Dinsdag 27/09/2022

Een stoorzender

Michel Houellebecq, makelaar in pessimisme

op reis

Een portret door Dirk Leyman

Je zou het dat schriel en ziekelijk ogende mannetje met het gekliste blonde haar, de Silk Cut-sigaretten en de foute kleren niet direct nageven. Maar als één Franse auteur er de voorbije jaren in geslaagd is voortdurend in the picture te blijven, dan wel Michel Houellebecq (°1958). Houellebecq, sinds kort ook popzanger, erotisch filmer en landschapsfotograaf, overleeft moeiteloos de doorgedreven hype rond zijn persoon. De multimediale eenmansfirma, zoals Der Spiegel hem onlangs noemde, verkeert in blakende gezondheid. Van H.P. Lovecraft, contre le monde, contre la vie tot Lanzarote: Michel Houellebecq blijft consistent handelen in heilloos pessimisme.

Michel Houellebecq

Lanzarote (Au milieu du monde)

tekstboek 90 pagina's + fotoboek Flammarion, ongeveer 900 frank Het boek verschijnt begin september in Nederlandse vertaling bij De Arbeiderspers.

Toch schuilt er wel degelijk een hart in Michel Houellebecq. Van zijn vriend-auteur Frédéric Beigbeder weten we dat hij eindeloos kan luisteren naar de platen van Neil Young en tranen met tuiten weent als hij een slow van de Moody Blues hoort, "omdat alle jongens en meisjes op dit nummer slowden, maar hij alleen achterbleef en niemand had om mee te praten. Omdat hij lelijk was." Beigbeder weet ook dat de dag van zijn huwelijk met zijn tweede vrouw Marie-Pierre, vlak voor het verschijnen van Elementaire deeltjes, een van de weinige momenten was waarop Michel er gelukkig uitzag. Wat wil je voor een auteur die in zijn essaybundel Rester vivant al methodisch neerschreef: "De wereld is vol van lijden. (...) Elk lijden is goed. Elk lijden is nuttig. Elk lijden werpt zijn vruchten af. Elk lijden is een wereld op zich."

Op een feelgood strandverhaal waren we dus niet voorzien toen we zijn nieuwe novelle over het Canarische eiland Lanzarote onder ogen kregen. Sommige lezers van het damesblad Elle, die het verhaal in avant-première bij hun blad vonden, moeten zich een hoedje hebben geschrokken.

In Lanzarote gaat Houellebecq vrijmoedig op zijn apocalyptisch elan door en dient hij een wel heel bittere combinatie van sea, sex and sun op. Deze grimmige parabel, met in de sterrollen twee Duitse lesbiennes en een Belgische pedofiele politieman, levert Houellebecq alweer geen lauwerkrans voor politieke correctheid op. Met snijdend cynisme en sardonisch genoegen sloopt de Franse literaire stoorzender opnieuw een heleboel heilige huisjes en schuwen de personages de reactionaire praatjes niet. Franse hermetische dichters, Europese toeristenhorden, discipelen van de Guide du Routard en vooral Belgen zijn de voornaamste, maar verre van enige schietschijven van Houellebecqs pikzwart verpakte humor.

In de smetteloos witte box waarin Lanzarote vrij luxueus is uitgegeven, treffen we ook een fotoboek aan. Daarin legt Houellebecq - als contrapunt, zo lijkt het wel - de bevreemdende maanlandschappen op Lanzarote nauwkeurig en, jawel, met veel warmte vast. De danteske schoonheid van het vulkanische eiland moet de schrijver-fotograaf uitstekend zijn bevallen. Die omlijsting zorgt er mede voor dat Lanzarote veel meer is dan een voetnoot bij Elementaire deeltjes. De novelle vloeit met een ijzeren logica uit al zijn voorgaand werk voort.

Want in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kwam het apocalyptisch en soms Schopenhaueriaans getint pessimisme van Houellebecq met Elementaire deeltjes niet uit de lucht vallen. Houellebecqs schrijverschap is verbazend consistent en de auteur gaat vanaf zijn eerste geschriften heel programmatisch en doordacht te werk. Niet toevallig pleitte het Franse magazine Les Inrockuptibles, dat Houellebecq altijd door dik en dun heeft verdedigd, voor de opname van het woord "houllebecqiaans" in de Larousse: "wordt gezegd van een bepaalde staat van sociale ellende aan het eind van de twintigste eeuw, zoals in de ironische en tegelijk wanhopige toon van de teksten van Michel Houellebecq. Zich Houellebecqiaans voelen: neigen tot zelfmoord maar eraan ontsnappen door te lachen."

