Woensdag 05/10/2022

Een boom met vele wortels

fado

de portugese zangeres cristina branco over de fado die diep in haar geboren werd

Ze is 29, zingt fado en beschikt, helemaal anders dan het zwaarmoedige, door sigarettenrook en whisky getekende geluid dat in de kroegen van Lissabon te horen valt, over een glasheldere stem. Cristina Branco komt ook niet uit de Portugese hoofdstad, maar van het platteland. Het zijn haar oude grootvader en diens diepe respect voor fadolegende Amália Rodrigues die haar tot zingen hebben bewogen. 'De zachte klank van de viola, het parelende metaal van de guitarra, de typische teksten over passie, eenzaamheid, noodlot en ballingschap', zoals ze zelf zegt.

Brussel / Eigen berichtgeving

Lode Delputte

U bent op het platteland geboren, in de Ribatejo, ver van de traditionele fadosteden Lissabon en Coïmbra. Hoe bent u met het genre in aanraking gekomen?

"Ik kende de fado natuurlijk wel, maar het is mijn grootvader die bij mij een belletje heeft doen rinkelen. Hij hamerde er almaar op dat de fado deel uitmaakt van de Portugese cultuur, en van de cultuur tout court. Hij is het dan ook die me, toen ik achttien werd, mijn eerste plaat van Amália Rodrigues cadeau deed. Pas bij het beluisteren van dat album, Rara e Inedita, snapte ik dat fado meer kon zijn dan ik dacht dat hij was. Amália zingt daar Portugese poëzie op arrangementen van haar Franse vriend Alain Oulman. Vreemd genoeg heeft juist Oulman de fado een rijkdom meegegeven waar het genre tot dan toe niet over beschikte."

Maar dat verjaardagscadeau maakte van u nog geen zangeres.

"Nee, maar sinds ik die ene plaat gekregen heb, kocht ik ongeveer alle albums van Amália, ze werd een echte passie voor me. Zelf begon ik pas op mijn drieëntwintigste fado te zingen. De zachte klank van de viola, de Spaanse gitaar dus, en de metalen parels van de guitarra, de Portugese variant, de typische teksten over passie, eenzaamheid en ballingschap, al die dingen (en haar ontmoeting met haar latere echtgenoot en 'guitarrista' Custódio Castelo, maar dat zegt Cristina er niet bij, ld) hebben me zo ontroerd dat ik besefte dat het genre mijn hele leven zou worden."

Waar hebt u dan leren zingen? Bestaat er zoiets als een fadoschool?

"Een fado-opleiding heb ik niet genoten. De fado valt ook helemaal niet aan te leren, je moet hem voor jezelf ontdekken, uit jezelf laten ontstaan, want het gaat om een bij uitstek autodidactisch genre."

Anders dan bijvoorbeeld Mísia werkt u het liefst met teksten van minder bekende auteurs. Wilt u zelf wel eens een fadotekst schrijven?

"Ik heb journalistiek gestudeerd, maar uiteindelijk heb ik afgehaakt omdat ik vond dat ik op een betere manier kon communiceren dan door te schrijven. Ik heb één cd waarop een song staat die ik zelf geschreven heb ('Lisboa', een droevige ode aan de Portugese hoofdstad op 'Postscriptum', ld), maar hem interpreteren is een hele klus, omdat je er per slot van rekening heel persoonlijke dingen in vertelt. Geef mij dan de teksten van Maria Duarte maar, die erg veel voor me schrijft, van David Mourão-Ferreira of van Pedro Homem de Melo, stuk voor stuk schitterende dichters van wie ik hou en wier werk zich perfect tot fadogebruik leent."

Wat is de plaats van uw laatste cd, corpo iluminado, vergeleken met uw drie vorige albums?

"Al mijn platen hebben een eigen geschiedenis. Murmurios vertolkt laten we zeggen mijn muzikale parcours sinds ik een kind was, songs die ik in mijn herinnering opgeslagen had, songs van Zeca Afonso en Sérgio Godinho bijvoorbeeld (Portugese kleinkunstenaars uit de tijd van de Anjerrevolutie, ld). In Postscriptum, de cd waar ik dus zelf voor geschreven heb, probeer ik mezelf als artiest te bevestigen, te zien welke richting ik uit wou. Mijn laatste cd, corpo iluminado, bevat het rijpere werk, de Cristina die volwassen geworden is. Maar hoe je het ook bekijkt, al mijn platen beschouw ik sowieso als wortels, mijn wortels, de wortels van eenzelfde boom die hopelijk blijft groeien."

U hebt het nog niet over uw Slauerhoff-cd gehad, het in Amsterdam uitgegeven album Cristina Branco canta Slauerhoff. Springt die uit de band?

