Woensdag 17/08/2022

In memoriam

Een dag met Joost Zwagerman, minder dan een week voor zijn dood

Joost Zwagerman. Beeld AN-SOFIE KESTELEYN
Joost Zwagerman.Beeld AN-SOFIE KESTELEYN

Vijf dagen voor zijn zelfgekozen dood gaf de Nederlandse schrijver Joost Zwagerman nog een interview aan Tom Kellerhuis, hoofdredacteur van het magazine HP/De Tijd. Hieronder Kellerhuis' bewogen verhaal van die buitengewone allerlaatste ontmoeting.

TOM KELLERHUIS

Het is koud en regenachtig als ik donderdagochtend 3 september om kwart voor tien aanbel bij Joost Zwagerman, vlak bij het station. Hier woont de schrijver, net bekomen van een tweejarig bestaan in een houten vakantiehuisje in het godverlaten gehucht Tuitjenhorn, waar hij noodgedwongen verbleef na zijn scheiding: "Ik had altijd van mezelf gedacht dat ik goed solitair kon leven, maar Tuitjenhorn, kan ik je inmiddels melden, is niet 's werelds vrolijkste plaats, en zeker niet voor een schrijver in de winter."

Ik ben benieuwd of hij wel opendoet; twee eerder gemaakte afspraken deze zomer werden te elfder ure afgezegd. En dat terwijl hij me begin juni zelf gebeld had. Hij wilde exclusief met mij praten, in een groot en persoonlijk vraaggesprek voor HP/De Tijd. Ik zeg toe dat ik na zijn vakantie een afspraak met hem maak.

Ik zie ernaar uit hem weer eens te spreken. We hebben een lange geschiedenis samen, zowel professioneel als privé. Ik heb hem in zijn carrière vaak geïnterviewd en kwam hem geregeld tegen op feesten en partijen in de stad, op borrels bij vrienden. Ik leerde hem kennen als de hemelbestormer. Ook hij was vanuit de provincie de hoofdstad binnengerold om er Nederlandse taal- en letterkunde te gaan studeren. Ook hij, begeistert door de toenmalige literaire successen van De Grote Drie Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch, raakte betrokken bij de Amsterdamse kunstscene.

Daar troffen we elkaar voor het eerst, bij de exclusieve kunstenaarsclub van Roxy-oprichter en vroeg gestorven kunstenaar Peter Giele: Cultureel Genootschap De Donkere Kamer. Het was eind jaren tachtig, Joost beleefde ongekende verkoopsuccessen met Gimmick!, de satirische roman over toen 'wereldberoemde' kunstenaars als Rob Scholte, Gerald van der Kaap en Peter Klashorst. In één klap veranderde hij van een 'veel geprezen en nauwelijks gelezen' auteur in de nieuwe jonge held van de Nederlandse letteren. Want jong was hij met zijn 26 jaar, terwijl de gemiddelde leeftijd voor een debutant in de lage landen 37 was.

Ook in Vlaanderen brak hij niet lang daarna door. Peter Nijssen, zijn uitgever bij De Arbeiderspers: "Joost stond in Vlaanderen veel meer op een voetstuk dan hier. Onweersproken. In Nederland zijn er mensen die hem geweldig vonden, maar ook die hem haatten. Hij heeft vaak opgetreden in Vlaanderen, vooral in de programma's van Luc Coorevits van Behoud de Begeerte. En hij had vele Vlaamse collega-vrienden, onder wie Tom Lanoye, Herman Brusselmans, David Van Reybrouck en Christophe Vekeman. Hij schreef met regelmaat voor Humo. En Joost was bovendien een grote fan van Luc Tuymans, die hij een van de grootste schilders van zijn tijd vond."

Schaamte

Velen denken trouwens dat Gimmick! zijn debuut was, maar hij had toen al vier boeken gepubliceerd. Vals licht en De buitenvrouw volgden, grote romans die het megasucces van Gimmick! ruimschoots overtroffen. Nog geen dertig was hij, gevierd en bejubeld, en met de revenuen van deze bestsellers zou hij jaren voort kunnen. Verstandig en bescheiden, want hij vermoedde wel dat je zo'n succes nooit een leven lang kon aanhouden.