Al ruim tien jaar pepert Houellebecq ons in dat leven doffe ellende is én dat ongeremde seksuele vrijheid, individualisme, materialisme en de uitwassen van het kapitalisme de westerse samenleving voorgoed doen desintegreren en laten versplinteren tot 'elementaire deeltjes'. Niettemin vindt Houellebecq er geen graten in om na het monstersucces van Elementaire deeltjes de verguisde wetten van de marketing subtiel naar zijn hand te zetten. De stroper die boswachter wordt: het is ook in de literatuur vaste prik.

Houellebecq diversifieerde met gemak zijn media-aanbod. In Frankrijk was er meer belangstelling voor zijn met topproducer Bertrand Burgalat in elkaar geflikte cd Présence humaine en de voor Canal Plus met amateur-actrices gemaakte erotische film dan voor Lanzarote. "Wanneer kunnen we de shampoo Houellebecq® verwachten?" vroeg Les Inrockuptibles zich af.

Houellebecq, van opleiding agronoom en een tijdlang als informaticus werkzaam in de Franse Assemblée Nationale, is als schrijver een laatbloeier. In 1985 vinden een paar van zijn laconieke gedichten een onderkomen in de Nouvelle Revue de Paris, maar Houellebecq krijgt met zijn droefgeestige en provocerende poëtica niet meteen aansluiting bij de bevoorrechte Parijse schrijverskolonies. In Rester vivant (ondertitel: méthode) definieert hij zijn schrijfcredo: "Vanaf het moment dat je bij het publiek een mengeling van medelijden, minachting en misprijzen weet op te wekken, weet je dat je goed zit. Pas dan kun je beginnen te schrijven."

Op zijn drieëndertigste publiceert hij een onderschat biografisch essay over de Amerikaanse fantastische schrijver H.P. Lovecraft: Lovecraft. Contre le monde, contre la vie (1991). Hij beschouwt het zelf als een 'soort eerste roman'. Houellebecq - frequent depressief - toont veel sympathie voor de bizarre aandoeningen waaraan de schrijver leed. Bijna visionair noteert Houellebecq: "Howard Philips Lovecraft is het perfecte voorbeeld van iemand wiens eigen leven fout loopt, maar die toch slaagt in de schrijverij. Al valt dit laatste resultaat natuurlijk niet te garanderen." Even lapidair vat Houellebecq zijn wereldbeeld in de beginzin van Lovecraft samen: "Het leven is pijnlijk en teleurstellend."

In zijn poëziebundel La poursuite du bonheur (1991) - de titel alleen al - neigt Houellebecq eerder naar het proza en valt de grondtoon makkelijk te achterhalen: "Il y a quelque chose de mort au fond de moi / Une vague nécrose une absence de joie / Je transporte avec moi une parcelle d'hiver / Au milieu de Paris, je vis comme au désert". Kurkdroog fulmineert Houellebecq tegen de natuur, die hij net als Baudelaire, hartgrondig haat: "Car la nature est laide, ennuyeuse et hostile / Elle n'a aucun message à transmettre aux humains". Liever observeert hij toegewijd het stadsleven, waarbij vooral de hypermarché zijn verbeelding prikkelt.

Pas met zijn misantropische romandebuut De wereld als markt en strijd (1994), waarin het milieu van uitgebluste IT'ers genadeloos gefileerd wordt, vond Houellebecq eindelijk lezers. Haast triomfantelijk werd hij als maatschappijkritisch cultauteur ingehaald. Even nog drukte de Franse intelligentsia de spichtige Houellebecq nietsvermoedend aan de borst. Met Elementaire deeltjes (1998) sloeg de stemming abrupt om. In de herfst van 1998 moest Houellebecq door weldenkend links haastig in een bufferzone worden geplaatst. Het was ook een wel erg grote steen die hij in de Franse literaire kikkerpoel had gekeild. De slonzige antiheld Houellebecq (meest geciteerde uitspraak: "j'en ai marre") speelde vervolgens in interviews afwisselend de balorige rechtse knorpot en de scherpzinnige cultuurpessimist. Maar had Houellebecq wel een ideologie, behalve zijn ondergangsprofetieën? Zijn dubbelzinnige reactionaire uitlatingen spoorden toch wel heel vlot met die van zijn personages?

