Donderdag 06/10/2022

'Een teken van berouw, is dat te veel gevraagd?'

Op 6 juni 2010 stierf Yannick een eenzame dood op het koude asfalt. De dader van het vluchtmisdrijf toonde nooit spijt. Na een proces dat vijf jaar aansleepte, doet zijn moeder Karin Schönen vandaag een oproep aan justitie in een open brief.

Open brief aan justitie

Dagelijks wordt er in ons land vluchtmisdrijf gepleegd. Soms haalt het de kranten als klein nieuwsfeit op een luwe doordeweekse dag. Een fait divers dat de achteloze lezer de volgende dag al vergeten is. Tot het je zelf overkomt en het je de rest van je dagen als een nachtmerrie achtervolgt.

Mijn zoon liet zes jaar geleden op 6 juni het leven. Slachtoffer van een vluchtmisdrijf. Als moeder is het onmogelijk de pijn te beschrijven. Het besef dat mijn kind helemaal alleen is gestorven op het koude asfalt. Misschien was hij nog in staat om hulp te roepen, maar niemand die hem hoorde. Niemand die hem tijdens zijn laatste minuten in de armen hield.

Als verpleegster heb ik tijdens stervensbegeleiding al vaak gezien hoe helend een warm afscheid kan zijn. Maar dat was mijn kind niet gegund omdat de dader als een lafaard het hazenpad koos.

Ik kan maar niet begrijpen wat hem bezielde om door te rijden. Die ene druk op het gaspedaal maakte van hem een vluchter en van mijn zoon een willoos slachtoffer, 'iets' wat hij niet gezien had, een obstakel op zijn weg.

Ik ben niet rancuneus of haatdragend, maar een correcte juridische afhandeling had ons leed kunnen verzachten. Het wordt hoog tijd dat vluchtmisdrijf door justitie correct en eenvormig behandeld wordt. Er zijn zo veel verschillende maatstaven waarmee daders gestraft worden. De omstandigheden spelen zeker een rol, maar er wordt voorlopig te weinig rekening gehouden met de familie van de slachtoffers.

Waarom geen rechtlijnige, uniforme straf, zodat vluchters op voorhand weten wat de gevolgen zijn als hen zoiets 'overkomt'. Intrekking van het rijbewijs, voorwaardelijke straffen, boetes, het haalt blijkbaar allemaal niet veel uit.

Dat een dader zelfs niet verplicht wordt om aanwezig te zijn op de uitspraak, getuigde voor ons van een volledige afwezigheid van normbesef, en onverschilligheid van justitie.

Karin Schönen

---

Naast een open brief hebt u uw verhaal ook neergeschreven in een boek. Wat wilt u daarmee te bereiken?

Karin Schönen: "Dit boek was voor mij een manier om mijn rouwproces af te sluiten. Na de dood van Yannick consulteerde ik een psychologe en op aandrang van mijn omgeving slikte ik zelfs een tijdje antidepressiva. Het verdoofde wel de pijn, maar ik herkende mezelf niet meer.

"Uiteindelijk ontdekte ik op moeilijke momenten meer soelaas in het schrijven. Met als resultaat een schrift vol dagboekfragmenten en gedichten. Ik besloot mijn schrijfsels in een boek te bundelen, in de hoop dat lotgenoten er moed uit kunnen putten en daders van vluchtmisdrijf zouden beseffen welk leed ze veroorzaken door hun lafheid."

U doet ook een oproep voor een uniforme bestraffing van vluchtmisdrijf. Wat was

uw persoonlijke ervaring met justitie?

"Laat me eerst duidelijk stellen dat geen enkele strafmaat de pijn verzacht. Een teken van berouw had misschien wel een helend effect gehad. Als de dader gewoon even zijn spijt had betuigd, zouden we hem gezegd hebben: 'Jongen, je kon er niet aan doen.'

"Maar in plaats daarvan was er alleen maar stilzwijgen. En uiteindelijk volgde er een rechtszaak die vijf jaar zou aanslepen. Het proces was tot de laatste dag van de uitspraak een zware beproeving, omdat het telkens weer de wonde openreet. De laatste drie jaar is er alleen geprocedeerd over de schadevergoeding. Terwijl het ons eigenlijk helemaal niet om geld te doen was. Want geen enkele som kan ons verlies wegwassen. Maar het bleek de enige manier waarop we de dader wakker konden schudden.

