Donderdag 06/10/2022

'Elders leven vinden zou ons minder eenzaam maken'

De zoektocht naar leven op planeten buiten ons zonnestelsel is in een paar decennia een boeiende wetenschapstak geworden. De Nederlandse sterrenkundige Lucas Ellerbroek schreef er een boek over. 'Als wij het enige leven zouden zijn in het hele universum, zou dat toch wel heel veel moeite voor heel weinig resultaat betekenen.'

Het zichtbare heelal telt tien triljard sterren, een 1 met 22 nullen, en er wordt geschat dat rond elk van die sterren minstens één planeet draait. Twintig jaar geleden durfden alleen Star Trekfans beweren dat er zoveel planeten bestonden. Buiten ons eigen zonnestelsel hadden we er immers nog nooit ook maar eentje kunnen opsporen.

Daar kwam verandering in toen in 1995 de Zwitserse onderzoekers Michel Mayor en Didier Queloz een beetje bij toeval een exoplaneet, zoals een planeet heet die rond een andere ster wentelt dan onze zon, ontdekten in een baan om 51 Pegasi. Een nieuwe wetenschappelijke discipline was geboren. Met de lancering van de Kepler-telescoop in 2009 kreeg de jacht op exoplaneten een echte boost. Er zijn nu zo'n 5.000 mogelijke planeten ontdekt, waarvan er 1.500 ook werkelijk bevestigd zijn.

De Nederlandse sterrenkundige Lucas Ellerbroek kwam tijdens zijn promotieonderzoek naar het ontstaan van sterren regelmatig in contact met onderzoekers die een antwoord zochten op de vraag of er leven is op al die exoplaneten. Hij raakte gefascineerd door hun missie - en ook wel een beetje door hun extravagante persoonlijkheden, geeft hij toe - en schreef daarom een boek over hen: Planetenjagers.

In hoeverre is onze interesse in exoplaneten emotioneel? In feite zoeken we toch alleen maar de bevestiging dat er heel ver weg aan ons verwant leven bestaat?

Lucas Ellerbroek: "Alle wetenschappelijke vragen zijn emotioneel en subjectief. We koesteren soms de illusie dat onze vragen belangrijk zijn voor het heelal, maar geloof me, dat heelal kan het echt geen barst schelen dat ergens op een rots een stel mensen woont dat zich vragen stelt over zijn werking. Wij bedenken dit en kennen waarde toe aan onze vragen, maar er is geen enkel middel om vast te stellen welke vraag objectief de juiste is. De vraag of wij alleen zijn is dus inderdaad emotioneel geladen, maar het mooie is dat we haar op een wetenschappelijke wijze proberen te beantwoorden. Het lijkt een kinderlijker vraag - en ik bedoel dat niet negatief - dan de vraag hoe het heelal ontstaan is, maar daarom is ze nog niet minderwaardig."

In feite begon de zoektocht naar buitenaards leven toch al eerder, een halve eeuw geleden, met SETI?

"Ja, binnen dat onderzoeksproject luistert men al vijftig jaar naar het heelal, in de hoop ooit een radiosignaal van een andere planeet op te vangen. Dat is nog nooit gebeurd, maar de mensen die zich daarvoor inzetten, hebben wel de gedachte levend gehouden dat het zou kunnen. In feite zoekt SETI natuurlijk iets anders dan de planetenjagers uit mijn boek. SETI wil contact met een andere planeet, terwijl de planetenjagers leven zoeken, wat nog niet meteen radiocontact veronderstelt.

"Je zou SETI een typisch high risk high gain-project kunnen noemen. Ze zetten hoog in, maar als ze iets vinden, zal het meteen ook indrukwekkend zijn. Het interessante eraan is dat SETI al jaren zonder overheidssubsidie werkt. Het geld komt van privésponsoring. Zo kan het dus ook, en zo vermijd je de hele discussie over de vraag of wij ons belastinggeld aan de zoektocht naar buitenaards leven moeten spenderen."

