Dinsdag 27/09/2022

Een schizofrene stad

In Sint-Petersburg onderhuids maakt de Nederlander Hans Boland een vlijmscherpe analyse van Sint-Petersburg, een stad die laveert tussen kunst en kitsch, tussen echt en vals, tussen werkelijkheid en mythe.

Hans Boland

Sint-Petersburg onderhuids

Athenaeum-Polak & Van Gennep,

Amsterdam, 365 p., 23,50 euro.

In een novembernacht van 1998 werd Galina Starovoitova aan de Catharinagracht in Sint-Petersburg vermoord. De politica had zich als geen ander ingezet voor mensenrechten, democratie en de bestrijding van corruptie. De moord werd natuurlijk nooit opgelost, aldus Hans Boland, want haar huis was slechts door een pand gescheiden van het hoofdkwartier van de speciale politie. Starovoitova ligt begraven op de necropolis van het Alexander Nevski-klooster. Ze deelt het kerkhof met beroemde schrijvers en componisten als Dostojevski, Tsjaikovski en Moessorgski. De Peterburgers strooien nog iedere dag bloemen op het graf van Starovoitova, een aandoenlijk teken van eenvoudige mensen uit een stad die vanaf haar geboorte precies driehonderd jaar geleden altijd hooghartig heeft neergekeken op het plebs dat achter haar pastelkleurige megalomanie als honden leefde en stierf. Weemoed is de zuurstof van haar inwoners, het gevoel van eigen nietigheid is de stikstof, aldus de Nederlandse auteur van Sint-Petersburg onderhuids. Boland woont in de stad aan de Finse Golf. Hij is geen doordeweekse stadsgids. "Ik heb Sint-Petersburg op de snijtafel gelegd om zijn huid af te stropen en zijn componenten in hun wederzijds verband aan de oppervlakte te brengen." Boland houdt woord. Hoewel hij de bezoeker aan het handje meeneemt en hem in ieder hoekje en gaatje doet zoeken naar de mooiste of merkwaardigste verhalen, monumenten en stadsgezichten, schraapt hij zorgvuldig het valse goud van de gevels en ontmaskert hij genadeloos de valse beloften van tsaren en tirannen. Sint-Petersburg is alleen als verslaving te genieten, schrijft hij, want het is een mateloze stad, een stad van extremen, groot, groots, ongenaakbaar. "De Rus verdeelt zijn tijd tussen iconostase en wodka", schreef Nicolaas Witsen toen hij als gezant van de Zeven Provinciën een bezoek bracht aan Moskovië. Drie eeuwen later lijkt er weinig veranderd. Sinds de perestrojka rijzen nieuwe kerken als paddestoelen uit de grond, en op Allerzielen trekken de inwoners naar de dodenakkers om er te bidden en daarna op het bankje voor het graf wodka te drinken. Het baart geen verwondering dat Peterburgers naar de borrelfles grijpen. Sint-Petersburg, zo luidt het, werd gebouwd met het bloed van duizenden, zijn paleizen rusten op de tot stof vermalen botten van slaven en dwangarbeiders. De idee om in een delta aan de Finse Golf een nieuwe stad op te richten, ontsproot aan het brein van Peter I de Grote. Pjotr Romanov wilde koste wat het wil een venster op de zee, want Archangel aan de Witte Zee was vaak door het ijs ingesloten, de Zwarte Zee was in Ottomaanse handen en Siberië met zijn havens aan de Stille Oceaan was nog onontgonnen gebied. De werken begonnen in de lente van 1703. De tsaar was zowel in zijn gewelddadigheid als leergierigheid een ongebreideld man. Een maand nadat hij op het Hazeneiland de eerste paal in de grond had gestoken, verrees al de houten Petrus- en Pauluskathedraal van de nieuwe vesting, een half jaar later deed het eerste buitenlandse - Hollandse - koopvaardijschip de nieuwe haven aan. Sankt-Pieterburg of kortweg Pieter, zoals het kind van Peter I de Grote toen heette en zoals de huidige inwoners het nog altijd noemen, groeide in ijltempo uit tot een stad van veertigduizend inwoners. Negen jaar later werd zij de nieuwe rijkshoofdstad. De tsaar nam geen halve maatregelen. Hij verplichtte de Moskouse edelen en rijke kooplieden een stenen woning in Pieter te bouwen en stampte zelf paleizen, vestingen en colleges, kunstkamers en musea uit de grond. Alleen pracht en praal telde. Zo bezat zijn Peterhof honderdvijftig fonteinen en importeerden zijn Italiaanse bouwmeesters marmer, brons en goud met karrenvrachten tegelijk.

