Maandag 08/08/2022

Elitair, chauvinistisch, immoreel

'Lisbon. What The Tourist Should See' en 'De Stoïcijn': minder bekend werk van Pessoa in Nederlandse vertaling

door Lode Delputte

Fernando Pessoa

Ingeleid en vertaald door Adri Boon, met stadsplattegrond en zwart-witfoto's, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 159 p., 599 frank.

Baron van Teive (Fernando Pessoa)

Vertaald en van een nawoord voorzien door August Willemsen, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 92 p., 555 frank.

Van alle Portugese auteurs, hedendaags of niet, wordt José Saramago het vaakst en dus het liefst gelezen. Maar vraag de Portugezen wie hun grootste literaire coryfee aller tijden is en ze blijven hardnekkig de zestiende-eeuwse schrijver en zeevaarder Luis Vaz de Camões aanhalen. Een haastig en volstrekt onwetenschappelijk steekproefje bij enkele kennissen leert me dat Lobo Antunes of de dit jaar volop herdachte (want precies een eeuw geleden overleden) satirische realist Eça de Queiroz het dan weer winnen van de nochtans internationaal veel gerenommeerdere Fernando Pessoa (1888-1935). Van die laatste kennen de Portugezen beter de vreemde levensloop dan dat ze hem gelezen hebben.

Fernando Pessoa is in de eerste plaats een icoon, een makkelijk herkenbaar want overal afgebeeld, ietwat schraal mannetje met grote ronde bril, deukhoed, keurig pak en vlinderdas. Hij houdt er een haastige stap op na en lijkt voortdurend onderweg - tenzij wanneer hij, al dan niet in het gezelschap van intellectuele vrienden, koffie drinkt in A Brasileira of dat andere legendarische café in de Lissabonse binnenstad, Martinho da Arcada. Op het plein voor het São Carlos-theater, in de Chiado-wijk waar hij geboren is, hebben studenten van de kunstacademie Pessoa's portret op een oude muur vastgelegd, en voor A Brasileira zit hij in een bronzen versie van een kopje te nippen. Prettig voor toeristen, leuk als stadsdecor, maar bepaald niet literair.

Voor literatuur moet de bezoeker minstens naar het relatief perifeer gelegen Pessoa-huis in de Campo de Ourique-wijk, een van de vele woningen waar de schrijvende kantoorklerk ooit toefde, en dat een jaar of zes geleden als museum en bibliotheek werd ingericht. Hoewel ze er best lekkere koffie serveren, hangt er een bijna klinische sfeer. Van de rusteloosheid die Pessoa's auctoriële handelsmerk werd, valt nauwelijks wat te bespeuren.

Een beetje Portugees heeft Pessoa's werk dus niet per se gelezen, maar weet dat de auteur zijn jeugd in Zuid-Afrika doorbracht en daardoor even Engels- als Portugeestalig was; dat hij Lissabon na zijn terugkomst nooit meer verlaten heeft; dat hij zijn heteroniemen (de verschillende schrijverspersoonlijkheden die in zijn oeuvre onder aparte namen een eigen leven leidden) wat graag brieven aan zichzelf liet schrijven; dat hij niet uitblonk in wilskracht en volharding, geen geluk vond in de liefde en zichzelf ten slotte dooddronk, een kist achterlatend waarin zijn hele oeuvre, 27.000 vellen in totaal, ongeordend en onafgewerkt opgestapeld lag. Uitgeefklare teksten zaten daar zo goed als niet in, en dus werd Pessoa slechts heel geleidelijk, stukje bij beetje, ontdekt en gewaardeerd.

Een van de grootste successen uit de kist is het in 1988 opgediepte en vier jaar later, na wedersamenstelling, gepubliceerde werkje Lisboa: O que o turista deve ver / What The Tourist Should See, dat deel had zullen uitmaken van Pessoa's grote project All About Portugal. In dat lijvige werkstuk, maakte Pessoa zich sterk, "the reader will find all kind of information regarding Portugal, from geographical, ethnological and historical facts to details connected with commerce, litterature and art". Maar zoals dat bij hem vaker het geval was, bleef het bij grootspraak en strandde All About Portugal op de klippen van Pessoa's existentiële moeheid en daarmee samenhangende defaitisme. Bleef dus over dit What The Tourist Should See: zoals vertaler Adri Boon in het voorwoord van de pas verschenen en erg mooie Nederlandse overzetting schrijft "een op het eerste gezicht vrij conventionele stadsgids. De bezoeker wordt echter niet zozeer meegenomen op een ontspannen excursie door Lissabon als wel in een moordend tempo door het universum van Pessoa gejaagd."