Zo flagrant en brutaal had nog nooit iemand de zelfgenoegzaamheid van de soixante-huitards van de tafel gemaaid. Zo haarscherp en misogyn als in dit portret van de twee halfbroers Bruno en Michel had geen enkele Franse auteur het failliet van de menselijke seksuele eenzaamheid eind twintigste eeuw geschetst. De kinderen van dezelfde weinig zorgzame hippiemoeder leiden een leven dat tot mislukken is gedoemd: zowel voor de frustraat Bruno, die seks het enige nastrevenswaardige vindt, als voor Michel, de contactgestoorde moleculair bioloog, is de tristesse onomkeerbaar. Zo apocalyptisch en zo provocerend hadden we sinds Céline geen Franse roman meer gelezen. Gelardeerd met wetenschappelijke fragmenten uit de kwantummechanica en de biotechnologie, en voorzien van haast pornografische passages (kenners herinneren zich de intussen klassiek geworden jacuzzi-scène), was dit een ambitieus en geladen boek, een filosofische ideeënroman die erom schreeuwde verkeerd begrepen te worden. Houellebecq lijkt aan het eind voluit de kaart van de eugenetica en het klonen van mensen te trekken. "Dit boek is opgedragen aan de mensheid," zo staat er pathetisch. Houellebecq heeft het tenslotte voldoende benadrukt: "Volgens mijn esthetica is het noodzakelijk dat eerst de horreur zich ten volle manifesteert, vooraleer het medelijden enige betekenis kan krijgen." (Lire, 1998)

In Lanzarote wordt de kelk dus weer tot op de bodem geledigd. De ontluistering van de menselijke soort, gedreven door tomeloze 'begeerte', is totaal, want zo staat het in het voorbericht: "De wereld is van gemiddeld formaat." De fans kunnen heel gerust zijn: Lanzarote levert het overtuigende bewijs dat Houellebecq niets aan scherpte heeft ingeboet. Hij weet hoe hij de lezer bij de kraag moet vatten en toont zich in de beginsequens opnieuw van zijn venijnigste kant.

Vlak voor Kerstmis 1999 stapt een vrijgezel van een jaar of veertig een reisagentschap binnen, zonder een pasklare bestemming in het achterhoofd, puur kwestie van de sleur te doorbreken. Het personeel van dienst, "een brunette met een etnische blouse, een piercing in de linkerneusvleugel en met hennep gekleurd haar" vraagt: "Kan ik u helpen?" Waarop de verteller bedenkt: "Neen, ze kon me niet helpen. Niemand kon me helpen. Het enige wat ik wilde, was terug naar huis gaan pour me gratter les couilles, terwijl ik in de catalogi van vakantieclubs en -hotels bladerde; maar ze was het gesprek begonnen, en ik zag geen mogelijkheid om er nog onderuit te komen."

Uiteindelijk laat hij zich door de handige verkoopster een reis naar Lanzarote in de maag splitsen, nadat eerst Senegal een alternatief leek ("Senegal, waarom niet? Het schijnt dat het prestige van een blanke in West-Afrika nog steeds groot is. Het volstond naar de disco te gaan om met een nana naar je bungalow terug te keren. Maar welbeschouwd had ik geen zin om te neuken"). Dan maar Lanzarote: "Niet opwindend, maar acceptabel, misschien net acceptabel (...) Al kan in het segment van de crazy-techno afternoons Lanzarote moeilijk concurreren met Korfoe of Ibiza. Zelfs het groene of culturele toerisme is er onmogelijk." Het "martiaans" landschap van Lanzarote, een Canarisch eiland van amper 60 bij 20 kilometer, is immers aangevreten door de oceaan en werd tussen 1730 en 1732 door een vulkaanuitbarsting verwoest (zoals Houellebecq in een bijlage tot in de details documenteert).

"De toeristische attracties op Lanzarote zijn weinig talrijk: eigenlijk zijn het er slechts twee," stelt Houellebecq vast. "Beroofd van zijn Guide du Routard riskeert de modale Franse toerist op Lanzarote al gauw in de grootst mogelijke verveling te verzeilen." Wat rest? Alleen het statische vermaak van een paar groepsuitstappen, waarbij - dat spreekt voor zich - de medereizigers nauwelijks te pruimen zijn.

Behalve misschien de twee "niet-exclusieve" Duitse lesbiennes Pam en Barbara, die de verteller al gauw zonder veel pudeur laten deelnemen aan hun seksuele strandspelen. Maar of het uit compassie is dat ook de Brussels-Luxemburgse politieman en zielenpoot Rudi op belangstelling kan rekenen? Daartoe schept de ikpersoon te heimelijk plezier in de miserabele toestand van Rudi: "zijn bestaan leek me heel dicht bij de totale menselijke catastrofe". Met hangbuik, snor en zwarte bril is Rudi op Lanzarote het wandelende cliché van de pedofiel. Hij raakt niet uitgepraat over de verloedering van Brussel: "Na Londen is Brussel nu het toevluchtsoord van terroristen" en lust de Belgen rauw: "Belgen zijn scatologische en perverse wezens, die niets liever doen dan zich in hun eigen vernedering rondwentelen. Voor mij is België een land dat nooit had mogen bestaan."

