Maandag 26/09/2022

Een nieuwe wind in de Vlaamse energiesector

Op het vlak van windenergie loopt België mijlenver achter. Hoewel Belgische bedrijven wereldwijd aan de basis liggen van de huidige windtechnologie, draaien er in Vlaanderen amper 25 windturbines. Daarin lijkt nu echter verandering te komen. Een zestal bedrijven en intercommunales staat klaar met economisch rendabele windprojecten. In gemeenten zoals Middelkerke vormen zich zelfs de eerste 'kleine aandeelhouders' van de windbusiness.

Tot voor kort kreeg een producent van windenergie in ons land 1,2 frank per kilowattuur (Kwh) dat hij aan het net levert, plus één 'groene frank'. Sinds 1 juli van dit jaar komt daar nog één 'groene frank' bij. Met die maatregel probeert Vlaams minister van Economische Zaken Eric Van Rompuy (CVP) de hallucinante achterstand van Vlaanderen op het gebied van deze milieuvriendelijke energie te keren. Van de 5.060 Mw windenergie die momenteel in de Europa is geïnstalleerd, bevindt zich amper 7 Mw in Vlaanderen. Daarmee komen amper drieduizend gezinnen aan hun trekken. Ter vergelijking: Duitsland telt al vierduizend turbines die goed zijn voor zo'n zevenduizend jobs. Niet dat er in België te weinig wind waait. Integendeel, volgens studiebureaus zoals 'Organisatie voor Duurzame Energie Vlaanderen' (Ode) kan windenergie ook hier voor 20 procent van de elektriciteit zorgen. Maar buren zoals Duitsland zorgden al vanaf 1991 voor een 'groene frank' en vooral voor een soepel wettelijk kader.

Ooit lagen de kaarten anders. In het begin van de jaren tachtig had Vlaanderen zelfs een voorsprong op de Duitse windsector. Het bedrijf HMZ uit Sint-Truiden plaatste in 1983 te Zeebrugge een park met 23 Windmasters-turbines. Met 'Windmasters' ontwikkelde HMZ wereldwijd de eerste windturbine boven 100 Kw. Het park - met nu een winst van 15 procent op een omzet van 15 miljoen frank - werd op slag hét model voor windturbineparken. Ex-HMZ-ingenieurs installeren vandaag nog steeds tientallen turbines in bijvoorbeeld India en China. Maar in België werd het windstil.

"Hier bewoog er van 1983 tot nu niks meer", sakkert Michel Ardoullie, voormalig Windmasters-ontwerper en nu internationaal windenergie-projectontwikkelaar bij Aeolus. "De Belgische banken en de overheid waren voordien totaal niet geïnteresseerd om mee de nodige financiële garanties te bieden. Ze hebben geen enkele moeite gedaan om de eigen markt open te breken."

Wie windprojecten wil opzetten, kent grote 'voorloopkosten' omdat er vaak tiental locaties worden onderzocht vooraleer ergens een turbine wordt opgetrokken. Ook worden van de producent bij de levering van een turbine dikwijls stevige financiële garanties gevraagd, om zeker te zijn dat die in geval van nood - zoals een gebroken wiek - meteen kan bijspringen.

Ondanks de buitenlandse opdrachten raakte het Limburgse HMZ/Windmasters daardoor in financieel nauwe schoentjes. Uiteindelijk nam de Nederlandse Begemann-groep HMZ over. Maar, aldus de vroegere Windmasters-ingenieurs, het Nederlandse concern haalde alleen de technologie van de Belgische firma binnen, zonder in vernieuwing te investeren.

Enkele HMZ-ingenieurs wilden echter hun succesvolle Belgische Windmasters-molens verder uitbouwen. Ten slotte belandden zij in oktober 1995 bij de Belgische Nv Turbowinds uit Overijse, onderdeel van de Treco-groep. Sindsdien zijn de voormalige HMZ-ingenieurs en Turbowinds de enige grote Belgische producenten van windturbines. Ook nu zijn zij in de eerste plaats op het buitenland gericht. Voor 1998 zijn er al bestellingen voor zestien windturbines van 400 en 600 Kw ter waarde van zo'n 350 miljoen frank.