Alexandr Poesjkin (1799-1837) werd in het laatste decennium van zijn korte leven geobsedeerd door de persoon van Peter. Ruslands nationale dichter vroeg zich af wat de erfenis van de tsaar was. De tijdelijke verordeningen leken voor Poesjkin met de knoet geschreven en waren het product van een wrede tiran. De instellingen van de staat daarentegen vond de dichter de vrucht van een verlichte geest, zij waren voor de toekomst en voor de eeuwigheid bedoeld. Hans Boland houdt zielsveel van het artistieke verleden van Sint-Petersburg. Op zijn vijfentwintig wandelingen vergeet hij nooit te wijzen op de plaatsen waar beroemde auteurs, componisten en schilders werkten, huilden en doodgingen. De stad helpt hem een aardig handje. Ze staat niet alleen vol gedenkplaten, standbeelden en grafmonumenten voor haar illustere kunstenaars, ze ademt ook de sfeer van de werken van auteurs als Poesjkin, Lermontov, Dostojevski of Achmatova. Sint-Petersburg is een openluchtmuseum van de literatuur zonder weerga, en Boland vertelt met grote innigheid de meest bijzondere anekdotes uit het vaak tragische leven van menig schrijver en schrijfster. Per slot van rekening wordt het Poesjkin-tijdperk de Gouden Eeuw van Sint-Petersburg genoemd, ook al "tekende (de dichter) de hoofdstad met haar zelfkant en haar gewelddadige, kille samenleving, waarin de kleine man ten onder gaat". Die Gouden Eeuw werd een Zilveren Eeuw in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw, toen briljante kunstenaars als Skrjabin, Stravinsky, Chagall, Malevitsj, Kandinsky, Blok, Mandelsjtam, Majakovski en Tsvetajeva in de voorste rijen van de Europese avant-gardebeweging liepen.

Het wekt geen verbazing dat Sint-Petersburg zoveel genieën voortbracht. Lermontov meende dat de kern van de stad in haar schizofrenie lag. Ze is arrogant en gevoelloos, schreef hij, een stad van weelde en verlichting, maar ook van ziekte en stank. Waar anders dan in gespletenheid vindt een schrijver een betere voedingsbodem voor inspiratie? Duels, zelfmoord, verbanning, executie, het was het doorsneelot voor de kunstenaar van een stad "uitgedacht door duivels", aldus de Poolse schrijver Adam Mickiewicz, een stad "van woeste, lege pleinen" zoals de dichteres Olga Bergholz schreef tijdens het Beleg in de Tweede Wereldoorlog. Hans Boland vindt het ook een mannenstad, want ze staat vol obelisken. Zo noemen de Peterburgers de obelisk voor de Heldenstad Leningrad op het Plein van de Opstand "de droom van een impotente vent" en "het bejaarde lid". Boland heeft niets tegen obelisken, hij maakt alleen een onderscheid tussen kunst en kitsch, tussen echt en vals, tussen werkelijkheid en mythe. Een van de aardigste mythes is die van de pantserkruiser Aurora, het schip dat op 7 november 1917 naar het Winterpaleis opstoomde en de bolsjewistische revolutie met kanonschoten inluidde. Volgens de bolsjewieken werd het schip in 1922 gerestaureerd, waarna het de orde van het Rode Vaandel opgespeld kreeg. Hoewel de Aurora bij het begin van de Tweede Wereldoorlog haar kanonnen had moeten afstaan, voer de kruiser trots de fascistische vijand tegemoet. Bij Oranienbaum kreeg hij een voltreffer en zonk. Drie jaar lang, aldus een Russische Encyclopedie, bleef het schip "in verdronken toestand" strijd leveren. Na het Beleg werd de Aurora gelicht, tot held uitgeroepen en de orde van de Oktoberrevolutie opgespeld. De absurdistische geschiedenis wilde maar niet sterven, want in 1976 verscheen op de kade langs de aangemeerde kruiser een gedenksteen met de wonderlijke tekst 'Eeuwige ligplaats'. Kort daarna verdween de Aurora voor dringende reparaties. En toen het sovjetrijk in 1989 uiteenbarstte, werd eindelijk onthuld dat de legendarische pantserkruiser al die tijd een nepkruiser was geweest, een replica die de communistische propaganda met zorg in de Russische psyche had ingebed.

