Maandag 26/09/2022

Een partij als één blok

In het partijbestuur wordt niet gestemd. Alle beslissingen worden bij consensus genomen, zodat niemand er zich ooit van kan distantiërenTerwijl Vlaanderen ontzuilt, hebben Vlaams Blokkers een eigen miniwereld opgebouwd. 'Blokker ben je altijd, van zodra je opstaat tot je slapen gaat, en zelfs 's nachts in je dromen'

Het is vreemd. Heel Vlaanderen kijkt met grote ogen naar de gestage groei van het Vlaams Blok. Analisten verklaren in uiteenlopende analyses het succes van Dewinter aan de hand van het gebrekkige discours van de andere partijen, of de kwaliteit van het regeringswerk, of de vervlakkende rol van media en tv, of maatschappelijke ontwikkelingen allerhande. Zelden leggen analisten de focus op wat eigenlijk voor de hand ligt: op het Vlaams Blok als zodanig, op de structuur en de werking van de partij. Wie het Vlaams Blok onderzoekt, ziet in ieder geval de stevigst gestructureerde en misschien wel professioneelst gerunde partij van het land.

Als er over de interne partijstructuur van het Vlaams Blok gesproken wordt, is het eerste en het laatste woord wat valt vaak 'voorzitter voor het leven', de in Wetstraat-kringen hoogst uitzonderlijke titel die gereserveerd leek voor Karel Dillen, stichter en eerste voorzitter van het Vlaams Blok. Evenwel, Dillen leeft nog steeds, maar is geen voorzitter meer. Die functie heeft hij in 1996 overgelaten aan Frank Vanhecke, de Brugse jeugdvriend van Philip Dewinter, die naast Dillen het tweede europarlementslid werd en wiens capaciteiten hij had weten te waarderen.

Karel Dillen had dus begrepen dat zijn tijd gekomen was, dat hij een pas opzij moest zetten, wilde hij geen sta-in-de-weg worden in de verdere uitgroei en het dynamisme van het Vlaams Blok. Dat hij bij het nemen van die beslissing door een aantal zachtjes 'gepusht' werd, dat zal wel. Zijn opvolger, Frank Vanhecke, is trouwens géén voorzitter voor het leven. Hij volgde Dillen op in 1996 voor een termijn van vijf jaar en werd in 2001 een eerste keer herkozen, zonder het minste probleem trouwens.

Is dat omdat er geen ambitie is binnen het Vlaams Blok? Omdat er een allesverzengend 'Führersprincipe' alles in de weg staat? Niet echt, neen. Als er één partij in Vlaanderen collectivistisch gerund wordt, dan wel het Vlaams Blok. Goed, er is voorzitter Frank Vanhecke, en die heeft heus wel zijn plaats en is niet het kneusje zoals hij helemaal in het begin werd afgeschilderd. Toen heette het dat Dillen de keuze voor Vanhecke maakte, louter en alleen omdat hij geen verscheurende keuze wilde maken tussen de dauphins Philip Dewinter en Gerolf Annemans. Wie Vanhecke vandaag op tv-debatten ziet, merkt wel dat hij misschien niet het absolute politieke 'toptalent' heeft van een Philip Dewinter, maar wel dat hij zich bijzonder goed uit de slag trekt en het niet snel moet afleggen tegen veel toppolitici van andere partijen.

Natuurlijk deelt Vanhecke de macht. In de eerste plaats met Dewinter en Annemans, inderdaad de 'Grote Twee' (zo zei een partijlid) van het Vlaams Blok. Als er één topfiguur is uit de Belgische politiek waarmee Dewinter te vergelijken valt, dan is dat niet iemand uit de Vlaamse Beweging. Dan dringt een vergelijking met Leon Degrelle zich op. Dezelfde allure, dezelfde retoriek, een gelijkaardig politiek programma, dezelfde viriliteit: het zou haast familie kunnen zijn. Dewinter is oneindig meer de ideale schoonzoon van Leon Degrelle dan van VNV-leider Staf Declercq. Misschien dat Gerolf Annemans meer aansluit bij die VNV-traditie, brede baard incluis.