"Op het muzikale vlak vind ik het in elk geval mijn modernste, meest geavanceerde cd. Er staat een soort fado op die misschien wel tien jaar vooruitloopt op wat hij op dit moment is. Alleen, ik heb niet de indruk dat het Portugese publiek openstaat voor Slauerhoff. In Nederland sloeg de cd wél aan. Ook de opname vond ik fantastisch. Zingen in een ijskoude kerk ergens in het noorden? Ik had het nooit gedaan. Ik heb geprobeerd om zo weinig mogelijk van mezelf in die cd te leggen, en zoveel mogelijk Slauerhoff-melancholie. Ik denk ook dat ik er op een heel mannelijke manier op zing."

Hoe komt het dat de fado in het buitenland zo'n succes heeft? Is de taal dan geen barrière?

"Ik geef mijn songs natuurlijk in vertaling in mijn cd's, en op het podium licht ik ze een beetje toe. Maar Portugees is hoe dan ook een prachtige taal, een van de meest gesproken talen ter wereld ook, een taal die grote auteurs heeft voortgebracht en dus een zekere uitstraling bezit. Toch is het succes in het buitenland in de eerste plaats aan de fado zelf te danken. Hij is een universeel genre, want geconstrueerd op invloeden uit de Arabische wereld, Afrika en Brazilië. Met zijn smeltkroes van gevoelens is de fado een vat vol curiositeiten uit andere landen en continenten. De fado is dan ook een beetje als een kosmopolitische stad waar de hele wereld elkaar ontmoet. Waarom zou het buitenland hem dus niet begrijpen?"

De fado beleeft dezer dagen een spectaculaire revival, het is ooit wel even anders geweest.

"Er zit een historische logica in het huidige succes van de fado, dat volgt op een periode van verval. Voor de 25ste april (25 april '74, zoals de Anjerrevolutie in Portugal doorgaans genoemd wordt, ld) was Amália de absolute fado-icoon en was de fado zelf Portugals façade in het buitenland. Na de revolutie hielden de mensen op naar de fado te luisteren omdat hij ideologisch zo aan het dictatoriale Salazar-regime vastgeklonken leek. Gelukkig ontstond er bij de volgende generaties, begin jaren negentig, een nieuw fadogevoel. Deze mensen zeiden: 'Hé, maar die fado, dat is muziek! Dat is muziek van het Portugese volk, het genre hoort Salazar niet toe!'"

Hoe reageren de traditionele fadozangers op uw doorbraak, de lui die je in de Lissabonse casas de fado aantreft?

"Veel fadistas, ook van mijn generatie, zingen in de fadohuizen, die je overigens niet met de tourist traps in de Bairro Alto mag verwarren. Zelf treed ik daar niet op, ten eerste omdat ik op het platteland geboren ben en dus nooit in Lissabon heb gewoond, ten tweede omdat ik vind dat de fadoverbeelding er misschien een beetje is vastgeroest, te voorspelbaar is. Maar gerespecteerd word ik er, dat wel.

"Overigens moet ik zeggen dat die hele opsplitsing tussen traditionele en hedendaagse fado niet zo aan mij besteed is. Je kunt het een beetje vergelijken met de geschiedenis van de film. Sinds de uitvinding van de cinematografie zijn er zoveel technieken uitgevonden en toegepast dat je het gevoel hebt alles al gezien te hebben. Je vraagt je af wat je zelf nog kunt toevoegen. Met de fado is het net zo. Amália heeft de fadoliteratuur én -muziek opnieuw uitgevonden. Niets van wat onze generatie doet, heeft Amália niet eerder al een keer gedaan. Dat moeten we erkennen. In die zin vind ik het doodzonde dat ik haar zelf nooit heb zien optreden. Ik ben dan ook erg blij dat ik haar muzikanten voor mijn song 'Tu tens de m'acontecer' (op 'corpo iluminado', de muzikanten in kwestie zijn José Fontes Rocha, Jorge Fernando en Joel Pina, ld) heb kunnen engageren."

Wat betekende Amália Rodrigues' dood voor u?

"Ik was erg triest. Amália was de fadista van wie je niet verwachtte dat ze ooit zou sterven. Ze heeft dan ook een grote leegte in ons achtergelaten. Wij kunnen hooguit doorgaan met wat zij ons heeft geleerd. Weet je trouwens dat ik van de Portugese regering een uitnodiging kreeg om de staatsiebegrafenis en Amália's bijzetting in het Nationaal Pantheon bij te wonen? Daar was ik erg trots op."

De cd corpo iluminado is uit op Universal Classics. Cristina Branco treedt op maandag 29 oktober op in de Brusselse AB.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234