Vrijdag 01/07/2022

een madrileens gezin van hondurese migranten probeert een jaar naar de aanslagen in madrid de pijn te verwerken

Met de dood van de kostwinners Saul en Laura werd het hart van de familie en de motor van hun leven in Spanje weggeslagen

Het leven gaat door na de bom

Op 11 maart 2004 maakten de bomaanslagen in Madrid bijna tweehonderd doden. De kinderen van het gezin Ruiz werden wees. Vandaag, op de eerste verjaardag, probeert het gezin - en de Spaanse hoofdstad - met het verlies te leven.

Madrid

The Independent

Peter Popham

Juan Ruiz Martínez heeft wat te vertellen. Maar woorden heeft ze nauwelijks nodig. De feiten staan in haar bleke, droevige aangezicht gegrift. "Er is niets zo erg als een kind verliezen", zegt ze. "Saul was mijn enige zoon. Zijn verlies is nog steeds on draaglijk."

Ik bevind me in de bescheiden kelderwoning waar ik deze familie een jaar geleden al had ontmoet, toen hun verdriet zo zwaar was dat ze amper hun tranen konden bedwingen. Juana is er ook bij, de grootmoeder van de familie, wier zoon Saul en schoondochter Laura om het leven kwamen. Lesly, Sauls nicht en de tante van zijn kinderen, is er ook bij.

Op de ochtend van donderdag 11 maart 2004 verlieten Saul en Laura, illegale Hondurese migranten, samen hun flat, waarna ze naar het Vallecas-station wandelden en de trein naar hun werk namen. Hij trok naar de bouwwerf waar hij als pleisteraar aan de bak kwam, zij maakte zich op om kantoren schoon te maken. Ze waren nog maar één station ver of daar ontplofte de krachtige bom die in een rugzak in hun treinstel verstopt zat.

Saul en Laura waren twee van de bijna tweehonderd mensen die die ochtend om het leven kwamen, toen tien bommen op hetzelfde moment tot ontploffing kwamen. Het was de grootste terreuraanslag ooit in Europa. Tweeduizend mensen raakten gewond.

Ik kwam deze Hondurese familie in hun kleine flat bezoeken omdat hun leed, beschreven in de Spaanse krant El País, zo ontzettend zwaar was. Saul en Laura, het stel dat omkwam, waren de broodwinners. Beiden werkten vaak zeven dagen per week en hadden sinds hun aankomst in Spanje nooit een dag vakantie genomen omdat ze een heel gezin te onderhouden hadden: hun dochters Nixma en Kenya, van 14 en 15, twee jongens die Saul heten (de oudste uit Saul seniors eerste relatie) en 13 en 20 jaar oud zijn, en Sauls moeder Juana, met wier magere pensioentje amper de huur kon worden betaald. Bovendien stuurden Saul en Laura ook geld naar Sauls drie andere kinderen, in hun dorpje in Honduras.

Het is het typische verhaal van een migrantenfamilie die hogerop probeert te geraken, een verhaal van kwetsbaarheid vooral. Met veel moeite wisten ze de huur, 600 euro per maand, op te hoesten. Voor een levensverzekering ontbrak het geld.

Ze bezaten wel een auto, maar die moesten ze op straat parkeren, in de rauwe voorstad waar ze woonden. In de ochtend van 8 maart had iemand in het voertuig ingebroken en daarbij het slot geforceerd, waardoor ze met de trein naar het werk moesten, iets wat ze maar erg zelden deden.

Het gezin werkte zich uit de naad, alle uren dat het maar kon. Toen op de ochtend van 11 maart de telefoon rinkelde en Laura's agentschap belde om te zeggen dat haar aanwezigheid vereist was, zou ze het niet in haar hoofd gehaald hebben om nee te zeggen. En zo kwam het dat beiden die ochtend op de trein belandden.

De bommen explodeerden, de treinstellen werden opengereten en de dicht op elkaar gepakte pendelaars hadden geen schijn van kans. Tegen het eind van de dag, toen de aanslagen tot de ziel van de stad waren doorgedrongen, vernam de familie het nieuws. Saul en Laura waren dood. Ze waren door een moedige Juana geïdentificeerd in het geïmproviseerde dodenhuis in het nieuwe Ifema-congrescentrum. Het hart van deze familie en de motor van hun leven in Spanje was weggeblazen.

Drie dagen later, op 14 maart, was het Kenya's zestiende verjaardag. Maar nooit in haar leven maakte ze iets minder feestelijks mee dan dit. De tranen rolden over haar wangen, vertelt ze. "Het enige cadeau dat ik wou was dat mijn ouders zouden terugkeren", zegt ze.

Nu wordt de eerste verjaardag van de feiten herdacht. Het goede nieuws van de familie is dat ze allemaal nog levend en wel zijn. Ze zijn lang niet over de pijn heen en zullen er misschien nooit overheen raken, maar hun leven heeft opnieuw vorm gekregen.

In de kleine woonkamer hebben ze de gepolijste vitrinekast geopend en halen er de fotoalbums uit. We doorbladeren het album dat aan de eerste communie van de dochter is gewijd. Ouders en kinderen in kostuum ogen vroom en plechtig. Eén beeld toont Saul die grapjes maakt.

Dan val met een ander beeld op, dat van een kleine baby. "Wie is dat?", vraag ik. "Stefania", antwoordt Lesly. Toen Saul en Laura kwamen, bleek dat Saul snel nog een kind zou krijgen, dit keer bij een vrouw die Lourdes heet. "Ja, Laura wist er alles van en had het aanvaard." Op 19 april, anderhalve maand na de bomaanslagen, kwam kleine Stefania ter wereld.

Ik zeg iets banaals, over hoe leven en dood altijd elkaar gezelschap houden. Lesly en Juana knikken, glimlachend. "We waren er niet zeker van hoe de dingen zouden evolueren", geeft Lesly toe. "Ze hebben ons de Spaanse nationaliteit aangeboden." De reden waarom ze vandaag niet op straat staan is dat de Spaanse regering met een nooduitkering op de proppen is gekomen voor de nabestaanden van de aanslagen. "Zoals de dingen er nu voorstaan, valt het al bij al nog mee. Stefania komt hier in het weekend heen."

Het leven gaat door.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234