Het directoire

En zelfs Annemans, Dewinter en Vanhecke usurperen de macht niet onder hun drieën, zij het dat zij wel de politieke lijn bepalen. (In die zin dat er zeker niets zal gebeuren tegen hun zin.) Maar terwijl de SP.A tijdens de voorbije legislatuur een collectief leiderschap met zijn vieren had, de alom bekende Teletubbies, werkt het Vlaams Blok met een soort van 'directoire': een besloten genootschap van een man of twaalf dat het partijbestuur uitmaakt (zie schema) en waar het onmogelijk in te geraken is zonder de zegen van een van de grote twee. Alexandra Colen, bijvoorbeeld, zetelt niet in dat partijbestuur (over Colen straks meer). Het partijbestuur vergadert wekelijks, een frequentie die in andere partijen door de partijbureaus (of aanverwanten) wordt gehaald.

Het partijbestuur is een college dat de politieke macht balt en het bestaat uit twaalf man, correctie: elf mannen en een vrouw. Slechts twaalf man (bij alle andere partijen zijn de wekelijkse partijbureaus veel uitgebreider) maar ook: wel twaalf man; er is geen andere partij waarin ze met twaalven zijn om de feitelijke koers uit te stippelen. Specifiek is dat ieder lid van het partijbestuur één tak van de wel zeer uitgebreide organisatie patroneert en controleert. Samen leiden zij de partij tot in alle aspecten van haar organisatie; ook de zogenaamde 'technische' zaken.

Dat is een merkwaardig verschil met andere partijen. Daar houden de politici zich met politiek onledig en vertrouwen de partijorganisatie toe aan een vertrouweling, meestal partijsecretaris geheten. Zeg maar: de hoogste ambtenaar van een politieke partij. Het Vlaams Blok kent die tweedeling niet. Bij het Vlaams Blok zijn het ook politici die de interne ambtenarij leiden. Het (theoretische) gevaar van die constructie is dat bepaalde aspecten van de werking niet door professionals verzorgd worden, maar door goedmenende dilettanten, namelijk politici die er eigenlijk niet zo veel vanaf weten. Het Blok lost dat praktisch op door ieder lid van het partijbestuur slechts één aspect van de werking toe te vertrouwen, namelijk wat hij het beste kan.

En de voordelen zijn evident. Eén: spanning of afstand tussen de parlementaire fracties of tussen individuele toppolitici en de partij is er nauwelijks, want alle sterkhouders van de parlementaire fracties zijn hoofdelijk verantwoordelijk voor het functioneren van het hen toevertrouwde deel van de partijwerking. Twee: de integratie tussen het partijleven en de politiek die er bedreven wordt is totaal: alles van de interne organisatie wordt automatisch op punt gesteld en afgestemd in functie van het ook extern functioneren van de partij. Drie: kopstukken hebben bijna geen tijd om zich op zichzelf te keren, of te vervreemden van de partij, of (zoals in zoveel andere partijen), om er nog een bloeiende privé-advocatenpraktijk op na te houden. De concrete partij-organisatie slorpt hen op. Nog een belangrijk detail: in het partijbestuur wordt niet gestemd. Alle beslissingen worden bij consensus genomen, zodat niemand er zich ooit van kan distantiëren.

De namen van de leden van dat partijbestuur tonen trouwens duidelijk hoezeer het Vlaams Blok in de tweede fase van zijn ontwikkeling zit en geven ook een indicatie wat welk soort mensen naar boven komt. Van de oude garde, die in de late jaren zeventig aan de wieg stond van de partij, zitten er nog maar weinigen in het partijbureau. Natuurlijk heeft de inmiddels 78-jarige erevoorzitter Karel Dillen zijn plaats, al is die nu vooral honorair. Tussen haakjes: de clan-Dillen bestaat nog altijd, aangezien de familie Dillen tal van mandaten blijven bekleden in het Vlaams Blok: Marijke Dillen, Koenraad Dillen, Veerle Dillen, al heeft ex-schoonzoon Hans Carpels na zijn scheiding er de brui aan gegeven. Maar die clan weegt niet meer politiek als zodanig: het is geen fractie die op de partijbesluitvorming weegt.

