Vrijdag 19/08/2022

Een snelle wip? Dat komt dan op vijf gram goud

Zorg en Hoop, een klein vliegveld in het zuiden van hoofdstad Paramaribo, is de toegangspoort tot het binnenland van de Zuid-Amerikaanse republiek Suriname. Een onherbergzaam, ondoordringbaar gebied, door de conquistadores ooit op de kaart gezet als het mythische El Dorado. De uitlopers van het Braziliaanse Amazonewoud hebben 80 procent van deze voormalige Nederlandse kolonie - met nog altijd het Nederlands als enige officiële landstaal - volledig opgeslokt. Aleen met een boot of via de lucht geraak je er. Landen gebeurt op een van de vele onverharde landingsstroken die in de jaren zestig werden aangelegd.

Dagelijks maken gemiddeld 400 passagiers de oversteek van de enige stad van het land naar de jungle. De populairste bestemming is het goudzoekerskamp Benzdorp. Zes keer per week zet minstens één vlucht van het Surinaamse Gum Air koers naar dit dorp, 260 kilometer ten zuidoosten van Paramaribo.

Voor die vlucht vertrekt, heerst in het donkere magazijn van de vliegmaatschappij steevast een drukte van jewelste. Kruiers sjouwen met dieselgeneratoren, metaaldetectoren, kettingzagen en waterslangen: alles wat een goudzoeker nodig heeft. In de vertrekhal tref je niet alleen garimpeiro's aan, maar ook een groepje vrouwen met naaldhakken, hotpants en minieme truitjes. "Eu trabalho há", klinkt het kort, in het Portugees. "Ik werk daar."

SEKS OP KREDIET

Benzdorp was ooit een rustige nederzetting van slaven die erin geslaagd waren te ontsnappen van de plantages. Tot in 1885 op een goudader werd gestoten. Vandaag de dag zijn tussen 600 en 2.000 - veelal illegale - goudzoekers actief in het gebied, vooral uit Brazilië. Het aantal Braziliaanse migranten in Suriname wordt geschat op 10 procent van de totale bevolking. Dankzij het afwezige overheidsapparaat - er is zelfs geen permanent bemande politiepost - kunnen ze rustig hun gang gaan met hun graafmachines en het milieuvervuilende kwik.

Wie in een dorpswinkeltje probeert te betalen in Surinaamse dollar wordt uitgelachen. Winkeliers aanvaarden enkel euro's - Frans-Guyana en dus de Europese Unie zijn vlakbij - of liever nog goudkorrels. De recordprijs voor het edelmetaal op de beurzen, meer dan 30 euro voor een gram, heeft de prijzen in deze kleinschalige, op goud gebaseerde economie naar astronomische hoogtes gestuwd. Voor een blikje bier betaal je 0,3 gram goud (9 euro), 5 kilogram rijst kost 3,5 gram (115 euro). Elke winkel heeft een precisieweegschaal op de toonbank.

Rond de goudvelden ontstond, ook al dankzij de afwezige overheid, een enorme seksindustrie. Vele vrouwen werden hierheen gehaald door criminelen, zo meldt het 'Trafficking in Persons Report' van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Niemand heeft zicht op de netwerken: de enige ngo in Suriname die de vrouwen probeerde te helpen, moest de deuren sluiten wegens intimidatie, ernstige anonieme bedreigingen en tegenwerking vanuit het Surinaamse politiekorps.

De prostituees wordt voor hetzelfde werk als in de stad waardevast goud of euro's beloofd. Die zijn uiteraard veel geliefder dan de onlangs nog gedevalueerde Surinaamse dollar, die ze in Paramaribo zouden verdienen.

