Dinsdag 27/09/2022

Een zoo vol emoties

wee olifanten besnuffelen elkaar op de savanne van het Tsavo East National Park in Kenia. Een twintigtal toeristen kijkt gefascineerd toe. De twee kolossen verstrengelen zich in iets wat verdacht op french slurfing lijkt. Met hun slurfen in een knoop, wrijven ze bijna teder hun flanken tegen elkaar. Onze kop eraf als dat geen flirten is. Het zijn maar dieren, natuurlijk, en dit soort opmerkingen wordt meestal op meewarig hoofdgeschud onthaald. Want antropomorfisme, het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan dieren, planten of objecten is not done. Beesten zijn beesten, en ook al is het duidelijk dat ze emoties als angst en opwinding kunnen voelen, veel verder moeten we daar niet in gaan, zo lijkt de menselijke consensus. Maar is dat wel zo? Sommige onderzoekers zijn niet zo voorzichtig als het Max Planck Instituut. Dr. Karen McComb van de universiteit van Sussex is na uitgebreid onderzoek in Afrika formeel: olifanten rouwen. Ze keren terug naar de beenderen van hun overleden familieleden, en betasten en besnuffelen ze, soms zelf jaren nadat ze overleden zijn. En als ze een geliefde verliezen, dan vertonen ze gedrag dat heel erg lijkt op verdriet en depressie.

Macho met een klein hartje

Dat de wetenschap sceptisch staat tegenover het erkennen van emoties of persoonlijkheden bij beesten, is ietwat vreemd, want voor iedereen die op regelmatige basis in contact komt met dieren is dat net vanzelfsprekend. “Elk van onze zeeleeuwen en -honden heeft een eigen karakter”, stelt Annemie Carlier, hoofdtrainster in de Antwerpse Zoo. “Youky is aanhankelijk, maar ook een beetje een eenzaat, ze ligt niet zo goed in de groep, Kees is onhandig en steelt vis zelfs als hij geen honger heeft. Trixie is de sociaalste van de bende, zij gaat op de foto met bezoekers, geeft kusjes en vindt het meestal geen probleem om door blinde bezoekers betast te worden. Spanky houdt altijd in het oog wie welke vis krijgt, en probeert de lekkerste stukjes te scoren, maar is verder een goede en stipte werker. Senior Banjo is koppig en een beetje macho, maar hij heeft een klein hartje. Hij gaat klappertanden van de stress als hij met iets nieuws geconfronteerd wordt. Zijn dochter Zilver is nieuwsgierig en speels, maar net als haar vader klappertandt ze als ze bang is. Dat doen de andere vijf nooit, dus volgens mij is het erfelijk. Banjo weet dat Zilver zijn dochter is, want hij zit in de paartijd nooit achter haar aan. Met de andere vrouwtjes is hij net iets te agressief om veel succes te hebben. Zijn vrouwtje Lily pakte hem wel goed aan, maar is een paar jaar geleden overleden. Toen ze stierf, heeft Banjo daar duidelijk van afgezien. Hij heeft haar nog een hele tijd gezocht. Dus ja, ik denk dat ook zeeleeuwen om hun doden rouwen. Daarom halen we overleden baby’s niet meteen weg bij hun moeders, ze hebben tijd nodig om zich te realiseren dat hun kind dood is.”

Geëvolueerde psychologie

Een wetenschapper die op het vlak van dieren en persoonlijkheid pionierswerk levert is psycholoog Sam Gosling. “Er bestaat in ons vak nog veel discussie over wat persoonlijkheid nu precies is. Op zoek naar een antwoord, ging ik kijken naar naar wat het vooral niet is. Zo kwam ik bij dieren uit. We gaan er bijvoorbeeld van uit dat dieren niet aan zelfreflectie doen, maar is dat wel nodig om een persoonlijkheid te hebben? Wat in elk geval wel duidelijk is, is dat een bepaalde eend zich in dezelfde omstandigheden consistent anders gedraagt dan een van zijn soortgenoten. Vraag is, of dat betekent dat die eend een bepaalde persoonlijkheid heeft.”

Om een antwoord te vinden op die vragen richtte Gosling het Animal Personality Institute op, om zo veel mogelijk gegevens te verzamelen en zelf onderzoek te doen. “We aanvaarden in de evolutietheorie het feit dat wij mensen geëvolueerd zijn en dus biologisch, anatomisch en genetisch heel wat gemeen hebben met andere diersoorten. Waarom zou hetzelfde niet voor psychologische kenmerken gelden? Meer zelfs, Darwin zelf was er van overtuigd dat ook dieren emoties voelen.” Gosling vond wetenschappelijke rapporten waaruit bleek dat er sociale varkens, levendige ezels, chagrijnige beren, nieuwsgierige hyena’s, timide fruitvliegjes en extraverte chimpansees bestaan.

