Zaterdag 24/09/2022

Een hedendaagse gothic

In Schijngestalte, de voorganger van zijn onlangs met de Booker Prize bekroonde roman The Sea, toont John Banville zich opnieuw meer een filosoof dan een simpele verhalenverteller.

John Banville

Schijngestalte

Oorspronkelijke titel: Shroud

Vertaald door Jan Pieter van der Sterre

Atlas, Amsterdam, 319 p., 19,90 euro.

Hou hem even aan de praat", zei Pierre Bonnard naar verluidt tegen zijn vriend Edouard Vuillard, wijzend op de suppoost. Ze bevonden zich in de zaal van het Musée du Luxembourg waar Bonnards werk aan de muur hing, en terwijl Vuillard deed wat hem gevraagd werd, haalde Bonnard vlug een stel penselen uit zijn binnenzak en werkte hij een van zijn eigen schilderijen bij. John Banville haalt in The Sea deze anekdote aan om er het verschil tussen een academicus en een kunstenaar mee te illustreren. De eerste werkt zaken af. Hij schrijft een studie, zet er een punt achter en slaakt een diepe zucht. De tweede echter werkt nooit iets af. Hij legt zijn onderwerp alleen maar even opzij om er later weer op terug te komen. Ook al zegt Banville het natuurlijk nooit met zo veel woorden, het is duidelijk waar hij zichzelf plaatst, want iedere nieuwe roman van zijn hand lijkt wel een herwerking van de vorige. Niet alleen schrijft hij graag over academici als kunsthistorici of literatuurwetenschappers, hij maakt er ook iedere keer weer oude mannen van die met een gevoel van weemoed en wanhoop op het verleden terugkijken en daarbij ten onder dreigen te gaan aan hun vroegere fouten. "There are moments when the past has a force so strong it seems one might be annihilated by it", zoals Max Morden het in The Sea uitdrukt.

The Sea is nog niet in het Nederlands vertaald - om een of andere reden komen Banville-vertalingen altijd een jaar na het origineel uit - maar zijn voorganger Shroud wel, en dit als Schijngestalte, wat trouwens een gekke titel is, wellicht ingegeven door verkoopargumenten (schrik je immers geen kopers af door het boek Lijkwade te noemen), maar wel een beetje een misser aangezien de roman in Turijn speelt en de middeleeuwse vervalsing die zogezegd een afdruk van het bebloede lichaam van Christus zou zijn er een prominente rol in speelt. In die Noord-Italiaanse stad ontmoet Axel Vander, een poststructuralistische literatuurwetenschapper van Antwerpse afkomst die carrière gemaakt heeft in de VS en overduidelijk gemodelleerd is naar onze eigenste Paul De Man - neefje van Hendrik trouwens - de Ierse Catherine Cleave. Hij is er om op een congres een stukje voor te lezen uit een van zijn vroegere boeken, maar veel meer nog omdat Cass, zoals Catherine door intimi wordt genoemd, hem een brief gestuurd heeft waarin ze zegt meer over zijn oorlogsverleden te weten en hij haar daar zal ontmoeten. In 1987, drie jaar na de dood van Paul De Man, bleek dat deze goede vriend van Jacques Derrida tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog een paar fameus antisemitische artikels had geschreven, onder meer in Le Soir. Axel Vander blijkt hetzelfde gedaan te hebben, en Cass heeft die artikels opgesnord.

Axel Vander is een van de intrigerendste en donkerste romanpersonages die we ooit in een boek tegen het lijf zijn gelopen. Vooreerst blijkt hij helemaal niet te zijn wie hij voorwendt. Net zoals alle recente Banville-hoofdpersonages heeft hij de identiteit van een ander aangenomen - "From earliest days I wanted to be someone else", zegt Morden bijvoorbeeld in The Sea, maar waar hij om die ander te worden met een vrouw van goede, rijke afkomst trouwt, pakt Vander dit helemaal anders aan. Axel Vander was een vriend van hem, iemand die door zijn omgeving bewonderd en geliefd werd, inderdaad een paar extremistische artikels schreef en plots spoorloos verdween. De man die Axel wou zijn nam daarna zijn naam over en trok via Frankrijk en Portugal naar Londen.

Enerzijds vergoelijkt Vander de vroegere artikels als stukken die in hun tijd geplaatst moeten worden. "Het was allemaal uit liefde voor de idee, zie je, die ene, duistere, stralende idee. Esthetiseren, esthetiseren! Dat was onze leuze... We waren het leven zelf beu, al dat onsmakelijke, wazige, slappe gedoe. De hele zaak moest vernieuwd - en anders maar kapot." Maar even later bekent hij Cass dat hij Hitler nog steeds bewondert en dat hij nog altijd spijt heeft dat die de oorlog heeft verloren, en dat - en hier komt de clou - voor een jood. Want voor de literatuurwetenschapper de gedaante van Axel Vander aannam, was hij gewoon de zoon van een joodse kleermaker: "Wellicht wilde ik simpelweg niet zozeer hem zijn... maar wenste ik zo veel vuriger niet mezelf te zijn. Dat wil zeggen, ik verlangde te ontsnappen aan mijn individualiteit, aan het hier van mijn ego - en niet aan het daar van mijn wereld, de wereld van mijn arme, verloren volk".