Om hoeveel vrouwen het precies gaat, weet niemand, wel dat het vooral dames uit de buurlanden Brazilië en Guyana zijn, die op verschillende manieren aan het werk worden gezet. Om te beginnen in clubs die hun klanten eten, drinken én prostituees aanbieden. Voor een snelle wip van een half uur tellen klanten - vooral goudzoekers, maar ook plaatselijke bewoners - 5 gram goud neer, een hele nacht seksueel plezier kost het dubbele. Op hun beurt betaalt elke prostituee wekelijks vijf gram goud voor kost en inwoning aan de clubeigenaars.

Daarnaast zijn er prostituees die werken volgens een systeem van 'seks op krediet'. Ze werken in dienst van een ploegbaas, die hen driemaandelijks een vast salaris van 100 gram goud betaalt. In ruil koken en poetsen ze, en hebben ze seks met een vaste goudzoeker, die in vaste dienst voor dezelfde ploegbaas werkt. Voor die diensten staat elke goudzoeker - per vrouw die hij neemt - 10 procent af van al het goud dat hij vindt. Enorm winstgevend, aangezien een goudzoeker die op een lucratieve ertsader stoot algauw een kilo per week bovenhaalt.

Er zijn ook vrouwenkampen. De meeste residenten zijn straatprostituees uit de stad, op zoek naar winstgevender werk. Ze huren er een hut - vaak niet meer dan een barak met een hangmat - voor 3 gram goud per week. Klanten betalen er ongeveer evenveel als in clubs: tot 5 gram voor een snelle wip, 10 gram voor een hele nacht. In de vrouwenkampen zijn vooral nieuwelingen heel begeerd, hun prijs ligt daardoor 2 tot 3 gram hoger.

VOOR DE KINDEREN

De Guyanese Janice (32) - groot, slank, een huid als ebbenhout - trekt regelmatig het Surinaamse binnenland in om te werken in een vrouwenkamp. We ontmoeten haar op haar kamertje in Diamond, een van de grootste bordelen van Paramaribo, en betalen het gangbare tarief: 150 Surinaamse dollar (31 euro). Hiervoor zou Janice in haar geboorteland, het armste land van Zuid-Amerika, gemiddeld een week lang moeten werken.

Voor het gesprek begint, doet ze haar kleren uit - "Zo krijgt mijn pooier geen argwaan" - en schakelt ze een klein televisietoestel aan. Het gekreun van pornoacteurs overstemt de conversatie. Op haar onderrug prijken in groene inkt de initialen van haar twee kinderen. "Ze wonen bij mijn moeder in Georgetown (de hoofdstad van Guyana, red.). Een vader hebben ze niet, om hun levensonderhoud te kunnen betalen koos ik er vijf jaar geleden voor naar het veel rijkere Suriname te verhuizen. Ik werkte toen al als prostituee. Een kennis uit dat wereldje bracht me in contact met iemand in Paramaribo. Ik kon meteen beginnen."

Met haar werk in het bordeel kan Janice doorgaans aardig rondkomen. De helft van het geld houdt ze zelf, de andere helft stuurt ze op. "Minstens één keer per jaar ben ik toch verplicht een maand lang naar de goudvelden te gaan. Wanneer het nieuwe schooljaar begint en mijn kinderen allerlei spullen moeten kopen. Of laatst, toen een van hen een arm had gebroken en naar het ziekenhuis moest."

"Het gebeurt vaak dat een klant weigert een condoom te gebruiken, of dat hij achteraf plotseling niet wil betalen. Ik ben ook al eens in elkaar getimmerd omdat ik het niet zonder condoom wou doen. Op zo'n moment sta je machteloos, zo goed als alle goudzoekers lopen gewapend rond. Het enige wat je kunt doen, is het zo snel mogelijk proberen te vergeten. Je hoeft niet te rekenen op steun van de andere vrouwen. De sfeer is enorm vijandig, iedereen snoept voortdurend klanten van anderen af."

Waarom ze dan toch naar het binnenland blijft gaan? "Het goud dat ik daar verdien, is mij het nemen van al die risico's waard", zegt Janice. "Vooral als ik bedenk dat het geld naar mijn kinderen gaat."