Een verrassende studie is Personalities of Octopusses van Anderson en Jennifer Mather. Zij ontdekten in het Seattle Aquarium dat er verlegen, passieve en agressieve octopussen zijn. “We zien het verschil als we een krab in hun tank loslaten. De agressievelingen bespringen het dier meteen, de passievelingen wachten tot de krab voorbijloopt om hem te pakken, en bij de verlegen octopussen vinden we pas de volgende ochtend de overblijfselen van de prooi. Sommige octopussen spuiten verzorgers nat of vernielen waterpompen omdat ze het vervelend vinden dat hun tank gepoetst wordt, en één mannelijke octopus zou in de mensenwereld gearresteerd worden voor seksuele intimidatie, want hij kan met zijn tentakels niet van de onderzoekers afblijven.”

Onderzoek suggereert dat sommige persoonlijkheidskenmerken in veel verschillende soorten voorkomen, stelt Gosling. Natuurlijk kunnen we octopussen niet gelijk stellen met mensen, maar we kunnen niet ontkennen dat ze allebei introvert kunnen zijn. “Een introverte mens probeert op een feestje zo veel mogelijk in de achtergrond op te gaan, een introverte octopus verstopt zich tijdens voedingsessies, bijvoorbeeld door van kleur te veranderen of inkt te lossen.”

Nuttig onderzoek

Leuk allemaal, honden met gevoel voor humor of verlegen hyena’s, maar waarom zouden ernstige wetenschappers zich daar in godsnaam mee bezig houden? Omdat wat we bij dieren zien, ons iets kan leren over onszelf, zo schrijft Gosling. “Als biologen, psychologen en andere -logen in zoveel verschillende diersoorten iets vinden wat op persoonlijkheid lijkt, dan is het duidelijk dat er ook bij de mens een biologisch mechanisme achter zit. Of neem sekseverschillen. Bij de mens blijkt uit onderzoek dat vrouwen net iets emotioneler en net iets meer geneigd tot piekeren zijn dan mannen. Maar bij hyena’s is het net andersom. Daar zijn de mannetjes nerveuzer en banger dan de vrouwtjes. Reden is de sociale organisatie van de soort. Bij hyena’s zijn de vrouwtjes groter én dominant. Dat suggereert dus ook dat persoonlijkheidskenmerken en sekse gelinkt zijn aan omgeving, en hoe de soort zich georganiseerd heeft. Vandaar dat dierenonderzoek ons een fris perspectief kan bieden om naar onszelf te kijken. Dieren laten ons toe om de biologische, genetische én omgevingsfactoren die duidelijk een rol spelen in het vormen van onze persoonlijkheid, van naderbij te bestuderen.”

Je zou je bijvoorbeeld de vraag kunnen stellen waarom we geen groter spectrum van gedrag hebben. Waarom we in de ene situatie niet assertief en in de andere verlegen kunnen zijn, als dat zo uitkomt. Dat zou vanuit evolutionair en overlevingsstandpunt een uitstekend idee zijn. Maar onze persoonlijkheid legt ons op dat vlak beperkingen op. Onderzoek bij dieren kan een verklaring geven, want het bewijst dat verschillen in persoonlijkheid binnen een soort een evolutionair nut hebben.

Gedragsecologiste Alison Bell ontdekte niet alleen dat er zowel verlegen als brutale stekelbaarsjes bestaan, maar dat je op verschillende plaatsen hele scholen timide of net agressieve visjes vindt, afhankelijk van hoeveel natuurlijke vijanden er in de omgeving rondzwemmen. En stel dat een grote school haringen voorbijzwemt, die alle brutale stekelbaarsjes verorbert, dan grijpen hun verlegen broertjes de kans om eindelijk ook eens te paren, en blijft de soort toch bestaan.

Beren met smaak

Mensen zijn complexe, en sterk geëvo- lueerde dieren, en daarom zullen onze persoonlijkheden meer facetten hebben dan die van andere dieren, stelt Gosling. “Zorgvuldigheid bijvoorbeeld, werd tot nu toe alleen bij mensen en chimpansees gevonden. Waarschijnlijk is dat een kenmerk dat vrij recent in de evolutie ontstaan is. Of neem het kenmerk openheid. Dat uit zich bij de mens in nieuwsgierigheid en speelsheid, iets wat we ook bij andere dieren zien. Maar ook appreciatie voor kunst en schoonheid horen bij openheid. Alleen, als je geen symbolische manier van uitdrukking hebt, zoals taal of kunst, is dat onmogelijk te meten.” Alhoewel. Charlie Russell, fotograaf en auteur van het boek Grizzly, leefde samen met zijn vriendin en schilderes Maureen Enns een paar jaar lang elke zomer tussen de beren op het Russische schiereiland Kamtsjatka. Enns ontdekte dat de putten die beren graven om in uit te rusten, niet alleen goed gelegen zijn om over de omgeving uit te kijken, maar ook bijna altijd adembenemend mooie uitzichten hebben, die zij prompt schilderde voor de reeks The Bear Who Looked for Beauty. “Misschien hebben beren wel degelijk oog voor esthetiek”, concludeert ze.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234