Hoe vind je een exoplaneet?

"De meest dichtbije ster staat vier lichtjaar bij ons vandaan. Die heeft een exoplaneet. Als je daar met een ruimteschip naartoe zou vliegen met een topsnelheid van 70.000 kilometer per uur, verlaat je over dertig jaar ons zonnestelsel en 170.000 jaar later ben je bij die ster. Over zulke afstanden spreken we dus. Die planeten zijn daardoor te klein om direct waargenomen te worden.

"Dat ze er toch zijn, merk je doordat de ster waar ze omheen draaien iets raars doet. Ofwel beweegt ze, ofwel wordt ze iets minder helder. Als ze heen en weer beweegt, kan dat betekenen dat er een zware planeet omheen draait die aan haar trekt. Het gevolg is dat ze wiebelt en haar licht afwisselend iets blauwer en iets roder wordt. Als ze minder helder wordt, komt dat wellicht doordat er een planeet in onze gezichtslijn omheen draait, waardoor de ster minuscuul verduisterd wordt. Met verfijnde apparatuur is dat te meten.

"Als je beide methoden hebt gebruikt, weet je pas echt zeker dat je een planeet hebt ontdekt. Waar het op aan komt, is heel veel sterren tegelijk in het oog te houden. Dan zie je misschien wel iets, zoals een visser een heel groot net zou uitgooien in de hoop toch één vis te vangen."

Wat kunnen we te weten komen over een planeet die vier lichtjaar van hier rond een ster tolt?

"Eerst en vooral weet je dat die planeet er is en hoe zwaar ze is. De wetten van Kepler vertellen ons immers hoelang een planeet erover doet om een rondje te maken, afhangende van hoe ver zij van haar ster af staat. Hoe groot de planeet is, weet je door de eclips te bekijken. Je kunt bepalen of het een rotsplaneet als de aarde is of eerder een gasplaneet zoals Jupiter.

"Als het een rotsplaneet is, wil je weten of ze een atmosfeer heeft. Om dat na te gaan bestudeer je het licht dat langs het randje van de planeet gaat. Als er een atmosfeer is, filtert die het licht.

"Door dat licht te analyseren krijgen we ook een 'vingerafdruk' van de planeet. We kunnen zo immers nagaan welke gassen er in die atmosfeer zitten, aan de hand van de golflengtes en de kleuren ervan. Dat levert een soort streepjescode op van de ster.

"Het volgende wat je wil weten, is of er leven is op die planeet, en dat is een ander paar mouwen. Het is niet omdat er zuurstof in de atmosfeer zit, dat er ook leven is. Op Mars hebben we bijvoorbeeld methaan gevonden. Op aarde is dat gas een product van leven, maar op Mars hebben we nog geen teken van leven gevonden. Als er over onze naaste buur al zoveel verwarring bestaat, hoe zouden we mensen dan ooit kunnen overtuigen dat er leven is op een exoplaneet omdat we er zuurstof hebben aangetroffen? Mensen willen zekerheid. Ze willen E.T.. En dan kom je toch weer bij SETI uit."

Wat is leven trouwens?

"Geen idee. Op die vraag kun je een chemisch antwoord geven en zeggen dat leven uit complexe koolstofverbindingen bestaat. Of je daarmee echt bepaald hebt wat leven is, is nog maar de vraag. Het is een beetje de geest in de machine en daardoor moeilijk definieerbaar. Is het reproduceren, voelen, groeien, evolueren? Er zijn altijd wel tegenvoorbeelden te verzinnen die wij toch niet leven noemen.

