zit met haar zus en haar moeder net na zonsondergang aan tafel, klaar voor een rijkelijk maal. 'Van de elf kinderen ben ik bijna de rustigste', lacht ze voluit. 'Dit is de plek waar ik gewoon 'de middelste zus' ben, niet de voorzitter van Groen.'

Mensen die Meyrem Almaci stil krijgen: ze bestaan en ze leven op de Boomsesteenweg in Willebroek. Haar oudste zus en haar moeder wonen er in een huis dat steeds verder uitdijt in de tuin: eerst is er de keuken, dan nog een slaapkamer, en tot slot de veranda. Veel Vlaamser wordt het niet.

De familie komt in die glazen aanbouw in de ramadanmaand zo vaak mogelijk samen. Als de zon ondergaat, vallen ze de schotels vol eten aan. Die avond zijn ze met vier. Moeder Almaci, talloze keren moeder en grootmoeder. Emine, de oudste, mantelzorgster voor de mater familias. Meyrem, de middelste, politica. Ummu, de jongste, consulente bij de servicelijn van de VDAB.

De stem, de gebaren, de luidheid: de drie vrouwen zijn doorslagjes van de groene voorzitter.

Het zijn meer mensen dan plekken die Meyrem doen ontkoppelen van de politiek. In de chaos van dit gezin - standpunten en kookpotten vliegen hier met een rotvaart door de lucht - komt ze tot rust.

Meyrem: "Wij hebben altijd hoogoplopende discussies."

Emine: "Al hebben we Meyrem wel nog niet geslagen omdat ze andere ideeën heeft." (lacht luid)

Ummu: "Jullie moeten weten dat we vanavond uitzonderlijk rustig zijn."

Meyrem: "Wij zijn sterk, maar niet bruut. Integendeel. Mijn moeder en vader vonden empathie zeer belangrijk. Emine helpt veel vrouwen die het thuis moeilijk hebben, of het nu om paperassen of hun relatie gaat."

Emine: "We zullen ook altijd ingrijpen als we op straat zien dat een vader zijn kleine een klets geeft."

Ummu: "Onze ouders hebben dat dorpsgevoel meegenomen uit Turkije."

Aan de keukentafel - tussen de wijnbladeren en slagroom voor het dessert - begint het gesprek in Sint-Gillis-Waas, waar ze opgroeiden. Ze lachen over die keer dat de brandweer de papaverplanten uit hun moestuin kwam trekken. Ze kweekten die voor het maanzaad op hun brood, wisten zij veel dat hun hof verdacht veel op een cannabiskwekerij leek. Op wonderlijke wijze meandert het gesprek dan naar de zwangerschappen van moeder Almaci.

"Mama is thuis bevallen van mij", zegt Meyrem. "Op zolder. Ik was het zevende kind. Ze wou niet naar een Belgisch ziekenhuis. Ze kon de klus wel alleen klaren."

De buurjongen

Oorspronkelijk waren er bij de Almaci's elf kinderen. Twee stierven vroegtijdig, er blijven nog zeven dochters en twee zonen over. Moeder Almaci huwde met haar buurjongen in een klein dorpje bij Konya. Hij vertrok naar België, zij bleef tot haar 34ste met het gezin in hun Turkse dorpje wonen.

"Ons vader was hier toen heel eenzaam", zegt Almaci. Het enige moment waarop het stil wordt aan tafel, is wanneer ze over zijn sterfbed vertelt. Hij maakte niet meer mee hoe zijn meest rebelse dochter het veel verder bracht dan ze in die tijd konden bevroeden.

"Ik heb gelogen tegen mijn ouders om naar het ASO te kunnen. Ambras dat ik daar gemaakt heb. Over bontjassen, over hoofddoeken, over van alles. Mijn ouders voorspelden toen al dat ik politieker zou worden, wat ik heftig bestreed. In de gemeenschap hebben zij de wind van voren gekregen voor al mijn keuzes. Mijn karate, mijn jeugdraad, mijn studies, mijn eerste verkiezingen. Zij vingen alles op."

Toch blijft politiek hier een bijgerecht, wellicht de hoofdoorzaak voor Almaci's ontspannen toestand.

Meyrem: "Mijn zussen zijn groener dan de meeste groenen. Al zullen ze dat zelf niet zo omschrijven. Ze doen altijd overal alle lichten uit. Ze kunnen niks weggooien."

Emine: "Mijn man heb ik na lang twijfelen toch weggegooid." (lacht luid)

Meyrem: "We zijn ook allemaal heel zelfbewust. We komen op voor onszelf."

Ummu: "Wat zouden we anders moeten doen?"

De ramadan is geen pose in dit gezin. "Wij zijn traditioneel opgevoed. Vanaf ons twaalfde deden we mee", zegt Almaci. "Nu nog wil ik een maand per jaar dat familiegevoel oppikken en voelen wat het is om honger te lijden. Het doet me een stap opzij zetten, wat voor een politicus onontbeerlijk is.

"Toen ik mijn hoofddoek afdeed, waren ze wel ongerust dat ik mijn hemel zou rateren. En toen ik stopte met vlees eten, waren ze bezorgd dat ik ziek zou worden. Papa bewaarde dan stukjes vlees van elke maaltijd, omdat hij hoopte dat ik ze later toch nog zou opeten. Mijn broer zorgde dan wel dat ze verdwenen." (lacht)

Wat ze nog doet om de Wetstraat buiten te sluiten? Behalve eten en praten? "Gamen", lacht Almaci.

"Onze broer bracht vroeger allerlei spelletjes mee. Soms zie ik mensen over mijn schouder gluren in de trein. Ze verwachten dat ik serieuze dingen aan het doen ben, terwijl ik me verlies in Candy Crush of Plants versus Zombies."

***

Zegt ze nog bij haar auto, net voor middernacht: "Zonder deze avonden zou ik echt zot worden. Hier doe ik aan de voordeur mijn schoenen uit en word ik weer gewoon Meyrem. Dan vraag ik wat zelfgemaakte yoghurt en val ik in de zetel in slaap. Voor hen ben ik gewoon de middelste zus en niet 'de voorzitter van Groen'. Ik moet zelf ook nog altijd wennen aan die chique titel. Het is hun absurde humor en vertrouwdheid die me doen uitblazen. Met mijn groepje vrienden van vroeger heb ik dat ook. Dan lachen we hoe bourgeois we geworden zijn. Met een stationwagen, twee kinderen en een huis. Eén opmerking van mijn zussen of vrienden maakt alles relatief."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234