"Zelfs uit landen zoals Polen of Turkije krijgen we nu aanvragen voor Belgische turbines", verklaart Emmanuël Timmermans van Turbowinds. "Dankzij de Kyoto-afspraken en de nationale doelen voor CO2-reductie via hernieuwbare energie lijkt deze technologie overal door te dringen."

Voor juni 1999 plant de VS-overheid zelfs een windenergieboom van 900 Mw. In Europa dringt de EU erop aan dat tegen het jaar 2020 15 procent van de elektriciteit met hernieuwbare energie wordt geproduceerd.

Langzaam groeit nu ook in België, onder meer door de langverwachte 'groene frank', een windmarkt. In de eerste plaats starten bedrijven zoals Turbowinds stapvoets opnieuw met kleinere Vlaamse projecten. Zo bouwde Turbowinds onlangs een eigen 600 Kw-turbine te Zeebrugge, die nu verkocht wordt aan Interelectra. Daarnaast beginnen ook de intercommunales zich te roeren. Het Limburgse Interelectra - dat voordien het turbinepark van Zeebrugge kocht - kreeg de voorbije maanden al twintig gemeenten over de vloer die in windenergie willen investeren. Zelf startte Interelectra op 20 februari 1998 met Turbowinds de eerste Limburgse turbine (50 m hoog) bij het Hasseltse 'sas'. Momenteel is Interelectra ook met concurrent Electrabel in een verwoed financieel opbod verwikkeld om een tweede Zeebrugse dijk tot windmolenpark om te toveren. Electrabel, de enige grote Europese elektriciteitsproducent zonder windturbines, zou dan weer een oogje hebben op een natuurgebied ten noorden van Antwerpen. Daar schermt men met een gigantisch windproject van 100 Mw met 75 meter hoge molens. Insiders vrezen echter dat Electrabel dergelijke plannen rondstrooit om zijn kernenergie-imago ietwat op te vijzelen.

Ook de kleine Vlaamse belegger zet zijn eerste prille passen op de Belgische 'windmarkt'. Daarbij loopt het niet zo'n vaart als bij de beursgang van Vestas, de Deense wereldleider in windturbines, op 30 april van dit jaar, toen 13.000 nieuwe Deense aandeelhouders zich op enkele uren inkochten in de firma. Bij ons dromen enkele kleinschalige Vlaamse projectontwikkelaars van een gedecentraliseerd netwerk van Cvba's voor windenergie. Zo verzamelde Cvba Middelwind onlangs te Middelkerke op één namiddag voor 6 miljoen frank aandelen. Daarmee wil men binnenkort een heuse Vestas-turbine neerzetten. Deze 22,5 miljoen kostende windmolen wordt mede gedragen door een lening van de West-Vlaamse Electriciteitsmaatschappij (WVEM) en een innovatiesubsidie van 7,9 miljoen.

"Wind is dan ook een groeimarkt. Zowel landbouwers als kleine zelfstandigen kochten zich met plezier in", betoogt Frederik De Smet van de Gentse Cvba Westenwind. Die Cvba participeert in Middelwind, maar bereidt ook eigen projecten voor te Gent, Brugge en Bredene.

"Erg rendabel", meent De Smet. "Een turbine van 600 kw kost tussen de 20 en 25 miljoen frank. De elektriciteit wordt daarna doorverkocht aan de elektriciteitsmaatschappij tegen 3,2 frank per Kwh. Als je ervan uitgaat dat zo'n turbine 1.750.000 Kwh per jaar draait, haal je een jaaromzet van 5.600.000 frank. Na enkele jaren is de turbine terugbetaald, terwijl de levensduur ervan zo'n twintig jaar bedraagt. De kosten, zoals voor het onderhoud, liggen via contracten voor tien jaar vast. Een grote hap van de winst kan dus naar de aandeelhouders."

