Donderdag 27/01/2022

eks en de Eeuwige City

De Ars amandi of Ovidius' Kunst van het minnespel zorgt al tweeduizend jaar lang voor opschudding. De reden daarvan is wellicht de ironische manier waarop de Romeinse dichter de mens een spiegel voorhoudt en de Liefde in haar blootje zet.

Ovidius

Lessen in liefde

Oorspronkelijke titel: Ars amandi & Remedia amoris

Vertaald door Marietje d'Hane-Scheltema

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 208 p., 30 euro.

Emiel Eyben, Christian Laes & Toon van Houdt

Amor-Roma. Liefde en erotiek in Rome

Davidsfonds, Leuven, 279 p., 24,50 euro.

In een tijd waarin keizer Augustus met het oog op het herstel van normen en waarden alle volwassen mannen en vrouwen bij wet verplicht te huwen, er zich in Nazareth een maagdelijke bevruchting met tweeduizend jaar verstrekkende gevolgen voor lijf en leden voltrekt en de Oude Belgen kennismaken met de Romeinse lifestyle, publiceert de Romeinse topdichter Ovidius een 2330 verzen lang gedicht waarin hij als een leraar Liefde mannen en vrouwen de kunst van het versieren en van de (vrije) liefde onderwijst. Een paar jaar later - in het jaar 1 - volgt er een tweede, korter poëem waarin Ovidius recepten voorschrijft om van de liefde en haar pijn af te geraken. Zijn Ars amandi en Remedia amoris komen de maker ervan een kleine tien jaar later duur te staan. Op grond van de Ars en een mysterieuze 'fout' wordt Ovidius door Augustus verbannen naar een uithoek van het Imperium en wordt de Ars amandi een Verboden Boek. Wat die fatal error betreft: misschien had Ovidius weet van iets onwelvoeglijks in de keizerlijke entourage. Augustus combineerde "een heimelijke hartstocht voor minderjarige maagden met een bijna Amerikaanse hang naar godsvrucht en fatsoen", aldus Piet Gerbrandy. Augustus zal niet de laatste immorele moraalridder onder de vaderen des vaderlands zijn. In zijn Roemeense ballingsoord disclaimt Ovidius zijn Ars amandi, in een vergeefse poging om terug naar Rome te mogen komen: de Ars was maar "om te lachen", een "onnozel gedicht" dat volgens de 'bekeerde' auteur het best ongelezen verstofte. In het jaar 17 sterft Ovidius, op z'n zestigste. In ballingschap. De Ars en de Remedia leven nog: ze zijn nu opnieuw vertaald door de gevierde vertaalster Marietje d'Hane-Scheltema, die eerder Ovidius' Metamorphosen met een ongezien succes behartigde.

Is de Ars amandi inderdaad een lange grap of moeten we het ook au sérieux nemen? Als het tweede waar is, dan had Augustus reden om in te grijpen. Want dan was Ovidius voor hem een staatsgevaarlijke dichter en promootte hij gedragingen die voor een samenleving gebouwd op de hoekstenen 'gezin' en 'familie' bedreigend konden zijn. Ovidius, die al op zijn achttiende debuteerde, was bovendien erg populair in Rome. Echo's van Augustus' reactie vind je tot diep in de twintigste eeuw. In zijn literatuurgeschiedenis schrijft Johannes van IJzeren in 1958: "Zijn Ars amatoria getuigt niet van diep gevoel, van een geestelijke liefdesopvatting. Het is te vaak de Venus vulgaris die wordt gehuldigd, wier vreugden en gevaren worden bezongen. [...] Nergens is hier de ernst te vinden die toch van alle levensvreugde de grondslag moet vormen; nergens blijkt dat de dichter ooit heeft liefgehad zoals zijn voorganger Catullus." En dan is Van IJzeren nog een brave mens. Elders lees je dat Ovidius "ons sociaal stelsel ondermijnt" en dat hij "een schaamteloos compendium van de overspeligheid" schreef, "het meest immorele gedicht ooit".

