Zondag 02/10/2022

Een tovenaar met charisma

Stuart Feder is niet alleen musicoloog maar ook psycholoog. In Gustav Mahler, een leven in crisis poogt hij niet alleen het leven van de componist te beschrijven aan de hand van zijn composities, maar gaat hij ook op zoek naar het wezen van Mahler.

Stuart Feder

Gustav Mahler,

een leven in crisis

Oorspronkelijke titel: Mahler. A Life in Crisis

Vertaald door Albert Witteveen

De Bezige Bij, Amsterdam, 399 p., geïllustreerd, 39,90 euro.

eggen dat Mahler eenvoudigweg bang was voor de dood, doet geen recht aan de complexiteit van zijn ervaring. Het is juister om te zeggen dat Mahler een veelzijdige psychologische romance had met de dood - niet alleen de angst, maar ook de fascinatie, en ondanks de angst een onderliggende wens om de dood te ervaren."

Voor leken op het gebied van de psychoanalyse is de biografie die de Amerikaanse Stuart Feder over Gustav Mahler schreef, af en toe doorbijten. In Gustav Mahler, een leven in crisis neemt de psychoanalyse namelijk een nogal prominente plaats in. Feder illustreert dat onmiddellijk door de biografie niet chronologisch te beginnen maar met de ontmoeting die Mahler met Freud had in de zomer van 1910, bijna aan het eind van zijn leven. Gustav Mahler (1860-1911) kende Freud slechts van reputatie maar had acute hulp nodig. Hij bevond zich in een huwelijkscrisis en was "innerlijk verward", schrijft Feder. Mahler stuurde Freud vanuit Toblach, in het Oostenrijkse Tirol waar de familie Mahler een zomerhuis huurde, een telegram of hij langs mocht komen. Freud, op dat moment op vakantie met zijn gezin in het Nederlandse Noordwijk aan Zee, maakte een uitzondering voor Mahler en telegrafeerde een eenvoudig 'ja' terug. Er gingen nog wat telegrammen heen en weer (Mahler kwam wel, Mahler kwam niet), maar uiteindelijk troffen Mahler en Freud elkaar op 26 augustus in Leiden, waar de heren een vier uur durende wandeling door het stadje maakten. Mahler voelde zich na afloop gesterkt door het gesprek en terwijl Freud zich haastte om de laatste stoomtram naar Noordwijk te halen, reisde Mahler linea recta terug naar Tirol.

De ontmoeting tussen Mahler en Freud is ongetwijfeld van belang geweest, maar Feder besteedt er met drie hoofdstukken wel erg veel aandacht aan, te meer daar er inhoudelijk niet veel nieuws naar voren komt. De uitvoerige en uit meerdere delen en talen bestaande biografieën die Henry-Louis de la Grange aan Mahler wijdde, blijven wat dat betreft onvolprezen, iets wat overigens ook Feder erkent.

Gustav Mahler werd in 1860 geboren in een dorpje in het Tsjechische Moravië en groeide op in Inglau, waar zijn joodse familie, na de dood van hun eerste kind (er zouden nog zeven jongens overlijden), was neergestreken. Met zijn vader Bernhard had Gustav een moeizame band, met zijn moeder Marie voelde hij een diepe verbondenheid. Het was al snel duidelijk dat de jonge Gustav zeer muzikaal was en een uitzonderlijk sensitief gehoor had. Uit deze vroege jaren zijn voor Mahlers auditieve ontwikkeling zowel de joodse gezangen als de lokale volksliederen van invloed geweest. Ook de kazerne met de legerkapel heeft zijn sporen in het werk van Mahler nagelaten.

Hij was pas vijftien toen hij ging studeren aan het conservatorium in Wenen en, om zijn vader te plezieren, combineerde Gustav dat met een studie geschiedenis en filosofie aan de universiteit aldaar. "De drang om actief in de wereld te staan", zei Mahler later, het eerste deel van zijn leven samenvattend, "bracht me naar het theater, waar ik sinds mijn twintigste onafgebroken gewerkt heb."