"Ik wou geen negatief verhaal schrijven, en oorspronkelijk zelfs geen regel over hem uitweiden. Tot ik besefte dat dit boek misschien ook de aanzet kan zijn voor een maatschappelijk debat over vluchtmisdrijf. En dat politici onder druk van de publieke opinie misschien eindelijk de moed vinden om een duidelijke, uniforme strafmaatregel op te stellen. Zodat het hoge aantal vluchtmisdrijven in de toekomst zal dalen en andere gezinnen onze pijn bespaard zal blijven. Dan zou dit boek en mijn verhaal uiteindelijk toch nog resulteren in iets positiefs.

"Met al die argumenten in gedachten besloot ik een brief te schrijven aan de daders van een vluchtmisdrijf."

Uit Karin Scönens boek Story of a Mother:

4 juni 2010

Op 4 juni 2010 heb ik Yannick de laatste keer levend gezien. Afscheid van hem genomen zonder het te beseffen. Het was een zomerse vrijdagavond en ik maakte me klaar om bij mijn ouders te gaan slapen. Mijn vader was heel ziek en ik had met mijn zussen een beurtrol afgesproken.

Yannick zat met mijn man buiten, op het terras. Hij was net in het professionele leven gestapt en maakte zich druk over de rol van de vakbond. Ik was gehaast en onderbrak hem in zijn betoog. "Jongen, mag ik even storen?" vroeg ik. "Want ik moet met papa afspreken hoe we de volgende dagen plannen." Net voor mijn vertrek zei ik nog snel: "Tot zaterdag."

En dat waren mijn laatste woorden aan mijn zoon. Geen definitief afscheid, gewoon zoals anders, een vluchtige kus.

5 juni 2010

Toen ik zaterdagochtend naar huis terugkeerde, was Yannick al vertrokken. Hij had net zoals wij een druk programma, waardoor we elkaar heel de dag misliepen. 's Avonds werden we bij vrienden verwacht. Ik zette het avondeten klaar voor Yannick. Na het werk zou hij snel thuis iets eten en daarna op stap gaan met zijn kameraden. Het zou onze laatste avond in totale onbezorgdheid zijn.

Ik herinner me nog een intens gesprek met onze vrienden, wier dochter een paar jaar voordien overleden was. "Hoe slagen jullie erin verder te leven met zo'n intens verdriet?" vroeg ik hen. "Het is heel zwaar, maar het lukt", luidde het antwoord. Profetische woorden die ik later zelf zou herhalen, maar op dat moment was ik me daar niet van bewust. Ondanks de zware gesprekken was het een supergezellige avond waaraan geen einde leek te komen.

6 juni 2010

Toen we rond drie uur 's nachts thuiskwamen, besloot ik nog even in de zetel te liggen. Ik verwachtte dat Yannick elk moment zou binnenwandelen. De ambulancesirenes die rond vijf uur

's nachts in de verte weergalmden, maakten toen nog deel uit van de typische geluiden die ik associeerde met een 'normale' weekendnacht. Ik was niet in het minst gealarmeerd, maar voelde me wel heel onrustig en slaagde er maar niet in de slaap te vatten.

Uiteindelijk dommelde ik tegen de ochtend in. Tot ik plots om half acht 's morgens gewekt werd door de deurbel. 'Allez, hij is zijn sleutel weer vergeten.' Ik herinner me nog heel goed dat die gedachte door mijn hoofd flitste terwijl ik naar de hal slofte. Argeloos zwaaide ik de voordeur open. Voor mij stonden een politieagent en een man in kostuum. "Wat heeft hij nu weer uitgespookt?" was mijn eerste spontane reactie. "Mogen we even binnenkomen?" was hun antwoord. Zonder dat ze nog een woord moesten zeggen, wist ik het al.