Verdwenen zijn de meeste andere figuren van de eerste Vlaams Blok-jaren. Roeland Raes bijvoorbeeld, die ooit zowat gold als 'ondervoorzitter' voor het leven, is weg, of Xavier Buisseret, jarenlang de propagandaverantwoordelijke. Een blijver daarentegen is de 61-jarige senator Wim Verreycken. De propagandist van de nieuw-heidense beweging blijft actief, al vragen velen zich af of hij een zitje in de partijtop warm houdt tot zijn onstuimige zoon Rob Verreycken voldoende politieke maturiteit ontwikkeld heeft om zijn vader op te volgen. Wim Verreycken is 'diensthoofd informatica'; is het toeval dat zoon Rob naam heeft als internet-nerd?

Drie figuren van de zogenaamde 'tussengeneratie' bleven over. Ondervoorzitter en Vlaams parlementslid Luc Van Nieuwenhuysen geldt volgens insiders als een van de meest onderschatte figuren in de structuur van het Vlaams Blok. Omdat het zonneklaar is dat hij geen persoonlijke ambities heeft om zich te meten met Dewinter of Annemans voor de feitelijke politieke leiding van de partij, geniet hij een algemeen vertrouwen. Vandaar dat Van Nieuwenhuysen de leiding heeft over de Partijraad. Statutair is dat het hoogste orgaan en treedt het partijbestuur alleen maar op in opdracht van de partijraad, in de praktijk is dat natuurlijk niet zo.

Maar de leiding van zo'n partijraad, die toch maandelijks vergadert, vertrouwt de partijtop natuurlijk alleen maar toe aan iemand waarvan je zeker bent dat hij geen interne opstand uitlokt, stimuleert of toelaat. Met Van Nieuwenhuysen zal dat niet gebeuren. Penningmeester Patsy Vatlet is nog 'maar' 43, maar zetelt wel al een jaar of 20 in het partijbestuur en bovendien bezet zij de cruciale functie van penningmeester. Zij gold als een vertrouwelinge van Karel Dillen. Dan is er de struise volksvertegewoordiger Francis Van den Eynde, sinds jaar en dag de sterkhouder in Gent, met zijn imposante figuur al sinds de jaren zeventig een vaste klant bij alle mogelijke Vlaams-nationale acties. Van den Eynde leidt de Vereniging voor Vlaams Blok Mandatarissen.

Vervolgens is er de generatie-Dewinter. Dewinter zelf leidt de 'dienst organisatie'. Dat is handig, want zo bepaalt vooral hij hoe de partij zichzelf uitbouwt. Gerolf Annemans, die we gemakshalve een oudere telg van deze generatie noemen, is de verantwoordelijke voor de studiedienst van het Vlaams Blok. Senator Jürgen Ceder, die samen met Dewinter roerige jaren beleefde bij het NSV, is hoofd van de juridische dienst.

Volksvertegenwoordiger

Karim Van Overmeire leidt de 'dienst vorming'; het Vlaams Blok heeft een permanente structuur die politieke vormingen organiseert, niet alleen voor het kader, maar ook voor gewone militanten. Senator-Vlaams parlementslid Joris Van Hauthem is de officiële woordvoerder van de partij en is verantwoordelijk voor de contacten met de pers. Philip Claeys, die zijn sporen verdiende op de persdienst aan het partijhoofdkwartier op het Madou-plein, is hoofdredacteur van het Vlaams Blok Magazine. De Limburgse volksvertegenwoordiger Bert Schoofs is verantwoordelijk voor de 'herziening van de partijstatuten' en Brusselaar Frédéric Erens leidt de Vlaams Blok Jongeren. Verder is er nog een aantal diensten die aan 'vrienden van het eerste uur' zijn toevertrouwd. De ledenadministratie valt onder de verantwoordelijkheid van ex-VMO-kopstuk Luc Dieudonné. Wie niet in het partijbestuur zit, telt minder mee. Het valt bijvoorbeeld op dat Frédéric Erens de Brusselaar van dienst is in de hogere partijregionen, en niet Filip De Man uit Vilvoorde of bekende naam Johan Demol. Het feit dat Bert Schoofs hier al een zitje heeft, bevestigt wat ook in Limburg over hem gezegd wordt: dat zijn ambitie even groot is als zijn politiek talent, en Schoofs heeft tamelijk veel talent, naar verluidt.