Dat universum behelst in de eerste plaats Pessoa's door en door Portugese verontwaardiging over de geringe Europese aandacht voor zijn vaderland, het feit dat Portugal, in vergelijking met de machtige erfvijand Spanje, nauwelijks de krantekoppen haalt en dat de wereld in verachtenswaardige onwetendheid verkeert over de grootse daden die zijn volksgenoten hebben verricht: de ontdekking van de zeeweg naar Indië door Vasco da Gama in 1498 bijvoorbeeld, en de kolonisering van de halve aardbol in dezelfde periode. In 1905, als Pessoa na tien jaar afwezigheid Lissabon terugziet en er definitief voet aan wal zet, schrijft hij niet zonder zin voor hyperbolie: "Ik behoor tot het ras van zeevaarders en stichters van wereldrijken."

Zijn gids voor Lissabon schrijft Pessoa uit die patriottische emotie. De reiziger tot wie de auteur zich richt lijkt, typisch Pessoaans en typisch Portugees, niemand minder dan hijzelf. In rondleider en rondgeleide vallen historische kennis van en jaloerse bewondering voor de Lusitaanse beschaving samen, alsof er Pessoa alles aan gelegen is de toerist zijn eigen hoge dunk van het vaderland volmondig te laten beamen en niet één kritische noot te horen te krijgen. Gegeven de achterstand die Portugal begin deze eeuw al had opgelopen op de meeste andere Europese landen, mag de objectiviteit van Pessoa's toeristische betoog rustig betwijfeld worden. "Eenmaal aan wal wordt de toerist door alle gemakken omringd, en hij zal merken dat het dienstdoende personeel zich altijd beleefd betoont en bereid is om alle gewenste informatie te verschaffen, ongeacht of men zich nu wendt tot douane- of havenbeambten of tot functionarissen van de immigratiedienst. (...) De functionarissen zijn uiterst competent en spreken hun talen." Nou ja.

Toch is Lissabon. Wat de toerist moet zien veel meer dan de 150 pagina's tellende intellectueel-nationalistische masturbatie waar het werkje op het eerste gezicht op lijkt. En met Pessoa als gids de stad bezoeken - wat ik deed toen ik het boek in 1992 cadeau kreeg - is een cultureel genoegen van de bovenste plank. In welke reisgids anders had ik, tot besluit van mijn bepaald scrupuleuze rondleiding langs paleizen, kerken, pleinen, parken, standbeelden en kranteredacties het volgende kunnen lezen? "Nu deze korte maar interessante tocht door Lissabon erop zit, en we alles hebben gezien wat de moeite waard is, of in iedere geval waar de meeste belangstelling van de toerist naar zal uitgaan, met name als hij begiftigd is met gevoel voor kunst en schoonheid, keren we logischerwijs terug naar het hotel dat, zoals gezegd, waarschijnlijk in het centrum van de stad gelegen zal zijn."

Van Pessoa heeft De Arbeiderpers, die een heuse Pessoa-bibliotheek met nieuwe vertalingen van heel zijn oeuvre op stapel heeft staan en eerder onder meer het succesrijke Boek der rusteloosheid publiceerde, onlangs nog een tweede werkje op de markt gebracht, De Stoïcijn, geschreven door zijn niet zo bekende heteroniem Barão de Teive (de Baron van Teive). Pessoa kruipt hier in de naam en de persoon van een edelman, volgens vertaler August Willemsen een uiting van zijn "meer dan normale fascinatie voor adel en aristocratie".

In De Stoïcijn die Teive zegt te zijn, leren we Pessoa opnieuw van zijn elitairste kant kennen: een man die zich verstandelijk ver boven het volk verheven voelt, maar daar doorgaans zeer discreet, dus stoïcijns over doet: "Om uitgesproken en volstrekt moreel te zijn moet een mens een beetje stupide zijn. Om volstrekt intellectueel te zijn moet een mens een beetje immoreel zijn." Doordat Teive zowel het intellect als de moraal na aan het hart liggen, kan hij zijn leven niet leven. Hem rest niets anders dan zelfmoord, aan de vooravond waarvan hij dit nauwelijks zestig pagina's tellende boekje pleegt - het enige van Teive dat in Pessoa's kist teruggevonden is.

Het uiterst lezenswaardige De Stoïcijn is een van de laatste teksten die de auteur schreef, rond 1932, drie jaar voor ook hij zelfmoord pleegde. Hij deed dat met de gelatenheid die hem zo eigen was: door te blijven drinken op een moment dat zijn arts hem zulks nog maar eens verboden had.

Met Pessoa als gids Lissabon bezoeken is, ondanks zijn chauvinisme, een cultureel genoegen van de bovenste plank'Om uitgesproken en volstrekt moreel te zijn moet een mens een beetje stupide zijn. Om volstrekt intellectueel te zijn moet een mens een beetje immoreel zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234