Zijn aanstelling als dirigent van de opera van Boedapest in 1888 was een belangrijke stap in zijn carrière. Het succes werd echter overschaduwd door het verlies van zijn beide ouders, als gevolg waarvan Gustav alle kinderen Mahler moest onderhouden. Dat betekende een grote financiële druk en hoewel hij een uitstekend salaris genoot, moest hij het dirigeren combineren met tournees en optredens als gastdirigent om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Een tamelijk afmattend bestaan waarin bovendien nauwelijks tijd overbleef om te componeren, waarvoor hij niettemin de zomermaanden zoveel mogelijk reserveerde. Toch hield hij aan zijn reizen ook waardevolle vriendschappen over, met Willem Mengelberg (1871-1951) en Richard Strauss (1864-1949) bijvoorbeeld, en bracht hij spraakmakende uitvoeringen, zoals de volledige uitvoering van Wagners Ring des Nibelungen in Londen in 1892.

Na Boedapest volgde het Hamburgse Stadstheater en in 1897 werd Mahler benoemd aan de Weense Hofopera, de machtigste en meest begerenswaardige positie in de muziek van Europa op dat moment. Pikant detail: hij had zich wel eerst tot het katholicisme moeten bekeren om überhaupt in aanmerking te komen. Daarnaast aanvaardde hij de functie van Kapelmeister van het Wiener Philharmoniker. Tijdens een van deze concerten, begin 1901, zat zijn latere echtgenote, de negentienjarige Alma Schindler in de zaal. Ze verwonderde zich over het uiterlijk van Mahler ("Hij leek de duivel wel, een kalkwit gezicht met ogen die brandden als kolen", schreef ze in haar memoires), die zich inderdaad niet goed voelde.'s Avonds kreeg hij hevige bloedingen en dacht hij dat hij doodging. Hij herstelde, maar ook deze ervaring heeft zijn muzikale ontwikkeling beïnvloed (onder meer met Um Mitternacht, waarin "mijn gedachten uitgingen naar de grenzen van de duisternis. Geen gedachte aan licht heeft mij troost gebracht rond middernacht.")

De wat dramatisch gekozen titel van de biografie ontleent Feder aan vier crisisperioden die Mahler doormaakte, waarvan zijn bijna-doodervaring de tweede was. De eerste speelde zich een jaar of tien eerder af, rond zijn dertigste, en was verbonden aan een creatieve blokkade bij de voltooiing van zijn Tweede symfonie. Mahlers derde crisis overkwam hem in 1907, toen hij gelukkig was als echtgenoot, vader, dirigent en componist.

Niet lang na het eerder genoemde concert in 1901 ontmoette Mahler Alma Schindler, dochter van een bekende Oostenrijkse schilder. Ze was een zelfbewuste jonge vrouw, vol vertrouwen in haar eigen artistieke en intellectuele capaciteiten. Ze gold destijds als het mooiste meisje van Wenen. Ze was lang en had een krachtige fysieke uitstraling. Hoewel beiden zowel qua geloof als achtergrond (nog even los van het feit dat Mahler twee keer zo oud was als zij) nogal verschilden, is "een sterke seksuele aantrekkingskracht misschien de beste invalshoek bij het raadsel van hun snel opbloeiende relatie en hechte band", zegt Feder. Mahler werd verliefd op Alma (hij was overigens niet de enige) en wilde graag met haar trouwen. Hij had daarbij wel een uitgesproken mening over hoe het er binnen het huwelijk toe zou gaan. Hij schreef haar: "Alma, zou het de vernietiging van jouw bestaan betekenen als je je muziek geheel en al zou opgeven om in plaats daarvan de mijne te bezitten en tevens de mijne te worden? (...) Jij hebt voortaan echter slechts één beroep: mij gelukkig maken!" Alma ging akkoord, hoewel die voorwaarde haar ook schrik aanjoeg, vrij en levenslustig als ze was. Niettemin braken er voor Mahler een aantal schitterende jaren aan. Hij werkte onverdroten en in toptempo door, reisde veel door Europa, want behalve als dirigent groeide ook zijn faam als componist. Er werden twee dochtertjes geboren, Maria ('Putzi' genoemd) in 1902 en Anna ('Gucki') in 1904. Alma was echter minder gelukkig. Mahler had weinig tijd voor haar, ze had al haar eigen ambities moeten opgeven en ze voelde zich, ondanks de niet-aflatende bewondering voor Mahlers creatieve geest, een gevangene. In 1907 veranderde hun leven ingrijpend doordat Mahler niet alleen zijn benoeming in Wenen kwijtraakte maar ook zijn geliefde dochtertje Putzi. Het inspireerde Mahler tot Das Lied von der Erde, "het grootste werk van rouw, melancholie en bevrijdende spiritualiteit", zoals Feder het omschrijft.