Andere 'coming men', zoals de Vlaams-Brabantse volksvertegenwoordiger Bart Laeremans of West-Vlaming Yves Buysse, zitten nog in de wachtkamer. Buysse wordt trouwens door de rechts-radicale achterban te Brugge nauwlettend gevolgd. Daar beschouwt men deze pak-en-dasman als een stuitende carrièrist, als een man die zijn neus heeft opgehaald voor het veldwerk van plakken, betogen en militeren, maar wel razendsnel zijn weg baant in de Blok-structuren en zo omhoog naar het parlement.

Professionalisering

Die verschillende diensten van het Vlaams Blok worden in snel tempo geprofessionaliseerd. Door de opeenvolgende verkiezingssuccessen en het nieuwe systeem van partijfinanciering komt het Belgische overheidsgeld met zakken vol terecht in de kas van deze extreme Vlaams-nationalisten, die het grijnzend aanvaarden én gebruiken. Wie bijvoorbeeld het materiaal leest dat de Vereniging voor Vlaams Blok Mandatarissen ter beschikking stelt van zijn leden in gemeente- en provincieraden, kan niet anders dan besluiten dat de tijd snel voorbij zal zijn dat de Blokkers afgedaan konden worden als intellectuele skinheads (mannen die evenveel brains bezitten als skinheads haar).

Net zoals alle andere partijen rekruteert het Vlaams Blok namelijk vlijtig uit jonge universitairen, deels omdat het wettelijk verplicht is voor bepaalde functies mensen met een zeker diploma aan te nemen, maar evenzeer omdat het aantal universitair afgestudeerden dat zich bij het Blok aandient, spectaculair toeneemt. Een insider: "Voor iedere vacature zijn er veel meer kandidaten dan mensen die we uiteindelijk kunnen aannemen." En zo stijgt natuurlijk de kwaliteit van het Blok-personeel.

En het gaat inmiddels om behoorlijk wat mensen. De Vereniging voor Vlaams Blok Mandatarissen telt bijvoorbeeld vijf personeelsleden, waaronder één diensthoofd. Nu worden die diensthoofden vooral geacht uitvoerend te werken, en dat leidt wel eens tot frustraties. Niet toevallig zijn het precies mensen van dat tussenkader - de ex-verantwoordelijke van de Vereniging voor Vlaams Blok Mandatarissen (Ignace Lowie), een ex-hoofd van de studiedienst (Geert Van Cleemput) - die de zeldzame recente dissidenten van het Vlaams Blok uitmaken.

Hoe dan ook, voor een partij die nog altijd het stigma meesleurt te bestaan uit een bende analfabeten is het Vlaams Blok merkwaardig actief in de verspreiding van partijlectuur. Het Vlaams Blok heeft een partijblad (Vlaams Blok Magazine), een elektronische nieuwsbrief, een huis-aan-huisblad, de Eigen Volk Eerst Krant ("broodnodig in deze tijden van cordon sanitaire en mediaboycot"). Maar ook de Vlaams Blok Jongeren hebben twee eigen tijdschriften, het vrij lichtvoetige Vrij Vlaanderen en het intellectuelere Breuklijn. En verder zijn er parlementsleden als Alexandra Colen die op eigen initiatief tijdschriften verzorgen: Secessie (waar heel veel niet-Blokkers in participeren, zoals Boudewijn Bouckaert, Gerard Bodifée, Matthias Storme of Marc Platel.

Colen? Alexandra Colen, zo geven Vlaams Blokkers toe, is een buitenbeentje. Het is een van de weinige Blokkers die al openlijk ruzie hebben gemaakt met Philip Dewinter en vice versa. Ze heeft een eigen profiel, katholiek, voor mensen die belang hechten aan waarden en normen, al is ze sinds een paar jaar ook veel uitdrukkelijker Vlaams-nationale thema's gaan bespelen. Ze heeft niet alleen een eigen profiel, maar ook een eigen achterban binnen de Vlaams-Blok-leden, "en dat gaat niet om twee man en een paardenkop", zeggen bronnen.

