Donderdag 06/10/2022

Eeuwige knecht Marc Wauters vertrekt als kopman bij Rabobank in zijn laatste Parijs-Roubaix

Nog één keer de loopgraven uit

'In mijn eerste Parijs-Roubaix werd het op twintig kilometer van de streep helemaal zwart voor mijn ogen. Kasseien of putten zag ik niet meer liggen. Pas toen mijn ploegleider me kwam vertellen dat ik beter zou stoppen, ben ik afgestapt.' Twaalf jaar later staat Marc Wauters aan de start van zijn allerlaatste Parijs-Roubaix, de enige koers waarin hij als kopman van Rabobank mag en wil vertrekken. Op het einde van het seizoen hangt 'de Soldaat' de fiets aan de haak, na een dienstplicht van zestien jaar in het profpeloton. Jonas Coertjens en Tony Landuyt / Foto Bob Van Mol

Met Marc Wauters kon Rabobank altijd naar de oorlog: iemand die de bevelen van hogerhand nauwkeurig uitvoert zonder voor eigen rekening te willen rijden, een renner die zonder morren de loopgraven induikt om anderen uit de wind te zetten of naar voren te loodsen in het peloton. Wauters heeft ook altijd van een zekere discipline en orde in zijn leven gehouden. Omdat alles netjes opgevouwen zijn reiskoffer ingaat, kreeg hij van zijn ploegmaten bij Lotto in 1991 al de bijnaam 'de Soldaat'. Toch wil hij in Parijs-Roubaix nog één keer de kapitein van dienst zijn. "De ploeg deed daar niet moeilijk over. Iedereen beseft ook wel dat ik al veel finales heb gereden waarin ik mijn kansen heb opgeofferd voor jongens die nog beter waren dan ik. Zondag zijn we met twee die hun eigen koers mogen rijden: ik en Juan Antonio Flecha, die gezien zijn leeftijd natuurlijk de betere kopman is."

Zijn ervaring en ouderdom dan geen voordelen in de Hel?

"Ik denk het wel. Ook Peter Van Petegem zal zondag nog beter voor de dag komen dan in de Ronde van Vlaanderen. In de Ronde draaide ik in een zeer goede positie de Paterberg op, maar dan mis ik de explosiviteit om mee te zijn. Die 'overdrive' heb ik eigenlijk nooit gehad, en met de leeftijd wordt zoiets alleen maar minder. In Parijs-Roubaix komt het meer aan op een egaal tempo. Dat type 'oude diesel' ben ik altijd geweest en daarom ligt die klassieker mij ook het best. Het spektakel en die heroïek spraken me bovendien erg aan. Als je in Roubaix de douches binnenstapte, had je altijd weer een heleboel verhalen te vertellen."

Nochtans knijpen oudere renners al eens sneller in de remmen. Mijd je de risico's niet liever, op je 37ste?

"Toch wel. Als je net twintig bent en je hebt je rijbewijs gehaald, rijd je ook heel anders dan iemand van veertig. Die natuurlijke evolutie zie je ook in de koers. Ik ga niet sneller in de remmen, maar ik vlieg niet meer op het voetpad, achter het volk langs of rond paaltjes om nog vooraan te zitten. Als ik niet op een fatsoenlijke manier vooraan in het peloton kan zitten, hoeft het voor mij niet meer."

Hoe ga je een ontembare leeuw als Tom Boonen dan nog verslaan?

"Boonen steekt ver boven de anderen uit. Gelukkig zit mijn carrière er bijna op. Maar stel je eens voor dat je nu als jonge renner aan een carrière begint. Die zal altijd in de schaduw van Boonen verlopen. Daarom denk ik ook dat Leif Hoste er goed aan deed om in de Ronde van Vlaanderen met Boonen mee te werken tot aan de streep. Een tweede plaats is bijna een zege op zich, en anders was Hoste anoniem achtste geweest. De kans is groot dat Boonen zondag weer wint. Als hij gaat, moet je meezijn."

Is het dan al niet te laat?

"Misschien, maar Boonen heeft natuurlijk ook een sterke ploeg die de koers domineert. We moeten zien dat we niet achter de feiten aanlopen. Als de kans zich voordoet, zal niemand het laten om weg te rijden. Hoste heeft dat ook geprobeerd, maar Boonen reageert zelf op die gevaarlijke situaties. Of hij anticipeert daarop, zoals op de Koppenberg. Je moet ergens tussenin proberen weg te rijden."

Heb je ooit zelf gevoeld dat je Parijs-Roubaix kon winnen?

"Ja, één keer. In 1997, het jaar dat Frédéric Guesdon won. Ik zat toen in die kopgroep met mijn ploegmaten Andrei Tsjmil en Jo Planckaert. In de finale rijden Tsjmil en Frédéric Moncassin samen weg. Planckaert en ik houden de benen stil en laten de rest werken. Als die situatie zich opnieuw zou voordoen, val ik aan op het moment dat Tsjmil weer werd ingelopen."

Wat hield je toen tegen?

"Ik hield de benen stil omdat ik dacht aan Planckaert, die aan de meet een van de snelsten van die groep was. Dat was de knecht die in mij bovenkwam. Ik durfde ook niet achter Tsjmil vandaan weg te springen. Er was even dat moment van twijfel. Toen we de wielerbaan van Roubaix opdraaiden, begon iedereen positie te kiezen en dan weet je hoe laat het is. Die laatste kilometer voor de piste, daar lag mijn kans om de mooiste klassieker te winnen. Die kleine soldaat hadden ze misschien wel laten rijden, maar ik wilde me niet opdringen. Misschien wilde ik te veel knecht zijn."

Elke knecht tekent toch voor jouw palmares: een klassieker met Parijs-Tours en een rit in de Tour?

"En een dag in de gele trui. Ja, er zijn er niet veel die dat kunnen zeggen. Het is mooi, maar daar had er nog eentje kunnen bijstaan. Dat geeft je toch een wrang gevoel."

Heb je aan het begin van je carrière bewust voor een rol als knecht gekozen?

"Tijdens mijn eerste stage als prof bij Lotto had ik de bijnaam Soldaat al. Ik kwam daar in een ploeg terecht met Claude Criquielion, Johan Bruyneel, Johan Museeuw en Hendrik Redant. Dat zijn mannen waar je als jonge renner naar opkijkt. Je komt automatisch in die rol van knecht terecht. En het viel ook andere ploegen op dat ik die rol ter harte nam. Na drie jaar Lotto klopte Jan Raas aan. Ik denk dat mijn prestatie in de Amstel Gold Race van 1992 hem moet zijn opgevallen. Diep in de finale heb ik daar met Frank Van Den Abeele het gat dichtgereden voor Museeuw, die uiteindelijk tweede werd na Olaf Ludwig."

Herinner je je nog het amateurisme uit die beginjaren?

"Bij Lotto ging het er toen inderdaad verre van professioneel aan toe. Op de eerste dag van februari kregen we onze fiets. In de winter moest je maar voor je eigen fiets zorgen. Een bus bestond nog niet. Andere ploegen hadden drie verzorgers, wij maar twee. De dokter kende niks van wielrennen. Nu zijn het allemaal professionele sportdokters en trainers die in een wielerploeg werken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234