Niet toevallig is Rudi's privé-leven een puinhoop: hij is door zijn Marokkaanse vrouw in de steek gelaten, van zijn twee kinderen is geen spoor meer. Zij heeft zich bekeerd "tot de monsterlijke en retrograde oplossingen van de islam". Rudi vertoont enige verwantschap met Bruno uit Elementaire deeltjes. Houellebecq laat hem subtiel contrasteren met de verteller, die afstandelijker en zonder veel verwachtingen zijn seksuele appetijt wil stillen. Dat culmineert in een duivels tafereel, waarin Rudi mag toekijken hoe de ikpersoon ligt te rollebollen met Pam en Barbara: in elk opzicht het hoogtepunt én tegelijk het scharniermoment van de novelle.

De volgende dag is er van Rudi geen spoor meer. In een achtergelaten brief verklaart hij zich te hebben aangesloten bij de, overigens echt bestaande, sekte van de religion azraélienne, die op Lanzarote haar hoofdkwartier heeft. De sekte decreteert het bestaan van buitenaardse wezens, maar stelt ook "masturbatie" voorop als "eerste steen van een nieuwe sensuele catechismus" en streeft de "onsterfelijkheid" van mensen door kloning na.

Onschuldig is het allemaal niet, zo zal snel blijken. Rudi wordt een paar maanden later door de Belgische politie aangehouden op verdenking van pedofilie met een elfjarige Marokkaanse. "Klaarblijkelijk heeft Rudi nooit geluk gehad met Marokkanen," besluit de verteller droogjes.

Houellebecq ontmantelt in Lanzarote elke hoop en moraliseert er afwisselend somber en vrolijk op los. Wie zich vertwijfeld in de armen gooit van valse meesters en groepsatavisme wordt gestraft. Maar ook de ikpersoon, een Jan Modaal die zijn seksuele driften beter weet te besteden maar gevoelsmatig kil en beredeneerd is, belandt in een doodlopend straatje. De onvolkomenheid van het menselijk bestaan en het debacle van een gamma van seksuele verlangens druipen dan ook van de pagina's. Bij zijn terugkeer in Parijs maakt de ikpersoon de balans op: "In Parijs was het koud, de dingen waren heel gewoon, gewoon onaangenaam. (...) Iedereen kent zijn leven, en de uitkomst ervan. Ik moest maar eens opnieuw wennen aan de winter, die maar niet scheen te willen eindigen; net als die hele twintigste eeuw. (...) Diep in mijn hart begreep ik de keuze van Rudi. Maar op één punt had hij het wel degelijk mis: men kan best verder zonder iets van het leven te verwachten. Het is de meest voorkomende situatie. De mensen blijven het liefst thuis en ze verheugen zich erop dat hun telefoon nooit rinkelt; en als hij rinkelt, dan laten ze liefst het antwoordapparaat ingeschakeld. Geen nieuws, goed nieuws. Zo zijn mensen welbeschouwd; en ik ook."

Houellebecqs personages zijn op de vlucht voor een diepgaande verveling, voor een embarras du choix. Ze zappen zich lusteloos door het leven. Het teveel van de westerse samenleving leidt tot afstomping en tot de schutkleur van de banaliteit, waaronder de seksuele ellende als een gapende wonde ligt te etteren. In nauwelijks negentig pagina's wordt het messcherp aan de orde gesteld. Lanzarote mag dan al een variatie zijn op alle thema's die Houellebecq bezighouden, de novelle valt niet af te wimpelen als een gezapig tussendoortje. Daarvoor zijn het gekanker en de kurkdroge humor te goed in evenwicht gehouden en is alles met de juiste distantie en in de juiste stijlregisters geschreven.

Rest nog één vraag: is Michel Houellebecq nu een reactionair of niet? Hijzelf pleit alvast onschuldig: "Tenslotte mogen mijn romanpersonages alles zeggen."

Dirk Leyman

Website Les Amis de Michel Houellebecq: http://www.multimania.com/houellebecq

Het debat over Elementaire deeltjes: http://www.users.skynet.be/bs137692 /AffaireHouellebecq.htm

Franse hermetische dichters, Europese toeristenhorden, discipelen van de Guide du Routard en vooral Belgen zijn de voornaamste, maar verre van enige schietschijven van Houellebecqs pikzwart verpakte humor

Houellebecqs personages zijn op de vlucht voor een diepgaande verveling, voor een embarras du choix. Ze zappen zich lusteloos door het leven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234