Eind 1907 vertrokken de Mahlers naar New York, waar hij de Metropolitan Opera en de New York Philharmonic Society zou leiden. Zijn gezondheid ging ondertussen zienderogen achteruit. Hij overlaadde zichzelf met een naar masochisme neigend (suggereert Feder) programma, terwijl alle andere fysieke inspanningen (hij was een geoefend en fervent bergwandelaar) hem waren verboden, waar hij zich overigens slecht bij kon neerleggen.

Alma was ondertussen in een depressie (en aan de drank) geraakt, als gevolg waarvan ze zich samen met dochtertje Gucki in een sanatorium in Toblach liet opnemen. Daar leerde ze de jonge architect Walter Gropius (1883-1969) kennen, met wie ze een hartstochtelijke verhouding kreeg en ze later zou trouwen.

Mahlers wereld stortte in toen hij de verhouding ontdekte. Hij leek te beseffen dat hij Alma in een aantal opzichten te kort had gedaan en zorgde ervoor dat haar vroeger gecomponeerde liederen alsnog gepubliceerd werden. En hij bezocht Sigmund Freud om over zijn huwelijkscrisis te praten. Mahler kwam deze heftige inzinking geestelijk misschien wel te boven, lichamelijk niet. Hij triomfeerde nog met de uitvoering van zijn (aan Alma opgedragen) Achtste symfonie in München in september 1910, waarbij tijdgenoten hem beschreven als een kunstenaar, een tovenaar, een charismatisch leider, een god en een priester. Maar daarna ging het snel bergafwaarts met hem. Hoewel hij nog hoopvol aan een nieuw seizoen in New York begonnen was, was het begin 1911 duidelijk dat zijn hart stervende was. Hij stierf op 18 mei. "De Tiende symfonie", zegt Feder, "is autobiografische muziek bij uitstek", en is dan ook onvoltooid gebleven.

Het is even zoeken naar wat deze biografie voor heeft op de talloze andere en ik kom er niet helemaal uit. De muzikale analyses vergen de nodige kennis van Mahlers werk en uitgesproken psychoanalytische interpretaties, Traumdeutungen, moederbindingen en Oedipuscomplexen gaan mij als niet-deskundige niet zozeer te boven maar leiden me wel af. Tegelijkertijd denk ik dat ze als verklaringen voor vakgenoten niet diepgravend genoeg zijn. Feder heeft bovendien een wat belerende toon, hij matigt zich de rol van alwetende verteller aan en daar moet je van houden.

Annick Schreuder

Mahler werd verliefd op Alma en wilde met haar trouwen. Hij schreef haar: 'Jij hebt voortaan echter slechts één beroep: mij gelukkig maken!' Alma ging akkoord, hoewel die voorwaarde haar ook schrik aanjoeg, vrij en levenslustig als ze was

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234