Samen met haar man Paul Belien heeft ze trouwens uitstekende introducties in Angelsaksische (maar ook Franse) liberale en nieuw-rechtse intellectuele kringen. Als Frank Vanhecke op tv kan zwaaien met een sympathiserend artikel in The Times, dan is dat een rechtstreekse bewijs van het goed functioneren van het Colen-netwerk.

Of er nog andere parlementsleden zijn met zulke netwerken? Niet veel, zeggen insiders, en dat is merkwaardig genoeg een teken van sterkte van het Vlaams Blok. Toen de Volksunie nog iets te zeggen had, moest die partij altijd afrekenen met een kritische en tamelijk onafhankelijke Vlaamse Beweging: het IJzerbedevaartcomité, het Vlaams Nationaal Zangfeest, clubs als VMO en Voorpost, oud-Oostfronters-verenigingen als het Sint-Maartensfonds enz. Nu, zo kloppen Vlaams Blokkers zichzelf op de borst, "hebben ze die zo goed als allemaal in hun zak steken".

Min of meer onafhankelijke denktanks, zoals ooit Were Di met zijn door Karel Dillen nog opgerichte tijdschrift Dietsland Europa, zijn er niet meer veel. Er is nog altijd het nieuw-rechtse tijdschrift Tekos, maar dat blad geldt als te filosofisch, te elitair en soms te zweverig om politiek echt door te wegen. Naar het IJzerbedevaartcomité hoeven ze niet om te zien, zeker niet nadat Lionel Vandenberghe, via Spirit, op een SP.A-kartellijst terechtgekomen is. Voor de radicale Vlaamse beweging is daarmee het bewijs van volksverraad voldoende geleverd. Het Vlaams Blok-Vlaanderen patroneert nu eigen IJzer-bijeenkomsten bij het monument voor de gebroeders Van Raemdonck te Steenstrate.

En voor de rest is zo goed als iedereen die meetelt geweten en gekend als een vriend van het Vlaams Blok. Goed, er zijn nog radicale Vlamingen in andere partijen, maar eerder dat die invloed uitoefenen op het Vlaams Blok, gaan de Blokkers ervan uit dat zij invloed op hen kunnen uitoefenen. De laatste 'externe' die gezag kon doen gelden, was Peter De Roover, toen die nog voorzitter was van de Vlaamse Volks Beweging. Ook de naam van de radicale NVA'er Matthias Storme gaat wel eens over de tong, een man met groot gezag in de Vlaamse beweging. Alleen lijkt het zo dat het Vlaams Blok dat gezag subtiel en discreet meer zelf 'stuurt' dan omgekeerd. Via Storme zullen jonge, rechtse en ambitieuze CD&V'ers als Frank Judo vlugger vatbaar worden voor bepaalde Blok-desiderata. En toen Johan Sauwens nog als VU-minister op een bijeenkomst van het Sint-Maartensfonds verscheen, hebben de Blokkers uit die organisatie Sauwens gefilmd en aan een tv-zender overgemaakt: partijtrouw was belangrijker dan eventuele Vlaams-nationale solidariteit.

Veel invloed van buitenaf hoeven de Vlaams Blokkers dus meer niet te verdragen. Terwijl Vlaanderen ontzuilt, hebben zij een eigen miniwereld opgebouwd. Veel Vlaams Blokkers sturen hun kinderen naar het VNJ (de Vlaams-Nationale Jeugdbeweging) en als ze studeren, sluiten die haast vanzelf aan bij het NSV. Iemand zegt: "Vlaams Blokker ben je altijd, van zodra je opstaat tot je slapen gaat, en zelfs 's nachts in je dromen ben je bij het Vlaams Blok. Bij een andere partij zijn er veel leden met een partijkaart, en dat is het dan, het Vlaams Blok telt een achterban met veel mensen die Blokker zijn in alles wat ze doen en laten: in hun gesprekken met de buren, op het werk, in hun vrije tijd, natuurlijk als ze zich rechtstreeks voor de partij engageren, in familiekring, in de organisaties waarbij zij en zelfs hun kinderen betrokken zijn."

In die zin is het netwerk van het Vlaams Blok zelfs een superstructuur, als het ware een minizuil. De enige politieke familie die erin slaagt het beproefde, klassieke partijmodel-met-zuil uit het Belgique à papa nieuw leven in te blazen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234