Donderdag 29/09/2022

Een taalbad met de liefde als leermeester

Palestijnen en Israëli's zet je niet in één klas, maar voor de rest gaat het voorbeeldig tussen de 79 verschillende nationaliteiten die in Leuven een stoomcursus Nederlands volgen. Een reportage over waterzooi, meisjes in het hooi en Het Belgisch labyrint van Geert van Istendael. 'Dierbaar, is dat een soort dier?'

Leuven / Van onze medewerker

Jan Bosteels

Sinds begin augustus volgen 370 anderstaligen een intensieve zomercursus Nederlands aan het Instituut voor Levende Talen (ILT) in Leuven. Vorig jaar werden er voor het eerst meer dan 300 studenten ingeschreven. Nog nooit was de toeloop zo groot. Over vijf niveaus van bekwaamheid gespreid worden 21 groepen van elk ongeveer zeventien studenten gedurende een maand in een taalbad gegooid. Samen zijn ze goed voor zeker 79 verschillende nationaliteiten.

De zomercursus vormt de weerspiegeling van een wereld in beweging, zegt Annie van Avermaet, lesgeefster sinds het eerste uur (de intensieve cursus bestaat al sinds 1967) en nu directrice van het instituut. "In 1967 kwamen er vooral veel Duitsers en Indonesiërs, later volgden de Chinezen en toen de Koerden. Nu zijn steeds meer studenten uit het voormalige Oostblok afkomstig." De motivatie is zeer uiteenlopend: sommige cursisten willen een opleiding in het Nederlands beginnen, anderen worden door hun bedrijf of ambassade gestuurd. Vaak is de liefde ook een motor en wil de cursist vlotter kunnen praten met zijn of haar Belgische vriend(in).

Maar ontstaan er soms geen wrijvingen tussen die verschillende nationaliteiten? Van Avermaet: "Ik probeer wel te vermijden dat er Palestijnen en Israëli's in dezelfde klas zitten, idem voor Koerden en Turken. Al lukt dat niet altijd. Soms is het nog moeilijker: zo hadden we eens twee Iraanse meisjes die geen mannelijke leraar wilden en die alleen met hun vrouwelijke medeleerlingen wilden samenwerken. Ik probeer met zoveel mogelijk wensen rekening te houden, maar het moet werkbaar blijven."

In de leslokalen is er van etnische of culturele spanningen niets te merken, integendeel. Vol goede moed oefenen Egyptenaren, zij aan zij met Chinezen, Litouwers, Koreanen, Rwandezen en 74 andere nationaliteiten de mondspieren voor de uitspraak van de eerste Nederlandse woordjes: teen, weer, bord, deur. Na slechts een paar dagen lezen de studenten van het eerste niveau al hardop korte zinnetjes voor uit een tekst over België. De cursusleidster bedient zich af en toe nog van het Engels om iets uit te leggen. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat de cursisten toch een minimale kennis van het Engels hebben, maar absoluut noodzakelijk is dat niet. Wel moeten de studenten minstens achttien zijn en tien jaar hogere studies achter de rug hebben. Nadia uit het Iraakse Bagdad begrijpt bijvoorbeeld al Nederlands na anderhalf jaar Vlaanderen, maar wil na de zomer aan een tandartsenopleiding beginnen. En ze wil ook haar vijftienjarige dochter kunnen helpen die naar een Nederlandstalige school gaat.

Op de eerste verdieping van het ILT schalt Raymond van het Groenewouds 'Vlaanderen Boven' uit de luidsprekers. De studenten van het vijfde niveau blijken goed in staat om woordspelingen en zelfs neologismen en ouderwetse woorden te vatten. En ze maken kennis met de ironische manier waarop een Vlaming naar zijn medeburgers kijkt. Maar hoe kijken ze er zelf naar? 'Waar de buiken omvangrijk zijn': dat komt door het bier, weten ze. Een meisje kan zelfs de afkorting AVV/VVK verklaren, al wordt er eerst gegokt dat de K voor koning staat. Met 'schroef' en 'vijs' worden de studenten spelenderwijs op het verschil tussen Vlaams en Nederlands gewezen, maar 'waar een pik een houweel is' blijft toch net iets te weerbarstig voor de verst gevorderde groep, zelfs al heeft een meerderheid een Belgisch lief. De liefde wordt hier kennelijk in het Vlaams bedreven. Na een uitweiding over waterzooi en meisjes in het hooi is het tijd voor wat serieuzer werk: het beginfragment van Geert van Istendaels Het Belgisch labyrint.

