Donderdag 11/08/2022

Een vrouw van het volk

De Mona Lisa is het beroemdste schilderij ter wereld maar is dat niet altijd geweest. Beroemdheid bestaat niet, ze 'ontstaat'. Over de Mona Lisa van Leonardo da Vinci heeft de Britse historicus Donald Sassoon een vuistdik, verhelderend boek geschreven. Alles wat u altijd al had willen weten - maar helaas ook veel meer - is verzameld in dit overzicht, de biografie van een schilderij, de alfa en de omega over Mona.

Eric Rinckhout

De Mona Lisa is een vrij klein beschilderd stuk hout. Het is 77 centimeter hoog en 53 centimeter breed. Het is een van de weinige schilderijen ter wereld die in een betonnen doos met kogelvrij glas zitten, in elk geval het enige dat in het Louvre zo tentoon wordt gesteld. Nu hangt het nog samen met andere beroemde Italianen, maar over twee jaar, bij zijn vermoedelijk vijfhonderdste verjaardag, krijgt het schilderij een zaal voor zichzelf. Die zal zelfs apart toegankelijk zijn zodat de drommen toeristen die alleen voor de Mona Lisa komen de andere museumbezoekers niet meer zullen storen.

Vijf en een half miljoen mensen bezoeken jaarlijks het Louvre, onafgebroken staat er een - steeds wisselend - groepje van een vijftigtal mensen voor de Mona Lisa. Ze lappen het verbod om met flits te fotograferen aan hun laars. De suppoosten grijpen niet eens meer in. Het Louvre heeft de onwaarschijnlijke rijkdom nog vijf andere werken van Leonardo da Vinci (1452-1519) te bezitten. Die kunnen in relatieve rust bewonderd worden.

Maar het is niet omdat de lach van Mona Lisa raadselachtig is of omdat men twijfelt aan de identiteit van de geschilderde dame of omdat het werk revolutionair is dat Da Vinci's Mona Lisa het beroemdste schilderij ter wereld is. Volgens de Britse historicus Donald Sassoon is haar beroemdheid het resultaat van vele, elkaar opvolgende en versterkende voorvallen door de eeuwen heen. Tot ze ten slotte een toeristische attractie werd, net als de piramiden van Gizeh, de Eiffeltoren, het Vrijheidsbeeld en de Chinese Muur. En een icoon zoals Marilyn, Elvis en Kennedy.

Overigens heet ze eigenlijk 'Monna' Lisa, met twee n's, de samentrekking van Madonna Lisa, 'mevrouw' Lisa. Ze staat ook bekend als 'La Gioconda' in Italië of 'la Joconde' in Frankrijk. Vermoedelijk gaat het om het portret van een Florentijnse dame, Lisa Gherardini, de vrouw van Francesco del Giocondo, een rijke koopman.

Giorgio Vasari verstrekte die informatie al in zijn beroemde schildersboek, gepubliceerd in 1550, dat hij echter 28 jaar na Da Vinci's dood schreef. Vasari had de Mona Lisa overigens nooit gezien, wat hem er niet van weerhield het portret te bejubelen als een triomf van levensechtheid. Vasari vermeldde ook de aardige anekdote dat Leonardo muzikanten en clowns liet aanrukken om de sessies te verlichten, zwaarmoedigheid te vermijden en Lisa aan het lachen te brengen.

Toch wordt er terdege getwijfeld aan de betrouwbaarheid van Vasari. Er blijven bovendien veel vragen onbeantwoord. Waar en wanneer schilderde Da Vinci het werk? Wie gaf de opdracht? Waarom hield Da Vinci het bij zich, ook toen hij naar Frankrijk verhuisde, naar het hof van Frans I? En hoe kwam het uiteindelijk in de koninklijke collectie terecht? Het is eveneens vreemd dat tussen duizenden voorbereidende schetsen van Da Vinci, er niet een voor de Mona Lisa zit.

Die raadsels zijn niet ongewoon voor schilderijen uit de Renaissance. Ze zijn dus ook niet typisch voor de Mona Lisa en kunnen op zich, aldus Sassoon, evenmin een verklaring vormen voor de populariteit van het schilderij.