Ik begon te roepen, te gillen, te huilen, te brullen en te krijsen. Met gebalde vuisten sloeg ik op de man wiens woorden het effect hadden van een mokerslag. Ik verloor elk vorm van zelfcontrole. Mijn radeloosheid klonk door heel het huis. Mijn man Jan stond vrijwel onmiddellijk beneden. Ik viel in zijn armen en kreeg slechts drie woorden gezegd. "Yannick is dood."

De man in het pak, die een medewerker van slachtofferhulp bleek te zijn, adviseerde ons om de jongens wakker te maken en onszelf even tijd te gunnen. "Wees voorbereid", zei hij. "Na het eerste telefoontje breekt de hel hier los."

Ondertussen verschenen Steven en Ben ook beneden en de uitdrukking op hun slaperige gezichten staat voor eeuwig op mijn netvlies gebrand. Ik zag hun enorme pijn en werd overmand door machteloosheid. Van het ene moment op het andere waren we een 'geamputeerd gezin'.

Wat daarna volgde, leek op een film die zich voor mijn ogen afspeelde. We namen met zijn vieren plaats rond de tafel. Alvorens onze familie in te lichten, wilden we eerst alle details. Er werd ons verteld dat Yannick was overreden en dat de dader vluchtmisdrijf had gepleegd. Ben liep daarop de tuin in en begon tegen een bal te trappen. Steven trok zich terug in de garage. Mijn eerste reactie was: "Ik wil hem nu zien." Maar van de agent kreeg ik te horen dat dit onmogelijk was omdat Yannicks dood werd beschouwd als een verdacht overlijden.

Ik was verbijsterd. Als een kind geboren wordt, krijg je het onmiddellijk in je armen. Als een kind sterft, mag je er zelfs niet bij.

(...) Van de man van slachtofferhulp kregen we het nieuws dat de dader zich in de namiddag bij de politie had gemeld. Hij verklaarde daar dat hij in de overtuiging was dat hij een vuilzak of een tak op de weg had overreden, maar door de berichtgeving op Facebook had hij plots ingezien dat het misschien wel Yannick was geweest.

Een ongelofelijke woede nam bij mij de overhand. Ik verwachtte dat de dader elk moment aan onze deur zou staan om zich te excuseren. Ik was ervan overtuigd dat hij zou zeggen: 'Sorry, ik was het, maar ik heb het nooit geweten.' Maar dat excuus zou ik nooit te horen krijgen.

7 juni 2010

De volgende dag kwam de diaken langs. Als persoonlijke vriend wist hij als geen ander dat een gemeende warme knuffel het enige was wat ik nodig had. Niet veel later verscheen de begrafenisondernemer. De praktische beslommeringen hielden me recht.

(...) Ik leefde in het ijle. De zaken werden me uit handen genomen. Het gras werd gemaaid. Nog meer bloemen werden geleverd en in vazen gezet. Vuile was verdween en dook gestreken weer op. Eten werd bereid en op tafel gezet. Het ging in een waas aan mij voorbij. Tot we uiteindelijk te horen kregen dat we Yannick de volgende dag op de middag mochten zien in het mortuarium van het UZA.

8 juni 2010

De begrafenisondernemer vroeg kleren om Yannick op te baren. Radeloos belde ik Steven, die op dat moment als jobstudent bij H&M werkte. Hij moest geen twee keer nadenken. "Mama", zei hij, "geef zijn T-shirt van Metallica, zijn short en zijn sjaaltje van de KSA voor rond zijn pols".

Ik spurtte naar Yannicks kamer en begon als een bezetene zijn kast te doorzoeken. Honderden kleren die ik zo vaak gewassen had, gingen door mijn handen. Vervolgens belde ik Steven opnieuw, met de vraag of ik ook kousen en schoenen moest meegeven. "Mama", huilde hij, "alsjeblief, stop. Ik kan niet meer. Ik kom naar huis".

(...) Ieder van ons werd op zichzelf teruggegooid op het moment dat we de vrieskamer betraden. Ik zal nooit, in mijn hele leven, vergeten hoe koud hij aanvoelde. Ik heb als verpleegkundige zo veel dode mensen gezien, maar nooit eerder voelde de kilte zo snijdend. Het lichaam dat lag opgebaard, leek in geen enkel opzicht meer op dat van mijn zoon.