Joost en ik zagen elkaar al die jaren geregeld in het voorbijgaan, maar er gingen ook jaren voorbij dat we elkaar niet spraken. Rond kerst 2014 kwamen we opnieuw in contact en begonnen een lange mailwisseling die eindigde in een interview-idee. We maakten een principeafspraak voor half augustus.

Toen ik hem daar na zijn vakantie over aansprak, zegde hij op 5 augustus het voorgenomen interview af. Hij mailde: "Beste Tom, ik vind het eveneens enorm jammer, ik had mij op onze ontmoeting verheugd, het is voor mij overmacht en zeker geen onwil. En ik begrijp terdege dat je je natuurlijk op het interview had voorbereid, ook hierom schaam ik mij dan ook dat ik me bij je moet afmelden. Als jij inderdaad nog genegen bent om mij in een komend nummer alsnog te interviewen, dan vind ik dat natuurlijk prima. Ik had je over de telefoon een keer iets verteld over mijn gezondheidsproblemen. Ik heb een auto-immuunziekte, een ontstekingsreuma (niet te verwarren met 'gewone' reuma), en dat zou het probleem niet zijn, maar ironisch genoeg zijn het de vrij harde en nare bijverschijnselen die het 'm doen, zeg maar. Overigens heb ik al mijn afspraken, ook anderszins, voor deze en volgende week moeten annuleren, idem mijn rubriek in de V'krant. Dat je niet denkt dat ik mij partieel moest afmelden. Mijn afmelding vind ik vervelend en ook gênant, en ik bied je er mijn excuses voor aan. Goede groet, Joost."

Ik waagde nog een poging, hij stemde opnieuw in. Maar weer vlak voor de besproken datum mailde hij toch weer af: "Tom, ik voel mij oprecht niet fit genoeg om een interview van lange adem te geven - de antwoorden zouden jou en mijzelf tegenvallen. Ik ben in het geheel niet in vorm; door nieuwe medicatie waar je innerlijke huishouding aan schijnt te moeten wennen, mis ik scherpte en snelheid. Je moet zo'n interview kunnen 'dragen', met goede antwoorden die ertoe doen. Daartoe ben ik op het moment niet toegerust, al zou ik dolgraag anders willen. Met dezelfde gêne als bij mijn vorige mail wil ik je vragen of ik 'in de wacht' kan worden gezet. Ik meld mij terstond wanneer ik alsnog en opnieuw fris en fit ben."

Niet veel later kwam alsnog de verlossende mail binnen: "Beste Tom, ik herneem weer onze mailconversatie. Wanneer zou jij kunnen en willen afspreken? Ik kan bijvoorbeeld aanstaande donderdag- of vrijdagochtend. Met excuses voor de vertraging, goede groet, J."

De kassa van de uitgever

Ook als ik Joost niet sprak, volgde ik met warme belangstelling zijn verrichtingen. Zo was het me niet ontgaan dat er van de grote romancier, die hij begin jaren negentig nog was, niet veel over was en dat hij zich gaandeweg meer was gaan ontwikkelen tot een schouwer. Hij wilde graag een ander soort boeken gaan schrijven. Dat kon best, vond hij, want hij zou zichzelf met het verdiende geld van de sellers voor lange tijd kunnen subsidiëren. Maar dat was niet wat zijn toenmalige uitgever wilde: die hoopte natuurlijk op nieuwe verkooprecords. Terwijl Zwagerman voor zichzelf had vastgesteld: ik kan mijzelf nu niet alleen bedruipen - met de kinderen die hij inmiddels had - maar ik kan mij nu vrij bewegen.

Hij schreef Chaos en rumoer, dat een wisselende ontvangst beleefde. Deze roman luidde niet alleen de kentering in van de verkoop, het was een totaal ander boek dan zijn uitgever had gehoopt, die dan ook deed alsof de schrijver een doodzonde had begaan: "Ik had het wel vermoed toen ik het schreef, maar mijn uitgever was zo van slag van de telkens achterblijvende verkoopcijfers. Als ik hem belde, deed hij heel lang dit (doet een burlend hert na, TK): 'De verkoop blijft wel achter.' (doet weer een burlend hert na, TK) Hij heeft mij redelijk de put in gepraat."

Een psycholoog zou tegen die uitgever hebben gezegd: wat je nu doet, is niet goed voor deze jonge jongen. Zwagerman voelde zich onvrij en geïntimideerd, en ontwikkelde een tegenzin in het schrijven van romans. Hij had altijd met enorm enthousiasme gewerkt, maar kreeg nu door zijn uitgever het idee dat hij van het ene op het andere jaar was veranderd van een bestsellerauteur in een probleemgeval.