VROUWEN, DRUGS, WAPENS

"De verhalen van de meisjes beginnen meestal in de stad", vertelt Tania Kambel-Codrington (37). De Surinaamse werkte meer dan tien jaar voor de Stichting Maxi Linde, de enige ngo die veldwerk deed voor prostituees in Suriname. "Vele buitenlandse vrouwen, vooral Braziliaanse, komen eerst in een van de vele clubs in Paramaribo terecht. Daarvan zijn er ongeveer 40. Het verloop is groot, en op zoek naar het grote geld trekken velen naar de goudvelden. Van hun collega's horen ze verhalen over hoeveel daar te verdienen valt."

De meeste clubs in de stad zijn gereglementeerd. Vergunningen worden pas verstrekt nadat de vrouwen zich hebben geregistreerd bij de vreemdelingenpolitie, en ze moeten zich tweewekelijks laten controleren op soa's. Toch verdraagt volgens Tania Kambel-Codrington niet alles het daglicht: "De meisjes worden naar Suriname gevlogen op kosten van de clubeigenaars. Je hoeft maar naar de luchthaven te gaan wanneer een vlucht uit Belém landt. Je ziet ze met tientallen tegelijk uitstappen."

Daardoor beginnen de sekswerkers hun baan in Suriname met een schuld bij hun clubeigenaar, die ze eerst moeten aflossen. De vrouwen gebruiken hun kamer in het bordeel meestal als vaste verblijfplaats, waarvoor hen nog eens extra huurkosten worden aangerekend. Het zijn allemaal incentives om het lucratieve binnenland in te trekken. "Welk bedrag hen bij aankomst wordt aangerekend, hebben we nooit kunnen achterhalen", zegt Kambel-Codrington. "Al wat we weten, is dat het om meerdere duizenden dollars gaat."

Het is onduidelijk wie de vrouwen ronselt en hierheen brengt. "We zouden dat heel graag weten, maar we zijn niet vaak aanwezig in het uitgestrekte binnenland", vertelt Dena Brownlow, eerste secretaris op de Amerikaanse ambassade in Paramaribo. "Er zijn nu eenmaal weinig of geen Amerikaanse staatsburgers bij betrokken." Brownlow was een van de auteurs van het TIP-report.

Brownlow: "Er zijn twee hoofdredenen waarom de Amerikaanse overheid wereldwijd mensensmokkel onderzoekt. In de eerste plaats omdat het een schending is van de mensenrechten. Daarnaast omdat het ook van belang is voor de nationale veiligheid van Amerika. Mensenhandel gebeurt via dezelfde routes waarlangs ook drugs en wapens worden verhandeld."

De Braziliaanse ambassade blijkt wél meer te weten, ook al wil de attaché van de Braziliaanse federale politie enkel per e-mail reageren: "Naar schatting 75.000 vrouwen werken in het buitenland als prostituee, vooral in Suriname, Spanje, Portugal, Italië, Zwitserland, Venezuela en Frans-Guyana. Vorig jaar alleen al opende de federale politie wereldwijd 78 onderzoeken, wat het totale aantal dossiers in twintig jaar tijd op 867 brengt. Braziliaanse meisjes worden gerekruteerd door kleine groeperingen. Ze spreken hen aan op openbare plekken, zoals in bars, restaurants of stadsparken. Vrouwen die daarop zelf ook vriendinnen of andere kennissen ronselen, krijgen een extra financiële beloning. De slachtoffers worden bovendien zorgvuldig uitgekozen. Gemiddeld genomen zijn het alleenstaande moeders van amper twintig jaar jong, met een verleden van prostitutie en huiselijk geweld."

LEK ALS EEN ZEEF

Opvallend in het contact met zowel de Amerikaanse als de Braziliaanse diplomatieke vertegenwoordiging is dat ze allebei ongevraagd benadrukken hoe doeltreffend hun samenwerking met het Surinaamse justitieapparaat verloopt. "Suriname heeft een hoge graad van vervolging", zegt Brownlow. "De justitiële diensten werken snel en accuraat, daders van mensensmokkel worden wel degelijk vervolgd."