Voor ecologisten is het meegenomen dat één windturbine een vijfhondertal gezinnen van elektriciteit kan voorzien en de uitstoot van 1.000 ton CO2 en 5,2 ton zwavel uitspaart. Verder maken de nieuwste windturbines steeds minder geluid. "Waarom zouden mensen in milieuraden en lokale natuur- en milieuverenigingen dan ook niet zelf participeren in eigen windcoöperatieven", vraagt De Smet zich af. "In Nederland zijn zo al twintig coöperatieven actief."

Toch is het investeren in windenergie bij ons nog geen rozengeur en maneschijn. De Vlaamse investeerders kampen nog met enkele serieuze problemen. Dat ondervonden ze deze maand nog in het Limburgse Kortessem. De gemeente wou, met de goedkeuring van Interelectra, een windmolen bouwen op de hoogvlakte van Vliermaal, maar minister van Ruimtelijke Ordening Baldewijns (SP) wil niet dat elke gemeente zomaar haar eigen molen inplant in het landschap. Hij staat erop dat de gemeenten hun turbines samenbrengen op industrieterreinen of windmolenparken.

Deze industriezones of zones voor 'openbare nutsvoorziening' blijken in de praktijk evenwel niet zo evident, want vooreerst moet je natuurlijk al beschikken over zo'n terrein waar genoeg wind is. Daarnaast zouden de lokale overheden, die over de bouwvergunning oordelen, vaak niet weten hoe ze op zo'n windturbine moeten reageren. Zo botste Middelwind zelf te Middelkerke in eerste instantie op het veto van een schepen. De man in kwestie stelde vreemd genoeg het 'openbaar karakter' van de turbine in vraag, terwijl de stedelijke milieudienst voor de turbine gewonnen was. In beroep lijkt Middelwind nu toch z'n slag thuis te halen.

Voorts vrezen de windondernemers dat de meeste gemeenten hun industriegrond liever reserveren voor 'gewone bedrijven', omdat die vaak meer plaatselijke tewerkstelling zouden creëren dan de veeleer kapitaalsintensieve windparken.

Eens een vergunning op zak, hangen volgens ontwikkelaar Ardoullie van Aeolus trouwens nog andere gevaren boven het hoofd van de 'windondernemer': "Je hebt ook een verfijnde juridische structuur nodig die je beschermt tegen allerlei klachten, zoals geluidsoverlast. In een klein landje zoals België is er zo weinig ruimte dat je steeds vlakbij mensen zit. Die worden soms jaloers op je schijnbaar makkelijk rendement. Voor je het weet, krijg je allerlei schadeclaims van omwonenden naar het hoofd, waarvoor hier nog geen kader bestaat. In Ierland moest ik al een project verkopen omdat ik die legale 'nazorg' niet kon bekostigen."

Samen met onder meer Duitse partners concentreert Aeolus zich dan ook op buitenlandse windprojecten. Toch opende de nieuwe 'groene frank' ook Aeolus weer de ogen voor investeringsmogelijkheden in Vlaanderen. Om het gebrek aan open ruimte te omzeilen, denkt Ardoullie nu vooral aan de braakliggende gronden van bedrijven en openbare instellingen zoals het leger of de Belgische spoorwegen. "Zij kunnen zonder moeite molens plaatsen op de verloren hoekjes van die domeinen", vervolgt Ardoullie, "maar het gebeurt gewoonweg niet." Daarom ging hijzelf polsen bij de voormalige militaire domeinen van Koksijde. Zijn plannen werden evenwel snel afgeschoten. Volgens de Generale Staf van de luchtmacht zouden de windturbines de schietoefeningen in het gedrang brengen...

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234