Niet onbelangrijk is dat in Leonardo's tijd de Mona Lisa werd beschouwd als een innovatief, zelfs revolutionair schilderij. De pose was nieuw: door hoofd en romp lichtjes van elkaar weg te draaien probeerde Leonardo beweging in het schilderij te krijgen. De afbeelding in driekwart was ook nieuw, evenals het feit dat Lisa de toeschouwer in de ogen kijkt. Leonardo gebruikte olieverf, maar op een uitputtend precieze manier. Zijn zogeheten sfumato bereikte hij door de verf laag na laag meticuleus aan te brengen, gaande van donker naar licht, zodat je een wat mistig effect krijgt. Het sfumato bereikt zijn hoogtepunt rond oog- en mondhoeken, zodat je je afvraagt of Lisa droevig of opgewekt is.

Het decor is vreemd. Er is niet alleen een hoogteverschil tussen rechts en links - alweer een truc om de vrouw als het ware te doen bewegen - maar het landschap is leeg en levert geen verdere sleutels voor de identiteit van de dame. Sieraden, familiewapens en andere symbolen ontbreken, zodat men na verloop van tijd is gaan beweren dat Leonardo geen concrete vrouw afbeeldde maar het 'eeuwig vrouwelijke' had geschilderd. Een universele vrouw, een ideale schoonheid. Dat zou natuurlijk de reden kunnen zijn waarom hij het schilderij niet meer aan zijn opdrachtgever verkocht heeft.

Maar al die elementen - een mooi schilderij, een bekende schilder, raadsels rond data en model - zijn op zich niet voldoende om een werk beroemd, laat staan wereldberoemd te maken. Het zijn niet onbelangrijke basisvoorwaarden, maar er moet meer zijn. De Mona Lisa kwam, om te beginnen, in het Louvre terecht. Musea tonen geen meesterwerken, ze creëren ze: als het schilderij verzeild was geraakt in een of andere verzameling in Bulgarije - dixit Sassoon - zou het nooit zijn unieke status hebben kunnen verwerven.

Na de Franse Revolutie werd het Palais du Louvre, dat er toch maar zeer groot en zeer verlaten bij lag, in gebruik genomen als museum. De koninklijke schilderijencollectie was eigendom van het Franse volk geworden en in 1793, op de kop één jaar na de afschaffing van de monarchie, werd het Louvre plechtig geopend als museum. Pas vier jaar later verhuisde la Joconde uit Versailles naar het Louvre. Napoleon vond het schilderij zo mooi dat hij het in 1800 enkele jaren in zijn slaapkamer in de Tuileries liet hangen.

Aanvankelijk stond het Louvre uitsluitend open voor kunstenaars. Die konden er de klassieke schilderkunst bewonderen en kopiëren - een toentertijd normale praktijk: de fotografie bestond nog niet, werken van oude meesters werden verspreid door middel van gravures, en kopiëren was ook een vast onderdeel van de academische opleiding.

Toch scoorde de Mona Lisa toen nog niet goed. Volgens Sassoon werd ze tussen 1851 en 1880 'slechts' 71 keer gekopieerd, tegenover 197 keer voor Murillo's Onbevlekte ontvangenis en 186 keer voor Correggio's Sint Katharina. Ook haar geschatte waarde lag beduidend lager dan die van werken van grootmeesters als Titiaan en Rafaël.

Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw begon Mona Lisa's ster stilaan te rijzen. Eerst ontstond de cultus van Leonardo. De Renaissance werd herontdekt, Napoleon bracht, na de verovering van het grootste deel van Italië, wetenschappelijke geschriften van Leonardo mee naar Parijs. Moderne intellectuelen stonden vol bewondering voor Da Vinci. Hij was geknipt als rolmodel voor de verlichte Franse intelligentsia: hij was een ongebonden geest, wars van religieuze dogma's, een 'zoon van de Franse Revolutie'. Leonardo was niet alleen schilder maar ook wetenschapper. Meer nog: een genie, een uomo universale. Hij was bedrijvig als ingenieur, had allerlei latere uitvindingen voorspeld, deed anatomisch onderzoek, bestudeerde dieren, en verdiepte zich in hydraulica.

Toch, maar dit geheel terzijde, relativeert Sassoon het wetenschappelijk genie van Leonardo sterk. Volgens Sassoon verrichtte hij nooit systematisch onderzoek, vond helemaal niets uit - met uitzondering van de parachute -, maakte nooit iets af (hij zou ongeveer vier jaar, tussen 1503 en 1506, gewerkt hebben aan de Mona Lisa), en slaagde erin om voor zijn fresco Het laatste avondmaal in Milaan zulke slechte verf te prepareren dat het schilderij onmiddellijk na de voltooiing al begon af te schilferen. Wat anderen beschouwen als perfectionisme noemt Sassoon traagheid en onbeslistheid. Maar de algemene opvatting dat Leonardo een (miskend) genie is, houdt tot op vandaag stand. Precies dat genie heeft de ideale vrouw geschilderd.