9-10-11 juni

Als verdoofd heb ik de daaropvolgende dagen talloze uren achter de computer doorgebracht. Telkens weer verscheen de eindeloze reeks foto's van Yannick op het scherm, terwijl zijn lijflied 'Forever Young' door de boxen galmde.

De volgende dag reed ik met mijn moeder terug naar het mortuarium. En de dag erna met zijn ex-vriendinnetje Ellen. Ze heeft me toen een laatste moment alleen gelaten met hem. Tussen zijn handen stak ik een klein briefje met een boodschap voor de eeuwigheid. 'Ik hou van je. Voor altijd. Forever Young'.

En toen was het tijd voor het definitieve afscheid. "Nu moet je echt vertrekken", fluisterde ik hem toe. De volgende dag zou Yannick om drie uur gecremeerd worden. De begrafenisondernemer meende dat mijn aanwezigheid niet nodig was. Blindelings volgde ik zijn advies, maar nu heb ik daar oneindig veel spijt van. Ik voel me nog steeds enorm schuldig omdat ik hem op het laatste moment van zijn bestaan in de steek heb gelaten.

Een collega nam me mee voor een wandeling in het park. Daar werd ik klokslag drie uur, het uur van zijn crematie, overvallen door hevige buikkrampen. Het voelde aan als naweeën. Het was alsof de navelstreng voor de tweede keer werd doorgeknipt. En zo heb ik dat ook echt beleefd. Ik moest hem loslaten.

12 juni 2010

Zeven nachten na elkaar had ik niet geslapen. Telkens wanneer mijn ogen sloten, zag ik hem.

Het klinkt misschien vreemd, maar de begrafenis beleefde ik als een droom. Alles verliep zoals het moest. Volgens een perfect bedacht scenario. Duizend mensen woonden de mis bij. Op de tonen van 'Forever Young' van Alphaville is Yannick in de vertrouwde handen van Steven de kerk ingedragen, onder een haag van KSA-leden in hun bekende blauwe uniform. De symboliek was ongelofelijk mooi en hartverwarmend. Een moment dat ik nog regelmatig herbeleef, omdat het me steun en moed geeft.

Al wie zich geroepen voelde, mocht een woordje zeggen. Zijn ex-vriendinnetjes zaten hand in hand op één rij. Ze waren talrijk. Yannick was gulzig in de liefde, net zoals hij dat was in het leven.

Eenzaamheid

Ik moet accepteren dat anderen mijn verdriet niet kunnen dragen. Ik kan mijn rugzak wel af en toe op de grond zetten en de inhoud ervan tonen aan de enkeling die beseft dat het gewicht niet lichter wordt met het verstrijken van de tijd.

Hoe dankbaar ben ik degenen die zes jaar na het overlijden van Yannick nog eens zijn naam uitspreken, en me oprecht vragen hoe het met mij gaat. Even, heel even, verdwijnt dan de eenzaamheid in mijn verdriet. Tot ik de voordeur opnieuw in het slot draai en besef dat degene die naar mij luisterde een minuut later weer verdergaat met zijn of haar leven. En dat alleen ik mijn rugzak kan dragen. Misschien is isolement wel het pijnlijkste aan verdriet.

(...) Het enige waaruit ik nog moed kan putten, is de zorg voor mijn patiënten. Dankzij hen kan ik mijn eigen pijn even opzijzetten. Het ziekenhuis is ook de enige plek waar ik nog ben wie ik was voor het ongeluk. De enige plek waar ik niet word bekeken als de zielige moeder die een zoon verloor.

Om haar dagboekfragmenten in een boek te gieten, deed Karin Schönen beroep op StoryBox. Dit publishing platform werd opgericht door journaliste Pascale Baelden met als doel mensen te begeleiden in hun schrijfproces en de uitgave van hun boek.

Story of a Mother is verkrijgbaar op storybox.be. Prijs: 24,95 euro.

Korting voor DM-lezers

De Morgen-lezers genieten exclusief 5 euro korting bij vermelding van de promotiecode: LEGEND

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234