'De wereld draait door'

Hij zocht nadien zijn heil in journalistieke beschouwingen, in de poëzie en, vooral, in de essayistiek. Noem het een late liefde. Hij kon veel meer van zijn enthousiasme kwijt in de literaire non-fictie. Je hebt eigenlijk twee soorten schrijvers, zei hij. De wat cynisch ingestelde beobachtende schrijver die eigenlijk alleen maar geïnteresseerd is in me, myself and I, en de handenwrijvende auteur met een gezonde nieuwsgierigheid naar andermans werk. Zo'n laatste auteur was Zwagerman.

En als het goed zou zijn, kreeg je bij het lezen van zijn non-fictie precies diezelfde handenschrijvende instelling: "Polemiek, en dat heb ik ook vaak bedreven, is eigenlijk heel makkelijk, zeker als je stilistisch talent hebt en goed en makkelijk kunt uitleggen wat er niet deugt aan andermans werk. Maar uitleggen wat er zo prachtig aan is, is vele malen moeilijker."

Hij ontwikkelde zich tot een bekwaam essayist die werkelijk kon bewonderen en wist dat aanstekelijke enthousiasme over te brengen op de lezer én de kijker. Want sinds de succesformule De wereld draait door tien jaar geleden op de Nederlandse televisie werd gelanceerd, trad hij daar steeds vaker op als gewaardeerde, deskundige gast, eerst over media, later over kunst. En toch stoorde het hem ergens dat hij meer en meer gezien werd als kunstschouwer voor de nationale tv dan de schrijver die hij was.

Eerlijk is eerlijk: er kwam, ondanks zijn enorme werk- en productiedrift en zijn immer uitdijende oeuvre, geen grote roman meer uit zijn vingers. Was hier louter sprake van een writer's block? Of begon het leven zelf te knagen?

De dood, of liever: de romantische wensgedachte er niet meer te willen zijn en jezelf uit het leven weg te poetsen, daarvan is zijn hele oeuvre doortrokken. Juist dat thema keert in bijna al zijn werk in vele gedaanten terug. Ik heb altijd meer een gereformeerde vent in hem herkend, vanwege de ernst waarmee hij het leven nam, dan de katholieke jongen die hij was, hoewel hij sinds zijn veertiende van zijn geloof was gevallen.

In zijn persoonlijke leven ontkwam hij niet aan de dood. Zijn vader, met wie hij een bijzonder goede band had, deed in 1998 een serieuze doch mislukte zelfmoordpoging nadat onder meer zijn huwelijk was stukgelopen. Dat moet een cesuur in Zwagermans leven zijn geweest, maar geen dodelijke: "Kijk, iedereen denkt weleens: als het heel erg tegenstaat, kan ik er altijd nog uitstappen. Dat is des mensens.

Op de vraag of hij zelf ooit zelfmoord overwogen heeft, zei hij: "Absoluut. Maar als een troostgedachte. En daarna heb ik het voor mijzelf getaboeïseerd. Dat geeft al aan dat ik het echt altijd beschouwd heb als no-goarea. Zeker met kinderen."

Ook zijn jeugdvriend, de dichter Rogi Wieg, overleed afgelopen zomer na een diepgewenste zelfverkozen dood. Zwagerman was een van de weinigen die tot het bittere eind erin volhardde hem van die vreselijke gedachte af te brengen.

Staand leren schrijven

Maar in zijn eigen leven voltrok zich inmiddels een ander groot drama. Zijn twintigjarige huwelijk met de moeder van zijn drie kinderen liep op de klippen. Het voelde alsof zijn leven was mislukt. Hij kreeg depressies, afgewisseld met manische periodes. Er kwam een soort gekte in hem. Nachtenlang heeft hij bijvoorbeeld vriend & vijand via sms en (scheld)mail bestookt, daags erop volgden dan weer excuses. Hij werd ervoor behandeld en slikte antidepressiva. En dan nog werd afgelopen kerst de ziekte van Bechterew gediagnosticeerd: een pijnlijke vorm van ontstekingsreuma. Je rug groeit als het ware krom.

