Zondag 03/07/2022

Een wereld verlucht

In het verenigde Europa van de vroege Middeleeuwen werden handschriften geschreven en verlucht in de kloosters, later telden hertogen en vorsten fortuinen neer voor fraai geïllustreerde boeken en ten slotte ging ook de gegoede burger er zijn centen in beleggen. Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw biedt een prachtig overzicht van boekillustraties uit het uitdijende middeleeuwse Vlaanderen. Een verbluffende wereld op perkament, van devote tafereeltjes met knielende abten en uit de losse pols getekende draken tot het schunnige en grappige dagelijkse leven gezien door de eerste meesters van de klare lijn.

Ergens in Vlaamse miniaturen van de Leuvense historicus Maurits Smeyers - of, laat ik nauwkeurig zijn, op pagina's 177 en 178 - ontstaat een Vlaamse identiteit. "De Vlamingen die vertrouwd waren met de markt, met transacties en industriële activiteiten, met het keuren en waarderen van koopwaar en het berekenen van inhoudsmaten, keken vanzelfsprekend met andere ogen naar kunst dan een edelman die zijn dagen in ledigheid sleet." Zulk een edelman, zo denkt u meteen en zo blijkt ook uit de rest van de tekst, is natuurlijk een Fransman. Anderzijds: als Charles d'Orléans niet zoveel tijd op zijn luie krent had doorgebracht, had hij niet al die prachtige gedichten geschreven. En als Jean de Berry niet zo'n lamlendige parasiet gebleken was, had hij nooit al die Vlaamse miniaturen kunnen bestellen en al die Vlaamse miniaturisten de hand boven het hoofd kunnen houden. Om van le bon roi René en de hertogen van Bourgondië (wie gelooft dat zij hun dagen in ledigheid sleten?) nog te zwijgen.

De door professor Smeyers ontwaarde Vlaamse eigenheid had gevolgen voor de Vlaamse miniatuurkunst. Zij werd realistischer. Nijvere handelaars moeten nu eenmaal een scherp oog hebben voor de werkelijkheid. Wanneer ze zich dan aan een sociale klim wagen en een verlucht handschrift verwerven, willen ze in die chique prentjes hun eigen leefwereld herkennen - aan realistische details. Daar houdt het niet op: die chique prentjes getuigen niet alleen van realisme, maar van "pre-Eyckiaans" realisme. De grote schilderkunst van de Van Eycks wortelt in de Vlaamse miniatuurkunst, met haar realistische inslag.

Om die stelling te verdedigen kiest de auteur zijn woorden zorgvuldig. Hertog Filips van Bourgondië (1419-1467), de werkgever van Jan van Eyck, was misschien de grootste bibliofiel die ooit boeken heeft besteld in onze gewesten. Alle afgebeelde miniaturen van die boeken bevatten evenveel realistische details als de democratischere publicaties van die tijd. Toch lezen we dat dit hertogelijke realisme "door een lyrische sluier werd getemperd. De personages worden, hoewel ze geïndividualiseerd zijn, toch vaak gekarakteriseerd door gemaakte houdingen en een gekunsteld gebarenspel. Typerend is dat dit eerder een regressieve tendens blijkt te zijn, wat kan worden verklaard door het feit dat hier naar een 'hoofse' kunst wordt gestreefd." Mij lijkt het een uiting van zuiver realisme wanneer hovelingen in gekunstelde houdingen afgebeeld worden - in de hoogste kringen van de samenleving heerst een andere lichaamstaal dan in de goot. Mooiere koppen hebben die hovelingen van de miniaturist in elk geval niet gekregen. Werd de temperende lyrische sluier waarvan sprake niet gewoon geweven uit historische vooroordelen van onze tijd? De Franse hertog die de miniatuurkunst in zijn noordelijke gebieden een van haar grootste impulsen heeft gegeven, moet per slot van rekening toch weer een vergulde krekel worden, geen nijvere mier zoals zijn onderdanen.

De kunst van het verluchte handschrift was ten tijde van de hertogen een uitgesproken aristocratische kunst; daar doen realistische elementen niets van af. De schilderijen die Jan van Eyck met zijn unieke gaven voor burgerlijke opdrachtgevers maakte, vertonen al de glanzende weelde en de schat aan details van één enkele miniatuur uit zo'n duur boek. Jan van Eycks schilderijen waren voor de omhoogstrevende burgers ongetwijfeld goedkoper dan een verlucht boek van topkwaliteit. En ze waren zichtbaarder; een boek bleef een persoonlijk kleinood, een schilderij kun je aan de muur van je beste kamer hangen. Geen bezoeker die er naast kijkt. Van Eycks kunst ontstaat op een burgerlijke kunstmarkt, maar wortelt in aristocratische tradities, niet in burgerlijke.

Je kunt je afvragen welk grondgebied Michelangelo precies voor ogen had toen hij in 1547 zei: "Om eerlijk te zijn schildert men in Vlaanderen om de naar buiten gerichte blik te bedriegen, hetzij door taferelen af te beelden die aangenaam voor het oog zijn, hetzij door onderwerpen te kiezen waar niets kwaads over te zeggen valt, zoals heiligen of profeten. Op hun tableaus is het een en al wasgoed, bouwvallen, groene velden, schaduwen van bomen, rivieren en bruggen, die zij landschappen noemen, en hier een hele drom figuren en daar een hele troep figuren. En dit alles, hoewel sommigen het mooi schijnen te vinden, is in werkelijkheid zonder nadenken en kunstzin, zonder gevoel voor symmetrie en verhouding, zonder enig criterium en speelsheid, kortom, zonder enige substantie en kracht gedaan. Natuurlijk zijn er andere landen waar nog slechter geschilderd wordt dan in Vlaanderen..."