Nog in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam de populaire pers sterk opzetten, gooiden musea hun deuren voor het grote publiek open en gingen schrijvers de smaak van dat grote publiek bepalen. Parijs werd het artistiek centrum van Europa, het Louvre een pelgrimsoord. Ook in die periode ontstond de cultus van de femme fatale, voor wie de Franse romantische auteurs een gezicht moesten zoeken. Wie kwam daar beter voor in aanmerking dan de Mona Lisa? La bohémienne van Frans Hals (ook in het Louvre) was te wulps, te uitnodigend. De madonna's van Rafaël waren dan weer te suikerzoet, te preuts ook. Mona Lisa had het juiste evenwicht tussen verleiding en mysterie.

De dweperige Théophile Gautier - schrijver en kunstcriticus - zag in haar een verleidster, een mannenverslindster. Die mannelijke fantasieën konden gemakkelijk op haar geprojecteerd worden, zij was in se een onbekende vrouw. De cultus waaide over naar Engeland, naar Walter Pater, Oscar Wilde, Aldous Huxley en William Somerset Maugham. De Mona Lisa werd de belichaming van het Ewig Weibliche, ze werd een heidense moedermaagd. Pas vanaf toen werd haar glimlach 'mysterieus' genoemd.

Wat er daarna voorviel, kon haar positie alleen nog versterken. In 1911 werd ze gestolen uit het Louvre: een Italiaanse timmerman die er had gewerkt had haar onder zijn jas naar buiten gesmokkeld. De media stonden in rep en roer, de museumdirecteur werd op staande voet ontslagen. Het schilderij werd in Florence teruggevonden, maar voordat de Italiaanse regering dit stuk 'nationaal kunstbezit' terugschonk aan Frankrijk, werd het in Florence en Rome tentoongesteld. Een schier ononderbroken stroom van prentkaartjes, liedjes en krantenartikelen waren het gevolg.

Als gecanoniseerd meesterwerk van de klassieke kunst dat stilaan eigendom van iedereen werd en dus afgleed naar de kitsch, was de Mona Lisa gesneden koek voor de avant-gardisten. Alsof hij een balorige schooljongen was voor een ongenaakbare Dame, tekende Marcel Duchamp op een ansichtkaart van de Mona Lisa een snor en een sik. Hij signeerde het 'nieuwe' werk en schreef onderaan de enigmatische letters L.H.O.O.Q. ('Elle a chaud au cul', ze heeft een hete kont). Nog decennialang zouden kunstenaars de Mona Lisa 'interpreteren': van Salvador Dalí tot Andy Warhol. Ook reclamejongens speelden handig in op de bekendheid van het schilderij. De merchandising kwam op gang. Literatuur, pulpverhalen, liedjes, bekers, computermatjes, magneetjes, 95.000 websites: overal duikt de Mona Lisa op.

Ook de medische wetenschap ging zich over Lisa buigen. Wat verborg haar glimlach? Had ze geen gezwollen handen? Zwanger zei de een, doof zei de ander. Andere diagnoses waren: kiespijn, scheelheid, zelfs gezichtsverlamming. Een dokter beweerde dat ze geen voortanden had, een ander zei dat ze spastisch was. En was het wel een 'zij'? Sommigen zagen er een zelfportret van Leonardo in, wat op zijn beurt de meest fantastische Freudiaanse veronderstellingen losmaakte. Leonardo was toch een homoseksueel met een moederfixatie...

Een boek gewijd aan één schilderij? Zo vaak gebeurt dat niet. Sassoon heeft met zijn nuchtere, goed onderbouwde hypothese de Mona Lisa ongetwijfeld weer wat beroemder gemaakt. In zijn boek zit ontzaglijk veel opzoekwerk, Sassoons kennis is ruim en toch houdt hij zijn studie eenvoudig. Maar het is ook een taai boek: vaak woekeren de voorbeelden, zijn hoofdstukken weinig meer dan waslijsten van titels, en wordt er nodeloos uitgeweid over het Louvre, Stendhal en Gautier.

Sassoon besluit met een paradoxale vaststelling. Geen enkel kunstwerk is zo vaak gereproduceerd als de Mona Lisa. Haar alomtegenwoordigheid heeft het verlangen om het origineel te zien alleen maar vergroot. Op naar het Louvre!

Donald Sassoon

Mona Lisa. The History of the World's Most Famous Painting HarperCollins, Londen, 350 p., 16,99 pond.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234