Dinsdag 28/06/2022

Een boom van een oeuvre

Wars van trends creëerde Raf Buedts (1946-2009) gedurende 40 jaar een consistent oeuvre waarin hout als organische materie centraal stond. Een prachtige monografie, en een bijbehorende tentoonstelling in het Gentse S.M.A.K. haalt hem nu uit zijn artistieke ballingschap. Helaas heeft de kunstenaar het zelf niet meer mogen beleven: Buedts werd in april ten grave gedragen.

Vlaamse hedendaagse kunstenaars die bekend zijn bij het grote publiek kun je op je vingers tellen. Veel talrijker zijn de getalenteerde artiesten die alleen maar kunnen dromen van roem, maar toch onverdroten doorgaan met hun levenswerk. Zo iemand was de Oost-Vlaamse kunstenaar Raf Buedts. Over zijn werk schreef de dichter Roland Jooris: “Het is het verhaal van een kunst die uit haar eigen noodzaak is ontstaan, uit een behoefte om te overleven met de dingen die hun eigen beschouwing zijn. (...) Het is een verhaal van nederige trots in zelfgekozen ballingschap.”Toen Cera een paar jaar geleden besliste een fikse monografie over hem als ‘referentiekunstenaar’ te financieren, leek Buedts op het einde van zijn leven toch nog nationale erkenning te zullen genieten. Hoewel hij toen al ongeneeslijk ziek was, gaf het vooruitzicht van de publicatie hem nieuwe energie. Zelfbewust zette hij de krijtlijnen uit voor het boek en de expositie, die uiteindelijk zijn postume testament als kunstenaar zijn worden.Als voorspel bij het overzicht koos het S.M.A.K. werken uit de collectie die een zekere verwantschap vertonen met het oeuvre van Buedts. Werken van Bernd Lohaus en René Heyvaert, bijvoorbeeld, twee kunstenaars die Buedts persoonlijk heeft gekend. In zijn eigen werk zit zowel iets van het robuuste en gesloten karakter van de composities van Lohaus, als van het fragiele spel met twijgen in sommige werken van Heyvaert.Hout, van tak tot balk, was het materiaal waarmee Buedts aan de slag ging na zijn opleiding binnenhuisarchitectuur aan het Sint-Lucasinstituut te Gent. Aanvankelijk leidde dat tot gelede constructies, maar later sprak het hout steeds meer een autonome taal. In zijn latere werk probeerde hij zelfs de sensatie van een omgeploegde akker of een voorbijdrijvende wolk te laten stollen in het concrete en het tastbare van de houtvezels. Tegelijk scheen hij sommige blokken hout met zijn gutsbeitel te willen ontbolsteren om in hun ziel te kijken. Al die tijd bleef hij ook tekenen, met vette grafiet of inkt op papier en met krullende krijtlijnen op de bast en in de oksels van zijn houten sculpturen.

‘Chambres d’amis’

Omstreeks 1970 maakte Buedts zijn eerste tekentafels en meubels, maar al snel ontstonden ook zogenaamde ‘meubeldingen’. Het waren ongepolijste objecten in hout die deden denken aan een tafel, een bank of een lezenaar, maar waarbij de sculpturale zinnelijkheid de overhand kreeg op de gebruiksvriendelijkheid van het oermeubel. Voor standaardisatie en industriële productie kwamen ze alleszins niet in aanmerking. Een gevonden tak diende bijvoorbeeld als poot en een rafelig touw verbond de elementen. Meestal waren het schamele constructies die alleen schijnbaar stamelend en strompelend op hun poten stonden. Minder bekende aspecten die in het S.M.A.K. aandacht krijgen, zijn de bizarre en onhandzame houten gebruiksobjecten zoals een kam en een lepel. Hij maakte in die periode, van 1979 to 1984, zelfs een kaas met gaten van hout.Op dat moment vond Buedts vooral waardering bij een trouwe kring kunstliefhebbers rond de figuur van Roland Jooris. Maar ook Jan Hoet had de hybride sculpturen inmiddels opgemerkt en hij nodigde Buedts uit om deel te nemen aan de spraakmakende groepstentoonstelling Chambres d’amis. Als gast bij bewoners in de Wiedauwkaai toonde Buedts Meubels voor een vogel: onthechte, fragiel ogende constructies met takken en luisterend naar namen als Nijgen, Leunen, Schuin en Zijwind.

Zijstap naar schilderkunst

Hoewel zijn driedimensionale werk daarna onmiskenbaar meer aandacht kreeg, ging Buedts zich in de jaren negentig steeds meer toeleggen op de schilderkunst. Een zekere dwarsheid, kenmerkend voor het karakter van Buedts, speelde ongetwijfeld mee in deze zijstap, die door sommige verzamelaars werd betreurd.In zijn schilderijen probeerde hij bepaalde velden via een draaiende beweging met het penseel een aparte dynamiek te geven. Het was alsof hij de ruwe bewegingen van het houtbewerken wilde meenemen in de krullewieten op zijn schilderijen. Een smeuïge penseelvoering was de laatste van zijn zorgen. Ook in zijn kleurenpalet schuwde hij bevalligheid en harmonie door de voorrang te geven aan schril paarsblauw en andere ongemakkelijke tinten. Hij borstelde vooral zijn eigen omgeving: landschappen, interieurs, voorwerpen en soms silhouetten van mensen. Toen we hem in 1998 interviewden over zijn schilderijen, noemde hij Henri Matisse en de Amerikaanse schilders Philip Guston, Ben Nicholson en Milton Avery zijn voornaamste invloeden. In zijn atelier en zijn woonkamer zagen we toen uitgeknipte patronen die hij als hulpmiddel gebruikte om zijn composities afstandelijker op te bouwen. Buedts vergeleek het procedé toen met de werkwijze van een kleermaker; hij had het zijn moeder vroeger vaak zien doen. Het kleermakerspatroon met de witte stippellijnen duikt trouwens zelf geregeld als motief in zijn werk op.Eind de jaren 1990 knoopte hij weer aan met zijn oude liefde: het hout. Maar verzwakt door zijn ziekte zocht hij in 2008 toch weer vaker zijn toevlucht tot het doek en de verf. Van deze schilderijtjes is er een aantal mooi geïntegreerd in de tentoonstelling in het S.M.A.K. Toch had de aanwezigheid van een aantal grotere doeken nog wat meer reliëf kunnen geven aan de presentatie. Wellicht heeft de kunstenaar het zelf zo gewild, maar het overzicht is een vlakke uitstalling die niet altijd recht doet aan de zinnelijke kracht van de individuele sculpturen. De monografie daarentegen, die door de Studio Luc Derycke werd vormgegeven, is een sprankelend souvenir dat alle aspecten van de artistieke nalatenschap van Raphaël Buedts recht doet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234