Zondag 03/07/2022

Een patchwork van getuigenissen

Een Nederlandse journaliste begeeft zich kort na 9/11 naar de rauwe industriestad Detroit, op zoek naar verhalen van zwarte muzikanten én om haar eigen onbehagen te dempen. Na haar succesvolle De laatste dichters schrijft Christine Otten met Als Casablanca een boek dat voortdurend aarzelt tussen documentaire en roman.

Door Dirk Leyman

De Nederlandse schrijfster Christine Otten (°1961) spreidt in haar literaire bezigheden een grote bedachtzaamheid tentoon. Ze laat zich niet opjutten door de waan van de dag en haar proza haalt zijn surplus evenmin uit weidse gebaren of grote effecten. Otten, die als journaliste aanvankelijk bij De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland werkte, zei ooit in een interview met de VPRO dat haar schrijverschap pas vorm kreeg na een burn-out: "Ik was ziek geworden van dat gejaag op nieuws. Schrijven wilde ik, mooi schrijven, verhalen. Kon mij die actualiteit wat schelen." Over haar eerste boeken - zoals debuut Blauw metaal, Lente van glas en Engel en andere muziekverhalen - lag een waas van schrille eenzaamheid en suggestief verwoorde onbegrepenheid. Vooral de popmuziek van de jaren zestig en zeventig was er omnipresent, met John Cale en de Velvet Underground als allesoverheersende soundtrack. Otten toonde zich bovenmatig gefascineerd door de combinatie muziek en taal, een bezetenheid die ze in haar doorbraakboek De laatste dichters (2004) ten volle uitleefde. Voor deze volumineuze, goed onthaalde roman tekende ze in Harlem én Detroit de verhalen op van The Last Poets, de Afro-Amerikaanse dichters die hun muziek debiteren op het ritme van de drums en bekendstaan als de godfathers van de hiphop.

In veel opzichten kan Ottens nieuwe roman Als Casablanca - of is het toch een literaire reportage? - als een verlengstuk van De laatste dichters worden beschouwd. Weer ging ze met haar bandopnemer op stap in Amerika om er ditmaal het spoor te traceren van Paul Robeson, de zwarte zanger en acteur (1898-1976), en opnieuw vond ze het raadzaam om échte getuigenissen in een fictief verhaal te proppen.

Een tikje al te voorspelbaar begint Als Casablanca pal op 11 september 2001. Otten introduceert de Nederlandse journaliste Laura Achenbach, die na de aanslagen ronddobbert in een al even stuurloos New York dat zijn wonden likt. Als een deus ex machina en reddende engel ontmoet ze in een grotestadsrestaurant in Manhattan Charles Perry, een ex-Black Panther én bestierder van het beroemde Apollo Theatre in Harlem. Laura is meteen magnetisch aangetrokken door het bezwerende charisma van de zwarte Perry. Omdat ze New York even niet meer kan velen, biedt hij haar - na een summiere kennismaking - geheel belangeloos aan dat ze een tijdje bij zijn neef Khalid-El-Halkim en Brits-Nigeriaanse vrouw Tania McGee in de industriestad Detroit mag verblijven. Een aanbod waarover ze niet lang moet twijfelen, ook al staat de bitsige, schurende industriestad te boek als een plek waar niemand uit vrije wil heen gaat.

In Detroit, ooit het broeinest van de soul en Motown, verdwijnt Laura's ongerichtheid niet meteen: "De tentakels van een octopus, van alle kanten werd ik belaagd, vastgepakt, zachte tongen likten mijn verbrande huid, zogen zich aan me vast", bedenkt ze. Vanop een afstand klampt ze zich vooral vast aan Perry, die in New York zaakjes te regelen heeft. Voor hem lijkt ze zelfs bereid zware risico's te nemen en haar Nederlandse huwelijk op het spel te zetten.

Langzaam maar zeker vindt ze toch haar draai als toeschouwer en wat lome registrator van de levens van haar gastgezin en hun dochter Monique. Het zijn vaak broeierige en weerbarstige saga's over discriminatie en armoede uit de onderbuik van de Amerikaanse samenleving die Otten hier aanvoert, waarbij vooral dat van de moslim Khalid blijft haken. Laura's onderzoek over Robeson sukkelt intussen op de achtergrond. Een extra impuls krijgt het boek wanneer Laura in Detroit ook het pad kruist van Leni Sinclair, een uit de DDR gevluchte fotografe die gehuwd was met John Sinclair. Sinclair was de oprichter van de White Panther Party en manager van de protopunkband MC5. Laura, die als romanpersonage maar moeizaam uit de verf komt, voelt een onbestemde zielsverwantschap met Leni. Het boek culmineert in het wat onhandige weerzien met Perry, waarbij Otten een en ander te gissen overlaat over Laura's bestemming.

Uit dit amalgaam van in wezen ontvlambare getuigenissen van écht bestaande personen breit Otten uiteindelijk slechts een rommelig gestikt patchwork. De goede bedoelingen, het engagement en de consideratie van de auteur staan buiten kijf in Als Casablanca, dat natuurlijk ook verwijst naar de beroemde film met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. Maar Ottens boek verzandt geleidelijk in een wat steriele, soms ook wat zweverige herhalingsoefening van De laatste dichters, waarin ze zichzelf misschien overtroffen had. Storender is dat dit boek geen kant weet te kiezen tussen documentaire, non-fictie en roman. Het proeft werkelijk van allerlei walletjes. "Alles mag, vind ik, in de literatuur, zolang je er maar integer mee omgaat. Ik vind het echt kicken als de werkelijkheid tegen een verhaal aanschuurt", zo verdedigt Otten haar aanpak in De Groene Amsterdammer. Jazeker, aan integriteit geen gebrek. Maar met het verhaalgoud dat ze in handen heeft, springt ze wel erg rigoureus om, alsof ze het boek niet voor ons - de lezer - heeft geschreven, maar vooral als toegift aan haar behulpzame informanten en gesprekspartners (die achterin langdurig worden opgesomd).

Op de achterflap is sprake van een "enerverende roman over identiteit en liefde". Dat had gekund, maar de af en toe opstekende werveling ebt te vaak weg in een roman die voortkabbelt als een schip zonder roerganger.

Christine Otten

Als Casablanca

Atlas, Amsterdam, 236 p., 18,50 euro.

Ottens boek verzandt geleidelijk in een wat steriele, soms ook wat zweverige herhalingsoefening

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234