"Bechterew heeft mijn leven totaal veranderd, omdat ik het in vrij heftige mate heb. Het is progressief en niet te genezen. Maar kijk, je gaat er niet dood aan. Het is geen ALS, dus we hoeven er ook weer niet zo dramatisch over te doen. Maar ik zit nu vanaf tien uur met jou te praten, en dat kan eigenlijk niet. Ik moet iedere twintig minuten opstaan, lopen, rekken, strekken en weer doorgaan. In die zin is het lastig om na te denken over een nieuwe roman, want iedereen weet dat je dan uren achtereen moet zitten. Snap je? Misschien moet ik wel staand leren schrijven."

Het blijft gissen: wilde Zwagerman in deze conditie en wetenschap niet meer verder? Heeft hij zijn morbide plan lang van tevoren in alle stilte en geheim georkestreerd, of was deze ultieme daad het trieste gevolg van een plotselinge paniekaanval? Joost mag het weten.

Als ik op donderdagochtend 3 september aanbel, is er nog niets dat direct wijst op het ijzingwekkende drama dat zich vijf dagen later zal voltrekken. Joost doet open. Bijzonder goedgemutst. Ik heb zojuist ter verhoging van de feestvreugde bij een lokale bakker een flinke aardbeientaart gekocht, Joost zelf heeft bij de delicatessenzaak allerlei patés en exclusieve kaasjes in huis gehaald, in de verwachting dat ik zou blijven lunchen. Eerst koffie. Ik zet de recorder aan. We beginnen te praten. "We zien wel", zeg ik, "hoe lang je het volhoudt. Desnoods doen we het in etappes en kom ik nog een paar keer terug."

Ik zit aan de lange leestafel in zijn huiskamer. Zijn huis oogt opgeruimd. Het gesprek verloopt anders dan normaal. Ik ben niet hard zoals doorgaans in mijn vragen. Joost praat honderduit en toont zich bereid al mijn vragen goed te beantwoorden. Hij kiest zijn woorden afgewogen, hij heeft een rust - of is het berusting? - over zich tijdens het gesprek, die ik niet van hem ken.

Tien uur praten

Hij verschuift regelmatig het kussen in zijn stoel vanwege zijn pijnlijke rug. We drinken koffie en roken als ketters. Alles komt ter sprake: zijn vroege succes, zijn bejubelde en veelgelezen werk, het einde van dat verkoopsucces, zijn verschuiving naar de essayistiek en zijn rap te verschijnen nieuwste bundel kunstbeschouwingen De stilte van het licht. De mislukte zelfmoord van zijn vader, de zelfgekozen dood van Rogi Wieg. Zijn eigen dood. Zijn mislukte huwelijk, zijn chronische ziekte, zijn depressie.

We spreken uiteindelijk ruim tien uur. Achteraf bezien een luguber afscheidsgesprek, vijf dagen voor zijn zelfgekozen dood. Bijna drie uur lang praten we aan één stuk, dan wordt hij moe. Ik besluit te gaan, maar hij wil wijn drinken. Daar heeft hij nu behoefte aan, en hij maant me met hem mee te gaan naar een café in de binnenstad van Haarlem. We drinken witte wijn en eten wat. Daarna besluiten we goede wijn te kopen en thuis verder te drinken. Twee flessen later biedt hij me aan naar Amsterdam te rijden. "Dat kunnen we beter niet doen, Joost", zeg ik, "je hebt veel te veel op".

Het is tegen achten 's avonds. Hij rijdt me nog wel naar het station. Het afscheid is zeer hartelijk. We gaan elkaar snel weer zien, dan in Amsterdam. Dat beloven we. Hij geeft mij een prachtig gesigneerd bibliofiel werkje van zijn hand over Francisco de Zurbarán, dat afgelopen zaterdag werd gepresenteerd. Waarom geef je me zo'n kostbaar geschenk mee, denk ik nog. De presentatie van 'De stilte van het licht' in het vernieuwde Van Gogh-museum op woensdag 9 september gaat niet door, meldt hij me terloops. Hij heeft er geen zin in. "Je krijgt daar nog bericht van", zegt hij, terwijl hij me vanuit het openstaande portiersraampje uitwuift.

Dat bericht is nooit meer gekomen.

Het laatste interview met Joost Zwagerman staat in het komende nummer van HP/De Tijd dat op 29 september in de schappen ligt. Het gehele interview is sinds deze week ook al te lezen op Blendle.

undefined

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234