Zondag 26/06/2022

Een eigen museum voor de kunstenaarskolonie van Tervuren

Met 'het Museum van Tervuren' wordt traditiegetrouw het Afrika Museum bedoeld. Sinds kort is in de Brabantse gemeente nog een ander museum gevestigd, dat meer aanspraak kan maken op die benaming. In de voormalige woning 'Het Schaakbord' wordt een vijftigtal werken geëxposeerd van de 'School van Tervuren', de schilders die in de tweede helft van vorige eeuw vanuit de muffe academie met hun schildersezel de velden en bossen van Tervuren introkken.

Toen de eerste schilders vanuit Brussel afzakten, was Tervuren nog een landelijke gemeente. Zonder EU-ambtenaren, zonder de beroemde tram 44 of de chique Tervurenlaan waarlangs de Brusselaars later voor een dagje naar het park, de vijvers of het arboretum zouden komen. De kunstenaars arriveerden met de dagelijkse postkoets en konden in herberg 'In den Vos' terecht voor eenmaaltijd of een slaapplaats. De artiesten - de bekendste namen uit de eerste generatie zijn Joseph Coosemans, Jules Montigny en vooral Hippolyte Boulenger - lieten de academische schilderkunst met de groots opgezette historische, bijbelse of nationalistische taferelen achter zich.

De Belgische vernieuwers lieten zich inspireren door Franse schilders als Courbet, Corot, Rousseau en Millet. Bij onze zuiderburen - we zijn dan nog een twintigtal jaar voor de impressionisten er furore zouden maken - concentreerde de vernieuwingsbeweging zich rond 1850 in het dorpje Barbizon, bezuiden Parijs. De uitstapjes naar het platteland waren overigens maar mogelijk door een technische vernieuwing. Verf kon nu worden bewaard in tubes, zodat ze makkelijker kon worden meegenomen om ter plaatse te konterfeiten. De benaming 'School van Tervuren' ontstond omdat schilders die hun werk wilden tonen op het Brusselse Salon van 1866, moesten vermelden wie hun leermeester was. Enkele openluchtschilders besloten zichzelf bij wijze van grap aan te duiden als 'afkomstig uit de School van Tervuren'. Een van de eersten die hun werk ernstig nam, was kunstcriticus Lemonnier, die zijn naam gaf aan een van de lanen van de noord-zuidverbinding in Brussel.

Na Boulenger, Coosemans en de anderen van de eerste generatie volgde een twee groep schilders die voor kortere of langere tijd in Tervuren kwam schilderen. Het gaat onder anderen om Guillaume Vogels, Isidoor Verheyen en Jean-Baptiste Degreef. De derde en laatste generatie van kunstenaars wordt gevormd door de leerlingen van Coosemans, die het als autodidact had geschopt tot professor voor landschapsschilderen aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij stuurde zijn leerlingen, onder wie Emiel Jacques, Armand Maclot en Paul Leduc, opnieuw de natuur in, onder meer in Tervuren. Na het vertrek van deze schilders, rond 1910, hield de School van Tervuren op te bestaan.

Vanaf dat ogenblik geraakte de beweging in de vergetelheid - tot een overzichtstentoonstelling in het Afrika Museum de schilders weer onder de aandacht bracht. In 1987 werden de Vrienden van de School van Tervuren opgericht. Voorzitter is Maurice Wynants, die vorig jaar de jubileumtentoonstelling Met de tram naar Tervuren in het Afrika Museum samenstelde. De vrienden verrichten studiewerk en hebben nu ook het museum uit de grond gestampt. Overigens is in Europa de (wetenschappelijke) interesse voor de landschapsschilderkunst enorm gestegen. Het Germanisches National Museum in Neurenberg neemt daarbij het voortouw. Het plant in 2001 een grote overzichtstentoonstelling over Europese kunstenaarskolonies. Vanuit Tervuren werd dan weer Euro Art opgericht, een Europese vereniging voor kunstenaarsdorpen. Aangesloten zijn onder meer Barbizon, Sint-Martens-Latem, het Nederlandse Bergen, het Oostenrijkse Graz en het Duitse Ahrenshoop (bij Rostock). Daar loopt momenteel een tentoonstelling over de School van Tervuren.

Voorlopig bevindt het museum in Tervuren zich ten huize van de notarisfamilie Duvigneaud, een van de belangrijkste verzamelaars van de School van Tervuren. Hoewel de bekendste werken zich vooral in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel bevinden, krijgt men in de drie tentoonstellingszaaltjes in Tervuren een aardig overzicht van de drie generaties uit de School. Het is interessant om na te gaan hoe de verschillende kunstenaars hun openluchtwerk afwisselden met het meer academische genre.

Een van de mooiste werken is ongetwijfeld het impressionistische de Wolvenweg (tussen 1870 en 1880) van Joseph Coosemans. De schilder geeft heel mooi weer hoe de zon en de begroeiing een patroon van licht- en schaduwpartijen in de holle weg werpen. Wie het onlangs ingehuldigde School-van-Tervurenpad volgt, kan zien hoe de 'echte' Wolvenweg er momenteel bijligt.

Volgend jaar plannen de vrienden van de School van Tervuren een tentoonstelling rond Jules Montigny, die dan precies honderd jaar geleden zal zijn overleden. Over enkele jaren zou de collectie verhuizen naar het Hof van Melijn, een oude beschermde pachthoeve die eigendom is van de gemeente Tervuren, maar moet worden gerestaureerd. De Vrienden zijn overigens niet van plan om zich alleen maar bezig te houden met 19de-eeuwse schilderkunst. Cobra-kunstenaar Christian Dotremont werd in Tervuren geboren en de Vrienden zijn van plan om volgend jaar in het Schaakbord zijn werk in het daglicht te stellen.

Anne Brumagne

Het Schaakbord is geopend op za en zo van 14 tot 17 uur. In de week na afspraak voor groepen: 02/767.91.53 of 02/767.20.74. Op deze nummers, of bij de VVV van Tervuren, krijgt u ook informatie over het wandelpad.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234