Vrijdag 30/09/2022

Een stad is een stopcontact

Essays van Willem Koerse over de stad

Eric Min

Willem Koerse, filosoof en docent aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, brengt in De grenzeloze stad acht essays samen over een thema dat hem na aan het hart ligt: de alomtegenwoordigheid van de grote stad en de invloed daarvan op het samenleven van haar bewoners. Een afgeronde, bruikbare theorie moet de lezer niet verwachten. Koerse treedt graag en met veel nadruk in de voetsporen van een 'gelegenheidsfilosoof' als Günther Anders die het fragment boven de eenheid verkiest en zich liever door de dingen van elke dag laat leiden dan door de canons van de officiële wijsbegeerte. Ook Koerse haalt zijn mosterd eerder bij - en ik doe een willekeurige greep - de VPRO-Gids, Proust, een stuk in NRC-Handelsblad, de dagboeken van Witold Gombrowicz of een Franse televisieserie over het leven van dorpelingen in vergeten gebieden.

Al dat grazen op de postmoderne wei levert frisse inzichten op, bijvoorbeeld over het tijdstip waarop de reportage over de afgelegen dorpen werd uitgezonden: op de dag en het uur dat voorbehouden is voor exotische natuurdocumentaires of programma's over indianenstammen in het Amazonegebied. Toch kunnen de gedachtensprongen, het citeren van citaten en het opzettelijk onaffe karakter van Koerses discours een gevoel van vrijblijvendheid niet wegnemen. Filosofen horen in kringetjes rond het voorwerp van hun denken te cirkelen, ze mogen in herhaling vallen en het is hun goede recht om een gedachte om en om te draaien, als een kleuter die een mooie steen opraapt en aan alle kanten bekijkt voor hij hem in zijn zak steekt. Als de inhoud (het 'netto uitgelekt gewicht' van het etiket op de bokaal augurken) echter te licht uitvalt, lijkt het gewild fragmentaire denken geen programmatorische ingreep maar een zwak excuus voor iets als oppervlakkigheid.

Voor Koerse is de stad een olievlek die langzaam maar zeker de rest van de wereld in haar greep krijgt. Ze fascineert en stoot af. De aanwezigheid van talloze onbekende anderen, grootse bouwwerken, beweging, de georganiseerde afhankelijkheid van het georganiseerde, de toegang tot comfort... allemaal zijn het urbane fenomenen. Ook wie nog op het zogenaamde platteland woont is al aangesloten op stedelijke netwerken. Langs communicatiekanalen en verkeerswisselaars sluipt de metropool bij iedereen naar binnen: "de stad lijkt, zo gezien, op een ingewikkeld stopcontact waar allerlei soorten stekkers op aangesloten kunnen worden". Die uitbreiding van het begrip 'grenzeloze stad' is problematisch: als de stadscultuur transportabel is en het stedelijke alomtegenwoordig, kan niemand er zich nog aan onttrekken en dan verwacht ik ook daarover een vertoog, met argumenten en bedenkingen. Dat komt er niet. Koerse bijt zich vast in de clichés van de duistere metropool (anonimiteit, het verdwijnen van de buurt, opdringerig gedruis...) en draagt zelf ook alleen suggesties aan om de stad weer leefbaar te maken.

Zo tovert hij op pagina 71 het volgende, enigzins bestorven konijn uit zijn hoed: oude stadsdelen mogen niet gemonumentaliseerd worden maar kunnen een nieuwe functie krijgen, de snelheid van onze verplaatsingen moet naar omlaag, tijd en tastzin en de ontvankelijkheid voor geuren moeten weer hun plaats krijgen, 'echte' nabijheid zal de plaats innemen van het oppervlakkige hollen. Het is allemaal ongelooflijk waar en al even oorverdovend banaal. De stadsmens die niets meer weet van de natuur en zich naar binnen keert in een huis als op een eiland, het oprukken van een 'samenloze' samenleving waarin het tussenmenselijke verloren gaat, de teloorgang van het rustige en geduldige wonen op één plek als gevolg van een losgeslagen mobiliteit... niets wordt ons bespaard. Nu en dan haalt Koerse de grote kanonnen van stal: Illich, Marx, Gombrowicz, Buber, Marcel, Lévi-Strauss. Het is jammer dat hij voorbijgaat aan een auteur als Paul Virilio, die heel wat behartigenswaardigs geschreven heeft over de stad als stopcontact - het zou Koerse en zijn lezers veel overbodige bladzijden hebben bespaard.

Toch kan de filosoof af en toe behoorlijk genuanceerd uit de hoek komen. Een voorbeeld: onze relaties zijn misschien oppervlakkig omdat ze te weinig tijd nemen of krijgen, maar vroeger en in andere samenlevingsvormen (op het goede oude platteland, bijvoorbeeld) zal er wel te veel tijd geweest zijn, met een verstikkende sociale controle en heel wat vervelende formele contacten als gevolg. Dat klopt. En natuurlijk heeft Koerse vaak gewoon gelijk.

Het essay 'De stad en de mobiliteit' is misschien wel een goede staalkaart van zijn denken. Tussen de algemeenheden en het gedoemdenk (de 'grootschalige ecologische ramp' hangt weerom in de lucht, de massatoeristen zijn zonder uitzondering oenen) krijg je een vrij consistent verhaal dat gestoffeerd wordt met fraaie passages over Flauberts reis door Bretagne, de snelwegvakantie van Julio Cortázar en de negentien verschillende dialecten in het oude Amsterdam. Maar het mag allemaal iets méér zijn, of iets minder. Wat moet ik met een conclusie als deze: "Een feit is dat de sterk toegenomen mobiliteit - onlosmakelijk verbonden met het stedelijke leven - een grote invloed heeft op onze wijze van samenleven. Tegenover een houding 'dat overkomt ons nu eenmaal' lijkt me een nadenken over de gevolgen heel wenselijk, ja zelfs noodzakelijk"? Ik zou zeggen: doén, nu meteen.

De essays uit De grenzeloze stad vallen immers veel te licht uit. Mythes als snelheid, dynamisme, stedelijkheid en permanente bereikbaarheid (GSM-bezitters hangen aan een 'akoestische lijn', meldingsplicht inbegrepen) ga je niet te lijf met andere mythes of vaag gefilosofeer maar met argumenten. Of met een stevige dosis ironie natuurlijk, maar daarvoor moet je ook al niet bij Willem Koerse zijn.

Willem Koerse, De grenzeloze stad. Filosoferen over mensen, stad en tijd, Toth, Bussum, 160p., 650 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234