Ook wie minder moraliserend is aangelegd, kan zich aan de Ars amandi flink bezeren: je zult maar geloven in het paradigma van de 'romantische liefde', waar oprechtheid, exclusiviteit, wederzijdsheid en goede bedoelingen de pijlers van zijn... Ovidius heeft er in zijn Ars lak aan: het is een en al oprechte veinzerij en manipulatie. Wederzijdsheid is er als je met z'n tweeën de regels kent van het gezelschapsspel dat 'liefde' heet. That's it. Mannen moeten vrouwen op Don Juan-wijze binnendoen en vervolgens binnenhouden, daar gaat het om, en vrouwen zijn zogezegd van nature altijd paraat voor liefde en seks. Alle middelen zijn goed om het doel te bereiken, met als dikke rode draad: doen alsof. Liefde is inderdaad een werkwoord: onecht zijn, rolletjes spelen, liegen, zich voordoen, harteloos berekenen. Het komt van twee kanten en het duurt tot in de intiemste moments suprêmes. L'amour toujours op z'n Ovidius. Liefde is een kwestie van perceptie en Ovidius speelt de spin doctor, de therapeut achter de schermen die het zelf niet (meer) waar hoeft te maken en de poppen aan het dansen laat gaan. "Dus doe maar zielig om je wens te doen vervullen/ en laat de mensen roepen: 'Hij is vast verliefd!'", "Speel de rol van verliefde, vertel dat je liefdespijn hebt." Liefde is een passiespel.

Ovidius' Ars amandi is een van die gedichten die in de loop van tweeduizend jaar tot de meest hevige reacties hebben geleid en waar we blijkbaar nog altijd niet uit zijn. Middeleeuwers putten eruit om hun concept van 'hoofse liefde' mee vorm te geven, moralisten vonden het weerzinwekkend immoreel, romantici en make love not war-fans vinden het kil. Het is een parodie, lees je vandaag, een parodie op ernstige leerdichten, bij Grieken en Romeinen een zelfstandig poëtisch genre. En het is ook een parodie op de zogeheten elegische dichters, de mannen die zogezegd wenend voor de potdichte deur van hun geliefde lagen te creperen van de liefdespijn, en intussen prachtige gedichten uit hun toga schudden. Het klopt dat dit een deel van de humor in de Ars uitmaakt, maar het is maar een stukje van de puzzel.

Toch lijkt het me allemaal niet zo moeilijk. Ars is het centrale woord. Dat staat niet voor niets in de titel en het wordt in de eerste vier verzen vier keer herhaald. Liefde als ars, als kunst, techniek en vaardigheid, als een leerbaar arsenaal van middeltjes en conventies. Daar gaat het bij Ovidius over: over het ambacht, de spelregels, het cultiveren (cultus) van iets wat toevallig een biologische drive heeft: de liefde. Hij wordt in deze context weleens vergeleken met Oscar Wilde. Zonder haar te trivialiseren is liefde voor Ovidius een van de vele menselijke bedoeningen, een onderdeel van ons cultureel erfgoed. En daar kun je, tongue in cheek, mensen over adviseren opdat ze het goed bedrijven en over hoe voorgangers het deden. Zoals je boeken hebt over 'spreken in het openbaar', 'ikebana' en 'Thais koken', zo heb je receptenboekjes voor spannende liefde en - hoe noemden we het ook weer in de godsdienstles? - relatievorming. Ze bezetten vandaag meer dan ooit de toptien. Zou het kunnen dat Ovidius' coole ontmaskering van wat liefdesverlangen maar is, de heftigheid van de reacties verklaart? De frivole Ars amandi is een lachspiegel voor de maar wat amechtig aanmodderende Homo sapiens sapiens amans, die het slachtoffer is van de Grote Erotische Paradox: liefde is een drang naar een soort eenwording door twee fysiek en psychisch gescheiden levende individuen. Het spiegelbeeld is soms pijnlijk om te zien.