In de e-mail van de Braziliaanse attaché wordt dat: "Zowel op politiek als diplomatiek gebied werken wij nauw samen met de Surinaamse autoriteiten. De oprichting van de werkgroep 'consulaire en migrantenzaken' in 2010 heeft gezorgd voor permanent contact tussen beide landen op dit beleidsgebied."

Tania Kambel-Codrington is niet onder de indruk van de diplomatieke taal. Volgens haar is het net de Surinaamse politie die informatie doorsluist naar het criminele milieu: "Regelmatig werd bij ons ingebroken, waarbij telkens computers werden gestolen of vernield. Het is gebeurd dat we enkele minuten nadat we de politie hadden gebeld om een diefstal aan te geven een anoniem telefoontje kregen waarin ons werd gezegd dat we beter de deur niet konden openen voor de politiepatrouille."

De Braziliaanse ambassade startte in 2009 een intern onderzoek naar lekken. "De ambassadeur heeft ons toen persoonlijk beloofd dat al het personeel op de diplomatieke post zou worden gescreend", zegt Kambel-Codrington. "Om lekken te voorkomen sprak in de stichting niemand over waar hij mee bezig was, zeker niet tegen collega's met agenten in de familie." Uiteindelijk werd alle veldwerk eind 2009, na vijftien jaar, stopgezet. "We werden overspoeld met anonieme dreigtelefoontjes. Een Nederlandse stagiaire die een taxibedrijf belde, kreeg te horen 'dat ze er maar beter mee kon stoppen'. Dezelfde week nog zat ze op het vliegtuig terug naar Amsterdam. Kortom, we konden de veiligheid van ons personeel niet meer garanderen. Telkens als we bij een bepaald onderzoek voor een doorbraak kwamen te staan, kon je er donder op zeggen dat er nieuwe intimidaties of inbraken zaten aan te komen. En effectief: keer op keer gebeurde het."

De luttele maatregelen die Suriname nam, helpen weinig. Dankzij een donatie van de Amerikaanse ambassade beschikt Suriname sinds juni vorig jaar over een centraal meldpunt. Daar kan iedereen 24 uur per dag anoniem aangifte doen bij de politie. Bij de meldkamer werken vier telefonistes. Veel werk hebben die nog niet gehad, geeft ook het politiekorps toe. Begin dit jaar moesten televisiespotjes de meldkamer nog eens onder de aandacht brengen. Geen enkele werd echter in het Portugees uitgezonden.

De laatste keer dat de Surinaamse overheid met de spierballen rolde, was in 2008. Toen liet Chandrikapersad Santokhi, de vorige minister van Justitie, een cohort militairen en soldaten uitrukken naar Benzdorp. Illegale goudzoekers en prostituees werden gearresteerd en uitgewezen, volledige kampen van garimpeiro's werden in de as gelegd. Zonder veel effect: na enkele maanden stonden de nederzettingen er terug. De huidige regering, sinds augustus 2010 onder leiding van de omstreden Desi Bouterse - verdacht van de moord op vijftien oppositieleden tijdens zijn militaire bewind in 1982 - probeert het nu over een andere boeg te gooien. Er is een 'commissie goudordening' opgericht, die zelf het binnenland in trekt om de goudzoekers, winkeliers en prostituees in kaart te brengen. Een grootschalige actie, waarvan nu nog niet gezegd kan worden of die effectief vruchten afwerpt.

Intussen heeft het fonkelende goud nog lang niet ingeboet aan aantrekkingskracht. "Integendeel, er is zelfs steeds minder straatprostitutie in Paramaribo", merkt Kambel-Codrington. "Alle meisjes trekken naar het binnenland. Zolang het goud daar voor het oprapen ligt, vallen er zaakjes te doen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234