Niet alleen is Vander zo uitgegroeid tot een poststructuralist die het bestaan van het individu ontkent, maar ook tot een gevoelloos, bijna duivels sujet. Banville is een krak in het suggereren van de menselijke lichamelijkheid en je hoort het gekreun en gesteun van de op zijn retour zijnde Vander dan ook duidelijk tussen de woorden door. Je ruikt de verderfelijke - en bedorven - geur van zijn aftakelende lichaam dat de wereld altijd als een scène beschouwd heeft, waar voorkomen belangrijker was dan inhoud. Fundamenteel is hij echter een eenzaam man, iemand die bekent dat zijn huwelijk met de joodse Magda, de enige van haar familie die kon ontsnappen aan de kampen, nooit meer is geweest dan een bijzondere vorm van alleenzijn. Klaarkomen was voor hem een spasme, nooit een orgasme, en wanneer Magda dement dreigde te worden en er voor het eerst een beroep had kunnen worden gedaan op zijn belofte van 'in goede en slechte tijden', vermoordde hij haar met een overdosis pillen.

Vanders haat is niet alleen tegen zichzelf gericht, maar omvat uiteindelijk de hele wereld. De man zit psychisch in een doodlopend straatje en neemt daardoor steeds gar-gantueskere proporties aan: "Daar zit ik zoals gewoonlijk met een glas drank en een sigaret verwoed in het rond te glimlachen", beschrijft hij zijn pose, "en mijn oude caligulaanse droom te koesteren van een wereld die één enkele nek heeft zodat ik die vlot kan omdraaien". En over zijn beweegredenen om naar Amerika te trekken nadat hij in Londen door twee zware jongens in de prak is geslagen - "Niet iedereen zal weten dat de oogbal een van de stevigste, veerkrachtigste spieren van het menselijk lichaam is", maar de hak van een laars krijgt hem wel kapot - waardoor hij voortaan half blind en met een gevoelloos been door het leven moet gaan, zegt hij dat hij daar een "nihilistische zilveren kogel" kon zijn die ieder obstakel radicaal zou doorboren en gaten schieten in de flank van het mottige monument van vermeende beschaving: "Negatief geloof! Dat moest de basis worden voor mijn nieuwe religie. Een hartstochtelijk, allesverterend geloof in niets."

En daar komt Cass in de kijker. Deze vrouw speelde ook al mee in Banvilles Eclips, waar ze de dochter was van het hoofdpersonage Cleave, de psychisch vastgelopen acteur voor wie ze een ongezond soort vaderliefde koesterde, waarna ze naar Noord-Italië vluchtte om er aan de vooravond van de eclips zelfmoord te plegen. In die roman hoorden we haar verhaal uit de mond van haar vader. Schijngestalte toont ons nu wat er gebeurde vanuit het gezichtspunt van de vrouw zelf. Zij lijdt aan het syndroom van Mandelbaum, hoort stemmen en blijkt bijzonder gevoelig te zijn voor religie en rituelen. Voor haar is Vander meer dan een op de sukkel geraakte literatuurprofessor. Hij is een meesterintrigant, iemand die zijn hele leven een rol heeft gespeeld en haar daardoor aan haar acterende vader doet denken. Ze vindt haar roeping in hem, trekt bij hem in wanneer hij stomdronken naar huis gebracht wordt en verzorging nodig heeft en wordt uiteindelijk zijn maîtresse. "Een van de ledematen van je levende vlees in het levende vlees van een ander steken, kan dat iets anders zijn dan een gewijde of ontheiligende daad?", bedenkt Vander. Tegenover zijn negatieve, duivelse geloof staat haar zuivere, goedbedoelde spiritualiteit die bezoedeld wordt doordat ze zwanger wordt en op zoek gaat naar haar lot in Livorno, de plaats waar ook Percy Shelley aan zijn einde kwam.

Schijngestalte is een roman die bol staat van de symboliek. Vander wil bijvoorbeeld bevrijd worden van het gewicht dat zijn valse identiteit op zijn schouders legt en drukt dit uit door te zeggen dat hij ernaar verlangt dat Cass de sluier - of beter de lijkwade - van zijn schimmige verleden oplicht, en Cass zelf ligt dan weer als een Maria op haar ziekbed. Het boek krijgt zo de allure van een hedendaagse gothic, waarbij Banville het kwaad niet toont als een externe kracht waartegen verweer mogelijk is, maar wel als een intern, algemeenmenselijk iets dat nooit verslagen kan worden. Banville is altijd al meer een filosoof dan een simpele verhalenverteller geweest en in Schijngestalte denkt hij de westerse filosofie tot in haar uiterste consequenties door. Er is uiteindelijk niets: geen god, geen reden van bestaan, geen grond voor enige ethiek en geen standaard van esthetiek. Tegen de achtergrond van een bloedrood ondergaande zon plaatsen zijn personages hun handen om hun holle mond, maar wat je hoort is geen schreeuw, het is slechts "een merkwaardig gepijnigd piepend geluid, als van een hongerig of bang jong vogeltje".

Is er dan helemaal niets in dit meesterlijk beschreven nachtmerrie-universum van Banvilles roman? Toch wel, af en toe is er genegenheid, of toch iets wat er in al zijn groteske schraalheid voor moet doorgaan. Wanneer Vanders oude vlam Kristina Kovacs - een bittere knipoog naar Julia Kristeva? - kanker krijgt en haar haar verliest door de chemotherapie gaat hij nog een maal bij haar op bezoek en bedenkt hij: "In die geschoren staat heeft ze een voorname, fundamentele schoonheid gekregen; het faraohoofd, dat ze broos en licht trillend boven op de delicate, uitgemergelde kolom van haar hals houdt, is strak en gaaf, niets dan lijn, vlak en hoekige schaduw. Soms aai ik haar hoofd als ik bij haar zit; dat lijkt haar goed te doen, ze geeft duwtjes tegen mijn hand, met een haast krachtige aandrang, als een kat."

Marnix Verplancke

Is er dan helemaal niets in dit meesterlijk beschreven nachtmerrie-universum van Banvilles roman?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234