In Michelangelo's tijd werden ook Duitsers, Hollanders en Walen in Rome fiamminghi genoemd, Vlamingen. Het boek van Maurits Smeyers biedt een overzicht van de Vlaamse miniatuurkunst van de achtste tot de zestiende eeuw. Heel die tijd blijkt het Vlaamse grondgebied op de meest verbijsterende wijze te zwellen en te krimpen, maar toch voornamelijk te zwellen. De auteur schetst aan het begin snel de politieke ontwikkelingen die onze gewesten doormaakten en meer bepaald de aloude pagus Flandrensis: oorspronkelijk de streek rond Brugge, later ook West- en Oost-Vlaanderen en delen van Zeeuws- en Frans-Vlaanderen. De Bourgondische hertogen trouwden strategisch met de graafschappen Vlaanderen en Artesië, en veroverden van daaruit grote delen van het huidige Nederland, Wallonië en Noord-Frankrijk. Daarna maakten al deze gebieden deel uit van het Habsburgse rijk, waar de zon niet meer onderging.

Soms lijkt het er gewoon op dat deze publicatie over de miniatuurkunst van de Nederlanden gaat; maar de boekverluchters van de noordelijke Nederlanden worden uit het overzicht geweerd - het lijkt gemakkelijker om kunstwerken uit Luik en Rijsel Vlaams te noemen dan kunstwerken uit Utrecht. Twee miljoen frank subsidie van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap veronderstelt allicht een vlot gebruik van het woord Vlaams. In zo'n rijk en mooi geïllustreerd boek verbaast het, in elk geval, dat niemand aan een paar historische kaarten van het bedoelde grondgebied heeft gedacht. Voor de Vlaamse eigenheid zich aftekende, had je het verenigde Europa van de kunst. De miniaturen die ontstonden tussen de achtste en de twaalfde eeuw getuigen daarvan. Handschriften werden geschreven en verlucht in kloosters. Stijlinvloeden verspreidden zich langs de Angelsaksische missioneringsroutes en langs het netwerk van de kloosterorden; men wisselde handschriften uit als voorbeelden en sommige miniaturisten reisden rond om hun diensten bij de broeders en zusters aan te bieden. Tel daarbij de oorspronkelijke stijl van begaafde miniaturisten en er ontstaat een moeilijk ontwarbaar kluwen van ateliers en plaatselijke ontwikkelingen, dat wezenlijk internationaal is. Het is heerlijk om daarin echte persoonlijkheden bezig te zien. Abt Odbert van Sint-Bertijns, bijvoorbeeld, beeldde zichzelf rond het jaar 1000 knielend af voor de pasgeboren Jezus in de kribbe, die samen met zijn moeder en de os en de ezel de staart van een grote letter Q opvult. En de monnik Sawalo van de abdij van Sint-Amands signeerde in de twaalfde eeuw een verbluffende bladzijde gevuld met verstrengelde bloemen, ranken, draken en letters, uit de losse pols getekend.

De verstedelijking bracht de verschuiving naar lekenateliers met zich mee; je ziet de boekproductie geleidelijk veranderen in een weelderige, hoogtechnologische nijverheid. Het lezende publiek werd groter en de verscheidenheid aan boeken nam toe - niet alleen meer godsdienstige werken in het Latijn, ook poëzie, romans en reisbeschrijvingen in de volkstaal, recht en geschiedenis en andere wetenschappen. Van de dertiende tot de zestiende eeuw ontwikkelde het boek zich in een fantastische rijkdom waar je alleen maar afgunstig om kunt zijn - zelfs al beginnen Penguin pockets van twintig jaar geleden er ook leuk uit te zien. Er zijn de wonderlijke, grappige en schunnige details uit het dagelijkse leven die de marges van de bladspiegel overwoekeren (toeschouwers bij een poppenkast, een sneeuwpop die zit te smelten boven een vuurtje als symbool van de vergankelijkheid, konijnen die op mensen jagen), maar ook de bijna kitscherige sierlijsten met echt lijkende pauwenveren of juwelen uit de Gents-Brugse school. Sommige meesters maken een onuitwisbare indruk. Barthélémy van Eyck, misschien familie van, woonde in de Provence, waar hij het Livre du coeur d'Amour épris van le bon roi René d'Anjou verluchtte, geniaal experimenterend met lichteffecten. De Rijselse Wavrinmeester, die pentekeningen maakte op goedkoper papier, ontwikkelde een hoekige, doeltreffende cartoonstijl. Ook zijn soberheid werd door Filips de Goede gewaardeerd. Vlaamse miniaturen munt uit door de kwaliteit en de overvloed van de afbeeldingen - volmaakte kleurenfoto's in een layout van Gregie en Peer de Maeyer. Bij elke afbeelding hoort een kort verklarend onderschrift. De degelijke, vaak technische tekst van Maurits Smeyers vraagt om een lezing over korte afstanden, maar al kijkend naar de prenten kun je in eigen tempo door een wereld dwalen. En elke afbeelding vertegenwoordigt maar één bladzijde uit een handschrift. Van die gedachte gaat het je duizelen.

Leen Huet

Maurits Smeyers, Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw. De middeleeuwse wereld op perkament, Davidsfonds, Leuven, 2500 frank. Het citaat van Michelangelo komt uit Francisco de Holanda (uit het Portugees vertaald door Adri Boon), Romeinse dialogen. Gesprekken met Michelangelo en Vittoria Colonna (1548), Meulenhoff, Amsterdam, 1993.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234