Na de dood van Peter I de Grote in 1725 ontaardt de strijd om de macht in brutale afrekeningen onder familieleden. Meer dan dertig jaar lang verbouwen de tsaren en tsarina's liever elkaar dan de stad zelf. Dat verandert wanneer Catharina II de Grote, een pokdalige en emotioneel gestoorde Duitse, in 1762 de troon bestijgt. Haar bouwwoede kent geen grenzen, want het is haar gewoonte om iedere minnaar met een paleis te verleiden of kwijt te raken. Sint-Petersburg wordt één grote bouwput. Catharina laat het Winterpaleis afwerken, ze vult de Kleine en de Grote Hermitage met 250 Vlaamse en Nederlandse meesterwerken, ze legt parken aan, plaatst vijfduizend straatlantaarns, bouwt bruggen over de Neva en de vele kanalen en kleedt de stad in sierlijk ijzersmeedwerk en graniet. Toch wonen de Romanovs niet graag in hun paleizen. De honderden kamers en gangen zijn immers een ideaal jachtgebied voor sluipmoordenaars. De tsaar neerknallen of in de lucht doen vliegen wordt in de negentiende eeuw een geliefkoosde en succesvolle hobby voor anarchisten en andere revolutionairen. De heersers verbergen zich achter gigantische gevels en hectaren grote pleinen, perfecte manoeuvreerterreinen voor het leger om het opstandige volk met karabijn of blanke sabel neer te slaan. Poesjkin is een van de Decembristen die in 1825 de vuist balt en meer vrijheden eist. De leiders worden opgehangen, Poesjkin wordt verbannen. In 1905 sterven op 'Bloedige Zondag' honderden Peterburgers op het plein voor het Winterpaleis wanneer het leger als een gek op vreedzame betogers schiet.

Wanneer de bolsjewieken in oktober 1917 een machtsgreep plegen, stuikt de zes maanden oude democratie in elkaar. Kerenski vlucht, Nicolaas II en zijn familie worden in Jekaterinburg in de kelder van een huis geëxecuteerd, de Witte Legers verliezen de Burgeroorlog van het Rode Leger. De overwinnaars dompelen de stad in een ongeziene terreur en armoede. Sint-Petersburg wordt Petrograd en dan Leningrad. In het straatbeeld van de 'Wieg van de Proletarische Revolutie' verschijnen megalomane maar spuuglelijke woonmassieven van een allerarmzaligste kwaliteit. Sint-Petersburg wordt een antistad, volgestouwd met "alcoholistenplantsoentjes, tuchtcrèches, eetstallen en lege winkels". Straten heten nu Uitblinkersstraat, Stootarbeidersstraat en Enthousiastelingenprospekt. De nieuwe helden zijn kinderen die hun ouders aan de geheime politie uitleveren. Hans Boland laat geen steen staan van het Leningrad van de massamoordenaar Stalin. De enige zekerheden in het leven zijn angst en wantrouwen, de enige normen voor de architectuur kolossaliteit, symmetrie en fantasieloosheid. Het afgrijselijk lelijke Huis van de Sovjets? Een bom erop, roept Boland. En het Moskou Warenhuis? Het was het grootste ter wereld, en het leegste.

Drie eeuwen na de stichting van de stad gloort opnieuw hoop aan de weidse horizon waarachter Sint-Petersburg als een luchtspiegeling schittert. "Het sovjetsysteem was extreem corrupt en gewelddadig, en Sovjetrussen waren arm als de mieren. Het verschil (met 2003) was dat bloed en bedelaars er zo goed mogelijk voor het publiek verborgen werden gehouden. Wie niets wilde zien of horen, zag en hoorde niets. Dat kan nu niet meer." Daarom relativeert Boland de keerzijde van de kapitalistische hervormingen. Wie vandaag de Russische maffia in hun geblindeerde Mercedessen wil ontlopen, kan dat, maar aan het terreurapparaat van Stalin ontkwam zogoed als niemand. Vandaag staat de stad in de steigers. Trottoirs op boulevards krijgen prachtige tegels, ouwe troep wordt door kwaliteitsmateriaal vervangen, voor het eerst krijgen achterafstegen asfalt. En voor het eerst proeven de Peterburgers de zoetzure smaak van vrijheid en democratie. Ze wonen al in een van de mooiste steden van Europa. Hopelijk vergeten ze nooit bloemen te blijven leggen op het graf van Galina Starovoitova.

Joseph Pearce

Boland laat geen steen staan van het Leningrad van de massamoordenaar StalinSint-Petersburg is een openluchtmuseum van de literatuur zonder weerga, en Boland vertelt met grote innigheid de meest bijzondere anekdotes uit het vaak tragische leven van menig schrijver en schrijfster

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234