"Dus proberen we naar de bron terug te gaan, naar het eerste leven. En dan denken we: het is simpel begonnen en het is daarna complexer geworden. Dat lijkt de evolutie te dicteren. We gaan daarom op zoek naar die eerste bouwstenen en dan zien we dat die overal voorkomen. Tot in de jaren 1960 dachten we dat de ruimte grotendeels leeg was. Er zat natuurlijk waterstof en helium in de sterren en daar werden ook wel eens zwaardere elementen geproduceerd, maar dat was het dan. Nu weten we dat de ruimte vol zit met de meest complexe moleculen en dat er zelfs objecten voorkomen met een structuur die heel sterk op die van een celmembraan lijkt.

"De steen die Philae onlangs opraapte op komeet 67P bevat hoogstwaarschijnlijk heel wat organische verbindingen. En dat doet de vraag rijzen of het eerste leven niet op aarde gedropt is door kometen. Maar daarmee weet je nog steeds niet wat leven is natuurlijk. Je hebt alleen de randvoorwaarden voor leven gecreëerd. Als ik een pak groentesoep opzet, doe ik net hetzelfde. Daar zit immers een massa organisch spul in. Ik kan er nog een paar elektrische schokken doorheen jagen om te kijken of er wat uit komt. Tenzij mijn soep heel erg over datum is, zal dat waarschijnlijk niet gebeuren.

"Wat ik wil zeggen, is dat er een gigantische kloof gaapt tussen die eerste bouwstenen van het leven en een gorilla, en dat we niet precies weten hoe we van het een bij het ander zijn gekomen."

Het leven op aarde zou dus afkomstig kunnen zijn van een komeet?

"Het is al een heel oude hypothese, die de naam panspermia draagt. Zelfs het water op aarde zou integraal van kometen afkomstig kunnen zijn. Ik geloofde dat ook niet, tot ik een plaatje op schaal zag van de aarde zonder water met daarnaast een bolletje waarin alle water zat. En dat was best een klein bolletje. Voor ons is water alomtegenwoordig, maar het zit alleen in de buitenste schil van de aarde natuurlijk.

"Water is nog geen leven, dat geef ik toe, maar als je weet dat in het komeetijs veel bouwsteentjes van het leven zitten, zou van het een best het ander kunnen komen. En dat vergroot onze horizon meteen. We moeten niet alleen naar de aarde kijken wanneer we de oorsprong van het leven zoeken. De bouwstenen ervan zitten overal."

Stel dat we leven vinden op een exoplaneet. Wat dan? We kunnen er toch niet naartoe?

"Nee, maar het kan ons gevoel van eenzaamheid wel verkleinen. Wanneer mensen 's nachts naar de sterrenhemel kijken, voelen ze zich over het algemeen alleen. 'Is dit het nou?', vragen ze zich af. Als wij het enige leven zouden zijn in het hele universum, zou dat toch wel heel veel moeite voor heel weinig resultaat betekenen? In feite zijn we op zoek naar onszelf, een bevestiging dat hetgeen wij hier hebben goed is. Maar wat we er precies aan zullen hebben, weten we nog niet. Daarvoor moeten we eerst leven vinden."

En wanneer zal dat gebeuren, denk je?

"Het instrument dat we echt willen, dat een aardeachtige planeet rond een zonachtige ster kan vinden en goed genoeg is om ook de atmosfeer te analyseren, is er pas over dertig of veertig jaar. En zelfs met dat instrument moeten we veel geluk hebben, omdat we die planeet binnen een straal van tien lichtjaar moeten vinden wil ze überhaupt waarneembaar zijn voor ons.

"Voortgaande op de vooruitgang die we de voorbije twintig jaar geboekt hebben, vermoed ik dat we wel degelijk een en ander zullen vinden de komende decennia. Maar zeker is dat niet. Daarom dek ik me liever in. Ik wil niet dat over twintig jaar iemand op me toe stapt en zegt: 'Hé Ellerbroek, ik wil mijn geld terug want we hebben helemaal niets gevonden.'"

Lucas Ellerbroek, Planetenjagers, Prometheus - Bert Bakker, 317 p., 19,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234