Ovidius' Ars past perfect in een samenleving die functioneerde als een theater: het kwam er vooral voor de mannelijke burger op aan de rol te spelen die hem paste en die hem op een bepaald moment goed uitkwam. De gespeelde rol is de realiteit van het moment. Over die maatschappelijke context waarin Ovidius leefde en schreef, verscheen onlangs Amor-Roma. Liefde en erotiek in Rome, een geslaagde combinatie van drie essays over de culturele codes terzake en een groot aantal vertaalde tekstfragmenten. Het boek is jammer genoeg geen parel van boekdrukkunst. De auteurs zijn een Leuvens triumviraat waarin de youngsters Christian Laes en Toon van Houdt het werk van pionier Emiel Eyben bij de tijd brengen. Eyben introduceerde al in de jaren 1960 de mentaliteitsgeschiedenis in het klassieke filologenwereldje te onzent, toen dat nog absoluut niet vanzelfsprekend was. Dat leverde een verborgen schat aan zelden of nooit gelezen teksten op. Nu, na een paar decennia baanbrekende gender studies, cultural studies, psycho-history en de vruchtbare kruisbestuiving van etnologie, archeologie, psychologie en filologie, kunnen we die veelheid stilaan ook kaderen. Dat is wat hier met goed gevolg gebeurt. Je krijgt een genuanceerd en up-to-date beeld van de vormen van liefde die in een half millennium Rome de ronde deden, voor zover de bronnen dat mogelijk maken. Het is een domein waar de jongste decennia de inzichten stevig door elkaar zijn geschud. Dit boek helpt om clichébeelden à la 'Rome was een seksparadijs' en 'Het christendom betekende een revolutie' uit de wereld te helpen. Houd vooral die Van Houdt in het oog.

Zo is het goed om te weten dat in het Romeinse (en middeleeuwse) wereldbeeld - toch volgens de mannen die aan het woord komen - vooral vrouwen uit zijn op seks. Zij zijn altijd in voor een geil stoeierijtje. Die vermeende beschikbaarheid kwam natuurlijk in de eerste plaats mannen goed uit... Je kunt de Ars amandi - en veel van de antieke literatuur - daarom niet altijd even vrouwvriendelijk noemen, beleefd uitgedrukt. Essentieel is ook dat in sexualibus er voor Romeinen maar één grote tegenstelling was: actief en passief. Echte mannen zijn actief op de matras en daarbuiten, vrouwen, jonge (slaven)jongens en slaven ondergaan de dingen onderaan. Een passieve man is een belachelijke non-man, een actieve vrouw is een halve man om (als man) bang van te zijn. De schrik zou Romeinse mannen om het hart slaan als ze lazen over vrouwen die steeds vaker het seksuele initiatief nemen. De verontwaardigde reactie van een mishandelde Iraakse gevangene - "Ze behandelden ons als vrouwen!" - zouden ze dan weer perfect begrijpen. Een fenomeen als het homohuwelijk was not done in Rome en vormde het voorwerp van 'conservatieve' satirici: minstens één partij moest wel de gepenetreerde risee zijn. Pedofilie kon, tot de betrokken slavenjongen de baard in de keel en natte dromen kreeg, maar je moest er als volwassen man nu ook weer je hoofd niet bij verliezen. En dat laatste is misschien nog de grootste gemene deler in de hele Grieks-Romeinse Oudheid: Liefde kan een risicovolle aandoening zijn, een gevaarlijke vorm van ontoerekeningsvatbaarheid waar het Verstand voor moet wijken. De christelijke kerkvaders zullen er dan maar een totaal verbod op uitvaardigen waar we vandaag stilaan uit bevrijd zijn geraakt: 'Liefde? Gelieve zich te onthouden.'

Zo beland ik weer bij de Ars amandi. Want aan het begin van zijn gedicht draait Ovidius ook de antieke algemene waarheid over Eros als bouleverserende buitenaardse kracht graag uitdagend om: "Et mihi cedet Amor", "Zo zal ook Amor voor mij wijken". De liefde delft het onderspit tegen deze leraar in liefde. Zijn brave voorganger Vergilius had het omgekeerd en cliché-bevestigend over "Omnia vincit Amor", "Liefde wint het van alles". De Ars is een kunstwereld, de Ars-liefde is liefde in letters. Want - venenum in cauda - Ovidius is in de eerste plaats een dichtersdichter, een hellenistische poëet voor wie er zijn hele leven eigenlijk maar één ars centraal staat: niet de ars amandi, wel de ars poëtica. De Ars amandi is ars om de ars. Kunst-ars.

Patrick De Rynck

Liefde is inderdaad een werkwoord: rolletjes spelen, liegen, harteloos berekenen. Het komt van twee kanten en het duurt tot in de intiemste moments suprêmes. 'L'amour toujours' op z'n OvidiusDe mens is het slachtoffer van de Grote Erotische Paradox: liefde is een drang naar een soort eenwording door twee fysiek en psychisch gescheiden levende individuen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234