"Dierbaar, is dat een soort dier?", vraagt iemand. Maar een van de meisjes weet het beter: "Dat is als je iemand graag wilt knuffelen." De 24-jarige Wei Wang uit Shanghai is een van de taalwonderen van niveau 5. Chinezen hebben het doorgaans vrij moeilijk met het aanleren van onze taal, maar Wei doorliep de vijf niveaus in een jaar tijd. Een combinatie van aanleg, hard werken en een Belgische vriend. Wei werkte op het Belgisch consulaat in Shanghai, waar ze haar vriend leerde kennen, een stagiair-diplomaat. Ze had voordien al Frans gestudeerd, wat het leren van een andere vreemde taal vergemakkelijkte.

Maar de liefde is de beste leermeester, daar is iedereen het op het instituut over eens. Wei Wangs Nederlands is zo goed als smetteloos. Kan ze zich in Vlaanderen dan ook overal verstaanbaar maken? "Nee, West-Vlamingen kan ik nog niet altijd goed begrijpen", zegt ze. "En soms gebruik ik in winkels blijkbaar het verkeerde woord. Ik bestelde hier in Leuven onlangs een doosje champignons, maar ze hebben me gezegd dat het een keske champignons moest zijn. Al die verkleinwoorden op -ke vind ik wel schattig. Ik hoor het Vlaams liever dan het Noord-Nederlands, dat is me te scherp en ook wat luidruchtig."

We vragen ons af of Weis vriend ondertussen ook Chinees leert, en of hij even goed is als zij in onze taal. Ze lacht. "Hij probeert het wel, maar Chinees is veel te moeilijk. De juiste toonhoogte treffen, weet je. Maar over een jaar gaan we misschien naar Maleisië, dan zien we wel weer."

Na een halve dag Nederlandse les blijkt hoe moeilijk onze taal eigenlijk is. Alles wat voor de moedertaalspreker vanzelfsprekend is, wordt hier in vraag gesteld. "Een native speaker weet eigenlijk te veel", zegt Annie van Avermaet. "Onze lesgevers zijn allemaal germanisten, bij voorkeur met een lerarenopleiding. Zij moeten kunnen denken vanuit het standpunt van iemand die de taal leert. Dat betekent dat ze niet alleen moeten weten hoe het moet, maar vooral ook waarom iets zo is."

Bij de studenten wordt er ook op gehamerd dat ze moeten streven naar zoveel mogelijk blootstelling aan het Nederlands. Want dat maakt uiteindelijk het verschil tussen goede praters en de anderen. Al is het niet altijd even makkelijk. "Veel Vlamingen zijn nogal terughoudend", weet Van Avermaet. "Ze zullen niet snel buitenlanders aanspreken, omdat ze vinden dat ze hun niets te bieden hebben, al zijn ze best wel geïnteresseerd. Wij moedigen de studenten dan ook aan zelf mensen aan te spreken, die meestal heel positief reageren." Maar dan duikt er een ander probleem op: Vlamingen hebben het moeilijk om buitenlanders moeizaam Nederlands te laten spreken, en schakelen maar al te graag over op Engels of Frans.

Een andere constante is dat Vlamingen hun eigen taal maar niets vinden. Dat is iets dat buitenlanders niet begrijpen, beaamt Van Avermaet. "Als onze studenten voor de zoveelste keer moeten uitleggen waarom ze eigenlijk Nederlands leren, vragen ze me wel eens of wij dan geen greintje trots hebben. Bescheidenheid is mooi, maar toch liever in een andere context. We zouden dankbaar moeten zijn dat zoveel mensen onze taal willen leren, want zo maken zij ook kennis met alles wat erachter zit. Een nieuwe wereld gaat voor hen open, die van de Vlaming, die houdt van relativeren en flexibiliteit, van lekker eten en drinken en gezelligheid, die aards maar toch ook mystiek is. Een taal leren is altijd een beetje verliefd worden."

Studenten van het hoogste niveau kunnen zich al in goed Nederlands uitdrukken en begrijpen ook woordspelingen. Enkel West-Vlamingen kunnen ze maar moeilijk verstaan. (Foto Tim Dirven)

Directrice Annie van Avermaet: 'Ik probeer wel te vermijden dat er Palestijnen en Israëli's in dezelfde klas zitten, idem voor Koerden en Turken'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234